Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Actua

Wie van de twee?

19 april 2021

Leo Willem Menzemer en Robert John Bray zijn de twee overgebleven kanshebbers voor de IFV-VVBA-scriptieprijs brandveiligheid 2021. Leo Willem is doorgedrongen tot de finale met ‘Numerical Simulations of Brand Transport in Large Outdoor Fires’, de scriptie waarmee hij afstudeerde aan de University of Maryland. Robert John rondde zijn studie aan de Lund University in Zweden af met de thesis ‘Burning material behaviour in hypoxic environments’.

De twee scripties werden verkozen uit 14 inzendingen voor deze editie van de jaarlijkse prijs voor de meest innovatieve, spraakmakende of relevante bachelor- of masterscriptie op het gebied van brandveiligheid. De jury was ditmaal geformeerd uit David den Boer (Peutz), Danny Ruytenbeek (Floriaan) en Erik Janse (BVEJ). Ze toonden zich onder de indruk van de kwaliteit van de inzendingen. De studenten hebben de onderzoeksopdrachten met grote diepgang uitgewerkt, aldus het beoordelingscomité.

Wie van de twee genomineerden er met de scriptieprijs vandoor gaat, wordt openbaar gemaakt tijdens het online congres Fire Safety & Science, woensdag 9 en donderdag 10 juni aanstaande.

  • De genomineerde scripties zijn hier gratis te downloaden
  • Afbeeldingen: links: Schematic diagram of the spotting process from firebrand formation and break-off through lofting, wind driven transport, and spot fire ignition (from: Numerical Simulations of Brand Transport in Large Outdoor Fires, Leo Willem Menzemer)
    rechts: Flame radiative and convective heat verses oxygen mass fraction for combustion of 10mm, 25mm horizontal PMMA slab (from: Burning material behaviour in hypoxic environments’, Robert John Bray.

32 doden bij woningbrand in 2020

12 april 2021

32 dodelijke slachtoffers. Dat is de trieste uitkomst van 31 fatale woningbranden die zich in 2020 hebben voorgedaan, zo blijkt uit het Jaaroverzicht fatale woningbranden 2020 van de Brandweeracademie van het IFV. Van de 32 doden blijkt een ruime meerderheid (25 personen) als gevolg van een of meerdere beperkingen verminderd of in het geheel niet zelfredzaam. Meer dan de helft van de getroffenen is 65-plusser, waarvan acht tussen 65 en 80 jaar oud en tien personen ouder dan 80. ‘Bevordering van brandveilig gedrag zou zich dan ook met name op deze groepen mensen moeten richten’, aldus René Hagen. De lector Brandpreventie bij de Brandweeracademie/IFV verzorgde de review en droeg de eindverantwoordelijkheid over het onderzoek.

Van meer dan een derde van alle fatale woningbranden in het afgelopen jaar is de oorzaak niet achterhaald. Onder de bekende oorzaken staan onvoorzichtigheid bij roken en een defect of verkeerd gebruik van elektrische apparatuur op een gedeelde eerste plaats. Beide komen elk bij iets meer dan een kwart van de branden voor.

Bijna een kwart van de fatale woningbranden blijkt te beginnen in een bank of stoel. René Hagen: ‘De Brandweeracademie maakt zich al jaren sterk voor een betere brandveiligheid van deze producten. Bij zowel het bedrijfsleven als de overheid. Zo pleiten wij ervoor dat het bedrijfsleven zijn meubilair brandvertragend maakt. De overheid kan bijdragen door brandveilig meubilair en matrassen in wetgeving te verankeren en door producenten aan te sporen hun meubilair en matrassen brandveiliger te maken.’

Verreweg de meeste fatale woningbranden vonden plaats in de maand december (19%). Van 15 van de 31 branden werd binnen 30 minuten gemeld; van 12 van de 31 kwam de melding na een half uur binnen. De meeste meldingen werden ’s ochtends of ’s nachts gedaan. De opkomsttijd van de brandweer varieert van 3 tot 15 minuten, bij 24% van de incidenten bedroeg dat 6 á 7 minuten.

Bij het leeuwendeel van de branden bleef de brand beperkt tot het brandend voorwerp of tot één ruimte binnen de woning. Bij 52 procent was dat te danken aan het sluiten van binnendeuren of ramen en goede isolatie.

De Brandweeracademie van het IFV brengt elk jaar de oorzaken, gevolgen en andere kenmerken van fatale woningbranden in Nederland in kaart. Hiertoe leveren de brandweerkorpsen die betrokken zijn geweest bij deze branden en teams Brandonderzoek van de veiligheidsregio’s de benodigde data aan.

Het onderzoek beperkt zich tot woningbranden waarbij géén opzettelijke brandstichting in het spel is en waarbij de slachtoffers (als gevolg van de brand) een niet-natuurlijke dood zijn gestorven. In 2020 werden in totaal 50 fatale woningbranden geregistreerd. Twaalf daarvan waren echter het direct gevolg van opzettelijke brandstichting, terwijl bij 7 branden een natuurlijke dood bij de slachtoffers werd vastgesteld. Deze 19 fatale branden zijn daarom níet in het onderzoek meegenomen.

Handvatten voor (brand)veilige PV-panelen op het dak

1 april 2021

De toepassing van zonnepanelen op daken neemt zoals bekend hand over hand toe. Inmiddels worden jaarlijks miljoenen panelen op daken van woon-, industrie- en utiliteitsgebouwen geïnstalleerd. En wat in beginsel geldt voor elke installatie: hoe meer je ervan aanlegt en gebruikt, des te groter is de kans op brand. Daarom komen Brandweer Nederland en IFV met de gezamenlijke Handreiking Risicobeheersing - Advies Veilige PV-systemen.

De titel dekt de lading van deze nieuwe publicatie. De handreiking levert (preventie)adviseurs van de veiligheidsregio’s handvatten voor het geven van advies en voorlichting aan bijvoorbeeld projectontwikkelaars en eigenaren en verhuurders van gebouwen. De repressieve brandweerdiensten vinden in de nieuwe uitgave bruikbare richtsnoeren voor een veilige en snelle aanpak van incidenten met zonnepanelen op daken.

Uiteraard gaat de publicatie ook nader in op mogelijke oorzaken van brand in of rondom een PV-installatie. Die oorzaken blijken bijzonder divers. ‘Denk aan beschadigingen door werkzaamheden, knaagdrift van dieren, stormschade, warmtestuwing, productiefouten of installatiefouten’, verklaart Jaap Molenaar die als decaan incidentbestrijding van het IFV nauw betrokken is geweest bij de samenstelling van de handreiking. ‘Uit onderzoek van TNO en uit internationaal onderzoek blijkt dat fouten in de verbindingen tussen de connectoren een belangrijke brandoorzaak zijn. Bijvoorbeeld omdat twee verschillende typen connectoren zijn gebruikt en daardoor niet goed passen, doordat een connector niet op een correcte wijze is gefixeerd aan de bekabeling, omdat de connectoren niet goed in elkaar gedrukt zijn óf doordat er vocht in de connector is terecht gekomen’.

Een belangrijk advies van de handreiking is om zonnepanelen in compartimenten op het dak aan te brengen. Daarmee kun je de uitbreiding van een PV-brand voorkomen of beperken en de brandbestrijding efficiënter laten verlopen. ‘Voor zonnepanelen op een dak van een bedrijfsgebouw adviseren we te werken met vlakken van maximaal 40 bij 40 meter, oftewel 1600 vierkante meter. De brandweer kan dan met blussen alle zonnepanelen nog bereiken’ stelt medesamensteller Machteld Lamers, projectleider Energietransitie Amsterdam-Amstelland. ‘Tussen die compartimenten moet een veilige ruimte gehandhaafd worden. Dat is overigens ook het geval bij zonnepanelen op daken van woningen. Tussen PV-systemen van 2 verschillende woningen is het advies dat 1 meter ruimte vrijgelaten wordt, zodat een brand niet overslaat naar de buren.’

Evenzeer van belang is dat de brandweer in geval van een PV-brand snel de benodigde informatie over het PV-systeem kan vinden. Machteld Lamers: ‘We adviseren gebouweigenaren om een zogenaamde meterkastkaart of entreekaart op te hangen waarop de brandweer onder meer informatie kan vinden over de locatie van de omvormer, een eventueel energieopslagsysteem en DC- of brandweerschakelaar. Je wilt voorkomen dat de brandweer tijdens een brand in het gebouw de omvormer moet gaan zoeken.’

Regelgeving, technieken en toepassingen van zonnepanelen zijn nog voortdurend aan veranderingen onderhevig. De Handreiking Risicobeheersing - Advies Veilige PV-systemen wordt daarom jaarlijks aan de actualiteit aangepast. De meest recente versie is dan steeds te vinden in het digitale dossier Zonnepanelen van het IFV. De huidige editie kunt u hier direct downloaden.

  • Foto: Zonnepanelen weetjes.

The BEAST is coming

23 maart 2021

Niet schrikken! The BEAST is niet een of ander afgrijselijk monster, maar staat voor Towards the first and Best EU-approved Autonomous Security drone for BVLOS flight, ofwel een toekomstige, zelfvliegende robot die 24 uur per dag inzetbaar is bij brand of andere noodsituaties, heel snel ter plaatse kan zijn en daarmee mensenlevens kan redden. De zelfvliegende drone is er nog niet, maar als ie er is (naar verwachting juli volgend jaar), is ie hoogstwaarschijnlijk de eerste in zijn soort.

De drone is momenteel in ontwikkeling bij het Lectoraat Mechatronica aan hogeschool Saxion, in het kader van een RAAK MKB-project. Partners in het project zijn NHL Stenden, Universiteit Twente, acht mkb-bedrijven, vijf publieke organisaties waaronder Rijkswaterstaat en politie en brandweer.

Net na de melding van een incident is ’t dikwijls lastig om vanuit de meldkamer snel vast te stellen hoe omvangrijk en ernstig het incident is en welke hulpdienst(en) moeten worden ingeschakeld. De BEAST kan dan uitkomst bieden. ‘Het idee is om een autonome drone te ontwikkelen die binnen twee minuten op de plek van het ongeluk kan zijn om een goed beeld te schetsen van de situatie’, aldus Abeje Mersha die als tweede lector Mechatronica het onderzoeksproject leidt.

Abeje behoorde tot de drie finalisten voor Prins Friso Ingenieursprijs 2021 van het KIVI. De prijs, afgelopen week uitgereikt, ging nipt aan zijn neus voorbij, maar zijn nominatie alleen al heeft de toekomstige drone heel wat extra publieke aandacht opgeleverd. Om geslaagde verkenningsvluchten uit te voeren, wordt de drone toegerust met onder meer een hittecamera en een reukdetector voor het herkennen van bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen. In tegenstelling tot bestaande drones wordt de BEAST niet door de mens bestuurd en dient daarom zelfstandig gebouwen, bomen en vogels te kunnen ontwijken en een schadevrije landing te maken.

Naast de hoge technische eisen zien de onderzoekers zich ook gesteld voor mogelijke belemmeringen in toekomstig gebruik. ‘Tot voor kort was het binnen de wet- en regelgeving niet mogelijk om met een drone boven drukke of bewoonde gebieden te vliegen. Inmiddels zijn die regels in heel Europa uniform en minder beperkend. Er zijn nu dus wel een aantal mogelijkheden, maar die zijn niet expliciet bekend.’, zegt Abeje ‘Uiteindelijk willen wij het voor onze mkb-partners zo makkelijk mogelijk maken om gebruik te maken van die kansen. Zij moeten er bewust van zijn wat er mogelijk is en welke certificaten en ontheffingen ze bijvoorbeeld moeten hebben.’

Het onderzoeksproject hoeft niet direct te resulteren in een compleet werkende drone. Abeje: ‘Uiteindelijk willen we de juiste technologieën ontwikkelen en toegankelijk maken voor mkb’ers via open innovatie. Op basis van onze bevindingen en onze prototypes kunnen zij uiteindelijk een product leveren aan de hulpverleners.’

Brand meester!

17 maart 2021

Zelfstandig óf in teamverband effectieve en economische oplossingen bedenken, uitwerken en onderbouwen voor de brandveiligheid van uw bouwproject. Dat gaat u (nog) beter af na het volgen van de cursus Brand en brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies.

Tijdens de online cursus geeft Ralph Hamerlinck (brandexpert bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) toelichting op alle belangrijke aspecten van het brandveilig ontwerpen en detailleren van gebouwen met een draagconstructie van staal of staal-beton.

Uitgesmeerd over negen online lesavonden, steeds van 19:00-20:40 uur, zet Ralph de brandveiligheidseisen voor utiliteits- en industriegebouwen en de brandwerendheidseisen voor hun draagconstructies uiteen. Daarna belicht hij de oplossingen voor het (indien nodig) verhogen van de constructieve brandwerendheid, bijvoorbeeld door toepassing van een brandwerende coating of via (over)dimensionering van de constructie.

Dat de cursus zich vooral leent voor constructeurs (bij ingenieursbureaus, (staal)bouwbedrijven en bouwtoezicht), wordt bevestigd door de ruime aandacht voor het berekenen van de brandwerendheid volgens de Eurocodes. Ralph Hamerlinck behandelt het rekenen aan staalconstructies, Rob Stark (constructeur en directeur bij IMd Raadgevende Ingenieurs) neemt de staal-betonconstructies voor zijn rekening.

Daartoe behoren ook de staalplaat-betonvloeren op stalen liggers. Bij dit vloertype treedt tijdens brand doorgaans membraanwerking op. Tijdens de brand gaat de stalen ligger door opwarming aan de vloer ‘hangen’, waardoor de vloer de krachten herverdeelt over de naburige liggers. Samen met CTICM en ArcelorMittal heeft Bouwen met Staal de rekenmethode MACS+ ontwikkeld die dit ‘natuurlijk verschijnsel’ meeweegt. De methode gaat namelijk uit van het gedrag tijdens brand van de vloer als gehéél, als een systeem van elementen (vloerplaten, liggers) die met elkaar verbonden zijn én op elkaar reageren. Hierdoor kun je met MACS+ op een integrale en realistische manier bepalen waar de vloerconstructie echt aanvullende brandwerende bescherming nodig heeft, maar ook waar ’t achterwege kan blijven of met minder toe kan. Tijdens de cursus laten Rob en Ralph zien hoe de methode werkt. Alvast enige voorinfo vindt u op deze webpagina, met daarbij de mogelijkheid voor gratis downloaden van ontwerphandleiding, achtergronddocument en de software.

De cursus Brand en brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies beslaat in totaal negen donderdagavonden in de maanden april, mei en juni. De eerste les is op donderdagavond 8 april a.s. Na die negen lesavonden kunnen de deelnemende constructeurs negen punten KE/PE (Kenniseenheden/Permanente Educatie) bijschrijven voor het Constructeursregister

Brand en staal voor staalbouwers

5 maart 2021

Allround Staalbouwer heet het veelomvattende, online cursusprogramma dat Bouwen met Staal en Samenwerkende Nederlandse Staalbouw (SNS), de branchevereniging voor staalconstructiebedrijven, vanaf begin dit jaar uitrollen.

Met het programma willen de twee organisaties bijdragen aan verruiming van kennis, expertise en inzichten van medewerkers van staalconstructiebedrijven, van de projectleider, calculator en engineer tot het personeel in constructiewerkplaats en op de bouwlocatie.

Na sessies rond de kosten en economie is ‘t deze maand de beurt aan brand: een drieluik aan webinars waarin branddeskundige Ralph Hamerlinck (Bouwen met Staal) alle brandveiligheidsaspecten van het ontwerpen en bouwen van gebouwen met staalconstructies, van belang voor de staalbouwer, over de digitale bühne brengt.

Maandag 15 maart opent het drieluik met een uiteenzetting van de brandveiligheidseisen volgens het Bouwbesluit, het gedrag van staal bij brand en het bepalen van de brandwerendheid van staalconstructies. Het tweede deel op 22 maart is gewijd aan het brandwerend beschermen van staalconstructies, via bijvoorbeeld brandwerende plaat of verf. Het slot-webinar van 29 maart staat geheel in het teken van de brandveiligheid van de ‘kurk waar de staalbouw op drijft’: de hallenbouw.

  • Het drieluik Brand en staal is exclusief en gratis voor leden van de SNS. Het programma en de aanmeldoptie vindt u op deze webpagina van Bouwen met Staal.
  • Foto’s: DB Schenker, Venlo (Quadrant4, Reijrink Staalconstructie).

Door één deur

1 maart 2021

De eisen en criteria voor het beoordelen van de brandwerendheid van deuren en ramen blijken in de ontwerp- en bouwpraktijk nog wel eens vatbaar voor twijfel, misinterpretatie en (daardoor) verschil van inzicht. Dat hoeft niet meer, want het NEN biedt nu een nieuwe Nederlandse Praktijkrichtlijn ‘Brandveiligheid van gebouwen - Praktijkvoorbeelden voor gevelkozijnen met beweegbare delen (ramen en deuren) met brandwerende kenmerken’.

In deze NPR 6112 vinden de betrokken projectpartners – van opdrachtgever en architect tot en met bouwers en toeleveranciers – één uitleg bij het bepalen van de brandwerendheid van ‘gevelkozijnen met beweegbare delen’ in veelvoorkomende praktijksituaties. Het gehele beoordelingsproces wordt in vijf duidelijke stappen doorlopen. Mede dankzij dit stappenplan biedt de praktijkrichtlijn steun bij het eenduidig vertalen van de Bouwbesluiteisen (op gebouwniveau) naar een prestatieverklaring en CE-markering van het deur- of raamproduct. Voor ramen en deuren, binnen de productgroep ‘brandwerende gevelkozijnen’, zijn zo’n presentatieverklaring en CE-label sinds 1 november 2019 verplicht.

Verklaring en label moeten voldoen aan de eisen in de NEN-EN 14351-1 en NEN-EN 16034. Via deze twee geharmoniseerde Europese productnormen hoeven Europese raam- en deurproducten, per essentieel kenmerk maar op één manier te worden beproefd en gedeclareerd. En dat werkt bevorderlijk voor het handelsverkeer tussen de Europese lidstaten. De Prestatieverklaring (ofwel Declaration of Performance – DoP) fungeert als een ‘paspoort’ waaruit een individuele staat snel kan opmaken óf en onder welke voorwaarden het product in eigen land toepasbaar is.

Naast houvast voor de bouwpraktijk is de NPR 6112 ook onderdeel van een pilot. Daarbij wordt nagegaan of een NPR het geschikte instrument is voor het correct, gelijktijdig toepassen van het Bouwbesluit en de Europese verordening bouwproducten (CPR-Construction Products Regulation) met haar geharmoniseerde productnormen. Dat zou de weg vrijmaken naar vergelijkbare richtlijnen voor andere essentiële kenmerken van ramen en deuren én van een geheel andere productgroepen. De normcommissie Ramen en Deuren van het NEN, verantwoordelijk voor de NPR 6112, heeft er al één op het wensenlijstje: een NPR voor scheidingswanden in gebouwen, zodra de Europese productnorm NEN-EN 14351-2 voor binnendeuren door de Europese Commissie is gepubliceerd.

  • De 44 pagina’s tellende NPR is voor € 51,00 (excl. btw) verkrijgbaar op de website van het NEN.
  • Foto: Sportcomplex Het Binnenveld, Wageningen (Lichtstad Architecten).

Digitale do’s and don’ts voor brandveilige constructies

15 februari 2021

Bij het ontwerpen, uitvoeren en borgen van de brandveiligheid van constructies van gebouwen kom je vaak ogen en oren tekort. Er kan er van alles goed, maar natuurlijk ook (bijna) fout gaan. Daarmee krijg je als ontwerper, bouwer of toetser heel wat punten van aandacht voorgeschoteld. Met het webinar ‘Constructies en brandveiligheid: do’s and don’ts’ haalt Verenigde Brandveiligheid Experts (VBE) de krenten voor u uit de pap. Tijdens het webinar passeren de voornaamste tips and tricks de revue, voor hoe ’t hoort en hoe ’t in elk geval níet moet.

Om de geboden informatie vooral ook praktisch toepasbaar te maken, heeft VBE als inleider Ralph Hamerlinck gestrikt. Ralph is alweer drie decennia als brandveiligheidsadviseur verbonden aan Bouwen met Staal. In die hoedanigheid heeft hij zitting in nationale en Europese (norm)commissies en hanteert hij de voorzittershamer binnen de NEN-commissie ‘Brandveiligheid van Bouwwerken’. Veel kennis over de brandveiligheid van staal en staalconstructies die Ralph in de loop der tijd heeft opgebouwd, heeft zijn weg gevonden naar onder meer het studie-/praktijkboek Brand (Eurocode 3) en de website www.brandveiligmetstaal.nl

Naast Bouwen met Staal runt hij (ook alweer jaren) het eigen Adviesbureau Hamerlinck dat brandveiligheidsadviezen uitbrengt bij projecten in de utiliteitsbouw, woningbouw en industriebouw. Dankzij deze duobaan weet hij de theorie van het brandveilig ontwerpen, uitvoeren en borgen goed te combineren met de toepassing in de praktijk. Tijdens het webinar doet hij de brandveilige do’s and don’ts dan ook uit de doeken aan de hand van leerrijke praktische toepassingen en projecten. Daarbij geeft hij tevens voorbeelden van de afstemming tussen constructies, brandveiligheid en gerelateerde disciplines zoals bouwkundig ontwerp, installatietechiek en beheer en onderhoud.

Het webinar staat op de rol voor woensdag 21 april a.s. Op deze webpagina vindt u binnenkort meer informatie over de precieze aanvangstijd en duur van het webinar en de mogelijkheid tot aanmelden. Inlichtingen kunt u nu al inwinnen via secretariaat@v-b-e.nl

  • Foto: uit het portfolio van Adviesbureau Hamerlinck: Stadskantoor Utrecht (Kraaijvanger•, © Stijn Poelstra).

Scriptieprijs 2021 Fire Engineering

2 februari 2021

Waardering en geld verdienen met je afstudeerwerk op het gebied van brandveiligheid? Dat kan, als je met je afstudeerscriptie meedoet aan de Scriptieprijs 2021 Fire Engineering. Deelnemen is nog mogelijk, maar enige haast is wel geboden. De inschrijving sluit 1 maart a.s.

Kom je als winnaar van de Scriptieprijs uit de bus, dan ga je naar huis met een prijzengeld van € 1.200, te besteden aan je verdere persoonlijke ontwikkeling in brandveiligheid. Schop je ’t tot genomineerde, dan mag je je scriptie over de bühne brengen tijdens het internationale FSS-congres, 9 en 10 juni a.s. bij het IFV in Arnhem en onder toeziend oog en luisterend oor van vele professionals uit het brandweerwezen in binnen- en buiteland. Na de presentaties van de genomineerden wordt op het congres ook de winnaar bekend gemaakt.

IFV en VVBA stellen de Scriptieprijs 2021 beschikbaar aan studenten die in 2020 of 2019 hun master- of bacheloropleiding hebben afgerond. Die opleiding moet zijn genoten aan een onderwijsinstelling in het Nederlandse taalgebied. De afstudeerscriptie dient een relevant onderwerp te behandelen op het gebied van bijvoorbeeld brandpreventie, brandbestrijding, nazorg of de relaties daartussen. Voertaal van de thesis is Nederlands of Engels. Aan de scriptie moeten 420 studiebelastingsuren (ofwel 15 ect) zijn besteed.

De onderwijsinstelling dient de scriptie vooraf al met minimaal een voldoende te hebben gewaardeerd. De jury van de Scriptieprijs 2021 toetst elke inzending op actualiteit en maatschappelijke relevantie van het onderwerp, de mate van innovatie, toepasbaarheid, diepgang en het wetenschappelijk niveau.

Scripties zijn (als PDF) in te dienen vóór 1 maart a.s. bij Chantal Bouwhuis via c.bouwhuis@nieman.nl.

De genomineerden worden bekend gemaakt tijdens de expertclass Next Generation aan de TU Eindhoven op donderdag 8 april a.s.

  • Foto: illustratie uit de scriptie van Farah Faudzi (Universiteit Gent/University of Edinburgh), winnares van de afgelopen editie van de IFV VVBA Scriptieprijs (2019). Farah onderzocht de brandontwikkeling tussen dakbedekking (brandbaar) en PV-panelen boven het platte dak (onbrandbaar). Haar scriptie en de andere scripties die in 2019 hebben deelgenomen, zijn hier te downloaden.

Op de avondklok berekend

26 januari 2021

Naast de lockdown (tot en met dinsdag 9 februari a.s.) heeft Nederland sinds afgelopen zaterdag ook van doen met een avondklok (tot en met woensdagnacht 10 februari a.s., 04:30 uur). Hoe gaat de Nederlandse brandweer hier mee om? De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) heeft zich er vrijdag jl. over beraad en bedient de veiligheidsregio’s met adviezen op het gebied van brandbestrijding-, hulpverlening- en vakbekwaamheidsactiviteiten.

Brandbestrijding en hulpverlening vormen een wettelijke taak van de brandweer en dienen (dan ook) te allen tijde te worden uitgevoerd. Operationeel optreden van de brandweer en de bijbehorende activiteiten in het operationeel proces, door brandweer en crisisorganisatie, zijn daarom uitgezonderd van de avondklok. Dat brengt vanzelfsprekend met zich mee dat het betrokken brandweerpersoneel, zowel beroepskrachten als vrijwilligers, tijdens de avondklok-uren ‘gewoon’ van huis naar kazerne of meldkamer en weer retour mag reizen. Van hun veiligheidsregio ontvangen ze een werkgeversverklaring. Dit document moeten ze altijd bij zich dragen en bij een eventuele controle tonen. Een ‘eigen verklaring avondklok’ is niet nodig.

Opleidingen en oefeningen vallen wél onder het regime van de avondklok. De veiligheidsregio’s wordt geadviseerd om hun vakbekwaamheidsprogramma’s vroeger te starten zodat ze in elk geval vóór 21:00 uur klaar zijn óf om ze in te korten en dan eventueel over meer dagen van de week uit te smeren. Een programma op zaterdag is daarbij ook een optie. De brandweer organiseert al veel opleidingsactiviteiten, zoals theorielessen, online. Andere activiteiten zoals stagelopen zijn soms tijdelijk stopgezet. Activiteiten die beslist niet kunnen wachten en evenmin online kunnen, bijvoorbeeld het oefenen van de elementaire basisvaardigheden in brandbestrijding en hulpverlening, ‘fysiek’ doorgang vinden met in achtneming van de coronarichtlijnen van overheid en RIVM.

Hoe de regio’s dat in het vat kunnen gieten, staat in een aanvulling op de Brancherichtlijn COVID-19. Deze richtlijn van Brandweer Nederland is zogezegd een ‘dynamisch document’ dat voortdurend kan reageren of anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en besluitvorming rond het coronavirus. Na een eerste publicatie in juli 2020 verscheen in september 2020 een aangepaste versie. Nu is er de aanvulling naar aanleiding van de huidig lockdown met avondklok. Mogelijk over enige tijd volgt richtsnoeren voor werving en selectie van personeel in coronacrisistijd.

Landelijk kader ‘uitruk op maat’ vraagt om vervolg

13 januari 2021

In opdracht van Brandweer Nederland heeft het IFV het ‘Landelijk kader uitruk op maat bij brand’ tegen het licht gehouden. Zes jaren geleden is dit kader vastgesteld in samenspraak met onder meer het Veiligheidsberaad, het Ministerie van Justitie & Veiligheid en de vakorganisaties. Doel van het kader is om de 25 veiligheidsregio’s in ons land handvatten te bieden bij het gevarieerd inzetten van personeel en materieel bij incidenten, afhankelijk van het type incidenten en de risico’s. Deze flexibilisering van slagkracht kan dan bijdragen aan verantwoord organiseren en vernieuwing van de incidentbestrijding, zo is de achterliggende gedachte.

Het IFV heeft het kader samen met de verschillende betrokken organisaties geëvalueerd, waaronder (uiteraard) de regio’s als beoogde gebruikers. Eerste hoofdvraag bij de evaluatie luidde: in hoeverre is de vormgeving, implementatie en daadwerkelijke praktijk van uitruk met eenheden kleiner dan TS-6 in de regio’s in overeenstemming met het landelijk kader? TS-6 staat voor tankautospuit met zes personen. En de logische, tweede hoofdvraag: biedt het landelijk kader voldoende steun bij die vormgeving, implementatie en praktische uitvoering in de regio’s? Die vraag was vooral bedoeld om bij de veiligheidsregio’s te peilen wat ze goed vinden aan het landelijk kader en wat voor verbetering vatbaar is.

IFV heeft de beoordelingen, behoeften en verbetervoorstellen van de ondervraagde disciplines samengebald in een kennisdocument, dat hier kosteloos als PDF is te downloaden. Wat opvalt in het evaluatierapport, is dat zowel veiligheidsregio’s als vakbonden en de verschillende (netwerk)organisaties het Landelijk kader lastig toepasbaar vinden, vooral als het gaat om het meten van de opkomsttijden en het opschalen bij een middelincident. Ze hebben allemaal behoefte aan uniforme opleiding en oefening in ‘uitruk op maat’ en flexibiliteit en maatwerk binnen het Landelijk kader. Ook vragen ze gezamenlijk om verbreding van het maatgevend incident, beperking van de toepassing van de SI-2 (Snelle Interventie met 2 personen) en om meer samenhang tussen ‘uitruk op maat’ en andere ontwikkelingen.

Verantwoordelijk minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft het evaluatierapport vorige maand aangeboden aan de Tweede Kamer en per brief nader geïnformeerd over de stand van zaken. De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) heeft zich er ook over gebogen en ziet voor dit jaar twee belangrijke, concrete vervolgstappen. Allereerst moet in 2021 de bijstelling van het kader worden opgepakt en hernieuwde afspraken worden gemaakt over de naleving ervan. Een tweede opgave, volgens het RCDV, ligt in het verbinden van bestaande zienswijzen, zoals de doctrine brandbestrijding met de brandweerkundige uitgangspunten. Daarbij zijn ook koppelingen gewenst met lopende programma’s en projecten zoals uniforme systematiek bij dekkingsplannen, uitgangspunten voor vaststelling van regionale slagkracht en de visie op grootschalig brandweeroptreden.

‘Het landelijk kader uitruk op maat staat niet op zichzelf. Het moet in de juiste samenhang worden gebracht met de vele ontwikkelingen, programma’s en projecten. Samen vormen zij de bouwstenen voor de toekomstige brandweerorganisatie, gestoeld op onze professionele opvatting. Zo zorgen we voor een zorgvuldige onderbouwing van een adequaat niveau van repressieve brandweerzorg’, aldus Hans Zuidijk, portefeuillehouder Uitruk op maat binnen de RCDV.

Alle partijen die hebben bijgedragen aan het landelijk kader, worden ook weer gevraagd voor participatie in het voorgenomen vervolgtraject.

Stop CO-vergiftiging

5 januari 2021

‘Ventileer – Controleer – Alarmeer’. Een meer treffende slogan voor de landelijke publieksvoorlichtingscampagne Stop CO-vergiftiging is nauwelijks denkbaar. De drie steekwoorden staan voor de voornaamste maatregelen om koolmonoxidevergiftiging te voorkomen. En zo samengevoegd in één slagzin werken ze tevens als dringende oproep om de risico’s van CO in huis serieus te nemen.

In dit jaargetijde zijn die risico’s ook nog eens groter, weet Jet Vroege van Brandweer Nederland dat de campagne samen met de Nederlandse Brandwonden Stichting voert. ‘Het stookseizoen is begonnen en door de huidige coronamaatregelen zitten mensen meer binnen. Daar komt bij dat dit jaar minder mensen hun cv-ketel hebben laten controleren. Een alarmerende ontwikkeling, het is essentieel om jaarlijks je cv-ketel te laten controleren. Dit geldt net zo goed voor een oude als een gloednieuwe ketel. Ik begrijp dat mensen terughoudend zijn, maar deze controles kunnen volgens de richtlijnen van het RIVM worden uitgevoerd.’, aldus Vroege.

Een koolmonoxidevergiftiging kun je eenvoudig voorkomen door maatregelen te treffen onder de noemer Ventileer – Controleer – Alarmeer. Laat het verwarmingstoestel in de woning jaarlijks nazien (Controleer), hou voortdurend een rooster open of een raam op een kier (Ventileer) en plaats een CO-melder (Alarmeer). ‘Heel belangrijk, omdat alleen een CO-melder kan waarschuwen als het levensgevaarlijke koolmonoxide in je woning vrijkomt’, stelt Vroege. Zonder zo’n melder merken bewoners niet op dat CO in huis rondwaart. CO is een gas dat je niet ziet of ruikt en dat niet prikkelt.

Ook verschijnselen van koolmonoxidevergiftiging zijn gemakkelijk over het hoofd te zien. ‘De eerste symptomen zijn vaak vaag en kunnen lijken op griep, dat net als CO-vergiftigingen juist in het stookseizoen vaker voorkomt.’ zegt Jeroen van Roosmalen, als SEH-arts KNMG verbonden aan het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. ‘Daarnaast zien wij met enige regelmaat patiënten met ook neurologische klachten bij een koolmonoxidevergiftiging, zoals geheugenproblemen of moeite met spreken. Dat maakt het stellen van de diagnose ook niet makkelijker.’ Van Roosmalen benadrukt dan ook het belang van de preventieve maatregelen: Ventileer – Controleer – Alarmeer.

In het kader van de campagne Stop CO-vergiftiging hebben Brandweer Nederland en de Nederlandse Brandwonden Stichting alle wetenswaardige informatie over de gevaren van CO en het herkennen en voorkomen van CO-vergiftiging bijeengebracht op www.brandweer.nl/koolmonoxide

Meeste Nederlanders vóór vuurwerkverbod

22 december 2020

Tweederde van de vaderlandse bevolking schaart zich achter het kabinetsbesluit om het afsteken en verkopen van vuurwerk dit jaar te verbieden. Dat concludeert I&O Research na onderzoek in opdracht van Binnenlands Bestuur, het magazine voor ambtenaren en bestuurders van (gemeentelijke) overheden. Ruim 1.100 personen deden aan het onderzoek mee.

Vorig jaar was nog maar de helft van de Nederlanders voor een totaalverbod op vuurwerk. Nu is dat opgelopen tot 64 procent. Van de ondervraagden laat 86 procent weten komende jaarwisseling geen vuurwerk af te steken, mede vanwege de milieuvervuiling en de overlast en mogelijke schade voor mens en dier. Het totaalverbod op vuurwerk kon altijd al op steun rekenen onder de vaste aanhang van de Partij voor de Dieren en GroenLinks. Maar inmiddels groeit het animo voor het verbod onder kiezers van álle politieke partijen, zo blijkt uit het onderzoek.

Ongeveer een kwart van alle inwoners van ons land steekt met de jaarwisseling (weleens) vuurwerk af.
De potentiële vuurwerkafsteker is dikwijls een PVV-stemmer, man, jong en woonachtig in het noorden of oosten van het land. Iets meer dan tien procent van deze groep is niet van zins om dit jaar van het afsteken af te zien. Verreweg de meeste van hun landgenoten (86 procent) doen dat wel. Wel vindt ruim vier op de tien Nederlanders dat de vuurwerktraditie in ere moet worden gehouden. Bijna 70 procent van de bevolking is voorstander van centrale vuurwerkshows, georganiseerd door de gemeenten.

Met het verbod wil de regering voorkomen dat de zorgsector, toch al zwaar belast door corona, rond de jaarwisseling overbelast raakt. Het verbod werd vrijdag 13 november jl. afgekondigd. Vuurwerkhandelaren hadden (vooral) moeite met het ‘late tijdstip’ van bekendmaking. Brancheorganisatie Stichting Vuurwerkdealers Nederlands Consumentenvuurwerk (SVNC) stapte daarop naar de rechter om het verkoopverbod aan te vechten en ongedaan te krijgen.

‘De trein was al in volle vaart toen de regering het besluit nam. Er waren al verplichtingen aangegaan met importeurs en containers vol met vuurwerk waren al onderweg. Er zijn enorme sommen geld geïnvesteerd, terwijl de omzet straks nul is. Daarbij komen problemen met de opslag. Een vuurwerkverbod brengt onevenredig veel schade toe’, aldus de advocaat van de SVNC.

De brancheorganisatie trok echter aan het kortste eind. ‘De Staat heeft volgens de rechter voldoende gemotiveerd waarom het verbod nodig is en wat hij daarmee wil voorkomen’, aldus het vonnis van de rechtbank in Den Haag. Daarmee blijft de verkoop van vuurwerk verboden. Het kabinet heeft de branche zo’n 40 miljoen euro toegezegd ter compensatie van de omzetverliezen.

  • Foto: Het Nationale Vuurwerk in 2019 in Rotterdam (© Ariscaa).

Bestrijding incidenten windturbines op de kaart gezet

16 december 2020

Bij de overgang naar een duurzame energievoorziening is een grote rol weggelegd voor windenergie. Vandaar dat steeds vaker en steeds meer nieuwe windturbines opdoemen in het landschap. Maar als zich met zo’n windturbine een incident voordoet, hoe kan de brandweer dan veilig en doeltreffend te werk gaan? De kennis en inzichten hiervoor zijn daartoe samengebracht op de Aandachtskaart Bestrijding incidenten Windturbine van Brandweer Nederland.

De kaart is vooral bedoeld als informatieve hulp voor de bevelvoerder en eventueel de officier van dienst die van doen krijgen met een incident met een windturbine. ‘Bij zo'n incident is het essentieel dat de hulpdiensten afstemmen met de exploitant van de windturbine en het hoogtereddingsteam van de brandweer. Dit vanwege het unieke karakter van een windturbine en de specialistische aard van de brandbestrijding en hulpverlening op hoogte. Op de aandachtskaart is dit soort belangrijke informatie terug te vinden’, aldus Nils Rosmuller. Als lector Energie- en transportveiligheid bij het IFV is hij nauw betrokken geweest bij de samenstelling van de publicatie.

De aandachtskaart geeft ‘in één oogopslag’ weer wat de veiligheidsrisico’s zijn bij windturbines en wat de kenmerken zijn van incidenten bij windturbines, waarbij de veelvoorkomende oorzaken en belangrijke attentiepunten bij de incidentbestrijding worden opgevoerd. Naast de algemene repressiemaatregelen presenteert de publicatie ook de aandachtspunten en activiteiten bij een viertal scenario’s van incidentbestrijding, afhankelijk van het type incident (brand of ongeval) en de plaats waar ’t zich voordoet (onderin (in de mast) of bovenin (in of bij de gondel of de rotor). De kaart sluit af met korte beschrijvingen van de mast waarin onder meer de hoogspanningskabels lopen en de gondel. In deze ‘zeecontainer’ boven op de mast zit het samenstel van mechanische en elektrische systemen die de rotorbladen laten draaien.

  • De Aandachtskaart Bestrijding incidenten is ontwikkeld door het IFV, samen met deskundigen uit de veiligheidsregio’s en van de brancheorganisatie Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA). U kunt de uitgave hier gratis downloaden.
  • Afgelopen dinsdag 1 december hield het IFV ook een webinar over het brandweeroptreden bij brand of ongeval met een windturbine. Nils Rosmuller, Edwin van der Meer van de NWEA en John van Norden, teamleider van het hoogtereddingsteam van Veiligheidsregio Utrecht, gaan hierbij nader in op de (on)mogelijkheden van een inzet bij een windturbine. Het webinar is hier terug te zien.
  • Foto: Port of Rotterdam.

Wet Certificering Gasverbrandingsinstallaties in werking

10 december 2020

Bedrijven die gasverbrandingsinstallaties plaatsen, onderhouden of repareren moeten vanaf 1 april 2022 een geldig certificaat kunnen overleggen. Beschikt een bedrijf per die datum niet over zo’n geldig certificaat, dan mag dat bedrijf de werkzaamheden dan niet uitvoeren en overtreedt ze de wet als ze dat toch doet. Ook een opdrachtgever, bijvoorbeeld een eigenaar, verhuurder of huurder, is in overtreding als per 1 april 2022 de opdracht aan een niet-gecertificeerd bedrijf wordt gegund.

De verplichting van het certificaat hoort bij het nieuwe wettelijke stelsel voor werkzaamheden aan cv-ketels, gashaarden, geisers en andere gasverbrandingsinstallaties dat per 1 oktober van dit jaar van kracht is. Om de bedrijven tijd te geven om in de praktijk aan de wettelijke bepalingen te voldoen, geldt sinds 1 oktober een overgangsperiode van anderhalf jaar. Binnen deze periode kunnen bedrijven het benodigde certificaat in huis halen én hun monteurs de gevraagde expertise bijbrengen op het gebied van koolmonoxide en het voorkomen van het ontstaan daarvan. De nieuwe wet beoogt namelijk het zorgwekkend aantal incidenten en ongevallen met CO-vergiftiging (vooral in de privésfeer) omlaag te brengen.

De betrokken ondernemingen kunnen bij koepelorganisatie Techniek Nederland terecht voor opleidingen en tools. Voor opdrachtgevers die op zoek zijn naar een gecertificeerd installatiebedrijf is een online register in ontwikkeling. Zodra de eerste bedrijven zich hebben gecertificeerd, gaat het register ‘live’. Gecertificeerde bedrijven zijn straks te herkennen aan een speciaal beeldmerk. In het najaar van volgend jaar start een campagne om iedereen (nog meer) bekend te maken met de risico’s van koolmonoxide en de verplichte certificering per 1 april 2022.

De nieuwe wet volgt op de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, gedocumenteerd in het rapport ‘Koolmonoxide en onbegrepen gevaar’ van november 2015. Het rapport wijst uit dat een groot deel van de ongevallen met koolmonoxide voortkomt uit onoordeelkundig handelen (of überhaupt niet handelen) van installateurs. De bestaande certificaten en erkenningen bieden bovendien onvoldoende garantie op een professionele en veilige aanleg en onderhoud van de installaties, zo blijkt uit het rapport van OVV. Aan de nieuwe regelgeving ligt ook een advies van de Gezondheidsraad uit juli 2019 ten grondslag. Hierin waarschuwt de raad voor de gevaren van blootstelling aan geringe concentraties koolmonoxide.

  • Foto: Installatie NL

Trainingen ‘Essentiële Controlepunten Brandveiligheid’

3 december 2020

Afgelopen donderdag 26 november heeft BBN de nieuwe editie gelanceerd van Essentiële Controlepunten Brandveiligheid’. Al sinds 2005 biedt deze jaarlijkse publicatie de belangrijke aandachtspunten en tips voor het brandveilig toepassen van (onder meer) constructies, isolatiematerialen, glas, deuren, doorvoeringen en rook- en warmteafvoersystemen. Ook dit jaar is de uitgave weer aangepast aan actuele normen, richtlijnen, kennis en inzichten.

Uiteraard is de publicatie direct klaar voor gebruik. Maar wie meer wil weten over de behandelde onderwerpen, vindt veel van zijn (of haar) informatieve gading op de Trainingen Essentiële Controlepunten Brandveiligheid. Tijdens zo’n training krijgt u binnen één werkdag kennis aangereikt vanuit de verschillende BBN productwerkgroepen. Ook ontvangt u actuele informatie uit het projectteam Essentiële Controlepunten Brandveiligheid.

De eerste training is volgende week woensdag 9 december a.s. Daarna volgen volgend jaar nog sessies op de woensdagen 3 februari, 10 maart, 21 april, 16 juni, 15 september en 8 december. De kosten van deelname bedragen € 315,- (excl. btw) per persoon. Aanmelden voor de training van 9 december in Nieuwegein kan hier.
• De PDF van Essentiële Controlepunten Brandveiligheid 2020 is hier kosteloos af te halen.

Terugblik brandveilige learning lunch

24 november 2020

‘Baanbrekende oplossingen voor brandbescherming van staal’. Onder deze interesse-opwekkende noemer organiseerden Aalterpaint, Buildsoft, Infosteel en Bouwen met Staal donderdag 5 november jl. een webinar rond de opties van brandwerende verf op staalconstructies van gebouwen.

Een van die ‘baanbrekende oplossingen’ werd uit de doeken gedaan door Kris Vercamer van Aalterpaint: Firetex FX6002. Met deze nieuwe watergedragen brandwerende coating is het mogelijk de stalen (hoofd)draagconstructie tot 120 minuten brandwerend te maken.
Een tweede ‘feature’ van het nieuwe product is de bijzonder korte droogtijd. Zo kun je bij een temperatuur van zo’n 15ºC, de brandwerende verflaag al 1 uur ná applicatie gewoon aanraken en na 2 uur verplaatsen, bijvoorbeeld voor transport naar de bouwplaats. Na ongeveer 4 uur is de brandwerende verf volledig uitgehard en bestand tegen de elementen.

Dorothée De Pauw (Buildsoft) belichtte de brandmodule van Diamonds, het computerprogramma voor het berekenen van staal-, staal-beton- en houtconstructies. De brandmodule maakt de thermische berekening, aan de hand van de standaard-brandkromme óf andere curven (bijvoorbeeld van natuurlijke brand). Daarna worden de thermische en mechanische respons van de constructie(delen) bepaald.
De software doet suggesties voor de eventueel benodigde brandwerende bescherming. De brandwerende-verfproducten van Aalterpaint zijn verwerkt in de bibliotheek van Diamonds. Dat maakt ‘t mogelijk om voor deze producten in Diamonds de laagdikte te bepalen en optimaliseren.

Ralph Hamerlinck (Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) kwam met een baanbrekend nieuwtje. Het Nederlandstalige studie-/praktijkboek Brand (Eurocode 3) krijgt naar verwachting begin volgend jaar een Engelstalige evenknie: Fire (Eurocode 3). De nieuwe publicatie wordt geënt op de EN-versie van de Eurocode 3, met in de kantlijn verwijzingen naar Nationale Bijlagen van afzonderlijke landen.
De opzet is overeenkomstig die van de Nederlandse voorganger, inhoudelijk zijn diverse onderwerpen toegevoegd. Tot de nieuwe items behoren het berekenen van de thermische respons van thermisch verzinkte staalprofielen en het bepalen van de mechanische respons van verbindingen. Ook gaat de nieuwe uitgave nader in op de inzet van MACS+ en Locafi software in het kader van Fire Safety Engineering. Net als Brand is Fire een boek voor de constructiepraktijk en het onderwijs, maar dan voor geheel Europa.

Brandweerstatistiek nieuwe stijl

16 november 2020

Wie kent ze niet: de ‘Branden en hulpverleningen’-cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Helaas is het CBS eind vorig jaar gestopt met publicatie van de brandweerstatistieken, maar gelukkig komt het IFV voortaan elke maand met de Kerncijfers Incidenten.

De Kerncijfers Incidenten bieden zicht en inzicht in het aantal en het type incidenten die bij de meldkamers van de brandweer zijn binnengekomen. Bij de Kerncijfers Incidenten gaan de Kerncijfers Incidenten reactietijden. Hierin zijn de tijden vastgelegd die de meldkamer en de repressieve dienst van de brandweer hebben besteed aan de geregistreerde incidenten, vanaf de melding tot beëindiging van het incident.

Beide typen kerncijfers worden steeds na afloop van de maand van registratie gepubliceerd, elk in een online dashboard. Dat maakt ’t bijvoorbeeld mogelijk om snel te zoeken naar de cijfers voor een bepaalde gemeente of regio. Naast het totaal aantal incidenten toont het dashboard ook het aantal incidenten per dag en per uur én per meldingsclassificatie zoals ‘brand’, ‘leefmilieu’ en ‘ongeval’. Woningbrand, verkeersongeval en voertuig/persoon te water zijn de drie belangrijke incidenttypen die het dashboard nader belicht. Door op een grafiek van een bepaald item te klikken, valt een apart venster open dat voor dat item de ontwikkeling over meerdere maanden of jaren kan laten zien. De gebruiker kan de gewenste periode zelf instellen.

Soortgelijke functionaliteit is voorbehouden aan de Kerncijfers Incidenten reactietijden. Dit dashboard geeft ook de opkomsttijd, als onderdeel van de reactietijd. De opkomsttijd is weer gesegmenteerd naar verwerkingstijd, uitruktijd en rijtijd.

De nieuwe Kerncijfers helpen de veiligheidsregio’s om (nog meer) informatiegestuurd te werken. Onno van Veldhuizen, voorzitter Dagelijks Bestuur IFV, is het daar zonder voorbehoud mee eens: ‘Omdat het IFV hierin graag een verbindende rol speelt, hebben wij in samenwerking met de veiligheidsregio's het Kenniscentrum Informatiegestuurde Veiligheid opgericht. Met het kenniscentrum biedt het IFV de veiligheidsregio's en hun crisispartners kennis, techniek en ondersteuning op het gebied van business intelligence (BI), data en data-analyse. Hierdoor kunnen zij hun taken beter voorbereiden en uitvoeren. Ik ben trots op de stappen die gezamenlijk zijn gezet en de mijlpaal ‘Kerncijfers Incidenten’. Een opmaat naar meer!’

November: maand van de Basisprincipes van brandbestrijding

10 november 2020

De maand november is alweer ruim een week op streek, maar aandacht voor de ‘Maand van de Basisprincipes van brandbestrijding’ komt eigenlijk nooit te laat. De gehele maand november organiseren Brandweer Nederland en het IFV een scala aan communicatie-activiteiten ter toelichting en verduidelijking van de Basisprincipes van brandbestrijding.

Via inspirerende vlogs, instructieve video’s en leerzame verslagen van incidenten, verzameld op www.basisprincipesvanbrandbestrijding.nl, wordt kennis en inzicht geboden op inzet van de principes in de brandweerpraktijk, hoe je ermee kunt oefenen en hoe je ze verwerkt in de brandweeropleidingen en cursussen.

De basisprincipes zijn vijf eenvoudige en praktische vuistregels voor het veilig en doeltreffend bestrijden van brand. De principes zijn in mei 2018 vastgelegd in de publicatie De hernieuwde kijk op brandbestrijding. Vorig jaar heeft de Programmaraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland ze formeel vastgesteld, zodat de brandweerkorpsen ermee aan het werk kunnen.

De vijf vuistregels zijn, verkort weergeven:
1. Neem meer tijd (stop en denk na).
2. Doe een buitenverkenning, met als doel de brand van buitenaf te ontdekken en eveneens van buitenaf te blussen.
3. Beantwoord de drie kernvragen tijdens de buitenverkenning: waar zit de brand?; is de brand (van buitenaf) bereikbaar?; is voldoende koelend vermogen voorhanden?
4. Bij een klein gebouw of kleine ruimten en voldoende koelend vermogen: kies voor een offensieve binneninzet, mits de veiligheid voldoende is gewaarborgd.
5. Schat het potentiële brandvermogen in en neem voldoende koelend vermogen mee.

De regels moeten bijdragen aan een effectieve en tegelijkertijd veilige inzet van de brandweer. Vandaag de dag is het aantal branden weliswaar kleiner dan in het verleden, de diversiteit en complexiteit zijn wel toegenomen. Simpele, basale richtsnoeren komen juist dan van pas om in elke fase van brandbestrijding voor de juiste aanpak te kiezen.

Regel 1 ‘Neem meer tijd (stop en denk na)’, bijvoorbeeld, lijkt misschien een ‘open deur’, maar kan bij aankomst bij een incident veel profijt opleveren. Lector brandweerkunde Ricardo Weever, senior-onderzoeker Hans Hazebroek en onderzoeker/adviseur Joost Ebus, alle drie actief voor de Brandweeracademie/IFV, vertellen er meer over in deze video.

IFV en Brandweer Nederland nodigen de veiligheidsregio’s uit om ook hun informatie- en voorlichtingsmateriaal beschikbaar te stellen voor www.basisprincipesvanbrandbestrijding.nl Hierdoor kan de website uitgroeien tot een breed gedragen en geraadpleegd online platform. En dat helpt voor verdere landelijke bekendheid én toepassing van de Basisprincipes van brandbestrijding.

Richtlijn brandwerendheid ramen en deuren op komst

2 november 2020

NPR 6112, de Nederlandse Praktijkrichtlijn brandwerendheidskenmerken ramen en deuren, is haar tweede consultatieronde ingegaan. Commentaar op het ontwerp van de richtlijn is tot 1 december a.s. in te dienen via normontwerpen.nen.nl

In de huidige ontwerp- en bouwpraktijk leiden de eisen en de criteria voor het beoordelen van de brandwerendheid van gevelkozijnen met beweegbare delen nog geregeld tot twijfel en misinterpretatie. De nieuwe NPR wil duidelijkheid verschaffen door voor de veelvoorkomende praktijksituaties richtsnoeren voor het uitwerken van de brandwerendheidseisen aan te reiken. In vijf stappen worden ontwerpers, bouwers en toeleveranciers wegwijs gemaakt in de materie.

De NPR komt ook als geroepen omdat de Europese Commissie heeft aangeven dat brandwerende gevelkozijnen per 1 november 2019 moeten zijn toegerust met een Prestatieverklaring en een CE-label. De prestatieverklaring en het CE-label voor deze productgroep zijn gebaseerd op twee geharmoniseerde Europese normen: NEN-EN 14351-1 en NEN-EN 16034. De praktijkrichtlijn legt de verbinding tussen de prestatieverklaring en CE-markering van het product en de eisen in het Bouwbesluit 2012.

De richtlijn onderging al een eerste commentaarronde. Daarbij werden diverse technische wijzigingen in het ontwerp doorgevoerd. Inclusief aanpassingen wordt het ontwerp nu nogmaals voorgelegd aan deskundigen en toekomstige gebruikers. Tot 1 december a.s. kunnen ze het gewijzigde ontwerp doornemen en becommentariëren op normontwerpen.nen.nl.

De richtlijn is samengesteld door een werkgroep met representanten van Kenniscentrum Glas, Reynaers, SKH, VMRG en Bouwen met Staal.

  • Informatie over de richtlijn en het totstandkomingsproces is verkrijgbaar bij Suzanne Dietz, consultant normalisatie bij NEN Bouw, via Suzanne.Dietz@nen.nl en (015) 269 03 84.
  • Foto: weervaststalen gevel woon-/werkwoning Klaprozenweg, Amsterdam (Fem architects).

0900-0904

26 oktober 2020

0900-0904. Dat is het nieuwe, landelijke niet-spoednummer voor de brandweer. Heeft u van doen met een incident dat niet (direct) gevaarlijk of levensbedreigend is, dan belt u de brandweer via 0900-0904. Is een situatie wél levensbedreigend of direct gevaarlijk, dan belt u het bekende alarmnummer 112.

Met de komst van 0900-0904 als centraal nummer voor alle meldingen zonder spoed, blijft 112 echt gereserveerd en bereikbaar voor meldingen die wél een spoedoptreden van hulpdiensten vereisen. Bent u bijvoorbeeld getuige van een ernstig verkeersongeval, dan belt u direct 112. Rijdt u een boom over de weg tegemoet, ofwel u nadert een niet-acuut gevaarlijke of levensbedreigende situatie, dan belt u 0900-0904.

Het nieuwe nummer is 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar. Na het inspreken van de plaatsnaam wordt de beller doorverbonden met de meldkamer van de brandweer in de betreffende regio. Met het nieuwe nationale niet-spoednummer gaan de afzonderlijke, regionale telefoonnummers voor niet-spoedmeldingen aan de brandweer de geschiedenisboekjes in.

Leer smakelijk

20 oktober 2020

Lekker lunchen en tegelijkertijd je kennis van het brandwerend beschermen van staalconstructies opfrissen. Dat kan donderdagmiddag 5 november a.s. tijdens de digitale Learning Lunch ‘Baanbrekende oplossingen voor brandbescherming van staal’, uitgeserveerd door Infosteel, Bouwen met Staal, Aalterpaint en Buildsoft.

Op het kennismenu van het webinar staat een drietal presentaties over het gebruik van brandwerende verven (opschuimende coatings) op staalconstructies van gebouwen.

Kris Vercamer introduceert het nieuwste brandwerende verfproduct van Aalterpaint: Firetex FX6002. Met deze watergedragen brandwerende coating zijn staalconstructies – zowel in als buiten het gebouw – tot 120 minuten brandwerend te maken. Bovendien is de brandwerende verf in een mum van tijd klaar voor z’n beschermende functie dankzij de bijzonder korte droogtijd. Bij een temperatuur van zo’n 15ºC, bijvoorbeeld, is de brandwerende verflaag al 1 uur ná applicatie aan te raken, na 2 uur te verplaatsen (bijvoorbeeld voor transport naar de bouwplaats) en na 1,5 uur overschilderbaar. Na ongeveer 4 uur is de brandwerende verf volledig uitgehard en bestand tegen de elementen.

Dorothée De Pauw behandelt de module ‘brand’ van Diamonds, de software van Buildsoft voor het berekenen van staal-, beton- en houtconstructies. Met de brandmodule bepaalt u de brandwerendheid (in minuten) van constructiedelen, aan de hand van de standaard-brandkromme (ISO 834) of een andere curve (bijvoorbeeld van natuurlijke brand). Daarbij geeft het programma suggesties voor de benodigde brandwerende bescherming.

Ralph Hamerlinck (Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) schotelt het toetje van de Learning Lunch voor: the new fire book ‘Benelux rules the waves’.

Deelname aan het webinar is gratis. Het programma en de aanmeldoptie vindt u hier.

  • Foto: kantoorgebouw EMA, Amsterdam, in aanbouw (Rijksvastgoedbedrijf Architecten, MVSA architecten, Fokkema en Partners architecten en OKRA landschapsarchitecten, © Dura Vermeer).

Eenheid in etiketten op brandblussers

28 september 2020

Ter afronding van periodiek onderhoud van brandblussers behoort de onderhoudsmonteur een etiket op het toestel aan te brengen. Op dat etiket (in dit geval met gele kleur) staat de datum van de uitgevoerde onderhoudsbeurt en de datum waarop de blusser weer toe is aan een nieuwe controle. Om in deze etikettering, op zowel draagbare als verrijdbare blustoestellen, uniformiteit te brengen, heeft het NEN de wijzigingen voorbereid van NEN 2559 en NEN 2659.

NEN 2559 bevat de richtlijnen voor onderhoud, revisie, buitengebruikstelling en vervanging van draagbare blussers. De regels voor verrijdbare blustoestellen staan in de NEN 2659. NEN 2569 is in 2003, metgezel 2559 dateert van 2001. Beide normen zijn naderhand aangevuld. De twee normen bevatten tevens de richtsnoeren voor de etikettering van de blusmiddelen.

De voorgestelde wijzigingen betreffen de etiketten voor jaarlijks en uitgebreid onderhoud, revisie, houdbaarheidsdatum van de blusstof en de buitengebruikstelling. Daarnaast wordt in NEN 2659 de term ‘REOB’ verplaatst naar de aanvullende informatie. Hierdoor kunnen ook deskundigen die niet REOB gecertificeerd zijn (maar wel voldoen aan de voorschriften in normbijlage E) het onderhoud aan de blusser uitvoeren. De betekenis en waarde van de REOB-certificatie blijft daarbij in tact.

De teksten over Halonblussers worden geschrapt. Aangenomen wordt dat dit type blussers niet meer voorkomt. Verder worden de teksten over verrijdbare toestellen zoveel mogelijk gelijk getrokken met die over draagbare.

De aangepaste richtlijnen voor etiketten gaan ook gelden voor brandslaghaspels en droge blusleidingen. De normen hiervoor, NEN-EN 671-3 resp. NEN 1594, ondergaan geen verdere wijzigingen en zijn daarom niet in ontwerp gepubliceerd.

Op de wijzigingen kunt u tot 1 november a.s. commentaar indienen via www.normontwerpen.nen.nl.

  • Meer informatie over de normen en het normalisatieproces is verkrijgbaar bij Annet van der Horn, consultant Bouw & Installatie bij het NEN, telefoon (015) 2 690 324, e-mail iv@nen.nl.
  • Meepraten over de bestaande en gewenste inhoud van de normen is mogelijk in de normcommissie Brandweeruitrusting. Deze commissie houdt zich onder meer bezig met CEN/TC 70 – Manual means of fire fighting equipment, CEN/TC 191/WG 6 – Gas extinguishing Systems and components en CEN/TC 192 -Fire and Rescue Service Equipment. Wilt u deelnemen in de commissie of eerst nog meer informatie? Stuur een mail naar iv@nen.nl.

De gaten in het brandcompartiment

18 september 2020

Brandscheidingen: gebouwen kunnen veelal niet zonder teneinde het risico op branduitbreiding en daarmee (grotere) brandschade te beperken. Maar wil de brandscheiding zijn preventieve functie naar behoren vervullen, dan dienen constructie en afwerking wel met zorg te zijn ontworpen, gedetailleerd en uitgevoerd; tot op de kleinste gaatjes. En bij die gaten, voor het doorvoeren van kabels en leidingen van het ene naar het andere brandcompartiment, gaat ’t nog weleens mis, meent Eisma Bouwmedia. Aanleiding voor de uitgever van onder meer Bouwwereld en ArchitectuurNL om, samen met Rockwool, een webinar ‘De gaten in het brandcompartiment’ op te tuigen.

Tijdens dit webinar, 29 oktober a.s. van 12:30–13:30 uur, spreken drie deskundigen zich uit over de missers in de praktijk van het leidingdoorvoeren, waardoor er ‘gaten’ ontstaan in de brandpreventieve werking van de scheiding. Maar centraal staat natuurlijk de voorlichting over de gewenste aanpak. John Bijvank, docent aan de Brandpreventie Academy, trapt af met een uitleg van het verschil tussen brandwerendheid (‘brandweerstand’) van de scheidingsconstructie en de brandklasse van de toegepaste materialen en materiaalcombinaties. Daarbij belicht hij zowel de steenachtige als ‘lichte’ scheidingswanden.

Hoe materialen en constructies zich werkelijk gedragen tijdens een brand, wordt uit de doeken gedaan door Folkert van der Ploeg, coördinator brandonderzoek bij regio Twente. Uit zijn praktische testen valt af te leiden of oplossingen al of niet voldoende bijdragen aan het beperken van uitbreiding van brand. Van der Ploeg laat ook zien hoe een oplossing in theorie kan verschillen met eenzelfde oplossing maar dan toegepast in de praktijk. Hij doet dat onder meer aan de hand van de evaluatie van een brand in een meterkast.

Mede-organisator Rockwool levert ook een inhoudelijke bijdrage. Pascal van den Heuvel, technical engineer HVAC & Fire Protection, gaat in op de norm voor leidingdoorvoeringen, de NEN-EN 1366-3.
Daarbij geeft hij de belangrijke ‘weetjes’ uit de norm en de ‘do’s and don’ts’ voor de uitvoering.

Gewijzigde NEN 6068 gepubliceerd

8 september 2020

Het NEN heeft een deels herziene versie gepubliceerd van NEN 6068, de norm voor het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten. De nieuwe publicatie vervangt de uitgaven uit 2026 en het ontwerp van vorig jaar. Naast aanpassingen van de bestaande inhoud is de norm nu toegerust met een informatieve bijlage F, met daarin toelichtingen en handreikingen voor de toepassing in de praktijk.

In de nieuwe normversie zijn de verwijzingen voor de brandwerendheid van gesloten geveldelen en openingen aangepast aan de begin vorig jaar verschenen, nieuwe versie van de NEN 6069 ‘Beproeving en klassering van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten’. In NEN 6068:2020 nl zijn tevens de vlamvormen voor gevels, zowel hellend als niet-hellend, beter op elkaar afgestemd. De vlamvormen voor gevelopeningen met een balkon zijn nu uniform voor balkons en overstekken met een diepte van 20 cm of meer. De norm stelt niet langer als voorwaarde dat een balkon aan weerszijden van een gevelopening uit moet steken om brandoverslag te voorkomen.

Verder biedt de norm een verbeterde én vereenvoudigde formule voor het berekenen van een brandruimte over meerdere verdiepingen. De formulering voor de vlam uit een dakopening bij industriefuncties is – voor naast elkaar gelegen brandruimten of compartimenten – afgestemd op de werkwijze die in de praktijk gangbaar is.

Belangrijk is ook dat de norm meer in lijn is gebracht met het toekomstige Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL): de beoogde, nog te bekrachtigen opvolger van het Bouwbesluit 2012. Voor nieuwbouw van gebouwen stelt de norm nu als eis dat de eventueel benodigde brandwerendheid van gevels voor ten minste de helft moet worden bereikt ‘op eigen terrein’ ofwel ‘van binnen naar buiten’.

Deze nieuwe eis is uitgebreid toegelicht via een artikel in het juni-nummer van het vakblad Bouwen met Staal. In ‘Regelgeving brandoverslag ‘ontspiegeld’’ worden tevens de consequenties belicht voor de projectpraktijk en dan vooral voor bedrijfshallen met een staalconstructie. Een PDF van het artikel kunt u hier gratis downloaden.

  • NEN 6068:2020 nl is verkrijgbaar in de NEN-Shop
  • Foto: bedrijfsgebouw Gold Forum, Eindhoven (Pauwert Architectuur, © Kero Vastgoedontwikkeling).

Webinar Façade Fire Safety

31 augustus 2020

De desastreuze brand in Grenfell Tower in Londen, nu ruim drie jaar geleden, maar ook andere grote gebouwbranden waarin gevels een grote rol hebben gespeeld, hebben brandwetenschappers over de hele wereld aan het denken, theoretiseren en experimenteren gezet. Een viertal van hen deelt dinsdag 6 oktober a.s. de nieuwste wetenschappelijke inzichten in de brandveiligheid van gevels tijdens het webinar Façade Fire Safety.

De Engelstalige benaming staat voor de gehanteerde voertaal (Engels) en voor het internationale karakter van de online kennisbijeenkomst. Tijdens het webinar komen aan het woord: dr. Angus Law (Universiteit van Edinburgh), Lars Boström (RISE), Eric Guillaume (Efectis) en Sven Eeckhout (WTCB, de Belgische onderzoeksorganisatie). Direct na afloop van hun lezing beantwoorden de sprekers de vragen die deelnemers via de chatfunctie stellen.

Organisatoren van het webinar zijn NEN en BBN (Brandveilig Bouwen Nederland). Zij worden daarin bijgestaan door de andere leden van de werkgroep gevels: DGMR, het Expertisecentrum Regelgeving Bouw, VMRG en Bouwen met Staal.

  • Het webinar start 6 oktober om 15:00 uur. Deelname is gratis. Het programma en de registratieoptie vindt u op facade-fire-safety.nen-evenementen.nl
  • Foto: Grenfell Tower-brand, Londen, 14 juni 2017 (© AFP).

Veiligheidsrisico’s goed op weg in rampenbestrijding en crisisbeheersing

20 augustus 2020

Vergeleken met vier jaar geleden presenteren de veiligheidsregio’s in Nederland een stuk beter in rampenbestrijding en crisisbeheersing. Maar op verschillende deelgebieden valt nog wel winst te behalen. Dat concludeert de Inspectie Justitie en Veiligheid in het ‘periodiek beeld Rampenbestrijding en Crisisbeheersing’.

Via het periodiek beeld laat de inspectie weten hoe de 25 veiligheidsregio’s in ons land op dit moment zijn geprepareerd op mogelijke rampen of crises. Daartoe heeft de inspectie onderzocht of (en hoe) de veiligheidregio’s eerdere aanbevelingen uit 2016 ter harte hebben genomen. Op vier deelgebieden zijn de vorderingen tegen het licht gehouden: borging vakbekwaamheid, kwaliteitszorg, samenwerking en operationele prestaties. Daarbij valt wel aan te tekenen dat niet elk deelgebied ook onder alle 25 regio’s is onderzocht.

Op het terrein van de vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen hebben de regio’s aantoonbaar progressie geboekt. Anders dan in 2016 beschikken alle veiligheidsregio’s inmiddels over een vakbekwaamheidsvisie. Aan de borging van de expertise moet nog wel flink worden gewerkt. Slechts drie van de negen regio’s, onderzocht op dit onderdeel, hebben goed zicht op de bekwaamheid van hun crisisfunctionarissen.

Ook de kwaliteitszorg en de operationele prestaties zijn er sinds 2016 op vooruitgegaan. De kwaliteitszorg moet volgens de inspectie wel een punt van aandacht blijven. In de eigen prestaties bij een inzet – vanaf de melding van een incident tot de overdracht in de nafase – hebben de regio’s nog stappen te zetten. Ruim de helft van de ondervraagde regio’s presteert naar behoren, de overige regio’s moeten sommige processen nog verder verbeteren. Vooral het zicht op het eigen presteren kan en moet beter, vinden de inspecteurs. Dat is belangrijk voor het lerend vermogen van de regio’s.

Ten opzichte van vier jaar geleden zijn regio’s meer gaan samenwerken, maar dat mag volgens de inspectie wel wat intensiever. Bij een aantal regio’s wijkt bovendien de crisisstructuur af van die van de naburige regio’s. Dat kan belemmerend werken bij de aanpak van een crisis door meerdere, aangrenzende regio’s. De Inspectie JenV wil dan ook dat regio’s nadere afspraken met elkaar maken als hun structuren onderling verschillen, zodat ze toch succesvol gezamenlijk kunnen optrekken. Ook vindt de inspectie dat de veiligheidsregio’s lering moeten trekken uit het Inspectieonderzoek naar de onbereikbaarheid van het noodnummer 112, van 24 juni vorig jaar. Dat onderzoek laat zien dat veiligheidsregio’s bij crises met een landelijke impact genoodzaakt zijn om samen te werken en daarop dan ook voorbereid moeten zijn.

  • Het ‘Periodiek beeld Rampenbestrijding en risicobeheersing’ en de rapporten van bijbehorende deelonderzoeken kunt u downloaden van de website van de Inspectie Justitie en Veiligheid.
  • Foto: Regionale AlarmCentrale, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (© Carol van Eert).

Veilig optreden nabij elektriciteit

14 juli 2020

‘Veilig optreden nabij elektriciteit’ heet de nieuwe Aandachtskaart van Brandweer Nederland voor de Nederlandse brandweerkorpsen. De naam dekt zonder meer de lading: de publicatie geeft in één oogopslag de attentiepunten voor de brandweerinzet bij incidenten waarbij elektriciteit in het spel is. De timing kan eigenlijk ook niet beter: de uitgave komt op een moment dat de transitie naar duurzame energie in volle gang is en duurzaam opgewekte elektriciteit en de veiligheidsaspecten daarvan steeds meer aandacht vragen. De aandachtskaart gaat in op de procedure van de inzet tijdens het transport van elektriciteit, de distributie van elektriciteit (onder meer per spoor) en het gebruik van elektriciteit in de werk- en privéomgeving. De kaart is ontwikkeld op basis van het gelijknamige kennisdocument, dat het voorbije voorjaar is verschenen.

  • De Aandachtskaart Veilig optreden nabij elektriciteit is hier kosteloos te downloaden
  • Dinsdag 30 juni jl. verzorgden lector Nils Rosmuller en Michaël Bertels van Veiligheidsregio Brabant-Noord een IFV-webinar over het brandweeroptreden nabij elektriciteit. Dit webinar kunt terugkijken op het YouTube-kanaal van de Brandweeracademie.

Brandveilig Bouwen met Staal

8 juli 2020

Het tweemaandelijkse vakblad Bouwen met Staal stelt haar lezers – van de architect en constructeur tot en met de toeleverancier aan de (staal)bouw – geregeld in kennis van interessante noviteiten op het gebied van brandveiligheid en staalconstructies. In de juni 2020-editie is het raak met een lijvige brandveiligheidsspecial van 22 pagina’s, die vijf belangwekkende onderwerpen aankaart.

Het openingsartikel gaat in op de aankomende, tweede generatie Eurocodes Brand, die nieuwe mogelijkheden en kansen belooft voor het brandveilig ontwerpen en dimensioneren van staal- en staal-betonconstructies. Artikel twee belicht de achtergronden, toepassingsopties en tools voor het integreren van (onderdelen van) staalconstructies in metal-studwanden. Kan dan aan de brandwerenheidseis worden voldaan zonder extra bescherming van het staal? En zo nee, hoe moet je dan omgaan met die brandwerende bescherming? Dat zijn de centrale vragen die dit artikel beantwoordt.

Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) is spiegelsymmetrie een principe dat al sinds 1992 bestaat, landelijke bekendheid geniet, gebaseerd is op kraakheldere logica, maar dan toch altijd wel tekst en uitleg verdient voor een geslaagde interpretatie. Aanleiding voor een artikel in de brandspecial is de aanstaande wijziging van het principe op een essentieel onderdeel: nieuwbouw. De aanpassing wordt vertaald naar diverse situaties in de projectpraktijk, met name van bedrijfshallen met een staalconstructie.

Na toelichtingen op de vernieuwde Bouwen met Staal-tools voor het berekenen van de laagdikte van brandwerende bescherming op staalconstructies en het benutten van het fenomeen ‘membraanwerking’ bij staalplaat-betonvloeren sluit het special af met een artikel over de richtlijn Sprinklers en staalconstructies van de VEBON-NOVB sectie Sprinklertechniek en Bouwen met Staal. Met deze richtlijn is de (mogelijk gereduceerde) eis voor de brandwerendheid van een stalen (hoofd)draagconstructie van een gebouw te bepalen bij inzet van een sprinklerinstallatie. De publicatie is sinds 2017 kosteloos verkrijgbaar, onder meer via het BrandInformatieSysteem. Inmiddels is er in velerlei bouwprojecten mee gewerkt. Een drietal daarvan komen in dit artikel over het voetlicht, ter praktische illustrering van de methodiek en als aanmoediging om de richtlijn ook in uw projecten toe te passen.

• Een van de zes artikelen van de brandveiligheidsspecial kunt u hier als PDF downloaden. De gehele special vindt u in het gedrukte juni-nummer van Bouwen met Staal. Heeft u geen abonnement? U kunt het juni-nummer hier gratis op proef ontvangen via de website van het vakblad of door een mail te sturen naar bms@bouwenmetstaal.nl o.v.v. proefnummer, juni 2020.

Scriptieprijs 2021 geopend

25 juni 2020

Kans op 1.200 euro prijzengeld en de mogelijkheid een presentatie te geven in de expertclass Next Generation op 25 februari 2021 aan de TU Eindhoven. Voldoende aanleiding om mee te doen aan de 2021-editie van VVBA-IFV Scriptieprijs Fire Engineering.

Deelname aan de prijs staat open voor studenten die volgend jaar of dit jaar hun master- of bacheloropleiding afronden aan een onderwijsinstelling in het Nederlandse taalgebied. Ze kunnen meedoen met een afstudeerscriptie waarin een relevant item op het gebied van brandpreventie, brandbestrijding of nazorg op een treffende en inspirerende manier wordt uitgediept.

De thesis dient in het Nederlands of Engels te zijn opgesteld en 420 studiebelastingsuren te hebben gevergd. De onderwijsinstelling waaraan de student afstudeert, dient de scriptie al met minimaal een voldoende te hebben gewaardeerd. Voor de Scriptieprijs gaat de jury de scriptie wegen op actualiteit en maatschappelijke relevantie van het onderwerp, de mate van innovatie, de toepasbaarheid en diepgang en het wetenschappelijk niveau.

Tijdens de expertclass Next Generation, 25 februari 2021, worden de genomineerden bekend gemaakt. De genomineerden worden dan in de gelegenheid gesteld hun werk te presenteren. Bekendmaking van de winnaars volgt tijdens het internationale FSS-congres in Arnhem, 9 en 10 juni volgend jaar. De winnaar toucheert een bedrag van 1.200 euro, te besteden aan de persoonlijke ontwikkeling op brandveiligheidsgebied.

Het indienen van scripties kan tot 1 februari 2021 bij Chantal Bouwhuis van Nieman Raadgevende Ingenieurs, via c.bouwhuis@nieman.nl

  • Foto: illustratie uit de scriptie van Farah Faudzi (Universiteit Gent/University of Edinburgh), winnares van de IFV VVBA Scriptieprijs 2019. Deze en de andere scripties die in 2019 hebben deelgenomen, zijn hier te downloaden.

Adviescommissie presenteert aanbevelingen na Grenfell, ministerie volgt op

16 juni 2020

De Adviescommissie Toepassing en Gelijkwaardigheid Bouwvoorschriften (ATGB) heeft haar adviesrapport uitgebracht naar aanleiding van de fatale brand in de Grenfell Tower, 14 juni 2017 in Londen.

In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de ATGB het rapport van de eerste fase van de Grenfell Tower Inquiry, het grootschalige onderzoek naar de brand in Engeland, tegen het licht gehouden om na te gaan of de Engelse bevindingen relevant zijn voor Nederland en nopen tot actie. In het eigen adviesrapport beschrijft ATGB of en in hoeverre de conclusies en aanbevelingen uit het Engelse onderzoek van belang zijn voor de Nederlandse bouwpraktijk en bestaande woongebouwen. Daarnaast stelt ATGB enkele essentiële aanpassingen van de vaderlandse bouwregelgeving en normen voor.

Net als de Engelse onderzoekers komt de ATGB tot de slotsom dat de toegepaste materialen en de opbouw van de gevel van de 67 m hoge Grenfell Tower in zeer grote mate hebben bijgedragen aan de brandvoortplanting. In combinatie met de in Engeland gebruikelijke strategie om bij brand niet direct te ontruimen (Stay-Put) is dat bepalend geweest voor het grote aantal slachtoffers.

In Nederland is het gangbaar om een gebouw of gebouwdeel waar brand is of waar de brand een bedreiging vormt, direct te ontruimen. De gevel van Grenfell Tower voldeed niet aan de Engelse voorschriften. Zo’n gevel zou evenmin voldoen aan de Nederlandse regelgeving op het gebied van brandveiligheid, stelt de ATGB vast.

Wel constateert de commissie, mede op grond van eigen praktijkervaring, dat zich in Nederland tekortkomingen voordoen in de aanvraag van bouwvergunning, de vergunningverlening, in de verleende vergunning zelf en in het toezicht op de bouwlocatie. Hierdoor is een volledige gevelbrand zoals bij de Grenfell Tower in ons land ook weer niet geheel ondenkbaar.

Daarom komt de ATGB met aanbevelingen voor het stimuleren en ondersteunen van overheden en gebouweigenaren voor onder meer het inventariseren van bestaande risicogevels en het verbeteren van de kwaliteitsborging van het bouwproces. Daarnaast doet de commissie voorstellen voor wijzigingen van bestaande technische normen en aanpassing dan wel grondige evaluatie van de bouwregelgeving.

Zo pleit de ATGB voor een verduidelijking van het begrip ‘grenzend aan de buitenlucht’ en een duidelijker aansturing van de NEN 6069 in de regelgeving. Zelfsluitende deurdrangers en verdiepingnummers in de trappenhuizen zouden verplicht moeten zijn, zowel in nieuwbouw als bestaande bouw van meer dan 20 m hoog. Daarnaast zou onder meer onderzocht moet worden of de huidige brandklasse-eis voor de gevel toereikend is bij in beginsel risicovolle situaties zoals hoogbouw met verblijfsfunctie en gebouwen met minder zelfredzame gebruikers.

Op normengebied vindt de commissie de toepasbaarheid van de methode voor de bepaling van brandoverslag in NEN 6068 voor verbetering vatbaar. Er zou een vereenvoudigde methode moeten komen. Via NEN zou moeten worden verzocht om een betere afstemming van de Europese geharmoniseerde productnormen voor gevels op de detaillering van gevels in de ontwerp- en bouwpraktijk. Zo’n afstemming op Europees niveau kost tijd. In de tussentijd zou een Nederlandse Praktijkrichtlijn helpen om de regelgevingsaspecten ‘brandklasse’ en ‘branduitbreidingstraject via de gevel’ beter toe te passen.

De AGTB heeft een deel van de aanbevelingen uit het Engelse onderzoek vertaald naar de Nederlandse situatie, een andere deel is níet overgenomen. Tot die tweede categorie behoort de Engelse richtsnoer om in de gevel alleen nog onbrandbare materialen in te zetten. De noodzaak van dat advies blijkt echter niet uit het onderzoek, meent de commissie. Een aanpassing van de Nederlandse regelgeving op dit punt zou op dit moment dan ook voorbarig zijn. Ook bij de huidige Nederlandse brandklasse-eis is het toepassen van onbrandbare of beperkt brandbare materialen namelijk voor een deel van de gevel al onvermijdelijk, aldus de commissie.

Bovendien heeft het verbieden van alle niet-volledig onbrandbare materialen volgens de ATGB vergaande consequenties voor de gangbare bouwpraktijk. En zo’n verbod is in de praktijk veelal niet of nauwelijks uitvoerbaar, bijvoorbeeld omdat bij hoogbouw de beglazing als gevolg van het gebruik van kunststof tussenlagen (gelaagd glas) vaak niet aan klasse A2 voldoet.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft het rapport in april aangeboden aan de Tweede Kamer. Enkele dagen geleden heeft minister Ollongren verklaard alle aanbevelingen van de AGTB over te nemen. Zo gaat ze níet aansturen op een verbod van niet-volledig onbrandbare materialen in gevels, maar bijvoorbeeld wel onderzoek initiëren naar de effectiviteit van de brandklasse-eis bij risicovolle praktijksituaties.

Nu ook voor de brandweer: COVID 19-brancherichtlijn

8 juni 2020

Steeds meer branches binnen de Nederlandse economie beschikken over een brancherichtlijn voor het verrichten van werkzaamheden in de 1,5 meter samenleving. Nu ook de brandweer. In opdracht van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) heeft Brandweer Nederland eind vorige maand zo’n richtlijn gepubliceerd voor alle Nederlandse brandweerorganisaties. Alle voorschriften en wenken zijn vastgelegd in een 37 pagina’s tellende nieuwsbrief. In een infographic worden ze in woord en beeld samengevat. Beide documenten zijn eenvoudig te wijzigen, zodra de overheid en het RIVM nieuwe landelijke richtlijnen afkondigen voor het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus.

De uitgaven zijn op dit moment gebaseerd op de landelijke richtlijnen die per 15 mei van dit jaar van kracht zijn. Maar ook de nieuwe en veranderde maatregelen voor ná 1 juni, na 1 juli en na 1 september worden opgevoerd, met het voorbehoud dat de aangekondigde verdere versoepeling van de landelijke richtsnoeren daadwerkelijk doorgang vindt.

Voor bijvoorbeeld kantoorwerkzaamheden of theorie-examens en -toetsen gelden ‘gewoon’ de richtlijnen die ook op andere kantoororganisaties of educatieve instellingen van toepassing zijn. Bij praktijkexamens, simulaties van incidenten, brandoefeningen en de ‘echte’ brandbestrijding en hulpverlening zijn (uiteraard) andere voorschriften en maatregelen geboden. Brandweer Nederland heeft ze stuk voor stuk helder toegelicht en verklaard in de brancherichtlijn.

Bij het bestrijden van incidenten, bijvoorbeeld, volgt de brandweer de RIVM-richtlijnen, tenzij dat praktisch onhaalbaar is. Zo is het niet altijd mogelijk om tijdens brandbestrijding 1,5 m onderlinge afstand aan te houden. Doorgaans is dit echter aanvaardbaar omdat de brandweer veel, strenge hygiënemaatregelen treft, alleen met gezond personeel op de brand afgaat en bovendien tijdens een inzet nagenoeg voortdurend met ademlucht werkt.

Rookbeheersing online

28 mei 2020

Beheersing van rookverspreiding bij brand. Het is onmiskenbaar een belangrijke aspect van de brandveiligheid van gebouwen, in het bijzonder voor de (vlucht)veiligheid van de personen in het gebouw. Wie er meer over willen weten, steekt zijn licht op bij het BBN-webinar Brandveiligheid door rookbeheersing, donderdag 18 juni a.s. Vanaf 12:30 uur zijn Lieuwe de Witte, Maarten de Groot en Rudolf van Mierlo online om hun kennis en inzichten te delen.

Lieuwe de Witte (Instituut Fysieke Veiligheid, IFV) blikt vooruit op de uitkomsten van het praktisch onderzoek dat Brandweer Nederland, Brandweeracademie en Veiligheidsregio Utrecht momenteel uitvoeren naar de rookverspreiding in woon(zorg)gebouwen. De tussentijdse resultaten werden vorig jaar gepresenteerd. Deze zomer volgen de definitieve conclusies en aanbevelingen. Tijdens het webinar trekt de Witte alvast enkele wetenswaardige lessen uit het onderzoek over de verspreiding van rook in gebouwen en de effecten ervan op gebouwgebruikers en hulpverleners.

‘Hoe staat ’t met de rookbeheersing in uw gebouw?’ luidt de indringende vraag die Maarten de Groot (Altavilla) beantwoordt. Hij belicht de organisatorische en technische maatregelen om rookverspreiding in het gebouw tegen te gaan. Onder meer rookwerende deuren en doorvoeringen en Rook- en Warmteafvoersystemen (RWA) en overdrukinstallaties passeren de revue.

Rudolf van Mierlo (DGMR) gaat in op de eisen voor rookbeheersing, zoals vastgelegd in NEN 6075. De norm geeft de methode voor het bepalen van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten in gebouwen. De oorspronkelijke editie (2011 met correctieblad uit 2012) is in februari van dit jaar vervangen door een herziene versie. Deze 2020-uitgave wordt opgenomen in het Besluit Bouwwerken en Leefomgeving (BBL), de beoogde opvolger van het huidige Bouwbesluit. Van Mierlo legt uit wat de eisen in de vernieuwde NEN 6075 betekenen voor de veiligheidsrisico’s en waarom ze nu al in de projectpraktijk worden aangehouden. Ook de NEN 6093 met de methode voor het beoordelen van rook- en warmteafvoerinstallaties komt aan bod. Deze norm stamt uit 1995, heeft in 2004 een aanvulling gekregen, maar ondergaat momenteel een herziening.

Via dit webformulier kunt u registreren voor deelname. Tijdens de livestream kunnen deelnemers – via chat of e-mail info@bbn.nu – direct vragen stellen aan specialisten uit de BBN-productwerkgroepen.

  • www.bbn.nu
  • Foto: praktijkonderzoek rookbeheersing in woon(zorg)gebouw, Oudewater (© IFV).

Advies laadvoorzieningen parkeergarages gelanceerd

12 mei 2020

Voor eigenaren en exploitanten van parkeergarages heeft Brandweer Nederland haar adviezen gebundeld voor het plaatsen van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in parkeergarages. De nieuwe publicatie beoogt de garage-eigenaar of -beheerder (extra) bewust te maken van de risico’s van het parkeren en laden van elektrische auto’s en andere elektrisch aangedreven vervoermiddelen in de parkeergarage en hen de verschillende maatregelen te presenteren waarmee de risico’s in de hand te houden.

‘We maken ons zorgen over het toenemende aantal elektrische voertuigen in parkeergarages en de oplaadplekken die hiervoor worden aangelegd. We zien nieuwe risico’s waarbij je van de brandweer mag verwachten dat we nadenken wat dit betekent voor de veiligheid’, aldus Jolanda Trijselaar. Volgens de portefeuillehouder Risicobeheersing en veilige energietransitie van Brandweer Nederland wordt een parkeergarage meer en meer een oplaadplek en staan er steeds meer andere type auto’s binnen. ‘Wij omarmen de energietransitie en we willen deze ontwikkelingen ook niet afremmen, maar het moet wel op een veilige manier gebeuren.’

Haar naaste collega Esther Lieben, portefeuillehouder Incidentbestrijding sluit zich hierbij aan. ‘De brandrisico’s bij elektrische voertuigen zijn anders dan bij traditionele voertuigen op fossiele brandstoffen. Branden wijken af in brandverloop, intensiteit en mogelijkheid voor een veilige bestrijding door de brandweer. Dit betekent dus ook iets voor de voorzieningen die je moet treffen. We vinden het verstandig om, nu wetgeving nog achter loopt, van tevoren na te denken over eventuele risico’s en hoe we die op voorhand al kunnen verkleinen. Dat is ook iets wat onze collega’s van incidentbestrijding van ons mogen verwachten.’

Het ‘Advies realiseren laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen in parkeergarages’ bevestigt de stellingen van de brandweervrouwen. Parkeergarages zijn veelal nog geënt op traditionele voertuigen die rijden op fossiele brandstoffen als benzine en diesel en voornamelijk zijn uitgevoerd in staal en aluminium. Meer moderne exemplaren bevatten meer kunststoffen en geven mede daardoor een grotere vuurlast, zo laat de publicatie weten. Bij brand in een parkeergarage – doorgaans een lage en grote ruimte – kan dat leiden tot zeer hoge temperaturen en dichte zwarte rook. Het verlies van zicht, de lange afstanden en de slechte oriëntatie maakt ’t voor de brandweer lastig en riskant om de brand te verkennen en bestrijden.

In de uitgave wijst Brandweer Nederland tevens op het risico van een niet-beheersbare brand, met veel schade of zelfs een volledig uitbrandde garage tot gevolg. Om dit risico te minimaliseren, wordt aangeraden elektrische voertuigen níet te stallen en evenmin op te laden in de parkeergarage en hiervoor te zoeken naar een alternatieve plek buiten het gebouw. Als de parkeer- en laadplekken toch ín de garage noodzakelijk zijn, dan vindt de eigenaar/beheerder in de nieuwe publicatie de praktische, risicoverminderende wenken, onder meer voor een snelle bereikbaarheid van de plekken, snelle detectie en alarmering en het beperken van branduitbreiding.

Europese norm voor woningsprinklers nu ook in het Nederlands

29 april 2020

Begin deze maand heeft het NEN de Nederlandse vertaling uitgebracht van NEN-EN 16925 ‘Vaste brandblusinstallaties – Automatische sprinklerinstallaties voor de woonomgeving – Ontwerp, installatie en onderhoud’. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende behoefte om woningen en woongebouwen in ons land toe te rusten met een sprinklerinstallatie voor een snellere detectie en bestrijding van brand en grotere kans om de woning veilig te ontvluchten.

In Nederland is NEN-EN 16925 te gebruiken voor woningen en woongebouwen tot 70 m hoogte. Daartoe is de Europese norm nu aangevuld met een Nederlandse Nationale Bijlage (NB) waarin de specifieke voorschriften voor toepassingen in Nederland zijn vastgelegd.

Compleet met de Nationale Bijlage geeft de norm de eisen en aanbevelingen voor het ontwerp en de aanleg van een (vast opgestelde) installatie, inclusief watervoorzieningen en terugstroombeveiliging. Daarnaast zijn richtsnoeren verwerkt voor oplevering, onderhoud en testen van de installatie.

De Europese norm zelf dateert van 2018 en dient als vervanger van de Nederlandse norm NEN 2077 'Vaste brandblusinstallaties – Sprinklerinstallaties voor de woonomgeving - Ontwerp, installatie en onderhoud' uit 2014.

Voor toepassing van sprinklerinstallaties in ándere gebouwen dan woongebouwen is een andere norm beschikbaar: de combinatie van NEN-EN 12845:2015+NEN 1073:2018 nl ‘Vaste brandblusinstallaties - Automatische sprinklerinstallaties - Ontwerp, installatie en onderhoud’.

Nieuwe versie BRAWESTAMAT

20 april 2020

Bouwen met Staal introduceert de nieuwe versie 3.0. van BRAWESTAMAT. Deze gratis Excel-tool berekent de laagdikte van een brandwerende bescherming op (onderdelen van) een stalen draag- of scheidingsconstructie.

Van zowel een brandwerende coating als een brandwerende plaat of -mortel rekent de tool de laagdikte uit na invoer van de brandwerendheidseis (30, 60, 90 of 120 minuten), het type staalprofiel (H-, I-, koker of buis), de kritieke staaltemperatuur, de profielfactor, het gewenste beschermingstype (coating, plaat of mortel) en het te beschermen onderdeel (kolom of ligger).

Ook kunt u direct een specifiek product kiezen (op productnaam). In eerdere edities van de tool waren al opgenomen: brandwerende coatings van DMS (Dutch Marine Systems), Hempel en Sika Nederland, brandwerende platen van Etex (voorheen: Promat) en Saint Gobain Gyproc en brandwerende spuitmortel van Reppel en Etex. In de nieuwe versie van de tool is deze collectie aangevuld met de brandwerende coatings van International Paint en PPG.

De tool bepaalt de laagdikte van een product met behulp van de getoetste laagdiktegegevens bij dat product, zoals die door de leverancier zijn aangereikt. Alle opgenomen producten zijn door een geaccrediteerd instituut (zoals Efectis Nederland of Warrington Certification) getoetst aan EN 13381-4 (voor brandwerende plaat en mortel) en EN 13381-8 (voor brandwerende verf).

Met BRAWESTAMAT wil Bouwen met Staal de ontwerper en brandadviseur een praktisch hulpmiddel aanreiken bij het ontwerpen van het gebouw op brandveiligheid. Daarom biedt de tool ook varianten of alternatieven voor een bepaalde oplossing. Zo is het mogelijk te kiezen voor een ander type profiel, een zwaardere uitvoering van het verkozen profiel of een grotere wanddikte van buis of koker.

  • U kunt de tool in versie 3.0 hier gratis downloaden
  • Bent u leverancier van brandwerende coatings, -plaat of -mortel en wilt u uw product(en) ook laten opnemen in BRAWESTAMAT? Stuur een mailtje naar Ralph Hamerlinck van Bouwen met Staal, ralph@bouwenmetstaal.nl. De (eenmalige) kosten van verwerking en publicatie bedragen per product € 250 (exclusief btw).
  • Foto: horecapaviljoen The Traveller, Amsterdam (© Powerhouse Company).

Even voorstellen: Landelijk Operationeel Team Corona

9 april 2020

Voor wie ‘t nog niet weet of er meer over wil weten: sinds ruim twee weken is het Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C) actief. Met de brandweerkazerne in Zeist als uitvalsbasis levert dit team tijdens de coronacrisis de benodigde ondersteuning aan de verschillende veiligheidsregio’s in het land. Die ondersteuning kan bestaan uit antwoord op praktische vragen of advisering bij vraagstukken in de hulpverlening tijdens de crisis aan de betrokken disciplines.

Het team is multidisciplinair, want geformeerd uit (enkele tientallen) representanten van defensie, politie, brandweer, geneeskundige diensten, de provinciën en kennisorganisaties. De leiding berust bij de directeur van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), IJle Stelstra: ‘Je kunt ons team zien als het ondersteunende dienstencentrum voor de veiligheidsregio’s tijdens de coronacrisis. Het LOT-C is toegevoegd aan de nationale crisisstructuur. Er is sprake van een unieke samenwerking. En samen met onze partners zetten wij alles op alles om de veiligheidsregio’s maximale ondersteuning te bieden. De coronacrisis is ernstig en is er één van de lange adem. Wij zijn dan ook voor een langere periode – zolang het nodig is – in de lucht.’

Het team onderhoudt de connecties met alle veiligheidsregio’s, de hulpdiensten en de Rijksoverheid en geeft antwoord op hun vragen over alle denkbare aspecten van hulpverlening in de coronacrisis. Daarvoor staan deskundigen ter beschikking op gebieden als gezondheid en zorg, plannen en handelingsprotocol, (bestuurlijke) samenwerking en informatie en communicatie. In de tool Landelijk Crisismanagement Systeem (LCMS) is te zien welke vragen het LOT-C al heeft ontvangen en beantwoord. Deze FAQ’s worden ook geregeld verstrekt aan de veiligheidsregio’s en andere partners van het LOT-C tijdens de coronacrisis.

Het LOT-C houdt zich momenteel onder meer bezig met de behandelcapaciteit in ziekenhuizen (IC-bedden, materieel, personeel, patiëntentransport). De verzoeken om ondersteuning door het LOT-C komen binnen bij het LOCC, het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum in Driebergen

  • Dinsdag 24 maart jl. bracht de NOS-nieuwsredactie verslag uit van de taken en werkzaamheden van het Landelijk Operationeel Team Corona. Deze reportage kunt u hier teruglezen.
  • Foto: het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum in Driebergen (© NOS).

Extra alert op brand in de natuur

1 april 2020

De afgelopen weken is nagenoeg droog gebleven in Nederland. Hierdoor neemt de kans op het ontstaan en een (snellere) uitbreiding van brand in natuurgebieden aanzienlijk toe. Gezien het huidige weerbeeld en de weersverwachting voor de komende dagen (hoge temperaturen, geringe neerslag) heeft de brandweer voor veel natuurgebieden fase 2 ‘extra alert’ afgekondigd. Het gaat dan vooral om gebieden met bos, heide en gras(duinen) in het oosten en zuiden van ons land (zie kaart).

‘Een natuurbrand kan zich in deze droge periode zeer snel en onvoorspelbaar ontwikkelen en uitbreiden, zeker bij harde wind’, aldus Adriaan ter Huurne, natuurbrandspecialist bij Brandweer Twente. ‘Daarom vragen wij mensen om extra alert te zijn en een brand snel te melden.’ Ook terreineigenaren en natuurbeheerders wordt verzocht extra goed op te letten en in geval van brand óf de verdenking daarvan te bellen met 112.

In aansluiting op het overheidsbeleid om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, roept de brandweer op om zoveel thuis te blijven. Een frisse neus halen in de natuur is wel toegestaan, maar ook dan dient een ieder zich te houden aan de bekende voorschriften van de overheid en het RIVM, waaronder het aanhouden van 1,5 m onderlinge afstand en het vermijden van groepsvorming.

Tijdens fase 2 ‘extra alert’ zijn de ontheffingen op stookverboden veelal niet meer van kracht. De ontheffinghouder dient de ontheffing hierop na te zien. Ook besluiten vergunningsverleners – provincies, gemeenten – vaak om bij fase 2 tijdelijk geen vergunningen te verlenen en toegekende vergunningen in te trekken.

Fase 2 houdt ook in dat de brandweer bij een natuurbrand met extra personeel en materieel uitrukt. Normaliter surveilleert de brandweer dan ook vanuit de lucht. Dat blijft voorlopig achterwege vanwege de risico’s op verspreiding van het coronavirus.

Of fase 2 of de minder strenge fase 1 moet gelden, wordt niet alleen bepaald op grond van meteogegevens van bijvoorbeeld het KNMI. Ook informatie van natuurbeheerders en brandweerdeskundigen weegt mee. Bovendien beschikken de veiligheidsregio’s over meetstations in de natuurgebieden die relevante aspecten en factoren zoals temperatuur, droogte, luchtvochtigheid en windsnelheid registreren. Uit deze metingen volgt een indexwaarde die het actuele risico op ontwikkeling en voortplanting van natuurbrand weergeeft. Indien gewenst, kan de brandweer elke dag, rond middernacht een wijziging van fase doorvoeren.

  • Meer info over het risico op natuurbranden, inclusief toelichting op de fases, vindt u op www.natuurbrandrisico.nl
  • Foto: RTV Drenthe, grafiek: natuurbrandrisico.nl

Journalistiek platform slaat alarm over branden in megastallen

26 maart 2020

Megastallen gaan aanmerkelijk vaker in vlammen op dan reguliere stallen. Dat concludeert Investico, het platform voor onderzoeksjournalistiek, na bestudering van het overzicht van alle stalbranden vanaf 2012 tot nu.

De afgelopen acht jaar is het aantal branden in veestallen sowieso fors toegenomen, laat Investico weten. Bij deze branden zijn in totaal meer dan een miljoen dieren (kippen, varkens, runderen) omgekomen. Opvallend is dat in de afgelopen drie jaar maar liefst één op de 32 megastallen aan brand ten prooi is gevallen. Bij de ‘gewone’ stallen is de verhouding ‘slechts’ één op 323.

Brand met dodelijke slachtoffers onder de dierenpopulatie kwam bij megavarkensstallen ruim zeven keer vaker voor dan bij gewone stallen; bij megakippenstallen zelfs twaalf keer vaker. Megakippenstallen zijn volgens Investico stallen waarin ten minste 220.000 kippen dan wel vleeskuikens worden gehouden. Megavarkensstallen tellen meer dan 7.500 vleesvarkens. De megastalbranden blijken ook steeds meer slachtoffers te eisen. In de afgelopen vier jaren zijn ruim drie maal zoveel kippen, varkens en runderen omgekomen dan in de vier jaren daarvoor.

Volgens Investico lijken de brandveiligheidseisen voor megastallen geen gelijke tred te houden met de toenemende intensivering van de veehouderij. In 2012 stelde de overheid de commissie Brandveilige Veestallen in, met als doel het aantal stalbranden flink terug te dringen. In de commissie hebben, naast de overheid, de agrarische belangenorganisatie LTO, Dierenbescherming, Brandweer Nederland en het Verbond van Verzekeraars zitting. De commissie registreerde over het afgelopen jaar 41 stalbranden. Dat is weliswaar een daling ten opzichte van 2018, maar nog altijd bijna het dubbele van het aantal branden in 2012.

Boerenorganisaties stellen dat stalbranden vaak door knaagdieren worden veroorzaakt. Ze knagen kabels door, waardoor kortsluiting ontstaat. Volgens verzekeraar Achmea (Interpolis) is dit echter nooit aangetoond.

  • Foto: hetkanWEL.

Consumentenbond: ‘Veel onveilige producten bij webwinkels van buiten EU’

16 maart 2020

De aankoop van producten bij webwinkels van buiten de Europese Unie kan onverantwoorde risico’s met zich meebrengen. Dat blijkt uit een recente steekproef van de Consumentenbond en vijf van haar Europese zusterorganisaties.

De onderzoekers bestelden 250 producten uit verschillende categorieën (onder meer speelgoedartikelen, elektronica, cosmetica en sieraden) bij veelbezochte webwinkels buiten de EU (waaronder AliExpress, Wish, Amazon, Light in the Box en eBay). Bij alle producten werd nagegaan of ze voldoen aan de veiligheidseisen die binnen de EU gelden. Van de 250 producten vielen 165 door de mand, omdat ze (soms ernstige) mankementen vertoonden.

Bijna driekwart van de aangekochte usb-laders, reisadapters en powerbanks kwam ongunstig uit de veiligheidstest. Ze kunnen een elektrische schok geven, oververhit raken, smelten en zelfs ontbranden. Ook de werking van de binnengekomen CO- en rookmelders liet op zijn minst te wensen over. Enkele rookmelders ging niet af bij brand, terwijl alle CO-melders dienst weigerden bij een te hoge concentratie koolmonoxide. Van de kerstverlichtingsproducten bleek 90% ondeugdelijk. Zes ervan gaven risico op brand of elektrocutie. Van twee verlichtingsets smolt de schakelkast. Ook bleken veel producten schadelijke stoffen te bevatten. Zo zaten in 5 van de 7 sieraden meer zware metalen (zoals cadmium, lood of nikkel) dan wettelijk toegestaan.

Sandra Molenaar, directeur Consumentenbond, reageert verbijsterd op de bevindingen: ‘Ik schrik echt van de resultaten. Consumenten realiseren zich onvoldoende dat ze spullen kopen van aanbieders die zich niet aan de Europese regels houden. Daardoor lopen ze enorme risico’s. Er moet iets gebeuren op het gebied van bewustwording. Maar er zijn ook andere maatregelen nodig, bijvoorbeeld omdat toezicht moeilijk is. Daarom is het goed dat staatssecretaris Mona Keijzer een speciale commissie van de Sociaal Economische Raad, waar de Consumentenbond ook in zit, om advies heeft gevraagd om dit probleem aan te pakken.’

Op zich zijn de onderzoeksuitkomsten niet volstrekt verrassend. Online winkels als Amazon en AliExpress bieden geen eigen producten aan, maar fungeren als schakel tussen de consument binnen de EU en de productaanbieder van buiten de EU. Via deze webwinkels komen veel producten die veelal niet voor de Europese markt zijn gemaakt en (dan ook) niet aan de Europese regelgeving voldoen, rechtstreeks van buiten de EU (vooral vanuit China) ons land en andere EU-landen binnen. De webwinkels controleren de artikelen niet op EU-regels.

Naar aanleiding van het onderzoek adviseert de Consumentenbond om geen kleding, sieraden, cosmetica, speelgoed of apparaten die op stroom werken, te kopen via een webplatform van buiten de EU.

Rookmelders óók in bestaande woningbouw verplicht

9 maart 2020

Voor nieuwbouwwoningen geldt ’t al: op elke woon-verdieping moet een rookmelder hangen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Raymond Knops wil nu dat deze verplichting ook opgaat voor bestaande woningen. Daartoe wil hij het Besluit bouwwerken leefomgeving aanpassen. Het wijzigingsvoorstel is al ter internetconsultatie gegaan.

Met het voorstel volgt de minister de adviezen van brandweer, gemeenten, vastgoedeigenaren en bouwers om rookmelders te vereisen voor álle woningen in Nederland.

Minister Knops: ‘De meeste slachtoffers van brand vallen door het inademen van rook. Rookmelders redden dus mensenlevens. Uit TNO-onderzoek van afgelopen jaar blijkt dat rookmelders in alle woningen het risico op dodelijke slachtoffers vermindert. Daarom wil ik het Bouwbesluit op dit punt aanpassen en rookmelders niet alleen verplicht stellen voor nieuwbouw maar ook voor bestaande bouw.’

Om gebouweigenaren voldoende tijd te geven deze maatregelen in alle bestaande woningen door te voeren, gaat de verplichting voor de bestaande bouw pas per 1 juli 2022 in. Deze relatief late invoeringsdatum dient bovendien problemen met de beschikbaarheid en levering van rookmelders te voorkomen.

  • Op het voorstel van wijziging Besluit bouwwerken leefomgeving kunt u tot 21 maart a.s. reageren via www.internetconsultatie.nl. Bedoeling van de minister is om het voorstel volgende maand aan te bieden aan de Tweede Kamer.

Bagage voor brandveilig staal en staal-beton

2 maart 2020

Bouwen met Staal heeft weer een verse aflevering op stapel staan van de cursus ‘Brand en brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies’. De cursus biedt de benodigde theoretische en praktische bagage om de brandwerendheid van een draagconstructie in staal of staal-beton te berekenen, te beoordelen en projectpartners te voorzien van betrouwbare en onderbouwde brandveiligheidsadviezen.

De kennisoverdracht beslaat drie middag-avonden op de donderdagen 12,19 en 26 maart a.s. Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) opent de cursus op 12 maart met tekst en uitleg over de verschillende concepten voor brandveilige gebouwen, de brandveiligheidseisen voor gebouwen en de brandwerendheidseisen voor de draagconstructies. Aansluitend belicht hij de diverse oplossingen voor het vergroten van de brandwerendheid van de staalconstructie: mét brandwerende bescherming, via bijvoorbeeld brandwerende plaat, mortel of coating, maar ook zónder (onbeschermd staal). De toelichting op de belastingen bij brand volgens EN 1991-1-2 en de mogelijkheden van Fire Safety Engineering (FSE) zijn de logische opmaat naar de beide vervolg-dagen.

Tijdens deze tweede cursusdag (15 maart) gaat Ralph in op het berekenen van de brandwerendheid van staalconstructies volgens EN 1993-1-2 en het toepassen van Fire Safety Engineering (FSE). Daarbij horen demonstraties van praktische rekentools als Ozone en CaPaFi.

Op de slotdag (22 maart) gaat Ralph een duet aan met Rob Stark (directeur/constructief ontwerper bij IMd Raadgevende Ingenieurs). Gezamenlijk behandelen ze het rekenen aan staal-betonconstructies bij brand volgens EN 1994-1-2. Hierbij tonen ze de opties van Potfire, Gligger (geïntegreerde stalen liggers) en MACS+. De demonstratie van MACS+ wordt ingeleid met een verklaring van het fenomeen ‘membraanwerking’ bij staalplaat-betonvloeren op stalen liggers en hoe u daardoor kunt besparen op brandwerende bescherming van de vloerconstructie.

De cursus is (vooral) bestemd voor constructeurs, medewerkers van bouwtoezicht en brandweer, bouw- en staalconstructiebedrijven en docenten. Deelnemende constructeurs mogen na afloop 9 KE/PE-punten bijschrijven voor het Constructeursregister.

Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid vernieuwd

20 februari 2020

Brandweer Nederland heeft een vernieuwde versie uitgebracht van de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid. Herziening van de bestaande publicatie uit 2012 was onder meer nodig om aan te sluiten bij de nieuwe Omgevingswet, klimaatverandering, energietransitie, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en op de nieuwe ‘basisprincipes van brandbestrijding’.

Basisprincipes van brandbestrijding

De Basisprincipes van brandbestrijding zijn in mei 2018 door Brandweer Nederland vastgelegd in publicatie De hernieuwde kijk op brandbestrijding. Sinds juni vorig jaar gaat de brandweer volgens deze principes te werk.

Het gaat om vijf praktisch toepasbare beginselen en vuistregels, kort samengevat:

  1. Neem meer tijd (stop en denk na).
  2. Doe een buitenverkenning, met als doel de brand van buitenaf te ontdekken en eveneens van buitenaf te blussen.
  3. Beantwoord de drie kernvragen tijdens de buitenverkenning: waar zit de brand?; is de brand (van buitenaf) bereikbaar?; is voldoende koelend vermogen voorhanden?
  4. Bij een klein gebouw of kleine ruimten en voldoende koelend vermogen: kies voor een offensieve binneninzet, mits de veiligheid voldoende is gewaarborgd.
  5. Schat het potentiële brandvermogen in en neem voldoende koelend vermogen mee.

Een korte persoonlijke toelichting op ‘De hernieuwde kijk’ komt van lector Brandweerkunde, Ricardo Weever, in deze video:

Daarnaast deelt een speciale website van IFV diverse initiatieven ter implementatie van de principes, via infographics, mini-documentaires en een poster met een schematische weergave van De hernieuwde kijk.


Voor de veiligheidsregio’s dient de vernieuwde handreiking als leidraad om samen met andere actoren het regionale beleid omtrent de bluswatervoorziening en bereikbaarheid handen en voeten te geven. De handreiking biedt het raamwerk dat verder kan worden ingevuld, afhankelijk van regio-specifieke omgevingskenmerken en interventiekarakteristieken.

Om de bluswaterbehoefte binnen de regio nader te omschrijven, draagt de handreiking een zevental ordeningsthema’s aan: natuurlijke omgeving, gebouwde omgeving, technologische omgeving, vitale infrastructuur en voorzieningen, verkeer en vervoer, gezondheid en tenslotte sociaal-maatschappelijke omgeving. Aan de hand van de beschrijvingen van deze thema’s is de bluswaterbehoefte vast te stellen voor alle mogelijke incidenten in de regio, óók van scenario’s die misschien minder waarschijnlijk zijn. De thema’s zijn zo ook voer voor het regionaal risicoprofiel. Veiligheidregio’s zijn bij wet verplicht om zo’n profiel op te stellen.

Brandweer in Noord-Holland koploper in uitrukken

7 februari 2020

Van alle provincies zijn de brandweerlieden in Noord-Holland het meest buiten de kazerne, op weg naar een brand. In de periode 2016 tot en met 2019 zijn de korpsen in deze provincie elk jaar op gemiddeld 57,5 branden per 10.000 inwoners afgegaan.

Dat blijkt uit onderzoek van beslist.nl op grond van data van Brandweer Nederland, het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en het CBS. Noord-Holland wordt op de voet gevolgd door Zuid-Holland (54,7) en Limburg (48,9). De provincie Friesland laat het laagste aantal uitrukken noteren: 23 per 10.000 Friezen.

Het zal geen verbazing wekken dat het laatste kwartaal voor de brandweer het drukste kwartaal is. In dat kwartaal wordt de brandweer in Nederland maandelijks zo’n 10.500 maal opgeroepen voor brand. Voornaamste oorzaken van brand in de donkere maanden zijn schoorsteenbranden (omdat de open haard weer aan gaat), vuurwerk en brandstichting in de aanloop naar Oud en Nieuw.


Gemiddeld aantal branden per 10.000 huishoudens per jaar (over de jaren 2016 tot en met 2019) waarvoor de brandweer uitrukt.

Niet de laatste maanden van het jaar, maar februari kent de meeste fatale branden (branden waarbij minimaal één dodelijk slachtoffer valt). In de jaren 2014 tot en met 2018 telt februari gemiddeld 4,4 fatale branden per jaar. Januari komt op 3,4, december op 3,2. De maand juni komt er het beste van af met ‘slechts’ 1 brand met dodelijke afloop. Roken, toch al geen gezonde bezigheid, is de meest voorkomende oorzaak van fatale branden in Nederland: 28%. Ook kortsluiting (18%) en koken (15%) zijn geregeld de boosdoener.

beslist.nl is een groot online platform waarop consumenten kunnen zien wat er zoal op internet te koop is. De site ontsluit meer dan 25 miljoen producten van ruim 10.000 webshops. Dagelijks brengen zo’n 500.000 particulieren een bezoekje, om artikelen te vinden, te vergelijken of te bestellen. Hierdoor weet de site ook welke brandpreventie-artikelen bij consumenten in zwang zijn. Veruit het meest gezocht is de rookmelder. Ook in de top drie staan de brandblusser en de koolmonoxidemelder. Voor blusdekens, vluchtladders of gas- of hittemelder is de interesse relatief gering.

Bouwkundige Controlepunten 2020

28 januari 2020

Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) presenteert de 2020-editie van De Essentiële Bouwkundige Controlepunten. In deze publicatie vinden de verschillende betrokkenen bij de brandveiligheid van gebouwen – van de eigenaar/beheerder en de architect tot ambtenaar bouwtoezicht en verzekeraar – alle belangrijke aandachtspunten en tips voor het verantwoord toepassen van onder meer brandwerende constructies, isolatiematerialen, glas, deuren, doorvoeringen en rook- en warmteafvoersystemen.

Sinds de eerste uitgave in 2005 zijn de controlepunten jaarlijks aangepast aan nieuwe of herziene normen en richtlijnen en voorzien van verse kennis en inzichten in concepten, producten en toepassingen. Zo is het eerste hoofdstuk over brandwerendheid, brandgedrag en rookwerendheid uitgebreid. Aan hoofdstuk 7 ‘voetgangsdeuren’ is het GND-zekerheidslabel toegevoegd. Dit label dient als controlemiddel voor brand- en rookwerende deuren. GND staat voor de overkoepelende organisatie van fabrikanten van binnen- en buitendeuren in ons land.

In hoofdstuk 2 ‘Brandwerendheid constructies’ is een uitgebreide paragraaf ingeruimd voor staalconstructies met aandachtspunten bij de keuze en toepassing van (aanvullende) brandwerende bescherming via een brandwerende beplating, -spuitpleister of -coating (opschuimende verf). Per producttype worden de praktische punten opgevoerd voor het beoordelen van de geschiktheid van het product (blootstellingscondities), laagdikte, applicatie en beheer en onderhoud.Als bij eerdere afleveringen, is de editie 2020 van Bouwkundige Controlepunten tot stand gekomen in samenwerking met Brandweer Nederland en de Vereniging Bouw & Woningtoezicht Nederland

Rijksdienst stimuleert brandveiligheidsbewustzijn kerken

20 januari 2020

Wie nog de rotsvaste overtuiging heeft dat branden in kerkgebouwen zich in Nederland slechts sporadisch voordoen, valt pardoes van zijn (on)geloof bij aanblik van het ‘Overzicht van branden in Nederlandse kerken en kloosters’ op de nieuwe Poster Brandveiligheid van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

De afgelopen tien jaar zijn maar liefst 38 kerken en kloosters in ons land getroffen door een zeer grote brand met grote financiële schade. Bij 27 van deze branden ligt het schadebedrag tussen € 50.000 tot € 1.000.000. In de andere 11 gevallen komt de schade zelfs boven 1 miljoen euro uit. In totaal zijn in de periode 2009–2019 zeker 430 religieuze gebouwen ten prooi gevallen aan een brand.

Reden genoeg voor de Rijksdienst om – samen met verzekeraar Donatus, de Vereniging van beheerders van monumentale kerkgebouwen, en het Museum Catharijneconvent – om de Poster Brandveiligheid uit te brengen. Hierop vinden beheerders van kerken aanbevelingen voor het inventariseren en beheersen van de brandrisico’s in hun gebouwen.

De poster werd ten doop gehouden tijdens een symposium van de Rijksdienst rond brandveiligheid van (historische) kerken, 19 november vorig jaar. Daarbij werd duidelijk dat de brandveiligheid van kerken niet een zaak is van de beheerder alleen, het vraagt om een hechte samenwerking tussen beheerders en brandweer.

Het belang daarvan werd onderstreept door ‘special guest’ Thierry Burger, brandpreventieadviseur bij het Directoraat-Generaal Erfgoed van het Franse ministerie van Cultuur en Communicatie. Hij was genodigd om de aanpak van brand in de Notre Dam in Parijs van 15 april jl. en de lessen hieruit over de bühne te brengen.

Reageren

Heeft u vragen, opmerkingen óf een wetenswaardig bericht voor deze pagina? Stuur uw mail naar: brand@bouwenmetstaal.nl