Kantoren
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hallen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Woningen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hoogbouw
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Parkeergarages
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS

Installatie-aspecten

Aanspreektemperatuur
De sprinkler is in te stellen op verschillende aanspreektemperaturen, omdat het glazen ampul danwel het smeltpatroon in verschillende samenstellingen beschikbaar is. De kleur van het juk (bij een smeltpatroon) of van de vloeistof (bij een glaspatroon) is de code voor de aanspreektemperatuur. De aanspreektemperatuur ligt minimaal 30 ºC boven de normale temperatuur in de ruimte. De meest gebruikte temperaturen zijn 68°C, 79°C, 93°C, 141°C en 182°C.

kleur juk of vloeistof temperatuur (°C)
oranje 57
rood 68
geel 79
groen 93
blauw 141
paars 182
zwart 227

Rookmelding

Een sprinkler is slecht in staat om een brand die zich langzaam ontwikkelt (smeulbrand) snel te detecteren. Bij risico op dit soort branden moet de sprinkler worden aangevuld met rookmelders, aangesloten op de brandmeldinstallatie. Melders zijn ook aan te sluiten op het sprinklermeldsysteem.

Waterverbruik
Eén sprinkler kan 6 tot 20 m2 bestrijken. Het juk en de spreiplaat hebben invloed op het sproeipatroon. De schroefdraad en de wateraansluiting zijn maatgevend voor de hoeveelheid te versproeien water. Gemiddeld verbruikt een sprinkler zo'n 100 liter water per minuut, tegenover een brandweerspuit ongeveer 600 liter per minuut. Er zijn echter ook sprinklers die uitkomen op 400 of zelfs 700 liter per minuut. De waterhoeveelheid Q (in liter/minuut) hangt af van de doorlaat van en de druk op de sprinkler. De relatie wordt uitgedrukt in de formule: Q = k √ p. Hierin is k de constante voor de doorlaat. De meeste sprinklers hebben een k-factor van 80 of 115. Dat willen zeggen dat ze bij 1 bar 80 of 115 liter water per minuut leveren. Als de eerste sprinkler open gaat, is de druk vaak veel hoger. Hierdoor wordt meer water geleverd en wordt de brand vaak al door een gering aantal sprinklers beheerst.

Dekking

Het aantal sprinklers is afhankelijk van het gebouw (geometrie, indeling, ontsluiting e.d.), gebouwfunctie en gebruik. In beginsel geldt: hoe hoger het brandrisico, hoe meer sprinklers per m2 nodig zijn. Hoe meer sprinklers, hoe hoger de druk dient te zijn. Hoe hoger de druk, hoe groter de diameter van de leidingen.

Hoofdcomponenten van een sprinklerinstallatie: sprinkler, watervoorziening, pompkamer, alarmklep en sprinklermeldinstallatie.

Sprinklermeldsysteem
Het sprinklermeldsysteem meldt de brand alsmede de supervisie, technische status en storingen, zoals een pompstoring of drukverlies, aan de alarmcentrale. Het meldsysteem moet staan in de pompkamer, in de buurt van de centrale pompopstelling. Het paneel voor de brandweer (brandweerpaneel) moet bij de brandweeringang worden geplaatst. Het nevenpaneel, bestemd voor de gebruikers, moet op een centrale plek komen, zoals bij de receptiebalie of de portiersloge. Brandweer- en nevenpaneel mogen in sommige gevallen worden gecombineerd. De sprinklermeldcentrale is doorgaans toegerust met een flitslicht en een speaker.

Watervoorziening

De wateraanvoer gaat via een sprinklerpomp, aangedreven door een elektro- of dieselmotor. Soms bezit de pomp ook een aansluitmogelijkheid voor de brandweer, zodat de voeding met pompen van de brandweer is voort te zetten.
Als ‘voeding' voor de sprinklers zijn verschillende waterbronnen bruikbaar: open water (sloot, kanaal, rivier), (rein)waterkelder, (rein)watertank, vijver, bassin (bijv. zwembad), grondwaterput, druktank of (bij kleine installaties) de drinkwaterleiding. De watervoorziening heeft doorgaans voldoende water om de sprinklerinstallatie, afhankelijk van de brandrisico’s, 60, 90 minuten of langer te voeden.

Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey