Kantoren
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hallen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Woningen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hoogbouw
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Parkeergarages
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS

Breitnercenter, Amsterdam.

Liggers onder de staalplaat-betonvloeren

Als de stalen liggers niet constructief samenwerken met de staalplaat-betonvloer, dan is de kritieke staaltemperatuur hier te bepalen.

Met deze kritieke staaltemperatuur en de profielfactor kan de leverancier de benodigde bekledings- of verflaagdikte bepalen voor een brandwerenheid van 60 minuten.

Doorgaans is er bijvoorbeeld door de aanwezigheid van stiftdeuvels wél sprake van constructief samenwerken tussen de vloer en de ligger. We spreken dan van een staal-betonligger.

Bij statisch bepaalde staal-betonliggers neemt de drukcapaciteit van de betonnen bovenzijde tijdens brand (verhitting aan de onderzijde) niet of nauwelijks af. Aan de onderzijde warmt het staalprofiel wel fors op. Hierbij neemt de trekcapaciteit van de stalen ligger in gelijke mate af als de momentcapaciteit van dezelfde ligger die op buiging is belast. Dit betekent dat de brandwerendheid ongeveer hetzelfde is, zo ook de benodigde bekledings- of verflaagdikte voor  60 minuten brandwerendheid.

De kritieke staaltemperatuur van statisch bepaalde liggers kan worden berekend met een ontwerpmethode op basis van de plasticiteitstheorie. Deze methode is een vereenvoudiging van de rekenmethode in NEN-EN 1994-1-2, maar levert vrijwel dezelfde, nauwkeurige antwoorden.

Een toetsingsberekening moet volgens 4.3.4.2.4 van NEN-EN 1994-1-2 worden uitgevoerd, zie rekenvoorbeeld 2.12 in het boek Staal-beton1.

De vereenvoudiging is dat de temperatuur in het gehele staalprofiel gelijk wordt verondersteld, terwijl in werkelijkheid iets hogere temperaturen in de onderflens en lagere in de bovenflens optreden. Het moment Mθ dat optreedt tijdens het buitengewone belastinggeval brand, volgt uit de belastingen bij brand qθ – klik hier voor meer informatie – en de overspanning .

Voor een kantoor met permanente vloerbelasting gk en veranderlijke vloerbelasting qk en combinatiefactor Ψ2 = 0,3 volgens NEN-EN 1990+NB is dit:

De momentcapaciteit van een staal-betonligger wordt bij brand bepaald door de trekkracht in de stalen ligger T+ en de hefboomsarm. (De hefboomsarm is de afstand tussen het hart van de ligger en het midden van de betondrukzone). De hoogte van de betondrukzone hu is gelijk aan de trekkracht in de stalen ligger T+ en het product van de effectieve breedte beff (=/4) en de cylinderdruksterkte fc.

Een rekenvoorbeeld is hier te bekijken.

Meer informatie over de rekenmethode in NEN-EN 1994-1-2 is hier te vinden.

Recent onderzoek laat zien dat het gedrag van de liggers in samenhang met de staalplaat-betonvloer veel gunstiger is dan wanneer – zoals tot nu toe gebruikelijk – het gedrag van een afzonderlijke ligger wordt beschouwd. Klik hier voor meer informatie.

1 J.W.B. Stark, R.J. Stark, ‘Staal-beton’, ‘Toepassing en berekening van staal-betonconstructies voor gebouwen volgens Eurocode 4 bij normale temperatuur en brand.  Bouwen met Staal, Zoetermeer, 2009, 217 p., ISBN 978-90-72830-83-8.
Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2017      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey