Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Actua

Let op!
Deze webpagina werkt het beste op een desktopcomputer met een minimale schermresolutie van 1024 pixels.

Actualiteiten

Eerste fase praktijkonderzoek rookverspreiding woon(zorg)gebouwen afgerond

10 december 2019

Het praktijkonderzoek rookverspreiding woon(zorg)gebouwen van Brandweer Nederland, Brandweeracademie en Veiligheidsregio Utrecht heeft zijn eerste fase succesvol afgerond. De tussentijdse resultaten van het project, dat nog doorloopt tot de zomer van 2020, zijn tijdens het Fire Safety & Science-congres op 13 en 14 november jl. in Eindhoven wereldkundig gemaakt.

Het onderzoek vond plaats van 24 juni tot 6 juli jl. in een voormalig, meerlaags woonzorgcentrum in Oudewater in de provincie Utrecht. Bij de praktijkexperimenten, uitgevoerd door of onder toezicht van de brandweer, is het ontstaan en de distributie van echte rook uit een echte meubelbrand onder de loupe genomen. Elke dag is de effectiviteit van een specifieke maatregel of combinatie van maatregelen tegen rookontwikkeling en -verspreiding bij brand aan de tand gevoeld. Onderzocht zijn onder meer het effect van rookwerende deuren, rookwerende deuren in combinatie met een watermistsprinkler, en van alleen een watermistsprinkler met de deur naar de vluchtweg in gesloten of juist open toestand.

De experimenten hebben een schat aan data opgeleverd die nu aan verdere analyse worden onderworpen. Dat moet helder zicht bieden op de meest doeltreffende aanpak van rookverspreiding in woon(zorg)gebouwen, via zowel repressieve inzet als preventieve, risicobeheersende maatregelen. Het eindrapport van onderzoek met alle conclusies en aanbevelingen komt volgend jaar zomer uit. Brandveilig.com heeft onderzoeksleider Hans Hazebroek bereid gevonden om enkele kernvragen over de praktijkexperimenten te beantwoorden. Het interviewverslag van 27 november jl. leest u hier.


Aandachtspunten voor (brand)veilige toepassing zonnepanelen gebundeld

3 december 2019

Het gaat de toepassing van zonnepanelen in ons land voor de wind. Zo telt Nederland inmiddels 65 zonneparken en ligt voor 2.300 megawatt vermogen aan zonnepanelen op daken van Nederlandse woningen, blijkt uit cijfers van het CBS. Vorige week gaf het kabinet het opwekken van zonne-energie nog eens een impuls door honderd miljoen subsidie op zonnepanelen beschikbaar te stellen aan kleine ondernemers. Eerder dit jaar werd de subsidieregeling voor particulieren met drie jaar verlengd. Alle aanleiding voor het Verbond van Verzekeraars om de Preventiebrochure Zonnepanelen uit te geven.

De publicatie, samengesteld door de werkgroep Zonnepanelen van het Verbond, geeft zicht op de technische aspecten en risico’s van zonnepanelen. De informatie is hoofdzakelijk ontleend aan de praktijkervaringen van technische verzekeringsexperts. ‘De diverse praktijkvoorbeelden, in combinatie met koppelingen met de geldende normen en voorschriften, moeten voldoende (beoordelings)handvatten bieden voor verzekeraars en andere geïnteresseerden’, verwacht projectleider Bert Veurink.

De brochure staat vooral in het teken van het verkleinen van risico’s en het voorkomen van incidenten met zonnepanelen. De publicatie benadrukt dat eerst de bouwkundige aspecten van het pand in kaart moeten worden gebracht voordat de panelen worden geïnstalleerd. Daarom wordt eerst uitgebreid stilgestaan bij de bouwkundige voorschriften en aandachtspunten als de conditie van het dak, dakbelasting en ventilatie. Daarna komen de aanleg van het systeem, de verzekeringsopties en aandachtspunten bij oplevering aan bod. Voor oplevering is volgens de brochure een inspectie nodig waarbij onder meer de bekabeling en verbindingen worden gecontroleerd, bij voorkeur door een onafhankelijk inspectiebedrijf.

Ook reserveert de brochure ruimte voor zonnepanelen zelf. Zo wordt in hoofdstuk 2 toelichting gegeven op de werking, levensduur en kosten van zonnepanelen. De CBS-cijfers bevestigen dat zonnepanelen bezig zijn aan een opmars in Nederland. Kwam in 2017 nog negen procent van het opgestelde vermogen bij bedrijven uit zonneparken, in 2018 was dat gestegen naar twintig procent. Het aantal zonneparken nam vorig jaar toe tot 65, in 2017 waren dat er nog 22. Op de daken van Nederlandse huizen groeide het geïnstalleerd vermogen met 37 procent: van 1.680 megawatt in 2017 naar 2.300 in 2018. De stad met het grootste vermogen aan zonnepanelen is Almere: 28 megawatt.

Nederlander nog weinig CO-melder minded

26 november 2019

De koolmonoxidemelder behoort nog niet de standaarduitrusting van Nederlandse woningen, zo blijkt uit actueel onderzoek van de Nederlandse Brandwonden Stichting. Slechts 25% van alle ondervraagde Nederlanders heeft een CO-melder in huis.

Dat de CO-melder nog niet tot de vaste inventaris behoort, is onder meer terug te voeren aan het geringe besef van de risico’s onder bewoners. Het onderzoek toont aan dat maar liefst de helft niet gelooft in gevaar op CO-vergiftiging. Dat ongeloof wordt niet gerechtvaardigd door de ongevallenrealiteit. Alleen al dit jaar deden zich 13 incidenten met koolmonoxide voor. Hierbij moesten 28 personen worden onderzocht dan wel behandeld tegen koolmonoxidevergiftiging en viel zelfs 1 dodelijk slachtoffer. Jaarlijks overlijden in ons land vijf tot tien mensen door koolmonoxidevergiftiging, worden 200 mensen met vergiftigingsverschijnselen in het ziekenhuis opgenomen en honderden mensen door de spoedeisende hulp gezien.

Vaak wordt nog gedacht dat oude cv-ketels, geisers en gaskachels de boosdoeners zijn. Maar ‘we zien ook veel incidenten met nieuwe ketels die zijn aangesloten op bestaande afvoerkanalen’, stelt Jet Vroege, dossierhouder koolmonoxide bij Brandweer Nederland. ‘Hier kan dan koolmonoxide vrijkomen doordat de aansluiting niet deugt. Een verkeerde installatie of het niet laten onderhouden van een gloednieuwe ketel kan dus ook de oorzaak zijn van koolmonoxidevergiftiging. Echt iedereen kan getroffen worden door CO-vergiftiging’, benadrukt Vroege. ‘Want koolmonoxide ruik, zie en proef je niet. Dat maakt het levensgevaarlijk.’

Koolmonoxide ontstaat bij de onvolledige verbranding van stoffen waarin koolstofverbindingen zitten, zoals olie, gas en hout. Het kan in de woning vrijkomen door onder meer een slecht functionerend gastoestel of CV-ketel of een slecht werkend rookkanaal Maar bijvoorbeeld ook bij opslag van houten pellets in slecht geventileerde ruimten. Dan treedt zogeheten auto-oxidatie op waarbij hoge concentraties CO vrijkomen en zich in de ruimte ophopen.

Ook geeft een kwart van de geïnterviewden aan niet te weten hoe te handelen bij koolmonoxidevergiftiging. Daarom is de Nederlandse Brandwonden Stichting samen met Brandweer Nederland begin deze maand gestart met de publiekscampagne ‘Stop CO-vergiftiging’. Onder het motto ‘ventileer, controleer en alarmeer’ besteedt de campagne aandacht aan wat consumenten kunnen doen om CO-vergiftiging te voorkomen. Belangrijk campagne-onderdeel is de online test: Herken jij CO-vergiftiging? ‘Door bewustwording en kennisoverdracht willen we met deze campagne nieuwe incidenten voorkomen.’, aldus Jet Vroege.

En de winnares is….

18 november 2019

‘Een échte Fire Safety Engineering scriptie waarbij een actueel probleem bij de horens wordt gevat.’ Onder deze positieve eindkwalificatie van de jury heeft Farah Faudzi de IFV-VVBA-scriptieprijs 2019 in de wacht gesleept. Ze ontving de prijs tijdens het congres Fire Safety & Science in Arnhem, afgelopen donderdag (14 november), voor haar afstudeeronderzoek aan de Universiteit Gent (hosting Universiteit Edinburgh) over de brandontwikkeling tussen (brandbare) dakbedekking en PV-panelen boven het (onbrandbare) platte dak.

Tijdens haar onderzoek ontdekte Farah een zogeheten kritieke spouwhoogte van 17 á 20 cm tussen het platte dak en het PV-paneel. Als de hoogte van de spouw tussen dak en paneel kleiner is dan 17 tot 20 cm, werkt de spouw als een ‘versneller’: een trage uitbreiding van brand of een branduitbreiding op normale snelheid wordt dan omgezet in een snelle tot zeer snelle branduitbreiding. Bóven de kritieke spouwhoogte treedt dit verschijnsel niet op en is het risico op grote brandschade beperkt.

‘De scriptie is goed leesbaar en de uitleg van het doel en de aanpak zijn helder’ luidt verder het oordeel van de jury, ditmaal geformeerd uit Lieuwe de Witte (IFV), Ruud van Herpen (Fellow FSE), Ricardo Weewer (IFV) en David den Boer (VVBA). Met haar winnende scriptie ontvangt Farah een bedrag van € 1.200. Dat mag ze besteden aan bijvoorbeeld studieboeken, een cursus of een studiereis in het kader van FSE.

De scriptieprijs wordt jaarlijks georganiseerd door het IFV en de VVBA (Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs) en dient als waardering voor relevant afstudeerwerk op het gebied van brandveiligheid. Aan de editie van dit jaar, inmiddels de achtste in successie, hebben 11 studenten meegedaan die in 2018 of 2019 hun master- of bacheloropleiding hebben afgerond aan een onderwijsinstelling in het Nederlands taalgebied.

Herziene norm brandveiligheid daken gepubliceerd

14 november 2019

Bij het NEN is de herziene editie verschenen van NEN 6063 ‘Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken’. De 2019-versie van de norm vervangt de uitgave van 2008. NEN 6063 beschrijft de experimentele bepaling en klassering van de brandveiligheid van daken bij blootstelling aan vliegvuur en beperkte warmtestralingsintensiteit. Onder ‘dak’ wordt binnen deze norm ook de dakdoorbreking of lichtstraat verstaan. Voor het bepalen van het brandgedrag van begroeide daken en PV-modules (zonnepanelen) is de norm niet geschikt.

De normherziening is ingegeven door de recente (herziene) publicatie van de Europese norm NEN-EN 13501-5:2016 (Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen - Deel 5: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgevaarlijk zijn van daken) en de praktijkrichtlijn NPR-CEN/TS 1187:2012 (Beproevingsmethoden voor het brandgevaarlijk zijn van daken).

De Europese norm en praktijkrichtlijn zijn ontwikkeld in het kader van de Verordening bouwproducten voor CE-markering en bedoeld om de karakteristieke eigenschappen van dakbedekkingsproducten voor CE-markering vast te stellen. Zo specificeert de NPR vier verschillende methoden om het gedrag van een dak bij brand te beproeven. Testen volgens deze methoden kunnen onder meer inzicht geven in de uitbreiding van brand via het (uitwendige) dakvlak, branduitbreiding in de dakconstructie en het ontstaan van brandende druppels vanaf de onderzijde van het dak.

Het beoordelen van de brandveiligheid van daken van gebouwen in het kader van het Bouwbesluit 2012 kan met behulp van de NEN 6063:2019. In de nieuwe NEN 6063 zijn, vergeleken met de oude publicatie van 2008, de NVN-ENV 1187 vervangen door NPR-CEN/TS 1187 en het Bouwbesluit 2003 door het Bouwbesluit 2012. Ook zijn het onderwerp en toepassingsgebied aangepast. Bij de extrapolatieregels is een tekst opgenomen over gekleefde systemen.

NEN 6063:2019 is een product van de normcommissie ‘Brandveiligheidsaspecten bouwproducten en bouwdelen’. Deze commissie houdt zich bezig met de Nederlandse normen voor brandproeven voor bouwproducten en de Nederlandse inbreng bij Europese en mondiale normen voor brandproeven.

Wie hierin geïnteresseerd is en erover mee wil (en kan) praten, kan desgewenst toetreden tot de normcommissie. Informatie over deelname is in te winnen via e-mail bi@nen.nl. Meer informatie over NEN 6063:2019 en het normalisatieproces is verkrijgbaar bij Rob Kotte, secretaris normcommissie ‘Brandveiligheidsaspecten bouwproducten en bouwdelen’, via tel. (015) 2 690 324 of e-mail bi@nen.nl

NEN 6063:2019 is sinds 1 september jl. te bestellen in de NEN-Shop.

  • Foto: Elfstedenhal, Leeuwarden (TWA Architecten, © René de Wit).

Tools brandwerendheidsbepaling verzinkt staal

6 november 2019

Op verzoek van brancheorganisatie Zinkinfo Benelux heeft Bouwen met Staal vier tools ontwikkeld waarmee de ontwerper snel (en gratis) de brandwerendheid van verzinkte staalprofielen kan vaststellen.

De vierdelige ‘gereedschapskist’ bestaat uit twee tabellen, de zogeheten Euronogrammen en een XLS-rekentool. De rekentool bepaalt de brandwerendheid van verzinkt en niet-verzinkt staal, als functie van de profielfactor en de kritische temperatuur. De tool doet opgaaf van de brandwerendheid (in minuten, bij standaardbrand) van het verzinkte staalprofiel en geeft daarbij voor het vergelijk ook de brandwerendheid van hetzelfde profiel in ónverzinkt staal. De tool kan ook de staaltemperatuur van verzinkt en onverzinkt staal berekenen, bij een opgegeven profielfactor en brandduur.

De vier tools zijn kosteloos te downloaden van de webpagina Brandwerendheid van verzinkt staal. De achtergronden van de tools en tips en voorbeelden voor de praktische inzet zijn vastgelegd in het artikel ‘Verzinkt staal warmt trager op’ in de oktober 2019-editie van het vakblad Bouwen met Staal.

Voor een beknopte toelichting op de nieuwe ontwerphulpmiddelen kunt u terecht in het oktobernummer van de nieuwsbrief Brandveilig+Staal.

  • Foto: proefboerderij/kenniscentrum Dairy Campus, Leeuwarden (Arcadis, © Chiel de Nooyer).

Verzekeraars: ‘Miljoenen branden fors toegenomen’

29 oktober 2019

In de eerste helft van dit jaar is Nederland getroffen door 47 miljoenenbranden. Dat zijn er tien ofwel ruim een kwart meer dan in het eerste halfjaar van 2018. Dit blijkt uit cijfers van Stichting Salvage.

Voor de stijging van het aantal branden waarbij de schade meer dan een miljoen euro’s bedraagt, heeft de stichting geen directe verklaring: ‘Het aantal meldingen aan Salvage lag in de eerste zes maanden van dit jaar zelfs 0,7% lager dan in de eerste helft van 2018. Wel was juni een drukke maand met extreme warmte en veel onweersbuien’. De stichting denkt dat bij een enkele miljoenenbrand extreme weersomstandigheden de oorzaak kunnen zijn geweest. Ook kortsluiting, accu’s of menselijk handelen kunnen volgens de stichting ook aan deze branden ten grondslag liggen.

Van alle miljoenenbranden in het halfjaar van 2019 zijn 26 branden gekwalificeerd als zeer grote brand. In de eerste helft van 2018 vielen 17 branden in deze categorie. Net als vorig jaar zijn vooral bedrijfsgebouwen aan een miljoenenbrand ten prooi gevallen: 46,8 % tegen 51,4% in 2018. Opmerkelijk is de toename bij woningen. Scoorden woningen vorig jaar nog slechts 2,7%, dit jaar heeft dit type panden een aandeel van 12,7% op het totaal. Volgens Salvage gaat ’t hierbij vooral om woonboerderijen, villa’s en monumentale woonhuizen.

Behalve in juni zijn ook in maart de meeste miljoenenbranden gemeld, 10 per maand. De meldingen zijn redelijk gelijkmatig verdeeld over de veiligheidsregio’s. Regio Rotterdam springt er uit met 7 miljoenenbranden.

Stichting Salvage verzorgt namens de Nederlandse verzekeraars de persoonlijke opvang en begeleiding van gedupeerden, brengt de schade in kaart en gaat na hoe de schade kan worden beperkt en opgeruimd. Een Salvagecoördinator is doorgaans binnen een uur na melding bij de brand. Desgewenst kan de bevelvoerder van de brandweer de coördinator laten oproepen via de Regionale Alarmcentrale. Bij de meeste branden van enige omvang en ernst is wel een salvage-medewerker ter plaatse. Daarmee geven de cijfers van de stichting een representatief beeld van de miljoenenbranden in ons land.

Onderzoekrapport brand Grenfell Tower nog vóór de Brexit openbaar

20 oktober 2019

Met de Brexit komt ook de publicatie van het onderzoek naar brand in de Grenfell Tower in Londen dichterbij. Premier Boris Johnson heeft officieel verklaard dat het onderzoeksrapport uiterlijk een dag vóór het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU zal verschijnen. Daarmee staat de publicatiedatum op (uiterlijk) 30 oktober 2019.

De conclusies uit het onderzoek naar de ramp op 14 juni 2017, met 72 dodelijke slachtoffers, worden 30 oktober a.s. voorgelegd aan het Britse parlement. Vrees bestaat dat op dat moment de aandacht voor de Brexit de lessen uit het onderzoek gaat overschaduwen.

Overlevenden en familie en nabestaanden van slachtoffers, verenigd in Grenfell United, roepen op tot eerdere publicatie en parlementaire behandeling om te voorkomen dat het rapport ondersneeuwt bij de belangstelling voor de Brexit. ‘This is the most significant constitutional moment for our country in living memory. Laying the report in parliament on 30 October will guarantee that the report will not receive the attention it deserves. We expect that your report will contain substantial findings, and make recommendations of the utmost importance. Recommendations that will bring in changes that could save lives’, aldus Grenfell United in een brief aan onderzoeksleider Sir Martin Moore-Bick.

Het onderzoeksteam had de publicatie aanvankelijk gepland voor afgelopen voorjaar. Uitstel was echter onvermijdelijk omdat de onderzoeksopgaaf veel ingewikkelder en tijdrovender bleek dan bij aanvang aangenomen. Bewoners en nabestaanden kunnen het rapport wel als eersten inzien. Ze ontvangen het document 36 uur vóór de officiële publicatie, onder strikt embargo.

Het onderzoek startte in december vorig jaar met de eerste verhoren. Tot nu toe heeft het onderzoek zich vooral geconcentreerd op het optreden van de brandweer, de beslissing om bewoners in het appartementengebouw te laten blijven terwijl de brand zich verder ontwikkelde en op de communicatie tussen bewoners en personeel van alarmcentrales van hulpverleningsdiensten. Verwachting is dat het onderzoeksrapport conclusies levert over het management van de Londense brandweer en haar capaciteiten om een dergelijke (gevel)brand aan te kunnen. Ook is tijdens het onderzoek tot in de detail uitgezocht hoe de brand is ontstaan en hoe het vuur in nog geen 30 minuten vanaf vierde verdiepingvloer de top van het toren heeft kunnen bereiken.

Sommige bewoners en nabestaanden die aan het onderzoek hebben meegewerkt, hopen dat Martin Moore-Bick en zijn team ook kenbaar maken of het gebouw heeft voldaan aan de bouw- en brandveiligheidsvoorschriften. Tot op heden is dit nog onduidelijk.

In januari volgend jaar gaat het onderzoek een tweede fase in. Hierbij worden toedracht en oorzaken van de brand op 24 juni 2017 nader bekeken, inclusief de relevante beslissingen van de eigenaar van het 24-laagse gebouw (Royal Borough of Kensington and Chelsea), de gebouwbeheerder (Kensington and Chelsea Tenants Management Organisation), architectenbureau Studio E, hoofdaannemer Rydon en enkele toeleveranciers waaronder Celotex en Arconic. De uitkomsten van dit vervolgonderzoek worden op z’n vroegst in 2021 voorzien. Pas daarna is de weg vrij voor eventuele vervolging van verantwoordelijken door de Crown Prosecution Service.

  • Bron: The Guardian, foto: PA Images.

Studiedag Brandveiligheid gevels wegens succes geprolongeerd

14 oktober

Woensdag 23 oktober aanstaande beleeft de NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ haar vierde editie. Net bij als de voorgaande drie uitverkochte afleveringen, eerder dit jaar, fungeert de Koninklijke Metaalunie in Nieuwegein als host van een dagvullende kennissessie die informatieve hulp biedt bij het inventariseren en beoordelen van de risico’s op brand in gevels van zowel publieke als private gebouwen. De verantwoordelijkheid voor deze risico-inventarisatie en -weging berust bij de Nederlandse gemeenten. Eind vorig jaar ontvingen ze een oproep van minister Ollogren van Binnenlandse Zaken om niet alleen de eigen gebouwen aan inspectie te onderwerpen, maar ook de eigenaren van andere gebouwen binnen hun gemeentegrenzen hiertoe aan te moedigen.

Praktisch hulpmiddel bij het opsporen en beoordelen van gebouwen op (gevel)brandrisico is de ‘BZK risicotool Brandveiligheid gevels’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Tijdens de studiedag geeft de samensteller van de tool, Rudolf van Mierlo van DGMR, uitleg over opzet, werking en gebruik in de praktijk. De tool leent zich onder meer voor een eerste quickscan van de risico’s bij relatief hoge gebouwen met bijvoorbeeld een woon-, zorg- en/of logiesfunctie. De uitkomsten kunnen het vertrekpunt zijn van verder onderzoek.

Sinds de eerste NEN-studiedag in maart van dit jaar hebben al diverse gemeenten in ons land met de tool gewerkt. Ze delen hun, soms opmerkelijke, in alle gevallen leerzame ervaringen. De gebruikers van het eerste uur zijn de gemeente Rotterdam en Veiligheidregio Rotterdam. Beide organisaties hanteren de tool al sinds mei 2018. Victor Termijn van de gemeente en Alewin van Duin van de regio maken hun bevindingen openbaar en leveren aanbevelingen en tips voor een doeltreffende inzet.

Het complete studiedag-programma en het inschrijfformulier vindt u hier.
De kosten van deelname bedragen € 195 (per persoon). Wilt u alleen het ochtend- of middagdeel bijwonen, dan rekent u € 125 af.

De BZK Risicotool is hier gratis te downloaden. Behalve het rekenblad zijn daar kosteloos als PDF op te halen: de toelichting op de tool, de Handreiking Beoordeling brandveiligheid gevels, het Protocol inventarisatie en onderzoek brandveiligheid gevels en de brief van minister Ollogren aan de gemeenten.

  • Foto: Sammy Ofer Centre, Londen (Sheppard Robson Architects LLP, Octatube, © Hufton + Crow)

Ladies first

17 september 2019

De IFV-VVBA-scriptieprijs brandveiligheid 2019: wie ‘m wint blijft tot 14 november a.s. een best bewaard geheim van de jury, maar dat een vrouw ‘m wint staat vast. Afgelopen donderdag 12 september, tijdens de expertclass FSE–Next Generation, zijn de drie genomineerden voor de prijs bekend gemaakt en dat zijn alle drie dames. Even voorstellen:

  • Tineke School – Universiteit Twente, 'A Log Gaussian Cox process for predicting chimney fires at Fire Department Twente';
  • Soheila Bigdeli – Universiteit Gent, 'CFD simulation of medium / large scale fire plumes';
  • Farah Faudzi – Universiteit Gent (hosting Universiteit Edinburgh), 'Flame Propagation Between Flat Roofing and Photovoltaic Installations'.

De VVBA-scriptiecommissie, geformeerd uit David den Boer (Peutz), Danny Ruytenbeek Floriaan) en Erik Janse (BVEJ), koos de drie nominaties uit in totaal elf inzendingen, elk van een hoge kwaliteit. ‘De studenten hebben hun onderzoeken met grote diepgang aangepakt’, meent de jury. Dit jaar zijn vooral wetenschappelijke studies ingestuurd.

De genomineerde en overige ingezonden scripties zijn te lezen op fellowfse.nl

De winnares van IFV-VVBA-scriptieprijs brandveiligheid 2019 wordt 14 november a.s. bekend gemaakt op het Fire Safety & Science-congres in Arnhem. Zij toucheert een geldbedrag van € 1.200, te besteden aan de persoonlijke ontwikkeling in het vakgebied van brandveiligheid.

IFV en VVBA schrijven de scriptieprijs jaarlijks uit onder studenten die afstuderen aan master- of bacheloropleidingen van onderwijsinstellingen in het Nederlandse taalgebied. Ze kunnen meedoen met afstudeerscripties waarin relevante items op het gebied van bijvoorbeeld brandpreventie, brandbestrijding of nazorg op een treffende en inspirerende manier worden behandeld.

  • Afbeelding: zazzle.nl

Advertentie

Ontwerp herziene NEN 6068 voor commentaar

8 september 2019

Tot 1 december a.s. kunt u bij het NEN uw op- en aanmerkingen kwijt op het ontwerp van de gedeeltelijke herziening van NEN 6068. Deze norm dient voor het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) tussen ruimten.

De gedeeltelijke herziening betreft de normeditie van juni 2016 met bijbehorend correctieblad, eveneens van drie jaar geleden. De belangrijke wijzigingen ten opzichte van deze huidige versie op een rij:

  • de verwijzingen voor brandwerendheid van gesloten geveldelen en openingen zijn aangepast aan de meest recente versie van NEN 6069 (februari 2019). Deze norm is bestemd voor het beproeven en klasseren van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwdelen;
  • de vlamvormen voor hellende en niet-hellende gevels zijn beter op elkaar afgestemd;
  • de vlamvorm voor gevelopeningen met een balkon is nu uniform voor balkons en overstekken met een diepte vanaf 20 cm;
  • de formule voor de afkoeling aan de wanden van de brandruimte is aangepast aan de mogelijkheid om sterk hellende gevels te modelleren;
  • de voorwaarde dat een balkon aan weerszijden van een gevelopening uit moet steken om brandoverslag te voorkomen, is vervallen;
  • de formule voor de berekening van een brandruimte over meerdere verdiepingen is vereenvoudigd en verbeterd en
  • de formulering voor de vlam uit een dakopening bij industriefuncties is voor naast elkaar gelegen brandruimten of compartimenten aangepast aan de huidige werkwijze in de praktijk.

Ook is de NEN 6068 in lijn gebracht met het toekomstige Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Die afstemming resulteert in de eis dat bij een nieuw gebouw ten minste de helft van de eventueel benodigde brandwerendheid van de gevels moet worden bereikt ‘op eigen terrein’ ofwel van binnen naar buiten. Nu is het nog mogelijk om de volledige brandwerendheid, in het kader van brandoverslag en volgens het principe van spiegelsymmetrie, te laten verzorgen door de bebouwing op het buurperceel. Zodra de BBL van kracht is, is dit niet langer mogelijk. Via artikelen in het vakblad Bouwen met Staal en de nieuwsbrief Brandveilig+Staal gaat Bouwen met Staal u binnenkort uitgebreid informeren over de consequenties van de nieuwe voorschriften en de oplossingsrichtingen, in het bijzonder voor brandoverslag bij hallen.

  • Commentaar op het normontwerp kunt u indienen via normontwerpen.nen.nl Het commentaar mag uitsluitend worden gegeven op de delen van de tekst die in kaders staan. Deze delen bevatten de wijzigingen op de bestaande norm. Voor informatie over de norm en over het normalisatieproces kunt u terecht bij Marc Mergeay, Consultant Bouw & Installaties, tel. (015) 269 03 67 of e-mail bi@nen.nl.
  • Foto: bedrijfsgebouw Melis Logistics, Duiven (© JCRARCHITECTEN).

Advertentie

Firesafety & Security voor de installateur

30 augustus 2019

Congrescentrum 1931 van de Brabanthallen in Den Bosch is dinsdag 1 oktober a.s. the place to be voor de installateur. Dan is daar het Firesafety & Security Congres waarop ‘het businessmodel van de installateur in de nabije toekomst (2025) centraal staat.

De gezamenlijke congresorganisatoren Federatie Veiligheid Nederland (het vroegere VEBON-NOVB), VEB en Techniek Nederland trakteren de bezoekers op workshops, parallelsessies en plenaire lezingen over brandveiligheid, beveiliging en bedrijfsvoering. Michael Bertels (projectmanager bij Brandweer Nederland) en Patrick de Brouwer (ethisch hacker in dienst van Northwave) behoren tot de keynote speakers. De infomarkt van het event is de plek voor de contacten met collega’s en leveranciers.

Advertentie

Brandwerende details woningbouw gerevitaliseerd

22 juli 2019

Wellicht kent u zich nog van de SBR-publicatie uit 2009: brandwerende details voor de woningbouw. Ze zijn nu door ISSO verwerkt in het ‘ISSO-kleintje Brandwerende details woningbouw’ maar dan wel na een grondige update én een uitbreiding van de principedetails die in de woningbouw vaak voorkomen. Zoals de titel al prijs geeft, de details voor de utiliteitsbouw in de oude SBR-uitgave zijn niet overgenomen.

Voor elf details die vaak voorkomen in de woningbouw geeft de nieuwe ISSO-publicatie geeft vuistregels voor een adequaat ontwerp en uitvoering uit het oogpunt van brandveiligheid. ‘Brandwerende scheidingen zijn getest en gecertificeerd, maar de aansluitingen in een constructie zijn dat dikwijls niet’, stelt Aldo de Jong, adviseur Bouw bij ISSO, ‘Terwijl het Bouwbesluit eist dat de aansluitingen óók voldoende brandwerend zijn.’

In voorbeeld-bouwtekeningen van de details zijn de kritische branduitbreidingstrajecten aangeven met een rode pijl. Rood gearceerd zijn de onderdelen die essentieel zijn voor de brandwerendheid. Voor nagenoeg alle standaarddetails zijn ‘prestatielayers’ beschikbaar. De presentatielayer laat zien welke materialen in een aansluiting essentieel zijn om te voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit. Zo’n prestatielayer is ook voor handen bij nog eens 300 details die de publicatie niet hebben gehaald maar wel zijn opgenomen in de ISSO-Kennisbank

Om de brandwerendheid van scheidingsconstructies te beoordelen, is kennis van het gedrag van materialen bij brand bijzonder welkom. Daarom is in het ISSO-kleintje aan dit onderwerp een compleet hoofdstuk gewijd. Ook rekenregels worden aangereikt waarmee voor uiteenlopende materialen een indicatie van de brandwerendheid is te krijgen.

Aan het ISSO-kleintje is meegewerkt door onder meer Brandweer Nederland, BNA, Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland en de NEN-normcommissie 'Brandveiligheidsaspecten bouwproducten en bouwdelen'. De uitgave is verkrijgbaar via de ISSO-KennisBank.

Advertentie

Fire Safety & Science-congres introduceert resultaten praktijkonderzoek rookverspreiding

12 juli 2019

Woensdag 13 en donderdag 14 november a.s. beleeft het International Congress Fire Safety & Science alweer haar 12e editie. De organisatie van de nieuwe aflevering berust zoals voorheen bij IFV en de stichting Fellow FSE van de TU Eindhoven. En wederom is het tweedaagse programma gevuld met nieuwe wetenswaardigheden op het gebied van Fire Safety Engineering en brandbestrijding, waarbij geregeld bruggen worden geslagen tussen preventie en repressie. Op de rol staat onder meer de uitreiking van de IFV-VVBA Scriptieprijs, bestemd voor het meest innovatieve, relevante en fundamentale afstudeerwerk in brandveiligheid aan een Nederlandstalige master- of bacheloropleiding.

Een andere congres-highlight is tevens een primeur: de presentatie van de eerste uitkomsten van het praktijkonderzoek dat Brandweer Nederland, Brandweeracademie en Veiligheidsregio Utrecht hebben uitgevoerd naar de verspreiding van rook in woon(zorg)gebouwen. Het onderzoek vond van 24 juni tot 6 juli jl. plaats in een leegstaand woonzorgcentrum in Oudewater in de provincie Utrecht. Daarbij is onder meer nagegaan of senioren en andere minder zelfredzame personen een gebouw in geval van brand gemakkelijk kunnen ontvluchten of dat ze juist in hun appartement moeten blijven en onder welke omstandigheden en met welke voorzieningen zo’n ‘stay in place’-strategie verantwoord is.

Elke dag is de effectiviteit van een specifieke maatregel of combinatie van maatregelen tegen rookontwikkeling en -verspreiding bij brand aan de tand gevoeld. Onderzocht zijn onder meer het effect van rookwerende deuren, rookwerende deuren in combinatie met een watermistsprinkler, en van alleen een watermistsprinkler met de deur naar de vluchtweg in gesloten of juist open toestand.

Bij de experimenten, uitgevoerd door of met de brandweer, was echte rook in het spel, afkomstig van een echte brand. ‘Deze experimenten zijn uniek en hebben grote wetenschappelijke en praktische waarde’, meent René Hagen, lector Brandpreventie aan de Brandweeracademie. ‘Niet alleen de brandweer, maar ook gemeenten, woningcorporaties, zorginstelling en overheidsorganisaties hebben baat bij de kennis die de experimenten hebben opgeleverd.’

Advertentie

NEN 6075 in herziening

28 juni 2019

Nog tót 1 juli a.s. is commentaar welkom op het ontwerp van de herziene NEN 6075 ‘Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten’. Deze norm geeft de eisen en methoden voor het bepalen van de rookwerendheid van scheidingsconstructies in gebouwen.

De NEN 6075:2019 is bedoeld als opvolger van de huidige editie uit 2011. Net als de voorganger biedt de 2019-versie twee methoden voor het vaststellen van de weerstand tegen rookdoorgang (WRD). De eerste, momenteel gangbare methode is gebaseerd op het criterium E (vlamdichtheid betrokken op de afdichting) en drukt de WRD uit in minuten. Bij de tweede optie gaat ’t om de WRD in de klassen Ra of R200, op basis van lekkage. Het is de bedoeling dat deze methode vanuit de wet- en regelgeving wordt aangewezen voor nieuwbouw.

Op de lekkagemethode zijn, vergeleken met de uitgave van 2011, enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd. De prestaties van de afzonderlijke constructiedelen zijn niet langer bepalend, dat zijn nu de scheidingen waarin de constructiedelen zijn opgenomen. De prestatie van de scheiding wordt afgeleid uit de prestaties van de constructieonderdelen.

De lekkagemethode is gesplitst in twee opties: een eenvoudige en meer uitgebreide. De eenvoudige optie komt in hoofdlijnen overeen met de lekkagebepalingsmethode in de 2011-versie van de norm. Hierbij heeft een constructieonderdeel een rookdoorlatendheid van Sa (koude rook) of S200 (warme rook). Bij de meer uitgebreide optie kan een constructieonderdeel een rookdoorlatendheid hebben die gelijk is aan een veelvoud of deel van Sa of S200. De uitgebreide optie biedt tevens de mogelijkheid om rookverspreiding door een ventilatiesysteem te voorkomen, via een 20 minuten gewaarborgde mechanische afvoer. Voor de berekening van lekkage is een eenvoudige vuistregel toegevoegd.

Net als in de 2011-versie wordt de rookdoorlatendheid van constructieonderdelen uitgedrukt in Sa en S200. De rookwerendheid van scheidingen en de weerstand tegen rookdoorgang gaan voortaan echter in Ra en R200.

Advertentie

‘Sprinklers: óók voor vluchtveiligheid’

20 juni 2019

In de dagelijkse projectpraktijk worden sprinklers vooralsnog vooral toegepast om grotere brandcompartimenten mogelijk (en verantwoord) te maken. Maar sprinklers lenen zich ook voor het borgen van de vluchtveiligheid en andere (afgeleide) doelen van het Bouwbesluit. Dat blijkt het onderzoek dat Ruud van Herpen (technisch directeur bij Nieman en Fellow FSE aan de TU Eindhoven) heeft uitgevoerd in opdracht van VEBON-NOVB en EFSN.

Ruud van Herpen kreeg van zijn opdrachtgevers als opgave mee om de meerwaarde van sprinklers voor de brandveiligheid van gebouwen nader in kaart te brengen. ‘Sprinklers passen we al jaren toe. En niet alleen voor grotere brandcompartimenten’, meent de onderzoeker. ‘Ook is er aandacht voor het feit dat met sprinklerbeveiliging de brandwerendheid van de draagconstructie kan worden gereduceerd. En dat er nauwelijks een brandoverslagrisico is naar andere compartimenten of buurpercelen. Maar voor persoonlijke veiligheid en het verlengen van de vluchttijd middels sprinklers is nauwelijks aandacht. Daarom hebben bij dit onderzoek vooral gekeken naar het nut van sprinklerinstallaties voor vluchtveiligheid’.

Het onderzoek van Van Herpen wijst uit dat een sprinklerinstallatie de verspreiding van rook weliswaar niet direct tegengaat, maar in elk geval wél de productie van rook reduceert. Een vermindering van de rookproductie resulteert in een verruiming van beschikbare vluchttijd. En daarmee levert sprinklerbeveiliging een positieve bijdrage aan de vluchtveiligheid, zo luidt de algemene conclusie van het onderzoek.


Cumulatieve kansverdeling van de beschikbare tijd om te overleven in een corridor, grenzend aan een kleine ruimte waar brand woedt; links zonder sprinklers, rechts met sprinklers.

Tijdens de studie zijn simulaties uitgevoerd van de impact van brand en rook in drie veelvoorkomende situaties: een grote hoge ruimte, een grote lage ruimte en een kleine ruimte aan een corridor. Per situatie is de brand- en rookontwikkeling mét en zonder sprinklers nagebootst. De voornaamste conclusies hieruit en de verdere gevolgtrekkingen van Ruud van Herpen en John van Lierop van VEBON-NOVB, zijn opgetekend door brandveilig.com in dit artikel van 19 juni jl.

  • Foto: parkeer24.nl

Advertentie

Proefschrift en Praktijk

4 juni 2019

Aanstaande vrijdag (7 juni) opent het IFV haar deuren voor ‘Proefschrift en Praktijk’. Tijdens deze middagsessie geven Ron de Wit en Wout Broekema tekst en uitleg over de onderzoeken waarop zij onlangs zijn gepromoveerd. De kersverse promovendi gaan dan uitvoerig in op de voornaamste bevindingen van hun studies.

Ron de Wit, plaatsvervangend commandant Brandweer Twente, komt als eerste aan het woord over zijn proefschrift over de brandweerzorg. Met de afronding van zijn tien jaar durend onderzoek heeft hij een eerste stap gezet in het ‘meten’ van de waarde van brandweerzorg en wat dit betekent voor het maken van bestuurlijke keuzes. In zijn boek ‘Burgers, bestuur en brandweer’ beschrijft De Wit de resultaten van een vijftal waarderingsstudies, waaronder de betalingsbereidheid voor snellere opkomsttijden, de waarde van een statistisch mensenleven bij brandveiligheid en een keuze-experiment over brandweerbeleid onder burgemeesters. Na zijn uiteenzetting werpt Ricardo Weever (lector Brandweerkunde IFV) vanuit de praktijk en het brandweeronderwijs zijn licht op het onderzoek van de Wit en duidt de betekenis en waarde ervan voor de praktische brandweerzorg.

Erie Braakhekke (decaan Crisismanagement Academie IFV/Politieacademie) gaat een vergelijkbare toetsing uitvoeren op het proefschrift van Wout Broekema, docent aan de Universiteit Leiden. Broekema stelde zich de onderzoeksvraag: ‘Hoe leren publieke organisaties van crisis en welke factoren en mechanismen verklaren dit proces van crisis-geïnduceerd leren?’ Door te leren van een crisis stellen publieke organisaties zichzelf in staat om (vergelijkbare) crises in de toekomst te voorkomen óf in elk geval effectiever te reageren als zo’n crisis zich (toch weer) voordoet. We zien echter dat deze organisaties doorgaans veel moeite hebben om van een crisis te leren, meent Broekema. Aan de hand van vier deelstudies is de Leidse universitair docent tot zijn constateringen en conclusies gekomen, die hij op 7 juni publiekelijk belicht.

‘Proefschrift en Praktijk’ wordt een wetenswaardige aangelegenheid voor professionals die beroepsmatig betrokken zijn bij brandweerzorg, brandweerkunde en crisismanagement óf daarvoor een warme interesse aan de dag leggen.

Advertentie

Branden met zonnepanelen geïnventariseerd

27 mei 2019

TNO heeft een verkennende studie afgerond naar brand-incidenten bij zonnepanelen. De onderzoeksinstelling hield 27 bekende incidenten, voornamelijk uit 2018, tegen het licht. Van de 27 hebben 23 plaatsgevonden bij woningen. Dit is 0,014% van het totaal aantal van ongeveer 170.000 systemen dat in 2018 is geïnstalleerd. In enkele gevallen heeft TNO de oorzaak van de brand niet direct weten te herleiden. Alle onderzochte branden hebben slechts economische schade gegeven, slachtoffers zijn niet gevallen.

Ervaringen en studies uit het buitenland wijzen al uit dat onvakkundige installatie een veelvoorkomende oorzaak is. De meest risicovolle factoren hierbij zijn het onvakkundig verbinden van stekkers aan kabels en het combineren van verschillende merken stekkers van hetzelfde type (‘cross-mating’). Cross-mating kan leiden tot overgangsweerstanden, interne vlambogen, warmteontwikkeling en uiteindelijk brand.

Een belangrijke observatie uit het rapport is dat relatief veel branden optreden bij zogeheten in-daksystemen, vergeleken met op-daksystemen. Bij een op-daksysteem liggen de zonnepanelen boven de dakpannen. De dakpannen zorgen voor brandwerendheid. Bij het in-daksysteem zijn de dakpannen vervangen door de zonnepanelen. De panelen liggen op kleinere afstand van materialen zoals dakfolies en isolatiemateriaal. Hierdoor ontstaat een groter risico op brand.

Op de grond van de bevindingen doet TNO onder meer de aanbeveling om per direct installateurs voor te lichten over de noodzaak van deugdelijke verbindingen. Daarnaast adviseert het onderzoeksinstituut om normen dan wel richtlijnen op te stellen om bijvoorbeeld cross-mating de wereld uit te helpen. Het Bouwbesluit (2012) stelt wel eisen aan de brandwerendheid van de totale dakopbouw, maar niet aan de brandwerendheid van materialen die zich onder de buitenste daklaag bevinden.

Ook pleit TNO voor een landelijke testfaciliteit waar samen met marktpartijen en brandweer stress-tests worden uitgevoerd op zonne-stroomsystemen op testdaken en de risico’s in kaart worden gebracht. Zo’n faciliteit is van groot belang om de veiligheid van (geïntegreerde) PV-systemen te bevorderen, aldus TNO.

De studie is uitgevoerd in opdracht van RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Het initiatief kwam van brancheorganisatie Holland Solar. Voor de inventarisatie heeft TNO gesproken met PV-installateurs en -leveranciers, verzekeraars, schade-experts, zonne-energieonderzoekers, deskundigen op het gebied van daken en normeringen, DBA-KIWA, IFV, de brandweer en met bewoners.

Advertentie

20 mei 2019

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. De wet is met een vrij ruime meerderheid aangenomen.

De wet treedt per 1 januari 2021 in werking. Vanaf die datum berust de technische toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning aan het Bouwbesluit niet langer bij de gemeente. In plaats van daarvan vindt private kwaliteitsborging plaats. Private partijen moeten daarbij aantonen dat een bouwplan voldoet aan de Bouwbesluit-eisen. Een onafhankelijke kwaliteitsborger verzorgt de kwaliteitsbewaking, aan de hand van een kwaliteitsinstrument.

Het terugdringen van bouwfouten, een betere bouwdiscipline, versterking van de positie van de opdrachtgever en meer evenwichtige relatie tussen opdrachtgever en bouwende partijen binnen projecten zijn de belangrijke uitgangspunten van de nieuwe wet. In het nieuwe stelsel dient de hoofdaannemer, al of niet samen met onderaannemers en leveranciers, bij oplevering aan te tonen dat het bouwwerk voldoet aan de regelgeving. Daartoe moet een opleverdossier beschikbaar zijn. De aannemer dient de opdrachtgever bovendien kenbaar te maken hoe risico’s op gebreken en schade zijn afgedekt. Mochten zich na oplevering gebreken voordoen, dan is de bouwer hiervoor aansprakelijk te stellen.

De wet geldt vanaf 1 januari 2021 vooralsnog alleen voor eenvoudige bouwwerken, zoals woningen. De regels voor meer complexe opgaven volgen nog. In aanloop naar de implementatie van het nieuwe regime per 2021 is er nog veel werk aan de winkel. Naast de verdere uitwerking van de wet, moet een nieuwe toelatingsorganisatie worden opgezet en honderden kwaliteitsborgers opgeleid. Via onder meer proefprojecten worden de betrokken bouwdisciplines vertrouwd gemaakt met kwaliteitsborging in de praktijk.

De datum van 1 januari 2021 is overigens niet geheel onwrikbaar. Als uit nieuwe experimenten blijkt dat de sector nog niet voldoende klaar is voor het nieuwe stelsel, is uitstel van invoering mogelijk. In die ‘ontsnappingsclausule’ voorziet een Bestuursakkoord dat minister Ollongren vorig jaar sloot met de gemeenten.

Advertentie

Geen Nood Bij Brand vernieuwd

11 mei 2019

De methode Geen Nood Bij Brand is weer helemaal bij de tijd. De Vakgroep Veilig Gebruik en Toezicht van Brandweer Nederland heeft de methode geheel geactualiseerd. De update volgt op de aanbevelingen van het landelijk onderzoek ‘Terugblik op Geen Nood Bij Brand’.

Geen Nood Bij Brand beschrijft in klare taal hoe een risicogerichte aanpak kan resulteren in een betere brandveiligheid van gebouwen. De methode is bruikbaar voor alle typen gebouwen (en nu ook landelijk beschikbaar), maar spitst zich toe op gebouwen met kwetsbare gebruikers en dat zijn vooral de gebouwen voor de gezondheidszorg. De methode is dan ook in 2008 ontwikkeld in nauwe samenwerking met zorgorganisatie SiZa in Arnhem.

De methode telt vier hoofdbestanddelen, elk met een eigen pakket aan ‘tools’ zoals een ontruimingsplan, een e-learningmodule, communicatiemiddelen en een masterplan brandveiligheid. Brandweer en de medewerkers die binnen de zorginstelling betrokken zijn bij de brandveiligheid bepalen samen welke tools geschikt zijn voor hun specifieke situatie. De opeenvolgende fasen van de risicogerichte aanpak en eventuele inzet van tools zijn vervat in een overzichtelijk schema, aangevuld met een korte tekstuele toelichting per fase: vanaf de ‘nulmeting’ tot en met de evaluatie. Uiteraard laat de methode toe dat in de praktijk een bepaalde fase worden overslagen of een andere volgorde wordt aangehouden. Dat is afhankelijk van wat brandweer en instelling samen overeenkomen.

Een gezamenlijke voorbereiding is wel de onontbeerlijke basis voor een geslaagde toepassing. Zo behoort de zorginstelling een bhv-organisatie te hebben en de brandweer kennis te bezitten van de specifieke brandrisico’s binnen de instelling. En als het Geen Nood Bij Brand-traject gezamenlijk doorlopen is, is ’t natuurlijk niet klaar met de aandacht voor brandveiligheid. De continue zorg voor de brandveiligheid hoort dan deel uit te maken van een operationeel veiligheidvolgsysteem van de zorgorganisatie.

  • Een folder over Geen Nood Bij Brand, uitleg over de methode, een beschrijving van de tools en de poster met het stroomschema uit de methode zijn kosteloos op te halen uit de kennisbank van www.dezorgbrandveilig.nl
  • Meer informatie over de vernieuwde methode is in te winnen bij Nienke van Jole, nienke.van.jole@brandweermwb.nl van de Vakgroep Veilig Gebruik & Toezicht, Brandweer Nederland.

Advertentie

Wakker Dier bezorgt over groeiend aantal megastallen

1 mei 2019

Tussen 2010 en 2017 is het aantal megastallen in Nederland met 76 procent toegenomen, van 456 in 2010 tot 801 in 2017. Dat stelt Wakker Dier op grond van recente onderzoekscijfers van Wageningen University & Research. De dierenrechtenorganisatie is ernstig bezorgd over de groei: ‘Megastallen verhogen de risico’s op ziekten én op brand, temeer omdat veel stallen niet zijn uitgerust met bijvoorbeeld een sprinklerinstallatie. Dat treft ontzettend veel dieren’, stelt Anne Hilhorst van Wakker Dier.

De toename zit ‘m volgens Wakker Dier vooral in de melkkoe-megastallen. Dit type stal is tussen 2010 en 2017 in aantal meer dan verdubbeld: van 197 tot 439 in 2017. Een stal is een megastal als er meer dan 7.500 vleesvarkens, 1.200 fokvarkens,120.000 leghennen, 220.000 vleeskuikens, 250 melkkoeien, 2.500 vleeskalveren of 1.500 geiten in leven. Per jaar zitten in totaal zo’n 75 miljoen dieren in megastallen. Volgens Wakker Dier maken geiten, moedervarkens en legkippen de grootste kans om in een megastal terecht te komen.

De afgelopen tien jaar stierven in totaal 1,5 miljoen dieren bij een stalbrand, waarvan bijna 122.000 vorig jaar. Kortsluiting en (onderhouds)werkzaamheden in de stal zijn volgens Brandweer Nederland de meest voorkomende oorzaken van stalbrand, beide zo’n 15 procent. Tien procent ontstaat door blikseminslag en 10 procent door broei. Vaak blijft de oorzaak onbekend. Bij stalbranden kan het vuur zo vernietigend zijn, dat de oorzaak niet meer te achterhalen is.

Wakker Dier wil dat de overheid de megastal verbiedt, vanwege de risico’s maar ook ‘door de focus op steeds lagere kosten, waardoor het dierenwelzijn steeds meer in gedrang komt. In megastallen is nauwelijks ruimte voor bijvoorbeeld stro of natuurlijk gedrag’, vindt Hilhorst van Wakker Dier.

Sinds 2014 moeten megastallen voldoen aan strengere milieu- en veiligheidseisen. Zo dienen luchtwassers te zijn geïnstalleerd die schadelijke stoffen zoals ammoniak uit de lucht in de stallen halen. Elektrische apparaten moeten in aparte ruimten zijn ondergebracht. Ook is dikwijls brandcompartimentering verplicht om de uitbreiding van brand te voorkomen of zoveel mogelijk te verhinderen.

Met NEN 6060 en 6079 is vast te stellen of een groot compartiment van een ‘lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’ voldoet aan de functionele eisen in het Bouwbesluit 2012 als het gaat om het voorkomen van branduitbreiding. Hiertoe is vorig jaar aan beide norm een aparte bijlage voor veestallen toegevoegd.

De normen zijn van toepassing op compartimenten die groter zijn dan het Bouwbesluit 2012 strikt genomen toestaat: 1.000 m2 of meer óf, in geval van industriefuncties, 2.500 m2 of meer. Daarbij wordt een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel in het Bouwbesluit (artikel 1.3). NEN 6060 is bestemd voor zowel nieuwe als bestaande stallen. NEN 6079 is uitsluitend toepasbaar bij nieuwbouw.

Advertentie

Inschrijving Scriptieprijs geopend

23 april 2019

Twaalfhonderd euro. Dat bedrag ligt in het verschiet voor de winnaar van de Fire Engineering Scriptieprijs 2019. Om kans te maken op de prijs en het prijzengeld stuur je vóór 1 september a.s. je afstudeerscriptie over een belangwekkend brandveiligheidsonderwerp in.

IFV en VVBA stellen de Fire Engineering Scriptieprijs 2019 beschikbaar aan studenten die hun master- of bacheloropleiding aan een onderwijsinstelling in het Nederlandse taalgebied in 2019 of 2018 afronden. Ze kunnen meedoen met een afstudeerscriptie waarin een relevant item op het gebied van bijvoorbeeld brandpreventie, brandbestrijding of nazorg op een treffende en inspirerende manier wordt uitgediept. De thesis dient in het Nederlands of Engels te zijn opgesteld. Er zijn 420 studiebelastingsuren aan besteed en (uiteraard) heeft de onderwijsinstelling de scriptie al met minimaal een voldoende gewaardeerd. De jury van de Scriptieprijs gaat de inzending aan de tand voelen op actualiteit en maatschappelijke relevantie van het onderwerp, de mate van innovatie, de toepasbaarheid en de diepgang en het wetenschappelijk niveau van de thesis.

De genomineerden voor de prijs worden bekend gemaakt tijdens de Expertclass Fire Safety Engineering van de TU Eindhoven, donderdag 12 september a.s. Donderdag 14 november mogen de genomineerden hun scriptie presenteren tijdens het IFV FSS-congres. Aansluitend wordt hier de winnaar bekend gemaakt. Het prijzengeld (€ 1.200) is voor de verdere ontwikkeling van de eigen kennis en ervaring in brandveiligheid.

  • Scripties indienen kan vóór 1 september 2019 bij Chantal Bouwhuis via c.bouwhuis@nieman.nl, als PDF met de samenvatting op een A3-poster.
  • Download de deelnamecriteria
  • Foto: de winnaar van vorig jaar, Nick Tenbült (rechts op de foto met juryvoorzitter Paul Verlaan). Nick Tenbült won de prijs met de scriptie ‘Cooling of a hot smoke layer by a sprinkler spray – Validation of a CFD-model’ waarmee hij afstudeerde aan de masteropleiding Building Physics and Services van de TU Eindhoven.

Advertentie

NEN 6069 gecorrigeerd

15 april 2019

Het NEN heeft begin deze maand een correctieblad gepubliceerd bij de NEN 6069+A1. Deze Nederlandse norm geeft de methoden voor het beproeven en klasseren van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten in Nederland. De norm uit 2011 kreeg in 2018 al een aanvulling (A1:2018). Het verse correctieblad (C1:2019) dient enkele onduidelijkheden bij toepassing van de norm in de praktijk weg te nemen. De mutaties betreffen deuren en zijlichten, vliesgevels en horizontale brandoverslag.

Deurconstructies die breder zijn dan 6 m en beweegbare delen bevatten, moeten voldoen aan het criterium EI2 van de norm. Bij toepassing van zijlichten in deze constructies kán een beweegbaar deel minder dan 6 m breed uitvallen. In dat geval leidt de oude normtekst tot een onbedoelde eis met een criterium EI2 aan het beweegbare deel. Hierop zijn nu correcties doorgevoerd.

Over de beoordeling en beproeving van vliesgevels is de bestaande tekst verduidelijkt. Hierdoor wordt de relatie verhelderd tussen NEN 6069+A1 en NEN-EN 1364-4, de Engelstalige norm uit 2014 voor het bepalen van de brandwerendheid van niet-dragende bouwdelen – deel 4: Vliesgevels – Gedeeltelijke opstelling.

  • Inclusief correctieblad en aanvulling is de NEN 6069 á € 65 (excl. btw) te bestellen in de NEN-Shop  De NEN 6069+A1+C1:2019 nl vervangt de NEN 6069+A1:2016 nl

Advertentie

Studiedag Brandveiligheid gevels: BZK-tool vergemakkelijkt inschatten brandrisico

5 april 2019

De NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ heeft haar eerste twee edities beleefd: afgelopen donderdag 7 maart en woensdag 20 maart, beide malen in een uitverkocht kantoor Metaalunie, Nieuwegein. Aanleiding voor de kennisbijeenkomst is de landelijk gewenste inventarisatie en beoordeling van private en overheidsgebouwen op (verhoogd) brandrisico in de gevel. Tot dit ‘veldonderzoek’ riep Minister Ollogren van Binnenlandse Zaken eind vorig jaar op. De uitvoering is nu aan de gemeenten.

Als handige hulp bij het traceren en wegen van gebouwen op (gevel)brandrisico is er nu de ‘BZK risicotool Brandveiligheid gevels’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De tool werd tijdens de studiedag uit de doeken gedaan door Rudolf van Mierlo van DGMR, samensteller van de tool. De risicotool omvat spreadsheets met een viertal kenmerken van de gevel (zoals de materialisering van het buitenblad en de aanwezigheid van een geventileerde spouw) en vijf kenmerken van het gebouw en het gebruik van het gebouw (waaronder de gebruiksfunctie, gebouwhoogte en ligging van vluchtroutes). Voor elk kenmerk moet een waarde worden ingegeven, afkomstig uit een korte lijst van opties. Na invoer op alle negen kenmerken volgt de indeling van het gebouw in een van de klassen: rood, oranje, geel, groen. De kleurcodering staat (uiteraard) symbool voor de grootte van het (potentieel) risico.

Bij relatief hoge gebouwen met een zorg-, woon- of logiesfunctie kan de tool eenvoudig een eerste quickscan verzorgen. ‘Het kan met weinig brandtechnische kennis worden uitgevoerd’, aldus Van Mierlo, ‘Stap op de fiets, inspecteer de gebouwen en voer de bevindingen in de tool. Er rolt vanzelf een beoordeling uit.’ Die beoordeling dient wel als opmaat van nadere studie en analyse. Van Mierlo: ‘Het is een ruwe indicatie, een startpunt van waaruit je verder onderzoek moet doen’.

De BZK Risicotool is hier gratis te downloaden. Behalve het rekenblad zijn daar kosteloos als PDF op te halen: de toelichting op de tool, de Handreiking Beoordeling brandveiligheid gevels, het Protocol inventarisatie en onderzoek brandveiligheid gevels en de brief van minister Ollogren aan de gemeenten.

  • De NEN-studiedag van 7 of 20 maart gemist? Dinsdag 23 april a.s. is de derde aflevering, wederom bij de Metaalunie in Nieuwegeing. Inschrijven kan hier. De deelnamekosten bedragen (slechts) € 195 (p.p.).
  • Een uitgebreid verslag van de eerste twee episodes kunt u lezen op brandveilig.com
  • Foto: Bibliotheek Deventer (Bierman Henket architecten, © Joep Jacobs)

Advertentie

Brandweer druk bezet in 2018

25 maart 2019

Het CBS heeft afgelopen woensdag de nieuwe, definitieve cijfers gepubliceerd over meldingen van branden en andere incidenten in 2018. Daaruit blijkt dat de Nederlandse brandweerkorpsen in het voorbije jaar bepaald niet hebben stilgezeten. Bij de meldkamers van de veiligheidsregio’s kwamen bijna 244.600 meldingen binnen, waarvan 117.980 brandmeldingen en 126.620 verzoeken om hulpverlening. Dat is 12 procent meer dan in 2017. Over dat jaar noteert het CBS in totaal 218.920 meldingen: ruim 115.340 voor brand en 103.580 voor hulpverlening.

De vele natuurbranden in de maanden juni en juli van het vorig jaar deden een behoorlijke duit in het zakje. ‘We zijn twee keer zo vaak uitgerukt dan in de jaren daarvoor’, bevestigt Stephan Wevers, voorzitter van Brandweer Nederland. ‘Bij branden in de natuur rukt de brandweer standaard met meerdere eenheden uit, om zo een snelle uitbreiding te voorkomen. Ondanks de vakantieperiode, waren er steeds voldoende collega’s – zowel vrijwilligers als beroepskrachten – snel beschikbaar. Ook al waren deze branden niet om de hoek van de kazerne, maar vaak in afgelegen gebied. We deden er gemiddeld 12 seconden langer over om bij onze bestemming te komen, maar dat is te verklaren door het feit dat de rijtijd naar een afgelegen natuurgebied langer is dan in stedelijk gebied. Vanuit 960 kazernes zijn we gemiddeld in minder dan acht minuten ter plaatse.’ Wevers vindt het goed dat dit nog steeds binnen de normtijden is. ‘Sneller gaat niet. Ondanks toegenomen verkeersdrukte zijn deze cijfers al jaren stabiel en behoren hiermee tot een van de snelste brandweerorganisatie van Europa.’

Mede door de stijging van natuurbranden, op grotere afstand van de kazerne, viel de gemiddelde responstijd van de brandweer in 2018 iets hoger uit dan in 2017, zo wijzen de CBS-cijfers inderdaad uit. Gemiddeld kost ’t de brandweer 7,9 minuten om ter plaatse te zijn. Dat is 0,2 minuten ofwel 12 seconden langzamer dan een jaar eerder. De gemiddelde alarmeringstijd en rijtijd nemen beide met 6 seconden toe. De gemiddelde rijtijd was vooral hoger in regio’s met meer natuur- en bermbranden dan in 2017.

Ook het aantal verzoeken om hulpverlening steeg fors in 2018: met 23.000 ten opzichte van het jaar ervoor. Wevers: ‘We zien een voorzichtige trend dat de brandweer vaker wordt ingezet voor hulp. We hebben – naast de natuurbranden – ook vaker te maken met de toename van hulpverlening, waaronder ongevallen en stormen. We gaan kijken of dit incidenten zijn of dat er sprake is van een patroon waar we de komende jaren mee te maken krijgen en welke impact dit heeft op onze brandweerorganisatie.’

Advertentie

PPS bij industriële incidentbestrijding nader verkend

17 maart 2019

Branden en andere incidenten bij grote industriële bedrijven zijn vaak sneller en effectiever te bestrijden als de bedrijfsbrandweren en de overheidskorpsen goed samenwerken. Maar hoe dat je dat? Het IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) heeft ’t onderzocht.

Diverse grotere industriële ondernemingen in ons land beschikken over een eigen bedrijfsbrandweer met veel specifieke kennis, kunde en materieel voor het bestrijden van industriële branden en verwante incidenten. Ze bezitten een eigen gaspakkenteam, een eigen schuimvoorraad. Ook hebben ze vaak samenwerkingsafspraken met hun brandweerregio.

Voor een bovenregionale inzet bestaan dergelijke afspraken echter nog niet en dat moet veranderen, vindt de stuurgroep Verkenning samenwerking overheids- en bedrijfsbrandweren, waarin de overheids- en bedrijfsbrandweren zijn vertegenwoordigd. Immers, een industriële brand of bijvoorbeeld een transportongeval met gevaarlijke stoffen kan overal plaatsvinden en bovenregionale consequenties hebben.

Daarom heeft de stuurgroep aan het IFV opdracht gegeven om nut, noodzaak en mogelijkheden voor publiekprivate samenwerking (PPS) bij bovenregionale inzet nader te verkennen. Het IFV heeft de theorie over PPS (modellen, succesfactoren en structuren) tegen het licht gehouden en de bestaande praktische samenwerkingsverbanden in Nederland en buitenland op dit gebied in kaart gebracht.

Via interviews zijn ook de wensen ten aanzien van PPS van beleidsbepalende functionarissen bij zowel bedrijfs- als overheidsbrandweer geïnventariseerd. Ze zijn onder meer bevraagd over de gewenste PPS-scenario’s bij bovenregionale inzet, aankomsttijden, aansprakelijkheid tijdens een inzet en hoe de bovenregionale PPS zou moeten worden doorgevoerd.

Het IFV heeft alle bevindingen, inclusief conclusies en literatuurlijst, vastgelegd in het rapport ‘Bovenregionale publiekprivate samenwerking tussen de overheidsbrandweer en bedrijfsbrandweren ten behoeve van industriële incidentbestrijding’. De 80 pagina’s tellende uitgave (februari 2019) is hier gratis als PDF te downloaden.

  • Foto: IFV.

Advertentie

Aanklachten Grenfell in de wacht

7 maart 2019

Pas eind 2021 wordt bekend gemaakt wie wordt (of worden) aangeklaagd voor de desastreuze brand in de Grenfell Tower in Londen op 14 juni 2017. Bij de brand in het 24-laagse woongebouw met sociale-huurappartementen vielen 71 dodelijke slachtoffers en 77 gewonden.

De betrokken onderzoekers en aanklagers laten weten dat het onderzoek en de verhoren nog ruim 2,5 jaar in beslag gaan nemen. ‘We hebben altijd gezegd dat het tijd gaat kosten. Willen we het onderzoek grondig en volledig doen, dan moeten we alle relevante informatie overwegen’, stelt onderzoeksleider Matt Bonner. ‘Al het bewijsmateriaal dat in het onderzoek naar boven komt, moet in het eindrapport komen te staan.’ De nabestaanden, overlevenden en de verdere lokale gemeenschap is volgens Donner van het tijdspad op de hoogte gesteld. Het Grenfell-dossier omvat inmiddels 476.000 documenten.

Veel gedupeerden zijn boos of verontwaardigd. ‘Extreem frustrerend en ontmoedigend dat het onderzoek zo lang moet duren’, aldus een woordvoerder van de overlevenden en nabestaanden in een reactie in The Guardian.

  • Foto: Tasnim news.

Advertentie

Artsen starten onderzoek naar brand en andere incidenten in Nederlandse ziekenhuizen

26 februari 2019

Dennis Barten en Nathalie Peters, beide als arts verbonden aan de afdeling SEH (Spoedeisende Hulp) van het VieCuri Medisch Centrum Venlo gaan onderzoeken hoe ziekenhuizen in ons land omgaan met crisissituaties zoals brand.

Ziekenhuizen geven vrijwel nooit ruchtbaarheid aan incidenten, bijvoorbeeld in de vorm van een publicatie, stellen de arts-onderzoekers vast. Dat kan anders, want juist door te publiceren kunnen ziekenhuizen van elkaar leren, meent het tweetal. Op hun SEH in Venlo kwam op 18 mei 2017 het plafond naar beneden. Niemand raakte gewond en het ziekenhuis wist snel vervangende opvang van patiënten te regelen. Barten en Peters wijdden een wetenschappelijke publicatie aan het incident dat wereldwijd werd gedistribueerd onder vakgenoten en andere betrokkenen binnen de ziekenzorg. Daarbij ontdekten ze dat het aantal internationale uitgaven over omgaan met incidenten binnen ziekenhuizen op de vingers van een hand te tellen zijn.

‘We willen in kaart brengen wat de afgelopen tien jaar in Nederlandse ziekenhuizen is voorgevallen’, zegt Barten ‘Dan kunnen ziekenhuizen zich beter voorbereiden.’ In rampenplannen van ziekenhuizen is weliswaar in het algemeen beschreven hoe om te gaan met brand, maar voor acute voorvallen op specifieke afdelingen bestaat volgens de Venlose artsen geen ‘plan B’. Het kan dan gaan om het uitvallen van de ICT, zoals onlangs in een Nijmeegs ziekenhuis, of het weigeren van de noodstroomvoorziening in een instelling in Roermond.

In Venlo is gelukkig veel goed gegaan, maar zijn ook fouten gemaakt waaruit de artsen leringen hebben getrokken, aldus Peters en Barten. ‘Zo is de pers te laat geïnformeerd, waardoor een geruchtenstroom is ontstaan. De volgende keer gaan we eerder communiceren’, belooft Barten. De beide artsen verwachten dik drie jaar voor hun onderzoek uit te trekken.

  • Foto: VieCuri Medisch Centrum, Venlo (aan de amstel architecten, Sweegers en de Bruyn Ingenieurs).

Advertentie

Drie dagen brandkennis

14 februari 2019

Brandveiligheid. Het blijft een veelomvatttend aandachtsveld van het ontwerpen en dimensioneren van staal- en staal-betonconstructies van gebouwen. Wat zijn de eisen en randvoorwaarden en welke concepten en oplossingen zijn voor handen om de (draag)constructie van uw gebouw op een economische manier brandveilig te maken? Die vragen kunt u zelf (nog beter) beantwoorden na deelname aan de driedaagse cursus ‘Brand en brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies’ van Bouwen met Staal.

De cursus start donderdag 14 maart a.s. in De Meern met een middag-/avond over de verschillende brandveiligheidsconcepten voor gebouwen, de brandveiligheidseisen voor hallen en verdiepinggebouwen en de brandwerendheidseisen voor draagconstructies en gevels. Daarna volgt tekst en uitleg over de verschillende oplossingen voor het (verhogen van) de constructieve brandwerendheid. Over de keuze en inzet van brandwerende plaat, -mortel of -coating, maar ook over de mogelijkheden om het staal zónder aanvullende bescherming toe te passen.

Cursusdag twee, op donderdag 21 maart, staat in het teken van het berekenen van de brandwerendheid van staalconstructies volgens EN 1993-2 en de inzet van Fire Safety Engineering (FSE) in de projectpraktijk. Dat gaat vergezeld van demonstraties van rekentools als Ozone (voor het bepalen van de temperatuurontwikkeling bij natuurlijke brand en de thermische respons van de staalconstructie, op basis van EN 1991-1-2) en CaPaFi (berekening van de opwarming van staalconstructiedelen bij branden in parkeergarages, volgens EN 1991-1-2).

Op de slotdag, donderdag 28 maart 2019, krijgt docent Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) gezelschap van Rob Stark (mede-directeur en constructief ontwerper bij IMd Raadgevende Ingenieurs). Het duo zet het rekenen aan staal-betonconstructies bij brand volgens EN 1994-1-2 uiteen. Hierbij worden de gebruiksmogelijkheden getoond van de rekentools Potfire (betongevulde buiskolommen), Gligger (geïntegreerde stalen liggers) en MACS+ (staalplaat-betonvloeren met stalen liggers).

Deelnemen aan de cursus kost u € 1.335, als uw bedrijf lid is van Bouwen met Staal óf € 1.565 als dat (nog) niet zo is. voor overige deelnemers). Bij de prijs zijn inbegrepen de avondmaaltijden, de syllabus met powerpointsheets van de inleiders én een uitgebreide collectie relevante literatuur, waaronder de Bouwen met Staal-boeken ‘Brand – Eurocode 3’ en ‘Staal-beton – Eurocode 4 en de ontwerphandleiding en het achtergronddocument bij de tool MACS+. Deelnemende constructeurs ontvangen bovendien 9 KE/PE-punten (permanente-educatiepunten) voor het Constructeursregister.

  • Programma en aanmeldingsformulier
  • Foto: Trainingsaccommodatie 1908 Feijenoord, Rotterdam (architectuur: Moederscheim Moonen Architects, constructief ontwerp: IMd Raadgevende Ingenieurs, © Bart van Hoek Architectuurfotografie). De draagconstructie van het gebouw bestaat een staalskelet (met schuin geplaatste kolommen in de gevelzones), gecombineerd met verdiepingvloeren van kanaalplaten met geïntegreerde stalen liggers. Het gebouw is vorig jaar opgeleverd.

Advertentie

Handreiking voor incidentbestrijding wegtunnels

4 februari 2019

Branden of andere calamiteiten in verkeerstunnels zijn – gelukkig – geen dagelijkse kost. Maar hierdoor is ‘t lastig ervaring op te bouwen in het bestrijden ervan. Leerrijke praktijkervaringen die wél zijn opgedaan alsook de bruikbare praktische kennis voor doeltreffende repressieve acties zijn nu vastgelegd in de ‘Handreiking voor multidisciplinaire afstemming bij incidentbestrijding in wegtunnels’.

Zoals de titel al suggereert, wil de IFV-publicatie handvatten bieden voor een eenduidige en efficiënte samenwerking tussen de verschillende disciplines die doorgaans bij het bestrijden van een tunnelincident betrokken zijn. Het gaat dan om medewerkers van de hulpverleningsdiensten, maar ook van ondersteunende diensten zoals berging- en salvagebedrijven en uiteraard de tunnelbeheerders bij bijvoorbeeld Rijkswaterstaat of provincie. Zij kunnen de Handreiking ter hand nemen voor het opstellen van incident- en calamiteitenbestrijdingsplannen, conform de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw) en de bijbehorende Regeling (Rarvw). In de plannen wordt de afstemming tussen de betrokkenen disciplines geformaliseerd. Wie wat zou moeten doen, staat in de Handreiking beschreven.

Daarbij belicht de publicatie een viertal veelkomende typen incidenten en calamiteiten, waarbij multidisciplinaire afstemming een grote rol speelt: brand, ongeval met gevaarlijke stoffen, ernstige aanrijding en aanrijding met (vermoeden van) letsel. De aspecten van afstemming worden behandeld per fase van de incidentbestrijding: melding en contact, alarmering, aanrijden, opstellen, verkennen, bestrijding en herstel en afschaling.

Het IFV heeft de uitgave samengesteld samen met Rijkswaterstaat, meldkamers, veiligheidsregio’s en politie. Dat gebeurde in opdracht van het Stakeholdersoverleg Tunnelveiligheid waaraan Rijkswaterstaat, de hulpverleningsdiensten en het platform niet-rijkstunnels deelnemen.

Behalve voor plannen en afspraken is de publicatie ook te gebruiken voor het vorm en inhoud geven aan multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. Bij het kennisdocument gaat eveneens een factsheet. Hierin is de handreiking op kernpunten samengevat. Beide documenten zijn hieronder kosteloos te downloaden.

Programma studiedag Brandveiligheid gevels is rond

21 januari 2019

De NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ heeft een definitief programma. De dag staat geheel in het teken van het brandveilig ontwerpen, bouwen en onderhouden van gevels, uiteraard óók in relatie tot wat zich achter de gevels bevindt. De kennissessie vindt tweemaal plaats: donderdag 7 maart en woensdag 20 maart a.s., beide keren bij de Koninklijke Metaalunie in Nieuwegein.

Actuele aanleiding voor de studiedag is de lopende inventarisatie door de Nederlandse gemeenten van mogelijk risicovolle gevels en gebouwen, zowel in privaat als gemeentelijk eigendom. De inventarisatie is aangewakkerd door minister Ollongren van Binnenlandse Zaken per brief van 30 november 2018 en vormt een van de gecoördineerde landelijke reactie op de fatale brand in de Grenfell Tower in Londen op 14 juni 2017.

Wico Ankersmit, het gezicht van de Vereniging Bouw & Woningtoezicht Nederland, is gestrikt als dagvoorzitter. Hij belicht het doel van de dagvullende bijeenkomst en staat stil bij de verantwoordelijkheden en verantwoordelijken voor de brandveiligheid van het gebouw, de gevel in het bijzonder. Nico Scholten (ERB) is aangetrokken voor het inzicht in theorie en relevante bouwregelgeving: wat is een gevel en wat zijn de eisen aan brandgedrag en de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag?

De werking van de nieuwe BZK-risicotool Brandveiligheid Gevels wordt van uitleg voorzien door Rudolf van Mierlo (DGMR). Victor Termijn (Gemeente Rotterdam) deelt ervaringen en tips voor het gebruik van de Rotterdamse risicotool. Deze tool wordt al sinds mei vorig jaar binnen de gemeente Rotterdam ingezet bij de inventarisatie en analyse van de brandveiligheid van gebouwgevels en heeft gediend als basis voor de BZK-tool.

De andere sprekers van de studiedag: Ruud van Herpen (Nieman), David den Boer (Peutz), Emiel Wassenaar (LBP Sight), Henk Zoontjens (VMRG), Leo Oosterveen (BBN) en Esther Hebly (DGMR). Het volledig programma vindt u op de NEN-webpagina, klik op tab 'programma'

De studiedag is vooral een ‘must visit’ voor bouwtoezichtmedewerkers, gebouweigenaren en –beheerders, architecten, (brandveiligheids)adviseurs, aannemers en leveranciers. Deelnemen kost € 195 (per persoon). Inschrijven kan via de website van het NEN.

Het initiatief tot de studiedag komt van de werkgroep ‘Brandveiligheid gevels’. In deze groep hebben 21 organisaties en bedrijven zitting. Vanuit dit collectief opereren BBN (Brandveilig Bouwen Nederland), DGMR, ERB (Expertisecentrum Regelgeving Bouw), VMRG, NEN en Bouwen met Staal als medeorganisator en -promotor van het event.

  • Foto: Technova College, Ede (architectenbureau cepezed, © Lucas van der Wee).

Advertentie

Informatieve hulp voor bedrijfshulpverlening

8 januari 2019

Richtsnoeren voor het doelmatig inrichten van de bedrijfshulpverleningsorganisatie op brandrisico’s en –scenario’s en handvatten voor doeltreffend optreden bij brand. Dat is – kort gesteld – wat het nieuwe kennisdocument ‘Bewust omgaan met (brand)risico’s van het Nederlandse Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) te bieden heeft aan de ‘voorpost van de brandweer’.

Het NIBHV heeft het handboek gemaakt samen met de Brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). De auteurs zijn René Hagen en Louis Witloks. De publicatie presenteert het kader voor het optreden van de bhv en levert vervolgens een specifieke brandveiligheidsanalyse voor de bhv (SBA-bhv). Met deze methode zijn – in vijf stappen – de optimale keuzes te maken voor het inrichten van de bhv-organisatie. De methode op de criteria kwaliteit, kwantiteit en kosteneffectiviteit en is toepasbaar bij zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

Het kennisdocument is gebaseerd op recent onderzoek en studie uit binnen- en buitenland en de veranderde inzichten in brandveiligheid die daaruit volgen. Zo benadrukt de brandweer, veel meer dan vroeger, de risico’s en gevaren van rook. Ook zijn in de publicatie gegevens verwerkt over waar branden ontstaan, hoe branden zich ontwikkelen en hoe de bhv erop kan acteren.

De uitgave is vooral als handboek en naslagwerk voor leidinggevenden van bhv-organisaties en brandveiligheidsadviseurs. Ook is ’t in te zetten bij voorlichting en educatie. Het boek is dan ook het vertrekpunt voor nieuwe lesstof en opleidingen voor instructeurs en bedrijfshulpverleners die het NIBHV in september van dit jaar introduceert.

Advertentie

Grenfell never again

19 december 2018

De desastreuze brand in de Grenfell Tower in Londen, 14 juni vorig jaar, heeft in ons land de aandacht voor de brandveiligheid van gevels (én wat daar achter zit) op scherp gezet.

Na het initiatief van Bouw & Woningtoezicht Rotterdam heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken per brief van 30 november jl. alle Nederlandse gemeenten opgeroepen een inventarisatie te maken van de meest risicovolle gebouwen op het eigen grondgebied. Het gaat daarbij om zowel gemeentelijke panden als particulier gebouwbezit. Gemeenten dienen erop toe te zien dat eigenaren van risicovolle gebouwen de brandveiligheid van gevels laten onderzoeken en indien noodzakelijk de benodigde veiligheidsmaatregelen treffen. De inventarisatie en globale inschatting van de risico’s kan aan de hand van een protocol en de risicotool ‘Brandveiligheid Gevels’ van Binnenlandse Zaken. Deze tool is mede ontleend aan de checklist die eerder is ontwikkeld voor de gemeente Rotterdam.

Uitleg geven over de inzet van risicotool in de praktijk, de ervaringen met de Rotterdamse checklist delen en verdere kennis verspreiden voor het brandveilig ontwerpen, bouwen en onderhouden van gevels is daarbij de logische ‘next step’. Die stap wordt gezet met de NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ op donderdag 7 maart en (ter herhaling) op woensdag 20 maart a.s., beide malen bij de Koninklijke Metaalunie in Nieuwegein.

Het initiatief tot de studiedag komt van de werkgroep ‘Brandveiligheid gevels’ waarin 21 belanghebbende organisaties en bedrijven zijn verenigd. Vanuit dit collectief hebben BBN (Brandveilig Bouwen Nederland), DGMR, Expertisecentrum Regelgeving Bouw, VMRG, NEN en Bouwen met Staal zich opgeworpen als medeorganisator en -promotor van het kennisevent.

‘De oproep van de minister aan gemeenten en gebouweigenaren maakt deze studiedag noodzakelijk’ vindt werkgroep-voorzitter Kees Both, ‘Alle betrokkenen moeten over de juiste kennis beschikken om aan deze vraag te voldoen. Daarom heeft de werkgroep gemeend de kennis die hierover aanwezig is, zo breed mogelijk beschikbaar te maken.’

De studiedag is (vooral) bestemd voor medewerkers van bouwtoezichten, eigenaren en beheerders van gebouwen, architecten, (brandveiligheids)adviseurs, aannemers en de leveranciers van kennis dan wel materialen voor brandveilige gevels. Het precieze programma van de studiedag wordt volgende maand bekend gemaakt. Maar inschrijven is nu al mogelijk via de website van het NEN. De kosten van deelname bedragen € 195 per persoon. Voor meer informatie over de studiedag kunt u contact opnemen met Leo Oosterveen (BBN), oosterveen@bbn.nu of Marc Mergeay (NEN), bi@nen.nl

Advertentie

Handreikingen preventie brandoverslag

10 december 2018

Wanneer kan een brand overslaan? En met welke technieken is brandoverslag te voorkomen? De antwoorden op deze en andere ‘brandende vragen’ rond brandoverslag zijn nu vervat in de nieuwe IFV-publicatie ‘Brandoverslag. Handelingsperspectief en literatuuronderzoek’.

Het 70 pagina’s tellende werk is tweedelig. Het eerste deel biedt de brandweer een handelingsperspectief. Hierin ligt de nadruk op de manieren waarop brandoverslag kan optreden en hoe de brandweer de kans op brandoverslag kan inschatten. Het handelingsperspectief is vooral ontwikkeld voor repressieve brandweermensen, inclusief bevelvoerders en officieren van dienst.

Deel twee – de literatuurstudie – biedt een exposé van technieken om brandoverslag te voorkomen: van waterscherm of het nathouden van de gevel die aan hitte wordt blootgesteld tot schuim op een belendende wand of het aanbrengen van gel of het toevoegen van additieven aan het bluswater. ‘In een vervolgonderzoek gaan we onder andere kijken hoe zo efficiënt mogelijk een waterlaagje op een gevel kan worden aangebracht. Daarnaast gaan we door met het verzamelen van casussen, zodat we van de praktijk blijven leren!’, belooft Ricardo Weewer die als lector Brandweerkunde eindverantwoordelijk is voor de nieuwe uitgave.

Weever belicht ook de aanleiding tot de publicatie: ‘Brandoverslag voorkomen, de defensieve buiteninzet, is wellicht de oudste tactiek die de brandweer kent. Toch was het nodig om eens goed te kijken of de werkwijzen die we daarvoor gebruiken nog effectief en efficiënt genoeg zijn. Het milieubewustzijn in onze samenleving is toegenomen, waardoor vragen als: hoe beperken we het effect van de rook en hoe kunnen we de hoeveelheid (verontreinigd) bluswater beperken, momenteel actueler zijn dan ooit’.

Hier vindt u de gratis PDF van Brandoverslag - Handelingsperspectief en literatuuronderzoek.

Advertentie

Kiezen voor sprinklers

28 november 2018

In de afdeling 'brandveiligheid' geeft het Bouwbesluit eisen voor vluchtroutes, de bijdrage aan brandvoortplanting door materialen, de rookproductie van materialen en de compartimentering. En de afdeling 'sterkte bij brand' beschrijft de (prestatie)eisen voor de brandwerendheid (tegen bezwijken) van draagconstructies. Maar hoe je voldoet aan de eisen, welke maatregelen je treft, dat is aan de opdrachtgever en zijn ontwerpers en adviseurs.

Dat brengt een hele verantwoordelijkheid met zich mee, maar ook een grote keuzevrijheid, zeker als het gaat om verdere schadebeperking, het borgen van de bedrijfscontinuïteit en het voorkomen of reduceren van imagoschade voor de onderneming. Een sprinklerinstallatie kan dan de (gelijkwaardige) oplossing zijn om het vereiste en gewenste brandveiligheidsniveau haalbaar én betaalbaar te maken. De sectie Sprinklertechniek van VEBON-NOVB vindt dat (als vanzelfsprekend) ook en onderstreept dat via het seminar ‘Gelijkwaardigheid en Waardering Sprinklers’ op woensdag 23 januari 2019.

Het dagvullend programma – van 09:00–17:00 uur bij Van der Valk in Utrecht – is nog niet helemaal rond, maar het concept is veelbelovend. Zo komt Wico Ankersmit (Vereniging Bouw en Woningtoezicht) het perspectief van gemeenten op gelijkwaardigheid belichten, Ruud van Liempd (Brandweeracademie/IFV) spreekt zich uit over de toegevoegde waarde van sprinklers voor de brandweer en Ronald Oldengram (DGMR Bouw) gaat in op ‘Sprinklerinstallaties en brandwerendheid op bezwijken van staalconstructies’. Deze richtlijn van VEBON-NOVB sectie Sprinklertechniek en Bouwen met Staal (waarvoor Oldengram auteurswerk heeft verzet) geeft ontwerpers en adviseurs praktische houvast bij het bepalen van de brandwerendheidseis voor de (hoofd)draagconstructie van het gebouw bij toepassing van een sprinklerinstallatie. De richtlijn geeft tevens aan wanneer reductie van de brandwerendheidseis bij aanwezigheid van sprinklers verantwoord is.

Het seminar appelleert aan een pluriforme doelgroep. Zowel projectontwikkelaars, gebouweigenaren, facility managers en (brandveiligheids)adviseurs als functionarissen bij overheden en brandweer behoren tot de genode gasten. De deelnamekosten bedragen € 100 per persoon, maar bijvoorbeeld de architect of brandweerman/-vrouw is voor de helft van dat bedrag al binnen.

Advertentie

Meesterlijke thesis

19 november 2018

‘Een interessant en wetenschappelijk goed onderbouwd onderzoek. Zeer actueel voor de fire safety engineering met interessante resultaten. De uitkomsten zijn nog niet direct praktisch toepasbaar, maar de combinatie van modellering en experimenteel onderzoek is een stap in de goede richting.’ Onder deze lovende jurywoorden heeft Nick Tenbült, afstudeerder aan de TU Eindhoven, tijdens een uitverkocht Fire Safety & Science-congres op donderdag 15 november jl. in Arnhem
de IFV-VVBA-scriptieprijs 2018 in ontvangst genomen. Hij is dit jaar afgestudeerd aan de masteropleiding Building Physics and Services van de TU Eindhoven met de scriptie ‘Cooling of a hot smoke layer by a sprinkler spray – Validation of a CFD-model’.

Nick Tenbült onderzocht de afname van de temperatuur van een rooklaag bij activatie van een sprinkler. Hij deed dat via numerieke simulaties met een CFD-model (Computational Fluid Dynamics) met behulp van Fire Dynamics Simulator (FDS). Deze simulaties werden vervolgens gespiegeld aan praktische experimenten. Hierbij is in een proefkamer de temperatuurdaling van een stabiele rooklaag gemeten bij een toenemende waterstroom uit een sprinklerkop die zich op 2,9 m hoogte boven de rooklaag bevindt. De toegepaste sprinkler – een gangbare sprinkler met een K-factor van 80,6 – werd handmatig in werking gesteld zodra zich een stabiele rooklaag in de proefkamer had gevormd. Tijdens de experimenten nam de gemiddelde temperatuur van de rooklaag – zo’n 200 ºC – af met 50, 70 en 90 ºC bij een waterafgite van respectievelijk 56, 71 en 93 liter per minuut. Uit de simulaties bleek de temperatuurdaling zo’n 30–50% kleiner.

‘De temperatuurdaling van de rooklaag in CFD wordt onderschat ten opzichte van de resultaten van de praktijkexperimenten’, concludeert Tenbült. ‘Een relevante en spraakmakende conclusie’, reageert de jury. Tenbült werd bij zijn onderzoek begeleid door prof.ir. Wim Zeiler (Building Physics and Services, TU Eindhoven), ir. Jur Oerle (adviseur bij Peutz en lid van de Technische Commissie Brand van Bouwen met Staal) en fellow FSE ir. Ruud van Herpen (technisch directeur / adviseur bij Nieman en fellow FSE TU Eindhoven).

De scriptieprijs is een jaarlijkse prijs van IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) en VVBA (Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs) voor afstudeerwerk, gewijd aan brandveiligheid en afkomstig van studenten aan een Nederlandstalige master- of bacheloropleiding. Voor deze zevende editie van de prijs waren, naast Nick Tenbült, nog twee studenten genomineerd: Kevin Smeyers van Universiteit van Gent met ‘Analysis of the CEN/TR 12101-5 calculation methodology by means of CFD modelling with FDS 6’ en Melchior Schepers, Lund University met ‘Multi-scale modelling of fire in accelerator tunnels: a CERN case study’. In totaal werden 8 scripties ingezonden.

Winnaar Nick Tenbült toucheert een prijzenbedrag van € 1.200, dat hij dient uit te geven aan een cursus, studiereis, studieboek of ander FSE-gerelateerd item. De jury, ofwel ‘VVBA-scriptiecommissie, is dit jaar geformeerd uit David den Boer (Peutz), Danny Ruytenbeek (Nieman Raadgevende Ingenieurs), Erik Janse (BVEJ) en als voorzitter dr.ir. Paul Verlaan (Commandant Brandweer Brabant-Noord)

Advertentie

Up-to-date in FSE

9 november 2018

Het seminar ‘Fire safety engineering met staal in Nederland’ van vorige week donderdag heeft niet alleen een volle zaal bij Van der Valk in Utrecht opgeleverd, maar ook een schat aan nieuwe praktische informatie voor de inzet van FSE in de ontwerppraktijk.

Het seminar vormde het momentum voor de (nadere) publieke introductie van recente resultaten van LOCAFI+. In dit Europees project bundelen universiteiten, onderzoek- en kennisorganisaties uit verschillende EG-landen hun expertise om de toepassing van FSE bij lokale branden (LOCAl FIre) hand en voeten te geven.

Een van die uitkomsten heet ‘Ontwerp van kolommen blootgesteld aan lokale branden’. Deze publicatie biedt constructief ontwerpers en brandveiligheidsadviseurs een praktische methode voor het bepalen van de thermische belasting van stalen kolommen bij een lokale brand, conform de Eurocodes 1 en 2. De methode gaat uit van het werkelijk gedrag van brand (natuurlijke brand) en houdt rekening met project- en compartimentspecifieke karakteristieken zoals de geometrie, de aanwezigheid, dichtheid en verdeling van brandbare materialen en de luchtstroming en ventilatie.

Voor het modelleren van de temperatuurontwikkeling in het constructiedeel bij een lokale brand beschrijft de publicatie de verschillende tools: van relatief eenvoudige en globale contourplots tot en met de meer complexe en gedetailleerde eindige elementen programma’s zoals SAFIR en ANSYS. En natuurlijk OZone. De nieuwe versie (3.0.4) van deze tool van ArcelorMittal biedt nu naast een natuurlijk-brandmodel voor (volledig ontwikkelde) compartimentsbranden ook een natuurlijk-brandmodel voor lokale branden. Dit nieuwe model is gebaseerd op LOCAFI+.

Bij de ontwerphandleiding hoort het rapport ‘LOCAFI+ - Juridische Context’. Hierin zet Ralph Hamerlinck van Bouwen met Staal uiteen wat Fire Safety Engineering met lokale brandscenario’s behelst en hoe je de ontwerpmethodiek behoort toe te passen volgens de Eurocodes en de Nederlandse Nationale Bijlagen.

Alle nieuwe of vernieuwde publicaties en tools voor structural FSE, belicht tijdens het seminar, zijn terug te vinden op of via deze website www.brandveiligmetstaal.nl. De ‘quick links’:

Ook de presentaties van de seminarsprekers staan op deze website. U kunt ze hier in PDF-formaat helemaal voor niets ophalen.

  • Foto’s: Het Platform MicroCity, op dit moment in aanbouw bij Utrecht Centraal naar ontwerp van architectenbureau VenhoevenCS. Constructeur IMd Raadgevende Ingenieurs verzorgde de Fire Safety Engineering van de draagconstructie, een staalskelet met staalplaat-betonvloeren. IMd’s Rob Stark sprak erover tijdens het seminar.

Advertentie

Verzekeraars: ‘Brandveiligheid huishoudens met kinderen vraagt om aandacht’

2 november 2018

Het aantal brandclaims van verzekerden op de particuliere inboedel- en opstalverzekering is in 2017 met zeven procent gedaald. Dat staat in de Risicomonitor Woningbranden van het Verbond van Verzekeraars en Brandweer Nederland. Mogelijke hoofdoorzaak van de daling is dat de grote pieken in schademeldingen als gevolg van bijvoorbeeld storm en onweer het afgelopen jaar uitgebleven. Verzekerden tussen de 38 en 56 jaar, vaak met een gezin, blijken gemiddeld twee keer zo veel een brandclaim bij hun verzekeraar in te dienen. Aandacht voor brandveiligheid bij gezinnen met (jonge) kinderen blijft daarom geboden, aldus de verzekeraars.

In 2017 noteerde het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) van het Verbond 95.964 claims op de inboedel- en opstalverzekering waarbij brand de oorzaak was. Dat is zeven procent minder dan in 2016. ‘Naast oud en nieuw waren er weinig uitschieters in 2017’, vertelt Richard Weurding, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars. ‘De ervaring leert dat stormen met onweer vaak zorgen voor veel brandclaims, maar die zijn vorig jaar gelukkig uitgebleven.’

Voor de eerste keer is het aantal brandclaims per leeftijd in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat polishouders binnen de leeftijdsgroep 38 tot 56 jaar twee keer zoveel brandclaims indienen dan in andere leeftijdscategorieën. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat bij deze leeftijdsgroep vaak sprake is van een gezinssituatie met (jonge) kinderen. ‘Wij richten ons met voorlichting al jaren onder andere op gezinnen. Met het thema ‘Maak van je roze wolk geen rookwolk’ voeren we deze hele maand in het kader van de brandpreventieweken landelijk campagne om specifiek ouders van jonge kinderen bewust te maken hoe ze (thuis) brandveiligheid kunnen verbeteren. Mooi om te zien dat de cijfers uit de Risicomonitor onze keuze voor deze doelgroep ondersteunen’, reageert Stephan Wevers, voorzitter van Brandweer Nederland.

De daling van het aantal claims voltrok zich in nagenoeg alle provincies in ons land. Oost-Nederland is net als vorig jaar koploper in brandclaims. Tot dit gebied worden gerekend Overijssel (22,1 claims per 1.000 huishoudens) en Drenthe (17,7). De grootste daling is opgetekend in Limburg. Hier is 19,2 procent minder claims ingediend op de inboedel- en opstalverzekering met brand als oorzaak. In Zeeland is het minst geclaimd (8,1 claims per 1.000 huishoudens), gevolgd door Flevoland en Friesland (beide 8,7).

Aan de hand van brandclaims kunnen de verzekeraars in kaart brengen wanneer en waar er vaak branden in en om de woning plaatsvinden, zowel kleine branden (met schroeischades) als grote. De brandweer gebruikt de informatie uit claims en de Risicomonitor en de resultaten van eigen brandonderzoek om gericht publieksvoorlichting te geven. Concrete tips om thuis eenvoudig de brandveiligheid te verbeteren, staan op www.brandweer.nl/brandveiligheid.

  • Illustratie: Brandweer Nederland.

Advertentie

Prikkel voor FSE in de praktijk

23 oktober 2018

Fire safety engineering verheugt zich in toenemende belangstelling van ontwerpend en bouwend Nederland. Toch kan de inzet van FSE in de projectpraktijk nog wel een injectie gebruiken. Die stimulans biedt het seminar 'Fire safety engineering met staal in Nederland', donderdag 1 november a.s. georganiseerd door de Technische Commissie Brandveiligheid (TC 3) van Bouwen met Staal.

Het seminar is er vooral op uit om constructeurs aan te moedigen om FSE bij hun projecten vaker te overwegen en daadwerkelijk toe te passen. Het seminar legt ze daartoe geen strobreed in de weg: deelname is gratis, duurt slechts een halve dag (14:30–21:00 uur) in het vlot bereikbare Van der Valk Hotel in Utrecht, geeft twee educatiepunten voor het Constructeursregister en staat bol van de praktische oefeningen aan de hand van handige ontwerpsoftware en representatieve projectvoorbeelden en cases.

Uiteraard mag het theoretische en juridische kader niet ontbreken. Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) trapt het seminar daarom af met de theorie van het bepalen van de ontwikkeling van brand en van de thermische en mechanische respons van de (draag)constructie van het gebouw, het gebruik daarbij van de Eurocodes en de richtsnoeren voor aanvraag en toekenning van de omgevingsvergunning.

Na dit theoretische uurtje gaan alle pijlen op FSE in de praktijk. François Hanus van ArcelorMittal behandelt het berekenen van de temperatuurontwikkeling bij natuurlijke brand en de opwarming van de staalconstructie (volgens EN 1991-1-2) met behulp van de jongste versie van het rekenmodel OZONE. Met de berekende staaltemperaturen is de mechanische respons van de staalconstructie (volgens EN 1993-1-2) vast te stellen. Hanus doet dat voor zowel compartimentsbranden als lokale branden. De deelnemers kunnen meerekenen als ze hun laptop meenemen waarop OZONE 3.0.3 vooraf is geïnstalleerd. De software is hier gratis te downloaden.

MACS+ is een tweede tool die uitvoerig over de seminarbühne komt. Rob Stark (constructeur bij IMd Raadgevende Ingenieurs), Pascal Steenbakkers (brandveiligheidsadviseur, ARUP) en Ralph Hamerlinck presenteren en demonstreren hoe deze software snel en eenvoudig de brandwerendheid bepaalt van een staalplaat-betonvloer met stalen liggers. De rekenmethodiek stoelt op het gedrag van de gehéle vloerconstructie bij brand, inclusief koppelingen met de hoofddraagconstructie, en houdt rekening met eventuele membraanwerking.

  • Het volledige programma en het inschrijfformulier vindt u hier
  • Foto’s: De Anna van Buerentoren in Den Haag, een van de FSE-projectvoorbeelden die tijdens het seminar de revue passeren. Voor de hoofddraagconstructie van deze 70 m hoge hoogbouw (met voornamelijk een woonfunctie) gold een brandwerendheidseis van 120 minuten. Dankzij de toepassing van FSE en sprinklers kon worden volstaan met een brandwerende bekleding voor 30 minuten, in de vorm van gipsplaten en (voor de constructiedelen in het zicht) een brandwerende coating. (architectuur: Wiel Arets Architects, foto’s: Nicole Romijn).

Advertentie

Na Grenfell: Rotterdam maakt werk van brandveiligheid

20 september 2018

Rotterdam kijkt de kat niet uit de boom na de brand in de Grenfell Tower. De brand in het Londense woongebouw, 14 juni 2017, eiste 71 dodelijke slachtoffers. Bouw- & Woningtoezicht van de havenstad wacht de definitieve conclusies en aanbevelingen uit onderzoek naar oorzaken en toedrachten van de Grenfell-brand niet af. Inspectie van gemeentelijke gebouwen en particuliere panden, mede aan de hand van een nieuw ontwikkelde checklist, een brandpreventiecommissie die hoogbouwplannen aan de tand voelt. Rotterdam maakt werk van de brandveiligheid van de gebouwen op haar grondgebied. En kijkt daarbij niet alleen naar de gevel, maar ook wat daar achter zit.
Edo Beerda van Cobouw vroeg Dick Bezemer van gemeentelijk Bouw- en woningtoezicht en andere betrokkenen om toelichting en reactie op het Rotterdamse initiatief. Publicatie volgde 17 september jl. in een Cobouw-brandveiligheidsspecial:

“Nul risico bestaat niet, maar je moet er wel naar streven”, zeggen ze bij Bouw & Woningtoezicht Rotterdam. Dertig gemeentelijke panden doorstonden dit voorjaar de zelfontwikkelde test al; inspectie van particuliere gebouwen is nu in volle gang. Maar ook bouwers en ontwerpers van nieuwe gebouwen kunnen hun borst natmaken. “We bekijken per gebouw proactief het totale pakket aan maatregelen om de brandveiligheid te garanderen”, vertelt teammanager Dick Bezemer van Bouw- en woningtoezicht Rotterdam. “We wachten niet lijdzaam af tot alle bevindingen uit Londen binnen zijn.”

Wie in de Maasstad de hoogte in wil, moet aanschuiven bij een brandpreventiecommissie. De vertegenwoordigers van BWT en brandweer die daarin zitten, hebben dankzij de nieuwe checklist meer grip op het brandrisico. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en andere Nederlandse steden kijken belangstellend toe hoe het Rotterdamse initiatief verloopt.

Snelle inventarisatiemethode

Ontwikkeling van het eigen inventarisatiemiddel gebeurde op voorspraak van de bouwwethouder. Naar aanleiding van de brand in de Grenfell Tower wilde hij weten hoeveel risicopanden er waren in de Maasstad. Die vraag bleek lastiger te beantwoorden dan gedacht. De gemeente nam daarom brandveiligheidsspecialisten DGMR, Nieman en Adviesbureau Hamerlinck in de arm om alle risico’s op een rijtje te zetten.

Het resulteerde in een checklist. De snelle inventarisatiemethode toont aan de hand van een puntentelling of het goed zit met de brandveiligheid. “We gebruiken hem voor de eerstelijnsbeoordeling”, vertelt Victor Termijn, senior adviseur Brandpreventie bij Bouw- en woningtoezicht voor een gemeentelijk gebouw aan de Baan. “Panden die een te hoog aantal punten krijgen, komen in aanmerking voor nader onderzoek.”

Het kantoorpand uit de jaren vijftig waar hij vandaag met collega Bezemer een kijkje neemt, rolt gemakkelijk door de screening: een gevel van baksteen en beton, vluchtweg aan de voorkant en slechts drie verdiepingen. Een woongebouw hoger dan 70 meter, zo’n honderd meter verderop bij de Erasmusbrug, heeft al snel een verhoogd risicoprofiel. De kans op slachtoffers bij brand is immers veel hoger. Zit er een sprinkler in, dan daalt het profiel. De organisatie van vluchtwegen, de configuratie van de gevel en de aanwezigheid van firestops zijn andere zaken die puntenaftrek of -bijtelling kunnen opleveren. Evenals de kans dat een brand binnen zich via de gevel kan verspreiden, zoals destijds in Londen.

Na inventarisatie van het eigen bezit onderzoekt Rotterdam sinds twee maanden particuliere panden. Hoeveel er precies worden gecontroleerd wil BWT niet kwijt. “Maar het zijn er heel veel”, bevestigt Bezemer.

Rook in trappenhuizen

Dat uitgerekend de Maasstad een stapje extra doet naar aanleiding van de desastreuze Londense brand ligt voor de hand: Rotterdam is Nederlands hoogbouwstad bij uitstek. Sinds enkele jaren heeft de stad al een sprinklerverplichting voor alle nieuwbouw boven de 70 meter. Aanschuiven bij de brandpreventiecommissie is de volgende stap. Ook met dit ‘vier-ogen-principe’ is Rotterdam koploper in Nederland. “En dat ervaar ik helemaal niet als vervelend”, zegt Haakon Brouwer van Dam & Partners Architecten. “Het kost alleen onnodig veel tijd als een gemeente of controlerende instantie niet deskundig is. En daarvan is in Rotterdam geen sprake.”

Dam & Partners tekende voor het ontwerp van Nederlands hoogste gebouw, De Zalmhaven, een 215 m hoog woongebouw, waarvan de bouw najaar 2018 van start gaat. Het project van de buitencategorie lag de afgelopen maanden onder het vergrootglas bij de brandpreventiecommissie. Architect en brandveiligheidspecialist Peutz waren er maar liefst een halfjaar over in gesprek.

Niet dat de megatoren zo’n risicovolle opbouw heeft. Met zijn sprinklerinstallatie en gevel van beton en natuursteen is de Zalmhaventoren onvergelijkbaar met de met brandbare aluminiumcomposietpaneeltjes beklede Grenfell toren. Toch leidde het overleg met de brandpreventiecommissie volgens Brouwer tot “een zinvolle discussie”. “Die spitste zich vooral toe op het overdruksysteem dat rook in de trappenhuizen moet voorkomen. Als architect kijk je hoe mensen weg moeten komen; de brandweer wil vooral weten hoe ze de brand kan aanvallen. Leuk, dat levert nieuwe inzichten op.”

In samenwerking met Peutz werd een overdruksysteem ontwikkeld dat lucht bij de voorportalen van de woningen wegblaast. “Best complex, want de deuren moeten nog steeds kunnen openen. Daarvoor hebben we een soort drukventiel bedacht”, vertelt Marc Noordermeer van Peutz. “Heel goed dat hiervoor aandacht is, want dit is wel een 200 meter hoge schoorsteen.”

In hun rapport gaan brandveiligheidsspecialisten DGMR, Nieman en Hamerlinck ook gedetailleerd in op de gevelopbouw. Brandklasse B voor de buitenste millimeters alleen is onvoldoende om een brandveilige gevel te krijgen, onderstreept het rapport. De complete gevelopbouw is bepalend voor de brandvoortplanting. Is de isolatie brandwerend, hoe is de spouw opgebouwd, hoe zijn de aansluitingen bij de kozijnen uitgevoerd en is er kans op brandoverslag bij gevelroosters? “We zijn in Nederland te veel gefocust op het buitenste laagje”, zegt Termijn. “Daar moeten we vanaf. Als wij twijfels hebben over de achterliggende opbouw, kunnen wij van de eigenaar vragen dat de gevel wordt opengemaakt.”

DGMR wil nog verder gaan. In vervolg op de checklist die het met Nieman en Hamerlinck maakte voor Rotterdam, stelt DGMR in zijn publicatie ‘Brandveilige gevels’ voor om bij nieuwbouw standaard laboratorium brandproeven te doen met een mock-up van de buitenste 200 millimeter. Gebrek aan deskundigheid, streven naar de laagste prijs en missers bij de uitvoering maken een Grenfell-scenario in Nederland mogelijk, verklaarde Johan Koudijs (DGMR) onlangs in Cobouw. “Als je niet naar de complete gevelopbouw kijkt, kun je met het Bouwbesluit in de hand een onveilig gebouw ontwerpen.”

Kandidaat voor nader onderzoek

“Wij hoefden gelukkig onze gevel niet voor een oven te laten testen. Dat is toch een kostbare zaak”, reageert Frank Hitzert van Stebru Bouw. De aannemer uit Nieuwerkerk aan den IJssel bouwt momenteel op het Wijnhaveneiland woontoren Up:Town. Opmerkelijk genoeg krijgt dit gebouw ondanks zijn 107 meter hoogte geen sprinkler. Het ontspringt de dans omdat de bouwvergunning al in 2012 is afgegeven.

Met zijn gevel van aluminium beplating en achterliggende Sips elementen (isolerende platen van geperst hout) lijkt Up:Town een kandidaat voor nader onderzoek. Stebru heeft er tot op heden niets extra van gemerkt, buiten het reguliere toezicht vanuit de gemeente. Hitzert: “Wij nemen als ontwikkelende bouwer niet het risico dat we een gevel weer moeten vervangen. De brandveiligheid van alle elementen ligt vast in certificaten. En onze gevel is in de fabriek getest door middel van een mock-up en wordt in het werk ook getest op wind- en waterdichtheid.”

Uitbreiding regelgeving noodzakelijk

Stebru werkt bovendien nauw samen met een brandveiligheidsspecialist en minimaliseert de kans op uitvoeringsmissers door uitbesteding van het complete gevelpakket aan gevelbouwer De Groot & Visser. Haakon Brouwer is wel voorstander van het gebruik van mock-ups. “Daar kun je wind- en waterdichtheid op testen en je kunt de aannemer en onderaannemers precies laten zien hoe het in elkaar zit. Maar je hoeft hem vervolgens niet altijd in brand te steken.”

Met dat laatste is Noordermeer van Peutz het niet helemaal eens. Te vaak ziet zijn bureau dat een brandklasse B buitenschil wordt gecombineerd met dunne kunststofisolatie (PIR) erachter en onvoldoende onderbrekingen in de spouw. Kan dat zomaar? “Ja, volgens het huidige Bouwbesluit wel. Uitbreiding van de regelgeving is absoluut nodig op dat punt.”

Labtests kunnen ook inzicht geven in wat er met een gevel gebeurt als een gevelpaneel afbreekt en de achterliggende spouw bloot komt te liggen. Noordermeer: “Wij hebben meegemaakt dat we een proef moesten afbreken om schade aan onze oven te voorkomen.”

Aannemers hoofdelijk verantwoordelijk

Uitvoeringsfouten kunnen ook zorgen voor een brandgevaarlijke gevel – door moedwil of onverstand. Bouw- en woningtoezicht constateerde een paar jaar geleden bij een steekproef tijdens de uitvoering van een hoge Rotterdamse gevel dat deze niet de juiste brandklasse had. “De onderaannemer had hem al voor 25 procent aangebracht, maar wij hebben hem er weer af laten halen”, vertelt Termijn. “Aannemers moeten bestekken heel goed controleren. Het gaat niet vanzelf.”

De toekomstige Wet kwaliteitsborging – die voorziet in privaat toezicht – gaat het er niet beter op maken, verwachten de bouwtoezicht-functionarissen. Hoe moet het dan? Het Duitse model misschien, waarbij aannemers en toezichthouders hoofdelijk verantwoordelijk worden gesteld? “Ik denk dat dat een goed idee is”, zegt Bezemer. “Ons rechtssysteem voorziet hier niet in. Een aannemer die om wat voor reden dan ook in zwaar weer terechtkomt, gaat hier failliet en vervolgens gewoon verder onder een andere naam. Dat gebeurt in Duitsland niet.”

Architect Brouwer is faliekant tegen. “Een onzinnige gedachte, want het leidt tot risicomijdend gedrag. Je gaat direct een juridisch traject in, het vooroverleg wordt de nek omgedraaid. Terwijl juist in dat overleg – waar Rotterdam nu de nadruk op legt – de winst zit. Omdraaien van doel en middel maakt gebouwen niet veiliger.”

  • Impressies De Zalmhaven, Rotterdam (Dam & Partners Architecten • KAAN Architecten • Zalmhaven CV)
  • Inzet: impressie woontoren Up:Town, Rotterdam (architect Jeroen Hoorn • Stebru, HD Projectrealisatie • verwachte oplevering: mei 2019).
  • Bron: Cobouw, 17 september, auteur: Edo Beerda.

Advertentie

Lectoraat Brandpreventie opent discussie

10 september 2018

Stel, bij een afvalverwerkingsbedrijf woedt een grote brand. Buurtbewoners krijgen het advies uit de rook te blijven en ramen en deuren te sluiten. Ook een nabijgelegen openlucht zwembad moet dicht vanwege rook en stank. Het is slechts een van de voorbeelden van branden die niet alleen negatieve gevolgen hebben voor de gebruikers van een gebouw en hun naaste buren. Ook de burgers en bedrijven in de (wijde) omgeving ondervinden nadelige consequenties. Wat vinden wij als samenleving hiervan? Welke risico’s op brand vinden we acceptabel, welke niet? Met publicatie van het rapport ‘Maatschappelijke impact van branden’ zwengelt het Lectoraat Brandpreventie van Brandweeracademie / IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) de publieke discussie aan.

In het rapport beschrijft het lectoraat 61 branden uit de afgelopen 3 jaar met een duidelijke impact op de omgeving. ‘Het beeld dat hieruit naar voren komt, is heel divers’, stelt lector Brandpreventie René Hagen, ‘Het gaat niet alleen om ziekenhuizen en scholen die dicht moeten, winkels die hun deuren moeten sluiten of wegen die moeten worden afgesloten. Ook wanneer een monumentaal gebouw door brand verloren gaat of duizenden dieren omkomen bij een stalbrand, kun je spreken van maatschappelijke impact.’

De Nederlandse brandveiligheidsregelgeving is gericht op de bescherming van individuen bij brand. René Hagen vindt daar het zijne van: ‘Mensen moeten bij brand veilig uit een gebouw kunnen vluchten en een brand mag niet overslaan naar de buren. Als je als bedrijf hiervoor maatregelen treft, voldoe je aan de regels. Andere vormen van impact, zoals rook- en stankoverlast en het evacueren van burgers, worden echter niet voorkomen met de regelgeving. Ook de repressieve inzet van de brandweer kan vaak de negatieve effecten voor de samenleving niet voorkomen.’

De lector wil hierover graag een brede discussie: ‘Accepteren we dat bedrijven zich uit kostenoverwegingen slechts richten op het wettelijk minimum wat brandveiligheid betreft? In feite is brand de uitkomst van een risicoafweging en geen 'domme pech'. Vinden we het dan terecht dat de gevolgen van deze afweging (deels) worden afgewend op de samenleving? En, als het antwoord 'nee' is op deze vraag, wat zou hieraan gedaan kunnen worden?’, vraagt Hagen zich af.

Het rapport ‘Maatschappelijke impact van branden’ dient als eerste aanzet (en informatieve ruggensteun) tot de discussie. De ruim 40 pagina’s dikke publicatie belicht de verschillende benaderingen van brandrisico’s in relatie tot de brandregelgeving, voorbeelden van branden met maatschappelijke impact en de overwegingen die een rol spelen bij de keuzes om risico’s ten aanzien van maatschappelijke impact al dan niet te accepteren.

  • Het rapport ‘Maatschappelijke impact van branden’ (IFV, Arnhem, 28 juni 2018) is hier gratis te downloaden.
  • Het Lectoraat Brandpreventie is bijzonder benieuwd naar uw opvattingen over dit onderwerp. Mail uw mening naar onderwijscontent@ifv.nl

Advertentie

Meet the Next Generation in FSE

26 augustus 2018

Voor de nieuwe ontwikkelingen, trends en visies in fire safety engineering moet u donderdagmiddag 13 september a.s. zijn op de vijfde verdieping van gebouw Vertigo van de TU Eindhoven. Daar vindt vanaf 14:00 uur de Expertclass FSE – Next Generation plaats. Tijdens de Expertclass zet Stichting Fellowship FSE WO2 uiteen hoe aan de TU Eindhoven de verbinding wordt gemaakt tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van brandpreventie en brandrepressie. Een koppeling ook, tussen de TU/e-studenten en de professionals bij publieke en private organisaties en bedrijven die zich al wat langer bezighouden met de brandveiligheid van de gebouwde omgeving.

In de expertclass komen de doelen van de Fellowship FSE en de onderzoekslijnen van de fellow FSE aan de TU/e – in de persoon van Ruud van Herpen – over de bühne. Daarnaast is er aandacht voor lopende studies aan bod die de Fellowship ondersteunt.

Hoogtepunt van de expertclass is de bekendmaking van de nominaties voor de VVBA IFV Scriptieprijs 2018. Deze prijs staat elk jaar open voor studenten aan een Nederlandstalige master- of bacheloropleiding die hun afstudeerwerk wijden aan een belangrijk brandveiligheidsitem. Deelnemen aan de editie 2018 kan door de afstudeerscriptie vóór 1 september a.s. te sturen naar n.kuilder@nieman.nl

  • Aanmelden voor deelname aan de Expertclass FSE – Next Generation is mogelijk tot 5 september via www.fellowfse.nl Deelname is gratis.
  • Foto: OV Terminal Utrecht, met toepassing van FSE door Movares en Efectis Nederland. © Rindert van der Toren.

Advertentie

Geopolymeer, duurzaam én brandwerend isolatiemateriaal van de toekomst?

19 juli 2018

Isoleren is ‘hot’ en dat is niet zonder noodzaak. Isoleren is energie besparen en daarmee de uitstoot van CO2 terugdringen. Keerzijde van deze duurzame trend is wél dat – zowel bij nieuwbouw, renovatie als (particuliere) woningverbetering – dikwijls isolatiematerialen worden toegepast die op zich prima isoleren maar tegelijkertijd gemakkelijk brandbaar zijn en fors kunnen bijdragen aan brandvoortplanting. Als duurzaamheid en brandveiligheid nu eens samen kunnen gaan… Dat toekomstperspectief vormt het vertrekpunt van een nieuw R&D-project van TU Eindhoven, Brandweeracademie, Brandweer Nederland, Nieman, Rockwool, Mineralz, Kijlstra Beton en M2I (Materials Innovation Institute). Projectdoelstelling: ontwikkel nieuwe isolatiematerialen die goede brandwerende prestaties leveren, duurzaam zijn én niet te duur.

De projectpartners steken hierbij in op zogeheten geopolymeren. Geopolymeren zijn anorganische polymeren die ontstaan door een aluminiumsilicaat zoals (poederkool)vliegas, (hoogoven)slakken of klei te laten reageren met alkaliën zoals metaalhydroxide. Deze reactie (polymerisatie) resulteert in een hard, steenachtig materiaal. Geopolymeren bezitten een moleculaire structuur die veel weg heeft van die van plastic. Plastic polymeren hebben echter een kern van organische oorsprong, terwijl de kern van geopolymeren van mineralogische komaf is.

Als halffabricaat lijken geopolymeren op cement, maar deze ene overeenkomst moet twee belangrijke verschillen naast zich dulden. Beton, gemaakt van normaal cement, wordt vanaf 500 ºC geleidelijk aan zwakker. Een geopolymeer behoudt zijn sterkte veel langer, onder meer omdat het materiaal bij opwarming veel minder versplintert. Daarnaast komt bij de productie van normaal cement veel meer CO2 vrij dan bij het maken van geopolymeren. Voor vergelijkbare toepassingen is de CO2-emissie bij geopolymeren zo’n 20 tot 70 procent lager dan bij cement.

Het projectteam wil nu een geopolymeer ontwikkelen dat nóg minder CO2 uitstoot, idealiter CO2 neutraal is. Daartoe wordt een nieuwe, minder energie-intensief procedé bedacht voor de productie van nanosilica, het hoofdbestanddeel van geopolymeren. Daarnaast wordt nagegaan in hoeverre industriële afvalstoffen zoals vliegas en hoogovenslak bruikbaar zijn als grondstof bij het nieuwe geopolymeer.

Voor het nieuwe geopolymeer liggen twee typen toepassingen in het verschiet: als dragend constructiemateriaal en als brandwerende coating. Om in die toepassingen te slagen en bestaande, gangbare materialen te evenaren of zelfs de loef af te steken, worden de eigenschappen van het nieuwe materiaal uitgebreid onderzocht. De brandweer gaat de brandwerendheid van het ‘isolatiemateriaal 2.0’ aan de tand voelen, want die moet minstens gelijkwaardig en liever nog hoger zijn.

De lector Brandweerkunde van de Brandweeracademie, Ricardo Weever, is ingenomen met het project: ‘Vanwege de klimaatproblematiek en het streven naar duurzaamheid wordt er steeds meer energieneutraal gebouwd en wordt er steeds beter geïsoleerd. Bij brand leveren de isolatiematerialen vaak problemen op. Met name kunststofmaterialen zijn heel brandbaar en produceren veel rook. Er worden regelmatig rookgasexplosies waargenomen. De ontwikkeling van een zeer brandwerend en duurzaam isolatiemateriaal zie ik als een heel belangrijke innovatie om deze effecten in de toekomst te verminderen.’

  • Foto’s: AB Helsinki.

Advertentie

Herziening NEN 6093 in voorbereiding

25 juni 2018

NEN 6093 ‘Brandveiligheid van gebouwen – Beoordelingsmethode van rook- en warmteafvoerinstallaties’ staat op de rol voor een herziening. Het NEN gaat dit doen samen met BBN (Brandveilig Bouwen Nederland).

NEN 6093 geeft de eisen voor het beoordelen van voorzieningen voor de afvoer van rook en warmte via RWA-installaties in gebouwen. De norm is geschikt voor gebruik bij mechanische én natuurlijke rook- en warmteafvoer, waarbij de toevoer van buitenlucht niet mechanisch verloopt. De norm onderscheidt twee categorieën gebouwen: gebouwen waarin rook wordt afgevoerd vanuit de ruimte waarin brand en rook worden verondersteld en gebouwen waarin rookafvoer plaatsvindt vanuit een aangrenzende, brand- en rookvrije ruimte.

NEN 6093 dateert van 1995, is in 2004 voorzien van een wijzigingsblad en is nu aan herziening toe, meent Stan Veldpaus, penvoerder van de productwerkgroep Rook Warmte Afvoer van BBN: ‘De norm dient weer aan te sluiten op de huidige stand der techniek, de huidige bouwtechnieken en bouwvormen en de huidige kijk op brandveiligheid. Er is verder een sterke behoefte de norm uit te breiden met handvatten voor het bepalen van de brandomvang en het warmtevermogen in de meest voorkomende situaties. Uiteraard zijn de natuurkunde en thermodynamica niet gewijzigd, maar de ervaringen uit de praktijk tonen aan dat er behoefte is om afspraken duidelijker te omschrijven en zodoende beter te laten aansluiten op diezelfde praktijk.’

De normherziening wordt ondergebracht bij de werkgroep NEN 6093 die momenteel wordt samengesteld. De groep moet een afspiegeling worden van belanghebbenden bij de norm, zoals gebouweigenaren, brandweer, inspectie-instellingen, adviesbureaus en verzekeringsmaatschappijen. De werkgroep valt onder de NEN-normcommissie 351007 ‘Brandveiligheid van Bouwwerken’. De oprichtingsvergadering staat gepland voor september van dit jaar.

  • Aanmelden voor deelname aan de werkgroep en aanvragen van overige informatie kan bij NEN-consultant Marc Mergeay, bi@nen.nl of Leo Oosterveen van Brandveilig Bouwen Nederland, oosterveen@bbn.nu.
  • Foto: OV-terminal Den Haag Centraal Station met rook-/warmteafvoerluiken van Colt International (© Rob van Esch, ProRail).

Advertentie

Brandweer mag vliegen met drones

10 juni 2018

Voor Brandweer Nederland kon het afgelopen weekend niet beter beginnen. Jongstleden vrijdag ontving de brandweerorganisatie de landelijke beschikking voor het vliegen met drones tijdens incidenten in geheel Nederland. In de landelijke beschikking, verleend door de Inspectie Leefomgeving en Transport, zijn meerdere ontheffingen opgenomen. Een daarvan maakt het mogelijk om drones ook in de nachtelijke uren in te zetten.

'We zijn ontzettend trots dat het ons is gelukt dit ingewikkelde traject voor elkaar te krijgen’, zegt Diemer Kransen namens Brandweer Nederland. ‘De complimenten gaan uit naar onze medewerkers die zich hier de afgelopen jaren intensief voor hebben ingezet. Luchtvaartwetgeving is zeer ingewikkeld. Het doet ons goed dat wij over het traject dat is doorlopen de complimenten van de Inspectie hebben gekregen. Belangrijker is dat we nog betere hulp kunnen verlenen en daar is het ons natuurlijk allemaal om te doen. Het zijn onze ogen in de lucht.’

De landelijke beschikking vormt ook een 'stepping stone' op weg naar een nationale brandweer-vliegdienst die eind dit jaar in bedrijf zou moeten zijn (lees ook het nieuwsbericht van 25 april 2018 op deze pagina).

Advertentie

Oefenen van incidenten, vanachter het bureau

4 juni 2018

Je vakbekwaamheid op peil houden, voorbereid zijn op incidenten en daarbij nog beter weten welke beslissing of maatregel je op welk moment moet nemen: voor een hulpverleningsorganisatie als de brandweer zijn oefeningen in de praktijk essentieel. Maar het organiseren van zo’n oefening gaat niet altijd over rozen. En vooral leidinggevend personeel kan zich niet altijd vrijmaken van andere, evenzeer belangrijke taken. BA-ADMS biedt dan uitkomst.

BA-ADMS is een nieuwe tool van IFV en Brandweeracademie waarmee medewerkers van de brandweer, maar ook politie, GHOR, Defensie en BHV-organisaties op de computer de meeste uiteenlopende incidenten kunnen oefenen. Van een verkeersongeval of een incident met een trein in een tunnel tot een natuurbrand of een brand in een woning, bedrijfspand of ondergrondse parkeergarage.

Bij de virtuele oefening kunnen verschillende hulpverleningsdisciplines, voertuigen en materieel worden ingezet. Met de joystick in de hand betreden de deelnemers de nagebootste oefenomgeving en voeren de opdrachten uit van hun virtuele bevelvoerders. De acties van de deelnemers bepalen het verloop van het incident. Hoe beter de beeld-, oordeels- en besluitvorming, des te gunstiger is het verloop (en de afloop) van het incident.

BA-ADMS is te gebruiken voor zowel individuele als groepsoefeningen. Deelnemers kunnen in relatief korte tijd meerdere incidenten oefenen. Tijdens een oefening worden ze direct geconfronteerd met de gevolgen van hun acties bij een incident en kunnen ze de oefening op elk gewenst moment stoppen of bijsturen. De moeilijkheidsgraad is instelbaar. Van elke oefening worden opnamen gemaakt, die kunnen dienen als voer voor de evaluatie.

De geboden oefenomgevingen zijn nauwkeurige weergaves van de werkelijkheid. Door het instellen van geluidseffecten, weersomstandigheden en licht of duisternis zijn de verschillende incidenten in verschillende situaties realistisch na te bootsen. Ook kan de gebruiker zijn eigen infrastructuur in het systeem implementeren om zo oefeningen te creëren die op mogelijke incidenten in de eigen regio zijn toegesneden. De tool is in eigen beheer toe te passen, maar brandweerkorpsen kunnen er ook voor kiezen om de oefeningen te laten verzorgen door de Brandweeracademie. Virtueel examineren is eveneens een optie met BA-ADMS.

Tot de afnemers van het systeem behoren Stichting Brandweeropleidingen BOGO en de Veiligheidsregio’s Limburg-Noord, Brabant-Noord, Brabant-Zuidoost, Gooi en Vechtstreek en Amsterdam-Amstelland. Regio Midden- en West-Brabant heeft zelfs al drie exemplaren van BA-ADMS in bedrijf. De ervaringen van Midden- en West-Brabant zijn hier opgetekend.

  • Info en een animatievideo van de mogelijkheden en werking van het systeem vindt u hier.
  • Afbeeldingen: stills van oefenscenario’s in BA-ADMS (IFV/Brandweeracademie).

Advertentie

Inschrijving Scriptieprijs 2018 geopend

18 mei 2018

Brandveiligheidstalenten opgelet! Ben je het afgelopen jaar afgestudeerd óf ga je dat dit jaar doen met een thesis op het gebied van brandveiligheid, dan kun je kans maken op de Scriptieprijs 2018 van IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) en VVBA (Vereniging Van Brandveiligheidsadviseurs).

De prijs vormt elk jaar de waardering voor master- en bachelor- afstudeerscripties waarin belangwekkende brandveiligheidsonderwerpen op treffende en inspirerende wijze worden uitgediept. Win je de prijs, dan toucheer je het lieve bedrag van € 1.200, uit te geven aan verdere ontwikkeling van je kennis en ervaring op het vakgebied van brandveiligheid.

Om mee te doen, dient je scriptie het slotakkoord te vormen van een master- of bacheloropleiding aan een onderwijsinstelling in het Nederlandse taalgebied. Deze instelling moet de scriptie met tenminste een voldoende hebben beoordeeld. Aan je scriptie dien je minimaal 420 studiebelastingsuren te hebben besteed.

’t Spreekt voor zich dat je als deelnemer wordt verwacht bij de expertclass ‘Next Generation’, 13 september a.s. bij de TU Eindhoven, want dan worden de genomineerden voor de prijs bekend gemaakt. Ben je genomineerd, dan ben je ook te gast op het internationale FSS-congres op 15 november bij IFV in Arnhem. Daar wordt de winnaar van de Scriptieprijs 2018 wereldkundig gemaakt.

  • Je kunt je scriptie – tót 1 september 2018 – als PDF insturen naar Natinja Kuilder van Nieman Raadgevende Ingenieurs, via e-mail n.kuilder@nieman.nl.
  • De deelnamecriteria en verdere info vind je in deze PDF
  • Alle ingezonden scripties van voorgaande edities van de Scriptieprijs zijn te downloaden via www.fellowfse.nl
  • Foto: Monsterboard.

Advertentie

Brandgevaarlijke gevels gezocht

7 mei 2018

Gemeente Rotterdam en Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond gaan – als eersten in ons land – actief op zoek naar gebouwen in de havenstad, met een private eigenaar en een verhoogd risico op brandoverslag via de gevel. De actie is een reactie op de brand in de Grenfell Tower in Londen, 14 juni vorig jaar. Deze brand eiste 71 dodelijke slachtoffers.

Eerder al gingen gemeente en veiligheidsregio naar aanleiding van de Grenfell-brand te rade bij DGMR, Nieman Raadgevende Ingenieurs en Adviesbureau Hamerlinck voor de beoordeling van brandrisico’s van gevels van alle gemeentelijke gebouwen. Na een gebouweninventarisatie liet gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht dertig gebouwen nader inspecteren. Alle dertig kwamen als veilig uit de bus.

Controle van private gebouwen is nu de vervolgstap, wederom aan de hand van de richtsnoeren van de drie adviesbureaus. Hun aanbevelingen hebben niet alleen betrekking op de toegepaste gevelmaterialen en de opbouw van de spouw, ook is bijvoorbeeld meegewogen hoe hoog het gebouw is, of ’t een slaapfunctie vervult en hoe ’t staat met de voorzieningen en organisatie van ontvluchting bij brand. Bij het opstellen van een lijst van risicopanden valt de gemeente onder meer terug op gegevens in vergunningaanvragen en data van de gemeentelijke afdeling GIS+Advies. GIS staat daarbij voor Geografisch Informatie Systeem.

Een van de betrokken brandveiligheidsadviseurs, Ralph Hamerlinck, juicht de Rotterdamse aanpak toe: ‘Alle lof daarvoor, het is naïef om er vanuit te gaan dat we het in Nederland beter voor elkaar hebben dan in Engeland.’ Hij laakt het lijdzaam afwachten van de conclusies van het onderzoek naar de Grenfell-brand: ‘Er zijn in Nederland zeker gebouwen die niet aan onze beoordelingsnormen voldoen.’

Van één gebouw op Rotterdams grondgebied is al langer bekend dat de gevel niet voldoende brandveilig is: Gebouw C van de Hogeschool Rotterdam. Afgelopen donderdag (3 mei) werd bekend dat de problemen bij dit gebouw aan de Kralingse Zoom nog groter zijn dan wat bij de voorlopige inspectie in januari was vastgesteld. Nieuw, grondiger onderzoek wijst uit dat niet alleen de gevelplaten aan de buitenzijde, maar ook de binnenzijde bij entree en corridor niet voldoen.

Direct na de eerste controle in januari (in opdracht van de onderwijsinstelling zelf) heeft de Hogeschool het pand deels buiten gebruik gesteld. De betreffende onderwijsactiviteiten werden verhuisd naar een andere locatie in het centrum van Rotterdam. Naar aanleiding van het nieuwe onderzoek heeft de Hogeschool besloten de nog aanwezige 3.000 studenten van de Rotterdam Business School deze zomer onder te brengen in een gebouw op de Kop van Zuid. Pand C wordt daarna waarschijnlijk gesloopt.

Het is zeker niet ondenkbaar dat de Rotterdamse aanpak navolging krijgt. De gemeente heeft de ontwikkelde beoordelingsmethodiek al gedeeld met het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • Bronnen: ANP en Cobouw.

Advertentie

Reageren

Heeft u vragen, opmerkingen óf een wetenswaardig bericht voor deze pagina? Stuur uw mail naar: brand@bouwenmetstaal.nl