Kantoren
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hallen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Woningen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hoogbouw
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Parkeergarages
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS

Actualiteiten

Brandwerende details woningbouw gerevitaliseerd

22 juli 2019

Wellicht kent u zich nog van de SBR-publicatie uit 2009: brandwerende details voor de woningbouw. Ze zijn nu door ISSO verwerkt in het ‘ISSO-kleintje Brandwerende details woningbouw’ maar dan wel na een grondige update én een uitbreiding van de principedetails die in de woningbouw vaak voorkomen. Zoals de titel al prijs geeft, de details voor de utiliteitsbouw in de oude SBR-uitgave zijn niet overgenomen.

Voor elf details die vaak voorkomen in de woningbouw geeft de nieuwe ISSO-publicatie geeft vuistregels voor een adequaat ontwerp en uitvoering uit het oogpunt van brandveiligheid. ‘Brandwerende scheidingen zijn getest en gecertificeerd, maar de aansluitingen in een constructie zijn dat dikwijls niet’, stelt Aldo de Jong, adviseur Bouw bij ISSO, ‘Terwijl het Bouwbesluit eist dat de aansluitingen óók voldoende brandwerend zijn.’

In voorbeeld-bouwtekeningen van de details zijn de kritische branduitbreidingstrajecten aangeven met een rode pijl. Rood gearceerd zijn de onderdelen die essentieel zijn voor de brandwerendheid. Voor nagenoeg alle standaarddetails zijn ‘prestatielayers’ beschikbaar. De presentatielayer laat zien welke materialen in een aansluiting essentieel zijn om te voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit. Zo’n prestatielayer is ook voor handen bij nog eens 300 details die de publicatie niet hebben gehaald maar wel zijn opgenomen in de ISSO-Kennisbank

Om de brandwerendheid van scheidingsconstructies te beoordelen, is kennis van het gedrag van materialen bij brand bijzonder welkom. Daarom is in het ISSO-kleintje aan dit onderwerp een compleet hoofdstuk gewijd. Ook rekenregels worden aangereikt waarmee voor uiteenlopende materialen een indicatie van de brandwerendheid is te krijgen.

Aan het ISSO-kleintje is meegewerkt door onder meer Brandweer Nederland, BNA, Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland en de NEN-normcommissie 'Brandveiligheidsaspecten bouwproducten en bouwdelen'. De uitgave is verkrijgbaar via de ISSO-KennisBank.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Fire Safety & Science-congres introduceert resultaten praktijkonderzoek rookverspreiding

12 juli 2019

Woensdag 13 en donderdag 14 november a.s. beleeft het International Congress Fire Safety & Science alweer haar 12e editie. De organisatie van de nieuwe aflevering berust zoals voorheen bij IFV en de stichting Fellow FSE van de TU Eindhoven. En wederom is het tweedaagse programma gevuld met nieuwe wetenswaardigheden op het gebied van Fire Safety Engineering en brandbestrijding, waarbij geregeld bruggen worden geslagen tussen preventie en repressie. Op de rol staat onder meer de uitreiking van de IFV-VVBA Scriptieprijs, bestemd voor het meest innovatieve, relevante en fundamentale afstudeerwerk in brandveiligheid aan een Nederlandstalige master- of bacheloropleiding.

Een andere congres-highlight is tevens een primeur: de presentatie van de eerste uitkomsten van het praktijkonderzoek dat Brandweer Nederland, Brandweeracademie en Veiligheidsregio Utrecht hebben uitgevoerd naar de verspreiding van rook in woon(zorg)gebouwen. Het onderzoek vond van 24 juni tot 6 juli jl. plaats in een leegstaand woonzorgcentrum in Oudewater in de provincie Utrecht. Daarbij is onder meer nagegaan of senioren en andere minder zelfredzame personen een gebouw in geval van brand gemakkelijk kunnen ontvluchten of dat ze juist in hun appartement moeten blijven en onder welke omstandigheden en met welke voorzieningen zo’n ‘stay in place’-strategie verantwoord is.

Elke dag is de effectiviteit van een specifieke maatregel of combinatie van maatregelen tegen rookontwikkeling en -verspreiding bij brand aan de tand gevoeld. Onderzocht zijn onder meer het effect van rookwerende deuren, rookwerende deuren in combinatie met een watermistsprinkler, en van alleen een watermistsprinkler met de deur naar de vluchtweg in gesloten of juist open toestand.

Bij de experimenten, uitgevoerd door of met de brandweer, was echte rook in het spel, afkomstig van een echte brand. ‘Deze experimenten zijn uniek en hebben grote wetenschappelijke en praktische waarde’, meent René Hagen, lector Brandpreventie aan de Brandweeracademie. ‘Niet alleen de brandweer, maar ook gemeenten, woningcorporaties, zorginstelling en overheidsorganisaties hebben baat bij de kennis die de experimenten hebben opgeleverd.’

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

NEN 6075 in herziening

28 juni 2019

Nog tót 1 juli a.s. is commentaar welkom op het ontwerp van de herziene NEN 6075 ‘Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten’. Deze norm geeft de eisen en methoden voor het bepalen van de rookwerendheid van scheidingsconstructies in gebouwen.

De NEN 6075:2019 is bedoeld als opvolger van de huidige editie uit 2011. Net als de voorganger biedt de 2019-versie twee methoden voor het vaststellen van de weerstand tegen rookdoorgang (WRD). De eerste, momenteel gangbare methode is gebaseerd op het criterium E (vlamdichtheid betrokken op de afdichting) en drukt de WRD uit in minuten. Bij de tweede optie gaat ’t om de WRD in de klassen Ra of R200, op basis van lekkage. Het is de bedoeling dat deze methode vanuit de wet- en regelgeving wordt aangewezen voor nieuwbouw.

Op de lekkagemethode zijn, vergeleken met de uitgave van 2011, enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd. De prestaties van de afzonderlijke constructiedelen zijn niet langer bepalend, dat zijn nu de scheidingen waarin de constructiedelen zijn opgenomen. De prestatie van de scheiding wordt afgeleid uit de prestaties van de constructieonderdelen.

De lekkagemethode is gesplitst in twee opties: een eenvoudige en meer uitgebreide. De eenvoudige optie komt in hoofdlijnen overeen met de lekkagebepalingsmethode in de 2011-versie van de norm. Hierbij heeft een constructieonderdeel een rookdoorlatendheid van Sa (koude rook) of S200 (warme rook). Bij de meer uitgebreide optie kan een constructieonderdeel een rookdoorlatendheid hebben die gelijk is aan een veelvoud of deel van Sa of S200. De uitgebreide optie biedt tevens de mogelijkheid om rookverspreiding door een ventilatiesysteem te voorkomen, via een 20 minuten gewaarborgde mechanische afvoer. Voor de berekening van lekkage is een eenvoudige vuistregel toegevoegd.

Net als in de 2011-versie wordt de rookdoorlatendheid van constructieonderdelen uitgedrukt in Sa en S200. De rookwerendheid van scheidingen en de weerstand tegen rookdoorgang gaan voortaan echter in Ra en R200.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

‘Sprinklers: óók voor vluchtveiligheid’

20 juni 2019

In de dagelijkse projectpraktijk worden sprinklers vooralsnog vooral toegepast om grotere brandcompartimenten mogelijk (en verantwoord) te maken. Maar sprinklers lenen zich ook voor het borgen van de vluchtveiligheid en andere (afgeleide) doelen van het Bouwbesluit. Dat blijkt het onderzoek dat Ruud van Herpen (technisch directeur bij Nieman en Fellow FSE aan de TU Eindhoven) heeft uitgevoerd in opdracht van VEBON-NOVB en EFSN.

Ruud van Herpen kreeg van zijn opdrachtgevers als opgave mee om de meerwaarde van sprinklers voor de brandveiligheid van gebouwen nader in kaart te brengen. ‘Sprinklers passen we al jaren toe. En niet alleen voor grotere brandcompartimenten’, meent de onderzoeker. ‘Ook is er aandacht voor het feit dat met sprinklerbeveiliging de brandwerendheid van de draagconstructie kan worden gereduceerd. En dat er nauwelijks een brandoverslagrisico is naar andere compartimenten of buurpercelen. Maar voor persoonlijke veiligheid en het verlengen van de vluchttijd middels sprinklers is nauwelijks aandacht. Daarom hebben bij dit onderzoek vooral gekeken naar het nut van sprinklerinstallaties voor vluchtveiligheid’.

Het onderzoek van Van Herpen wijst uit dat een sprinklerinstallatie de verspreiding van rook weliswaar niet direct tegengaat, maar in elk geval wél de productie van rook reduceert. Een vermindering van de rookproductie resulteert in een verruiming van beschikbare vluchttijd. En daarmee levert sprinklerbeveiliging een positieve bijdrage aan de vluchtveiligheid, zo luidt de algemene conclusie van het onderzoek.


Cumulatieve kansverdeling van de beschikbare tijd om te overleven in een corridor, grenzend aan een kleine ruimte waar brand woedt; links zonder sprinklers, rechts met sprinklers.

Tijdens de studie zijn simulaties uitgevoerd van de impact van brand en rook in drie veelvoorkomende situaties: een grote hoge ruimte, een grote lage ruimte en een kleine ruimte aan een corridor. Per situatie is de brand- en rookontwikkeling mét en zonder sprinklers nagebootst. De voornaamste conclusies hieruit en de verdere gevolgtrekkingen van Ruud van Herpen en John van Lierop van VEBON-NOVB, zijn opgetekend door brandveilig.com in dit artikel van 19 juni jl.

  • Foto: parkeer24.nl

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Proefschrift en Praktijk

4 juni 2019

Aanstaande vrijdag (7 juni) opent het IFV haar deuren voor ‘Proefschrift en Praktijk’. Tijdens deze middagsessie geven Ron de Wit en Wout Broekema tekst en uitleg over de onderzoeken waarop zij onlangs zijn gepromoveerd. De kersverse promovendi gaan dan uitvoerig in op de voornaamste bevindingen van hun studies.

Ron de Wit, plaatsvervangend commandant Brandweer Twente, komt als eerste aan het woord over zijn proefschrift over de brandweerzorg. Met de afronding van zijn tien jaar durend onderzoek heeft hij een eerste stap gezet in het ‘meten’ van de waarde van brandweerzorg en wat dit betekent voor het maken van bestuurlijke keuzes. In zijn boek ‘Burgers, bestuur en brandweer’ beschrijft De Wit de resultaten van een vijftal waarderingsstudies, waaronder de betalingsbereidheid voor snellere opkomsttijden, de waarde van een statistisch mensenleven bij brandveiligheid en een keuze-experiment over brandweerbeleid onder burgemeesters. Na zijn uiteenzetting werpt Ricardo Weever (lector Brandweerkunde IFV) vanuit de praktijk en het brandweeronderwijs zijn licht op het onderzoek van de Wit en duidt de betekenis en waarde ervan voor de praktische brandweerzorg.

Erie Braakhekke (decaan Crisismanagement Academie IFV/Politieacademie) gaat een vergelijkbare toetsing uitvoeren op het proefschrift van Wout Broekema, docent aan de Universiteit Leiden. Broekema stelde zich de onderzoeksvraag: ‘Hoe leren publieke organisaties van crisis en welke factoren en mechanismen verklaren dit proces van crisis-geïnduceerd leren?’ Door te leren van een crisis stellen publieke organisaties zichzelf in staat om (vergelijkbare) crises in de toekomst te voorkomen óf in elk geval effectiever te reageren als zo’n crisis zich (toch weer) voordoet. We zien echter dat deze organisaties doorgaans veel moeite hebben om van een crisis te leren, meent Broekema. Aan de hand van vier deelstudies is de Leidse universitair docent tot zijn constateringen en conclusies gekomen, die hij op 7 juni publiekelijk belicht.

‘Proefschrift en Praktijk’ wordt een wetenswaardige aangelegenheid voor professionals die beroepsmatig betrokken zijn bij brandweerzorg, brandweerkunde en crisismanagement óf daarvoor een warme interesse aan de dag leggen.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Branden met zonnepanelen geïnventariseerd

27 mei 2019

TNO heeft een verkennende studie afgerond naar brand-incidenten bij zonnepanelen. De onderzoeksinstelling hield 27 bekende incidenten, voornamelijk uit 2018, tegen het licht. Van de 27 hebben 23 plaatsgevonden bij woningen. Dit is 0,014% van het totaal aantal van ongeveer 170.000 systemen dat in 2018 is geïnstalleerd. In enkele gevallen heeft TNO de oorzaak van de brand niet direct weten te herleiden. Alle onderzochte branden hebben slechts economische schade gegeven, slachtoffers zijn niet gevallen.

Ervaringen en studies uit het buitenland wijzen al uit dat onvakkundige installatie een veelvoorkomende oorzaak is. De meest risicovolle factoren hierbij zijn het onvakkundig verbinden van stekkers aan kabels en het combineren van verschillende merken stekkers van hetzelfde type (‘cross-mating’). Cross-mating kan leiden tot overgangsweerstanden, interne vlambogen, warmteontwikkeling en uiteindelijk brand.

Een belangrijke observatie uit het rapport is dat relatief veel branden optreden bij zogeheten in-daksystemen, vergeleken met op-daksystemen. Bij een op-daksysteem liggen de zonnepanelen boven de dakpannen. De dakpannen zorgen voor brandwerendheid. Bij het in-daksysteem zijn de dakpannen vervangen door de zonnepanelen. De panelen liggen op kleinere afstand van materialen zoals dakfolies en isolatiemateriaal. Hierdoor ontstaat een groter risico op brand.

Op de grond van de bevindingen doet TNO onder meer de aanbeveling om per direct installateurs voor te lichten over de noodzaak van deugdelijke verbindingen. Daarnaast adviseert het onderzoeksinstituut om normen dan wel richtlijnen op te stellen om bijvoorbeeld cross-mating de wereld uit te helpen. Het Bouwbesluit (2012) stelt wel eisen aan de brandwerendheid van de totale dakopbouw, maar niet aan de brandwerendheid van materialen die zich onder de buitenste daklaag bevinden.

Ook pleit TNO voor een landelijke testfaciliteit waar samen met marktpartijen en brandweer stress-tests worden uitgevoerd op zonne-stroomsystemen op testdaken en de risico’s in kaart worden gebracht. Zo’n faciliteit is van groot belang om de veiligheid van (geïntegreerde) PV-systemen te bevorderen, aldus TNO.

De studie is uitgevoerd in opdracht van RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Het initiatief kwam van brancheorganisatie Holland Solar. Voor de inventarisatie heeft TNO gesproken met PV-installateurs en -leveranciers, verzekeraars, schade-experts, zonne-energieonderzoekers, deskundigen op het gebied van daken en normeringen, DBA-KIWA, IFV, de brandweer en met bewoners.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

20 mei 2019

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. De wet is met een vrij ruime meerderheid aangenomen.

De wet treedt per 1 januari 2021 in werking. Vanaf die datum berust de technische toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning aan het Bouwbesluit niet langer bij de gemeente. In plaats van daarvan vindt private kwaliteitsborging plaats. Private partijen moeten daarbij aantonen dat een bouwplan voldoet aan de Bouwbesluit-eisen. Een onafhankelijke kwaliteitsborger verzorgt de kwaliteitsbewaking, aan de hand van een kwaliteitsinstrument.

Het terugdringen van bouwfouten, een betere bouwdiscipline, versterking van de positie van de opdrachtgever en meer evenwichtige relatie tussen opdrachtgever en bouwende partijen binnen projecten zijn de belangrijke uitgangspunten van de nieuwe wet. In het nieuwe stelsel dient de hoofdaannemer, al of niet samen met onderaannemers en leveranciers, bij oplevering aan te tonen dat het bouwwerk voldoet aan de regelgeving. Daartoe moet een opleverdossier beschikbaar zijn. De aannemer dient de opdrachtgever bovendien kenbaar te maken hoe risico’s op gebreken en schade zijn afgedekt. Mochten zich na oplevering gebreken voordoen, dan is de bouwer hiervoor aansprakelijk te stellen.

De wet geldt vanaf 1 januari 2021 vooralsnog alleen voor eenvoudige bouwwerken, zoals woningen. De regels voor meer complexe opgaven volgen nog. In aanloop naar de implementatie van het nieuwe regime per 2021 is er nog veel werk aan de winkel. Naast de verdere uitwerking van de wet, moet een nieuwe toelatingsorganisatie worden opgezet en honderden kwaliteitsborgers opgeleid. Via onder meer proefprojecten worden de betrokken bouwdisciplines vertrouwd gemaakt met kwaliteitsborging in de praktijk.

De datum van 1 januari 2021 is overigens niet geheel onwrikbaar. Als uit nieuwe experimenten blijkt dat de sector nog niet voldoende klaar is voor het nieuwe stelsel, is uitstel van invoering mogelijk. In die ‘ontsnappingsclausule’ voorziet een Bestuursakkoord dat minister Ollongren vorig jaar sloot met de gemeenten.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Geen Nood Bij Brand vernieuwd

11 mei 2019

De methode Geen Nood Bij Brand is weer helemaal bij de tijd. De Vakgroep Veilig Gebruik en Toezicht van Brandweer Nederland heeft de methode geheel geactualiseerd. De update volgt op de aanbevelingen van het landelijk onderzoek ‘Terugblik op Geen Nood Bij Brand’.

Geen Nood Bij Brand beschrijft in klare taal hoe een risicogerichte aanpak kan resulteren in een betere brandveiligheid van gebouwen. De methode is bruikbaar voor alle typen gebouwen (en nu ook landelijk beschikbaar), maar spitst zich toe op gebouwen met kwetsbare gebruikers en dat zijn vooral de gebouwen voor de gezondheidszorg. De methode is dan ook in 2008 ontwikkeld in nauwe samenwerking met zorgorganisatie SiZa in Arnhem.

De methode telt vier hoofdbestanddelen, elk met een eigen pakket aan ‘tools’ zoals een ontruimingsplan, een e-learningmodule, communicatiemiddelen en een masterplan brandveiligheid. Brandweer en de medewerkers die binnen de zorginstelling betrokken zijn bij de brandveiligheid bepalen samen welke tools geschikt zijn voor hun specifieke situatie. De opeenvolgende fasen van de risicogerichte aanpak en eventuele inzet van tools zijn vervat in een overzichtelijk schema, aangevuld met een korte tekstuele toelichting per fase: vanaf de ‘nulmeting’ tot en met de evaluatie. Uiteraard laat de methode toe dat in de praktijk een bepaalde fase worden overslagen of een andere volgorde wordt aangehouden. Dat is afhankelijk van wat brandweer en instelling samen overeenkomen.

Een gezamenlijke voorbereiding is wel de onontbeerlijke basis voor een geslaagde toepassing. Zo behoort de zorginstelling een bhv-organisatie te hebben en de brandweer kennis te bezitten van de specifieke brandrisico’s binnen de instelling. En als het Geen Nood Bij Brand-traject gezamenlijk doorlopen is, is ’t natuurlijk niet klaar met de aandacht voor brandveiligheid. De continue zorg voor de brandveiligheid hoort dan deel uit te maken van een operationeel veiligheidvolgsysteem van de zorgorganisatie.

  • Een folder over Geen Nood Bij Brand, uitleg over de methode, een beschrijving van de tools en de poster met het stroomschema uit de methode zijn kosteloos op te halen uit de kennisbank van www.dezorgbrandveilig.nl
  • Meer informatie over de vernieuwde methode is in te winnen bij Nienke van Jole, nienke.van.jole@brandweermwb.nl van de Vakgroep Veilig Gebruik & Toezicht, Brandweer Nederland.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Wakker Dier bezorgt over groeiend aantal megastallen

1 mei 2019

Tussen 2010 en 2017 is het aantal megastallen in Nederland met 76 procent toegenomen, van 456 in 2010 tot 801 in 2017. Dat stelt Wakker Dier op grond van recente onderzoekscijfers van Wageningen University & Research. De dierenrechtenorganisatie is ernstig bezorgd over de groei: ‘Megastallen verhogen de risico’s op ziekten én op brand, temeer omdat veel stallen niet zijn uitgerust met bijvoorbeeld een sprinklerinstallatie. Dat treft ontzettend veel dieren’, stelt Anne Hilhorst van Wakker Dier.

De toename zit ‘m volgens Wakker Dier vooral in de melkkoe-megastallen. Dit type stal is tussen 2010 en 2017 in aantal meer dan verdubbeld: van 197 tot 439 in 2017. Een stal is een megastal als er meer dan 7.500 vleesvarkens, 1.200 fokvarkens,120.000 leghennen, 220.000 vleeskuikens, 250 melkkoeien, 2.500 vleeskalveren of 1.500 geiten in leven. Per jaar zitten in totaal zo’n 75 miljoen dieren in megastallen. Volgens Wakker Dier maken geiten, moedervarkens en legkippen de grootste kans om in een megastal terecht te komen.

De afgelopen tien jaar stierven in totaal 1,5 miljoen dieren bij een stalbrand, waarvan bijna 122.000 vorig jaar. Kortsluiting en (onderhouds)werkzaamheden in de stal zijn volgens Brandweer Nederland de meest voorkomende oorzaken van stalbrand, beide zo’n 15 procent. Tien procent ontstaat door blikseminslag en 10 procent door broei. Vaak blijft de oorzaak onbekend. Bij stalbranden kan het vuur zo vernietigend zijn, dat de oorzaak niet meer te achterhalen is.

Wakker Dier wil dat de overheid de megastal verbiedt, vanwege de risico’s maar ook ‘door de focus op steeds lagere kosten, waardoor het dierenwelzijn steeds meer in gedrang komt. In megastallen is nauwelijks ruimte voor bijvoorbeeld stro of natuurlijk gedrag’, vindt Hilhorst van Wakker Dier.

Sinds 2014 moeten megastallen voldoen aan strengere milieu- en veiligheidseisen. Zo dienen luchtwassers te zijn geïnstalleerd die schadelijke stoffen zoals ammoniak uit de lucht in de stallen halen. Elektrische apparaten moeten in aparte ruimten zijn ondergebracht. Ook is dikwijls brandcompartimentering verplicht om de uitbreiding van brand te voorkomen of zoveel mogelijk te verhinderen.

Met NEN 6060 en 6079 is vast te stellen of een groot compartiment van een ‘lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’ voldoet aan de functionele eisen in het Bouwbesluit 2012 als het gaat om het voorkomen van branduitbreiding. Hiertoe is vorig jaar aan beide norm een aparte bijlage voor veestallen toegevoegd.

De normen zijn van toepassing op compartimenten die groter zijn dan het Bouwbesluit 2012 strikt genomen toestaat: 1.000 m2 of meer óf, in geval van industriefuncties, 2.500 m2 of meer. Daarbij wordt een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel in het Bouwbesluit (artikel 1.3). NEN 6060 is bestemd voor zowel nieuwe als bestaande stallen. NEN 6079 is uitsluitend toepasbaar bij nieuwbouw.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Inschrijving Scriptieprijs geopend

23 april 2019

Twaalfhonderd euro. Dat bedrag ligt in het verschiet voor de winnaar van de Fire Engineering Scriptieprijs 2019. Om kans te maken op de prijs en het prijzengeld stuur je vóór 1 september a.s. je afstudeerscriptie over een belangwekkend brandveiligheidsonderwerp in.

IFV en VVBA stellen de Fire Engineering Scriptieprijs 2019 beschikbaar aan studenten die hun master- of bacheloropleiding aan een onderwijsinstelling in het Nederlandse taalgebied in 2019 of 2018 afronden. Ze kunnen meedoen met een afstudeerscriptie waarin een relevant item op het gebied van bijvoorbeeld brandpreventie, brandbestrijding of nazorg op een treffende en inspirerende manier wordt uitgediept. De thesis dient in het Nederlands of Engels te zijn opgesteld. Er zijn 420 studiebelastingsuren aan besteed en (uiteraard) heeft de onderwijsinstelling de scriptie al met minimaal een voldoende gewaardeerd. De jury van de Scriptieprijs gaat de inzending aan de tand voelen op actualiteit en maatschappelijke relevantie van het onderwerp, de mate van innovatie, de toepasbaarheid en de diepgang en het wetenschappelijk niveau van de thesis.

De genomineerden voor de prijs worden bekend gemaakt tijdens de Expertclass Fire Safety Engineering van de TU Eindhoven, donderdag 12 september a.s. Donderdag 14 november mogen de genomineerden hun scriptie presenteren tijdens het IFV FSS-congres. Aansluitend wordt hier de winnaar bekend gemaakt. Het prijzengeld (€ 1.200) is voor de verdere ontwikkeling van de eigen kennis en ervaring in brandveiligheid.

  • Scripties indienen kan vóór 1 september 2019 bij Chantal Bouwhuis via c.bouwhuis@nieman.nl, als PDF met de samenvatting op een A3-poster.
  • Download de deelnamecriteria
  • Foto: de winnaar van vorig jaar, Nick Tenbült (rechts op de foto met juryvoorzitter Paul Verlaan). Nick Tenbült won de prijs met de scriptie ‘Cooling of a hot smoke layer by a sprinkler spray – Validation of a CFD-model’ waarmee hij afstudeerde aan de masteropleiding Building Physics and Services van de TU Eindhoven.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

NEN 6069 gecorrigeerd

15 april 2019

Het NEN heeft begin deze maand een correctieblad gepubliceerd bij de NEN 6069+A1. Deze Nederlandse norm geeft de methoden voor het beproeven en klasseren van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten in Nederland. De norm uit 2011 kreeg in 2018 al een aanvulling (A1:2018). Het verse correctieblad (C1:2019) dient enkele onduidelijkheden bij toepassing van de norm in de praktijk weg te nemen. De mutaties betreffen deuren en zijlichten, vliesgevels en horizontale brandoverslag.

Deurconstructies die breder zijn dan 6 m en beweegbare delen bevatten, moeten voldoen aan het criterium EI2 van de norm. Bij toepassing van zijlichten in deze constructies kán een beweegbaar deel minder dan 6 m breed uitvallen. In dat geval leidt de oude normtekst tot een onbedoelde eis met een criterium EI2 aan het beweegbare deel. Hierop zijn nu correcties doorgevoerd.

Over de beoordeling en beproeving van vliesgevels is de bestaande tekst verduidelijkt. Hierdoor wordt de relatie verhelderd tussen NEN 6069+A1 en NEN-EN 1364-4, de Engelstalige norm uit 2014 voor het bepalen van de brandwerendheid van niet-dragende bouwdelen – deel 4: Vliesgevels – Gedeeltelijke opstelling.

  • Inclusief correctieblad en aanvulling is de NEN 6069 á € 65 (excl. btw) te bestellen in de NEN-Shop  De NEN 6069+A1+C1:2019 nl vervangt de NEN 6069+A1:2016 nl

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Studiedag Brandveiligheid gevels: BZK-tool vergemakkelijkt inschatten brandrisico

5 april 2019

De NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ heeft haar eerste twee edities beleefd: afgelopen donderdag 7 maart en woensdag 20 maart, beide malen in een uitverkocht kantoor Metaalunie, Nieuwegein. Aanleiding voor de kennisbijeenkomst is de landelijk gewenste inventarisatie en beoordeling van private en overheidsgebouwen op (verhoogd) brandrisico in de gevel. Tot dit ‘veldonderzoek’ riep Minister Ollogren van Binnenlandse Zaken eind vorig jaar op. De uitvoering is nu aan de gemeenten.

Als handige hulp bij het traceren en wegen van gebouwen op (gevel)brandrisico is er nu de ‘BZK risicotool Brandveiligheid gevels’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De tool werd tijdens de studiedag uit de doeken gedaan door Rudolf van Mierlo van DGMR, samensteller van de tool. De risicotool omvat spreadsheets met een viertal kenmerken van de gevel (zoals de materialisering van het buitenblad en de aanwezigheid van een geventileerde spouw) en vijf kenmerken van het gebouw en het gebruik van het gebouw (waaronder de gebruiksfunctie, gebouwhoogte en ligging van vluchtroutes). Voor elk kenmerk moet een waarde worden ingegeven, afkomstig uit een korte lijst van opties. Na invoer op alle negen kenmerken volgt de indeling van het gebouw in een van de klassen: rood, oranje, geel, groen. De kleurcodering staat (uiteraard) symbool voor de grootte van het (potentieel) risico.

Bij relatief hoge gebouwen met een zorg-, woon- of logiesfunctie kan de tool eenvoudig een eerste quickscan verzorgen. ‘Het kan met weinig brandtechnische kennis worden uitgevoerd’, aldus Van Mierlo, ‘Stap op de fiets, inspecteer de gebouwen en voer de bevindingen in de tool. Er rolt vanzelf een beoordeling uit.’ Die beoordeling dient wel als opmaat van nadere studie en analyse. Van Mierlo: ‘Het is een ruwe indicatie, een startpunt van waaruit je verder onderzoek moet doen’.

De BZK Risicotool is hier gratis te downloaden. Behalve het rekenblad zijn daar kosteloos als PDF op te halen: de toelichting op de tool, de Handreiking Beoordeling brandveiligheid gevels, het Protocol inventarisatie en onderzoek brandveiligheid gevels en de brief van minister Ollogren aan de gemeenten.

  • De NEN-studiedag van 7 of 20 maart gemist? Dinsdag 23 april a.s. is de derde aflevering, wederom bij de Metaalunie in Nieuwegeing. Inschrijven kan hier. De deelnamekosten bedragen (slechts) € 195 (p.p.).
  • Een uitgebreid verslag van de eerste twee episodes kunt u lezen op brandveilig.com
  • Foto: Bibliotheek Deventer (Bierman Henket architecten, © Joep Jacobs)

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Brandweer druk bezet in 2018

25 maart 2019

Het CBS heeft afgelopen woensdag de nieuwe, definitieve cijfers gepubliceerd over meldingen van branden en andere incidenten in 2018. Daaruit blijkt dat de Nederlandse brandweerkorpsen in het voorbije jaar bepaald niet hebben stilgezeten. Bij de meldkamers van de veiligheidsregio’s kwamen bijna 244.600 meldingen binnen, waarvan 117.980 brandmeldingen en 126.620 verzoeken om hulpverlening. Dat is 12 procent meer dan in 2017. Over dat jaar noteert het CBS in totaal 218.920 meldingen: ruim 115.340 voor brand en 103.580 voor hulpverlening.

De vele natuurbranden in de maanden juni en juli van het vorig jaar deden een behoorlijke duit in het zakje. ‘We zijn twee keer zo vaak uitgerukt dan in de jaren daarvoor’, bevestigt Stephan Wevers, voorzitter van Brandweer Nederland. ‘Bij branden in de natuur rukt de brandweer standaard met meerdere eenheden uit, om zo een snelle uitbreiding te voorkomen. Ondanks de vakantieperiode, waren er steeds voldoende collega’s – zowel vrijwilligers als beroepskrachten – snel beschikbaar. Ook al waren deze branden niet om de hoek van de kazerne, maar vaak in afgelegen gebied. We deden er gemiddeld 12 seconden langer over om bij onze bestemming te komen, maar dat is te verklaren door het feit dat de rijtijd naar een afgelegen natuurgebied langer is dan in stedelijk gebied. Vanuit 960 kazernes zijn we gemiddeld in minder dan acht minuten ter plaatse.’ Wevers vindt het goed dat dit nog steeds binnen de normtijden is. ‘Sneller gaat niet. Ondanks toegenomen verkeersdrukte zijn deze cijfers al jaren stabiel en behoren hiermee tot een van de snelste brandweerorganisatie van Europa.’

Mede door de stijging van natuurbranden, op grotere afstand van de kazerne, viel de gemiddelde responstijd van de brandweer in 2018 iets hoger uit dan in 2017, zo wijzen de CBS-cijfers inderdaad uit. Gemiddeld kost ’t de brandweer 7,9 minuten om ter plaatse te zijn. Dat is 0,2 minuten ofwel 12 seconden langzamer dan een jaar eerder. De gemiddelde alarmeringstijd en rijtijd nemen beide met 6 seconden toe. De gemiddelde rijtijd was vooral hoger in regio’s met meer natuur- en bermbranden dan in 2017.

Ook het aantal verzoeken om hulpverlening steeg fors in 2018: met 23.000 ten opzichte van het jaar ervoor. Wevers: ‘We zien een voorzichtige trend dat de brandweer vaker wordt ingezet voor hulp. We hebben – naast de natuurbranden – ook vaker te maken met de toename van hulpverlening, waaronder ongevallen en stormen. We gaan kijken of dit incidenten zijn of dat er sprake is van een patroon waar we de komende jaren mee te maken krijgen en welke impact dit heeft op onze brandweerorganisatie.’

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

PPS bij industriële incidentbestrijding nader verkend

17 maart 2019

Branden en andere incidenten bij grote industriële bedrijven zijn vaak sneller en effectiever te bestrijden als de bedrijfsbrandweren en de overheidskorpsen goed samenwerken. Maar hoe dat je dat? Het IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) heeft ’t onderzocht.

Diverse grotere industriële ondernemingen in ons land beschikken over een eigen bedrijfsbrandweer met veel specifieke kennis, kunde en materieel voor het bestrijden van industriële branden en verwante incidenten. Ze bezitten een eigen gaspakkenteam, een eigen schuimvoorraad. Ook hebben ze vaak samenwerkingsafspraken met hun brandweerregio.

Voor een bovenregionale inzet bestaan dergelijke afspraken echter nog niet en dat moet veranderen, vindt de stuurgroep Verkenning samenwerking overheids- en bedrijfsbrandweren, waarin de overheids- en bedrijfsbrandweren zijn vertegenwoordigd. Immers, een industriële brand of bijvoorbeeld een transportongeval met gevaarlijke stoffen kan overal plaatsvinden en bovenregionale consequenties hebben.

Daarom heeft de stuurgroep aan het IFV opdracht gegeven om nut, noodzaak en mogelijkheden voor publiekprivate samenwerking (PPS) bij bovenregionale inzet nader te verkennen. Het IFV heeft de theorie over PPS (modellen, succesfactoren en structuren) tegen het licht gehouden en de bestaande praktische samenwerkingsverbanden in Nederland en buitenland op dit gebied in kaart gebracht.

Via interviews zijn ook de wensen ten aanzien van PPS van beleidsbepalende functionarissen bij zowel bedrijfs- als overheidsbrandweer geïnventariseerd. Ze zijn onder meer bevraagd over de gewenste PPS-scenario’s bij bovenregionale inzet, aankomsttijden, aansprakelijkheid tijdens een inzet en hoe de bovenregionale PPS zou moeten worden doorgevoerd.

Het IFV heeft alle bevindingen, inclusief conclusies en literatuurlijst, vastgelegd in het rapport ‘Bovenregionale publiekprivate samenwerking tussen de overheidsbrandweer en bedrijfsbrandweren ten behoeve van industriële incidentbestrijding’. De 80 pagina’s tellende uitgave (februari 2019) is hier gratis als PDF te downloaden.

  • Foto: IFV.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Aanklachten Grenfell in de wacht

7 maart 2019

Pas eind 2021 wordt bekend gemaakt wie wordt (of worden) aangeklaagd voor de desastreuze brand in de Grenfell Tower in Londen op 14 juni 2017. Bij de brand in het 24-laagse woongebouw met sociale-huurappartementen vielen 71 dodelijke slachtoffers en 77 gewonden.

De betrokken onderzoekers en aanklagers laten weten dat het onderzoek en de verhoren nog ruim 2,5 jaar in beslag gaan nemen. ‘We hebben altijd gezegd dat het tijd gaat kosten. Willen we het onderzoek grondig en volledig doen, dan moeten we alle relevante informatie overwegen’, stelt onderzoeksleider Matt Bonner. ‘Al het bewijsmateriaal dat in het onderzoek naar boven komt, moet in het eindrapport komen te staan.’ De nabestaanden, overlevenden en de verdere lokale gemeenschap is volgens Donner van het tijdspad op de hoogte gesteld. Het Grenfell-dossier omvat inmiddels 476.000 documenten.

Veel gedupeerden zijn boos of verontwaardigd. ‘Extreem frustrerend en ontmoedigend dat het onderzoek zo lang moet duren’, aldus een woordvoerder van de overlevenden en nabestaanden in een reactie in The Guardian.

  • Foto: Tasnim news.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Artsen starten onderzoek naar brand en andere incidenten in Nederlandse ziekenhuizen

26 februari 2019

Dennis Barten en Nathalie Peters, beide als arts verbonden aan de afdeling SEH (Spoedeisende Hulp) van het VieCuri Medisch Centrum Venlo gaan onderzoeken hoe ziekenhuizen in ons land omgaan met crisissituaties zoals brand.

Ziekenhuizen geven vrijwel nooit ruchtbaarheid aan incidenten, bijvoorbeeld in de vorm van een publicatie, stellen de arts-onderzoekers vast. Dat kan anders, want juist door te publiceren kunnen ziekenhuizen van elkaar leren, meent het tweetal. Op hun SEH in Venlo kwam op 18 mei 2017 het plafond naar beneden. Niemand raakte gewond en het ziekenhuis wist snel vervangende opvang van patiënten te regelen. Barten en Peters wijdden een wetenschappelijke publicatie aan het incident dat wereldwijd werd gedistribueerd onder vakgenoten en andere betrokkenen binnen de ziekenzorg. Daarbij ontdekten ze dat het aantal internationale uitgaven over omgaan met incidenten binnen ziekenhuizen op de vingers van een hand te tellen zijn.

‘We willen in kaart brengen wat de afgelopen tien jaar in Nederlandse ziekenhuizen is voorgevallen’, zegt Barten ‘Dan kunnen ziekenhuizen zich beter voorbereiden.’ In rampenplannen van ziekenhuizen is weliswaar in het algemeen beschreven hoe om te gaan met brand, maar voor acute voorvallen op specifieke afdelingen bestaat volgens de Venlose artsen geen ‘plan B’. Het kan dan gaan om het uitvallen van de ICT, zoals onlangs in een Nijmeegs ziekenhuis, of het weigeren van de noodstroomvoorziening in een instelling in Roermond.

In Venlo is gelukkig veel goed gegaan, maar zijn ook fouten gemaakt waaruit de artsen leringen hebben getrokken, aldus Peters en Barten. ‘Zo is de pers te laat geïnformeerd, waardoor een geruchtenstroom is ontstaan. De volgende keer gaan we eerder communiceren’, belooft Barten. De beide artsen verwachten dik drie jaar voor hun onderzoek uit te trekken.

  • Foto: VieCuri Medisch Centrum, Venlo (aan de amstel architecten, Sweegers en de Bruyn Ingenieurs).

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Drie dagen brandkennis

14 februari 2019

Brandveiligheid. Het blijft een veelomvatttend aandachtsveld van het ontwerpen en dimensioneren van staal- en staal-betonconstructies van gebouwen. Wat zijn de eisen en randvoorwaarden en welke concepten en oplossingen zijn voor handen om de (draag)constructie van uw gebouw op een economische manier brandveilig te maken? Die vragen kunt u zelf (nog beter) beantwoorden na deelname aan de driedaagse cursus ‘Brand en brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies’ van Bouwen met Staal.

De cursus start donderdag 14 maart a.s. in De Meern met een middag-/avond over de verschillende brandveiligheidsconcepten voor gebouwen, de brandveiligheidseisen voor hallen en verdiepinggebouwen en de brandwerendheidseisen voor draagconstructies en gevels. Daarna volgt tekst en uitleg over de verschillende oplossingen voor het (verhogen van) de constructieve brandwerendheid. Over de keuze en inzet van brandwerende plaat, -mortel of -coating, maar ook over de mogelijkheden om het staal zónder aanvullende bescherming toe te passen.

Cursusdag twee, op donderdag 21 maart, staat in het teken van het berekenen van de brandwerendheid van staalconstructies volgens EN 1993-2 en de inzet van Fire Safety Engineering (FSE) in de projectpraktijk. Dat gaat vergezeld van demonstraties van rekentools als Ozone (voor het bepalen van de temperatuurontwikkeling bij natuurlijke brand en de thermische respons van de staalconstructie, op basis van EN 1991-1-2) en CaPaFi (berekening van de opwarming van staalconstructiedelen bij branden in parkeergarages, volgens EN 1991-1-2).

Op de slotdag, donderdag 28 maart 2019, krijgt docent Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) gezelschap van Rob Stark (mede-directeur en constructief ontwerper bij IMd Raadgevende Ingenieurs). Het duo zet het rekenen aan staal-betonconstructies bij brand volgens EN 1994-1-2 uiteen. Hierbij worden de gebruiksmogelijkheden getoond van de rekentools Potfire (betongevulde buiskolommen), Gligger (geïntegreerde stalen liggers) en MACS+ (staalplaat-betonvloeren met stalen liggers).

Deelnemen aan de cursus kost u € 1.335, als uw bedrijf lid is van Bouwen met Staal óf € 1.565 als dat (nog) niet zo is. voor overige deelnemers). Bij de prijs zijn inbegrepen de avondmaaltijden, de syllabus met powerpointsheets van de inleiders én een uitgebreide collectie relevante literatuur, waaronder de Bouwen met Staal-boeken ‘Brand – Eurocode 3’ en ‘Staal-beton – Eurocode 4 en de ontwerphandleiding en het achtergronddocument bij de tool MACS+. Deelnemende constructeurs ontvangen bovendien 9 KE/PE-punten (permanente-educatiepunten) voor het Constructeursregister.

  • Programma en aanmeldingsformulier
  • Foto: Trainingsaccommodatie 1908 Feijenoord, Rotterdam (architectuur: Moederscheim Moonen Architects, constructief ontwerp: IMd Raadgevende Ingenieurs, © Bart van Hoek Architectuurfotografie). De draagconstructie van het gebouw bestaat een staalskelet (met schuin geplaatste kolommen in de gevelzones), gecombineerd met verdiepingvloeren van kanaalplaten met geïntegreerde stalen liggers. Het gebouw is vorig jaar opgeleverd.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Handreiking voor incidentbestrijding wegtunnels

4 februari 2019

Branden of andere calamiteiten in verkeerstunnels zijn – gelukkig – geen dagelijkse kost. Maar hierdoor is ‘t lastig ervaring op te bouwen in het bestrijden ervan. Leerrijke praktijkervaringen die wél zijn opgedaan alsook de bruikbare praktische kennis voor doeltreffende repressieve acties zijn nu vastgelegd in de ‘Handreiking voor multidisciplinaire afstemming bij incidentbestrijding in wegtunnels’.

Zoals de titel al suggereert, wil de IFV-publicatie handvatten bieden voor een eenduidige en efficiënte samenwerking tussen de verschillende disciplines die doorgaans bij het bestrijden van een tunnelincident betrokken zijn. Het gaat dan om medewerkers van de hulpverleningsdiensten, maar ook van ondersteunende diensten zoals berging- en salvagebedrijven en uiteraard de tunnelbeheerders bij bijvoorbeeld Rijkswaterstaat of provincie. Zij kunnen de Handreiking ter hand nemen voor het opstellen van incident- en calamiteitenbestrijdingsplannen, conform de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw) en de bijbehorende Regeling (Rarvw). In de plannen wordt de afstemming tussen de betrokkenen disciplines geformaliseerd. Wie wat zou moeten doen, staat in de Handreiking beschreven.

Daarbij belicht de publicatie een viertal veelkomende typen incidenten en calamiteiten, waarbij multidisciplinaire afstemming een grote rol speelt: brand, ongeval met gevaarlijke stoffen, ernstige aanrijding en aanrijding met (vermoeden van) letsel. De aspecten van afstemming worden behandeld per fase van de incidentbestrijding: melding en contact, alarmering, aanrijden, opstellen, verkennen, bestrijding en herstel en afschaling.

Het IFV heeft de uitgave samengesteld samen met Rijkswaterstaat, meldkamers, veiligheidsregio’s en politie. Dat gebeurde in opdracht van het Stakeholdersoverleg Tunnelveiligheid waaraan Rijkswaterstaat, de hulpverleningsdiensten en het platform niet-rijkstunnels deelnemen.

Behalve voor plannen en afspraken is de publicatie ook te gebruiken voor het vorm en inhoud geven aan multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. Bij het kennisdocument gaat eveneens een factsheet. Hierin is de handreiking op kernpunten samengevat. Beide documenten zijn hieronder kosteloos te downloaden.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Programma studiedag Brandveiligheid gevels is rond

21 januari 2019

De NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ heeft een definitief programma. De dag staat geheel in het teken van het brandveilig ontwerpen, bouwen en onderhouden van gevels, uiteraard óók in relatie tot wat zich achter de gevels bevindt. De kennissessie vindt tweemaal plaats: donderdag 7 maart en woensdag 20 maart a.s., beide keren bij de Koninklijke Metaalunie in Nieuwegein.

Actuele aanleiding voor de studiedag is de lopende inventarisatie door de Nederlandse gemeenten van mogelijk risicovolle gevels en gebouwen, zowel in privaat als gemeentelijk eigendom. De inventarisatie is aangewakkerd door minister Ollongren van Binnenlandse Zaken per brief van 30 november 2018 en vormt een van de gecoördineerde landelijke reactie op de fatale brand in de Grenfell Tower in Londen op 14 juni 2017.

Wico Ankersmit, het gezicht van de Vereniging Bouw & Woningtoezicht Nederland, is gestrikt als dagvoorzitter. Hij belicht het doel van de dagvullende bijeenkomst en staat stil bij de verantwoordelijkheden en verantwoordelijken voor de brandveiligheid van het gebouw, de gevel in het bijzonder. Nico Scholten (ERB) is aangetrokken voor het inzicht in theorie en relevante bouwregelgeving: wat is een gevel en wat zijn de eisen aan brandgedrag en de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag?

De werking van de nieuwe BZK-risicotool Brandveiligheid Gevels wordt van uitleg voorzien door Rudolf van Mierlo (DGMR). Victor Termijn (Gemeente Rotterdam) deelt ervaringen en tips voor het gebruik van de Rotterdamse risicotool. Deze tool wordt al sinds mei vorig jaar binnen de gemeente Rotterdam ingezet bij de inventarisatie en analyse van de brandveiligheid van gebouwgevels en heeft gediend als basis voor de BZK-tool.

De andere sprekers van de studiedag: Ruud van Herpen (Nieman), David den Boer (Peutz), Emiel Wassenaar (LBP Sight), Henk Zoontjens (VMRG), Leo Oosterveen (BBN) en Esther Hebly (DGMR). Het volledig programma vindt u op de NEN-webpagina, klik op tab 'programma'

De studiedag is vooral een ‘must visit’ voor bouwtoezichtmedewerkers, gebouweigenaren en –beheerders, architecten, (brandveiligheids)adviseurs, aannemers en leveranciers. Deelnemen kost € 195 (per persoon). Inschrijven kan via de website van het NEN.

Het initiatief tot de studiedag komt van de werkgroep ‘Brandveiligheid gevels’. In deze groep hebben 21 organisaties en bedrijven zitting. Vanuit dit collectief opereren BBN (Brandveilig Bouwen Nederland), DGMR, ERB (Expertisecentrum Regelgeving Bouw), VMRG, NEN en Bouwen met Staal als medeorganisator en -promotor van het event.

  • Foto: Technova College, Ede (architectenbureau cepezed, © Lucas van der Wee).

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Informatieve hulp voor bedrijfshulpverlening

8 januari 2019

Richtsnoeren voor het doelmatig inrichten van de bedrijfshulpverleningsorganisatie op brandrisico’s en –scenario’s en handvatten voor doeltreffend optreden bij brand. Dat is – kort gesteld – wat het nieuwe kennisdocument ‘Bewust omgaan met (brand)risico’s van het Nederlandse Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) te bieden heeft aan de ‘voorpost van de brandweer’.

Het NIBHV heeft het handboek gemaakt samen met de Brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). De auteurs zijn René Hagen en Louis Witloks. De publicatie presenteert het kader voor het optreden van de bhv en levert vervolgens een specifieke brandveiligheidsanalyse voor de bhv (SBA-bhv). Met deze methode zijn – in vijf stappen – de optimale keuzes te maken voor het inrichten van de bhv-organisatie. De methode op de criteria kwaliteit, kwantiteit en kosteneffectiviteit en is toepasbaar bij zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

Het kennisdocument is gebaseerd op recent onderzoek en studie uit binnen- en buitenland en de veranderde inzichten in brandveiligheid die daaruit volgen. Zo benadrukt de brandweer, veel meer dan vroeger, de risico’s en gevaren van rook. Ook zijn in de publicatie gegevens verwerkt over waar branden ontstaan, hoe branden zich ontwikkelen en hoe de bhv erop kan acteren.

De uitgave is vooral als handboek en naslagwerk voor leidinggevenden van bhv-organisaties en brandveiligheidsadviseurs. Ook is ’t in te zetten bij voorlichting en educatie. Het boek is dan ook het vertrekpunt voor nieuwe lesstof en opleidingen voor instructeurs en bedrijfshulpverleners die het NIBHV in september van dit jaar introduceert.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Grenfell never again

19 december 2018

De desastreuze brand in de Grenfell Tower in Londen, 14 juni vorig jaar, heeft in ons land de aandacht voor de brandveiligheid van gevels (én wat daar achter zit) op scherp gezet.

Na het initiatief van Bouw & Woningtoezicht Rotterdam heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken per brief van 30 november jl. alle Nederlandse gemeenten opgeroepen een inventarisatie te maken van de meest risicovolle gebouwen op het eigen grondgebied. Het gaat daarbij om zowel gemeentelijke panden als particulier gebouwbezit. Gemeenten dienen erop toe te zien dat eigenaren van risicovolle gebouwen de brandveiligheid van gevels laten onderzoeken en indien noodzakelijk de benodigde veiligheidsmaatregelen treffen. De inventarisatie en globale inschatting van de risico’s kan aan de hand van een protocol en de risicotool ‘Brandveiligheid Gevels’ van Binnenlandse Zaken. Deze tool is mede ontleend aan de checklist die eerder is ontwikkeld voor de gemeente Rotterdam.

Uitleg geven over de inzet van risicotool in de praktijk, de ervaringen met de Rotterdamse checklist delen en verdere kennis verspreiden voor het brandveilig ontwerpen, bouwen en onderhouden van gevels is daarbij de logische ‘next step’. Die stap wordt gezet met de NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ op donderdag 7 maart en (ter herhaling) op woensdag 20 maart a.s., beide malen bij de Koninklijke Metaalunie in Nieuwegein.

Het initiatief tot de studiedag komt van de werkgroep ‘Brandveiligheid gevels’ waarin 21 belanghebbende organisaties en bedrijven zijn verenigd. Vanuit dit collectief hebben BBN (Brandveilig Bouwen Nederland), DGMR, Expertisecentrum Regelgeving Bouw, VMRG, NEN en Bouwen met Staal zich opgeworpen als medeorganisator en -promotor van het kennisevent.

‘De oproep van de minister aan gemeenten en gebouweigenaren maakt deze studiedag noodzakelijk’ vindt werkgroep-voorzitter Kees Both, ‘Alle betrokkenen moeten over de juiste kennis beschikken om aan deze vraag te voldoen. Daarom heeft de werkgroep gemeend de kennis die hierover aanwezig is, zo breed mogelijk beschikbaar te maken.’

De studiedag is (vooral) bestemd voor medewerkers van bouwtoezichten, eigenaren en beheerders van gebouwen, architecten, (brandveiligheids)adviseurs, aannemers en de leveranciers van kennis dan wel materialen voor brandveilige gevels. Het precieze programma van de studiedag wordt volgende maand bekend gemaakt. Maar inschrijven is nu al mogelijk via de website van het NEN. De kosten van deelname bedragen € 195 per persoon. Voor meer informatie over de studiedag kunt u contact opnemen met Leo Oosterveen (BBN), oosterveen@bbn.nu of Marc Mergeay (NEN), bi@nen.nl

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Handreikingen preventie brandoverslag

10 december 2018

Wanneer kan een brand overslaan? En met welke technieken is brandoverslag te voorkomen? De antwoorden op deze en andere ‘brandende vragen’ rond brandoverslag zijn nu vervat in de nieuwe IFV-publicatie ‘Brandoverslag. Handelingsperspectief en literatuuronderzoek’.

Het 70 pagina’s tellende werk is tweedelig. Het eerste deel biedt de brandweer een handelingsperspectief. Hierin ligt de nadruk op de manieren waarop brandoverslag kan optreden en hoe de brandweer de kans op brandoverslag kan inschatten. Het handelingsperspectief is vooral ontwikkeld voor repressieve brandweermensen, inclusief bevelvoerders en officieren van dienst.

Deel twee – de literatuurstudie – biedt een exposé van technieken om brandoverslag te voorkomen: van waterscherm of het nathouden van de gevel die aan hitte wordt blootgesteld tot schuim op een belendende wand of het aanbrengen van gel of het toevoegen van additieven aan het bluswater. ‘In een vervolgonderzoek gaan we onder andere kijken hoe zo efficiënt mogelijk een waterlaagje op een gevel kan worden aangebracht. Daarnaast gaan we door met het verzamelen van casussen, zodat we van de praktijk blijven leren!’, belooft Ricardo Weewer die als lector Brandweerkunde eindverantwoordelijk is voor de nieuwe uitgave.

Weever belicht ook de aanleiding tot de publicatie: ‘Brandoverslag voorkomen, de defensieve buiteninzet, is wellicht de oudste tactiek die de brandweer kent. Toch was het nodig om eens goed te kijken of de werkwijzen die we daarvoor gebruiken nog effectief en efficiënt genoeg zijn. Het milieubewustzijn in onze samenleving is toegenomen, waardoor vragen als: hoe beperken we het effect van de rook en hoe kunnen we de hoeveelheid (verontreinigd) bluswater beperken, momenteel actueler zijn dan ooit’.

Hier vindt u de gratis PDF van Brandoverslag - Handelingsperspectief en literatuuronderzoek.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Kiezen voor sprinklers

28 november 2018

In de afdeling 'brandveiligheid' geeft het Bouwbesluit eisen voor vluchtroutes, de bijdrage aan brandvoortplanting door materialen, de rookproductie van materialen en de compartimentering. En de afdeling 'sterkte bij brand' beschrijft de (prestatie)eisen voor de brandwerendheid (tegen bezwijken) van draagconstructies. Maar hoe je voldoet aan de eisen, welke maatregelen je treft, dat is aan de opdrachtgever en zijn ontwerpers en adviseurs.

Dat brengt een hele verantwoordelijkheid met zich mee, maar ook een grote keuzevrijheid, zeker als het gaat om verdere schadebeperking, het borgen van de bedrijfscontinuïteit en het voorkomen of reduceren van imagoschade voor de onderneming. Een sprinklerinstallatie kan dan de (gelijkwaardige) oplossing zijn om het vereiste en gewenste brandveiligheidsniveau haalbaar én betaalbaar te maken. De sectie Sprinklertechniek van VEBON-NOVB vindt dat (als vanzelfsprekend) ook en onderstreept dat via het seminar ‘Gelijkwaardigheid en Waardering Sprinklers’ op woensdag 23 januari 2019.

Het dagvullend programma – van 09:00–17:00 uur bij Van der Valk in Utrecht – is nog niet helemaal rond, maar het concept is veelbelovend. Zo komt Wico Ankersmit (Vereniging Bouw en Woningtoezicht) het perspectief van gemeenten op gelijkwaardigheid belichten, Ruud van Liempd (Brandweeracademie/IFV) spreekt zich uit over de toegevoegde waarde van sprinklers voor de brandweer en Ronald Oldengram (DGMR Bouw) gaat in op ‘Sprinklerinstallaties en brandwerendheid op bezwijken van staalconstructies’. Deze richtlijn van VEBON-NOVB sectie Sprinklertechniek en Bouwen met Staal (waarvoor Oldengram auteurswerk heeft verzet) geeft ontwerpers en adviseurs praktische houvast bij het bepalen van de brandwerendheidseis voor de (hoofd)draagconstructie van het gebouw bij toepassing van een sprinklerinstallatie. De richtlijn geeft tevens aan wanneer reductie van de brandwerendheidseis bij aanwezigheid van sprinklers verantwoord is.

Het seminar appelleert aan een pluriforme doelgroep. Zowel projectontwikkelaars, gebouweigenaren, facility managers en (brandveiligheids)adviseurs als functionarissen bij overheden en brandweer behoren tot de genode gasten. De deelnamekosten bedragen € 100 per persoon, maar bijvoorbeeld de architect of brandweerman/-vrouw is voor de helft van dat bedrag al binnen.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Meesterlijke thesis

19 november 2018

‘Een interessant en wetenschappelijk goed onderbouwd onderzoek. Zeer actueel voor de fire safety engineering met interessante resultaten. De uitkomsten zijn nog niet direct praktisch toepasbaar, maar de combinatie van modellering en experimenteel onderzoek is een stap in de goede richting.’ Onder deze lovende jurywoorden heeft Nick Tenbült, afstudeerder aan de TU Eindhoven, tijdens een uitverkocht Fire Safety & Science-congres op donderdag 15 november jl. in Arnhem
de IFV-VVBA-scriptieprijs 2018 in ontvangst genomen. Hij is dit jaar afgestudeerd aan de masteropleiding Building Physics and Services van de TU Eindhoven met de scriptie ‘Cooling of a hot smoke layer by a sprinkler spray – Validation of a CFD-model’.

Nick Tenbült onderzocht de afname van de temperatuur van een rooklaag bij activatie van een sprinkler. Hij deed dat via numerieke simulaties met een CFD-model (Computational Fluid Dynamics) met behulp van Fire Dynamics Simulator (FDS). Deze simulaties werden vervolgens gespiegeld aan praktische experimenten. Hierbij is in een proefkamer de temperatuurdaling van een stabiele rooklaag gemeten bij een toenemende waterstroom uit een sprinklerkop die zich op 2,9 m hoogte boven de rooklaag bevindt. De toegepaste sprinkler – een gangbare sprinkler met een K-factor van 80,6 – werd handmatig in werking gesteld zodra zich een stabiele rooklaag in de proefkamer had gevormd. Tijdens de experimenten nam de gemiddelde temperatuur van de rooklaag – zo’n 200 ºC – af met 50, 70 en 90 ºC bij een waterafgite van respectievelijk 56, 71 en 93 liter per minuut. Uit de simulaties bleek de temperatuurdaling zo’n 30–50% kleiner.

‘De temperatuurdaling van de rooklaag in CFD wordt onderschat ten opzichte van de resultaten van de praktijkexperimenten’, concludeert Tenbült. ‘Een relevante en spraakmakende conclusie’, reageert de jury. Tenbült werd bij zijn onderzoek begeleid door prof.ir. Wim Zeiler (Building Physics and Services, TU Eindhoven), ir. Jur Oerle (adviseur bij Peutz en lid van de Technische Commissie Brand van Bouwen met Staal) en fellow FSE ir. Ruud van Herpen (technisch directeur / adviseur bij Nieman en fellow FSE TU Eindhoven).

De scriptieprijs is een jaarlijkse prijs van IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) en VVBA (Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs) voor afstudeerwerk, gewijd aan brandveiligheid en afkomstig van studenten aan een Nederlandstalige master- of bacheloropleiding. Voor deze zevende editie van de prijs waren, naast Nick Tenbült, nog twee studenten genomineerd: Kevin Smeyers van Universiteit van Gent met ‘Analysis of the CEN/TR 12101-5 calculation methodology by means of CFD modelling with FDS 6’ en Melchior Schepers, Lund University met ‘Multi-scale modelling of fire in accelerator tunnels: a CERN case study’. In totaal werden 8 scripties ingezonden.

Winnaar Nick Tenbült toucheert een prijzenbedrag van € 1.200, dat hij dient uit te geven aan een cursus, studiereis, studieboek of ander FSE-gerelateerd item. De jury, ofwel ‘VVBA-scriptiecommissie, is dit jaar geformeerd uit David den Boer (Peutz), Danny Ruytenbeek (Nieman Raadgevende Ingenieurs), Erik Janse (BVEJ) en als voorzitter dr.ir. Paul Verlaan (Commandant Brandweer Brabant-Noord)

Reageren

Heeft u vragen, opmerkingen óf een wetenswaardig bericht voor deze pagina? Stuur uw mail naar: brand@bouwenmetstaal.nl

Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2019      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey