Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Brandveilig ontwerpen, dimensioneren en beoordelen van staalconstructies

Actua

Let op!
Deze webpagina werkt het beste op een desktopcomputer met een minimale schermresolutie van 1024 pixels.

Actualiteiten

Rookbeheersing online

28 mei 2020

Beheersing van rookverspreiding bij brand. Het is onmiskenbaar een belangrijke aspect van de brandveiligheid van gebouwen, in het bijzonder voor de (vlucht)veiligheid van de personen in het gebouw. Wie er meer over willen weten, steekt zijn licht op bij het BBN-webinar Brandveiligheid door rookbeheersing, donderdag 18 juni a.s. Vanaf 12:30 uur zijn Lieuwe de Witte, Maarten de Groot en Rudolf van Mierlo online om hun kennis en inzichten te delen.

Lieuwe de Witte (Instituut Fysieke Veiligheid, IFV) blikt vooruit op de uitkomsten van het praktisch onderzoek dat Brandweer Nederland, Brandweeracademie en Veiligheidsregio Utrecht momenteel uitvoeren naar de rookverspreiding in woon(zorg)gebouwen. De tussentijdse resultaten werden vorig jaar gepresenteerd. Deze zomer volgen de definitieve conclusies en aanbevelingen. Tijdens het webinar trekt de Witte alvast enkele wetenswaardige lessen uit het onderzoek over de verspreiding van rook in gebouwen en de effecten ervan op gebouwgebruikers en hulpverleners.

‘Hoe staat ’t met de rookbeheersing in uw gebouw?’ luidt de indringende vraag die Maarten de Groot (Altavilla) beantwoordt. Hij belicht de organisatorische en technische maatregelen om rookverspreiding in het gebouw tegen te gaan. Onder meer rookwerende deuren en doorvoeringen en Rook- en Warmteafvoersystemen (RWA) en overdrukinstallaties passeren de revue.

Rudolf van Mierlo (DGMR) gaat in op de eisen voor rookbeheersing, zoals vastgelegd in NEN 6075. De norm geeft de methode voor het bepalen van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten in gebouwen. De oorspronkelijke editie (2011 met correctieblad uit 2012) is in februari van dit jaar vervangen door een herziene versie. Deze 2020-uitgave wordt opgenomen in het Besluit Bouwwerken en Leefomgeving (BBL), de beoogde opvolger van het huidige Bouwbesluit. Van Mierlo legt uit wat de eisen in de vernieuwde NEN 6075 betekenen voor de veiligheidsrisico’s en waarom ze nu al in de projectpraktijk worden aangehouden. Ook de NEN 6093 met de methode voor het beoordelen van rook- en warmteafvoerinstallaties komt aan bod. Deze norm stamt uit 1995, heeft in 2004 een aanvulling gekregen, maar ondergaat momenteel een herziening.

Via dit webformulier kunt u registreren voor deelname. Tijdens de livestream kunnen deelnemers – via chat of e-mail info@bbn.nu – direct vragen stellen aan specialisten uit de BBN-productwerkgroepen.

  • www.bbn.nu
  • Foto: praktijkonderzoek rookbeheersing in woon(zorg)gebouw, Oudewater (© IFV).

Advies laadvoorzieningen parkeergarages gelanceerd

12 mei 2020

Voor eigenaren en exploitanten van parkeergarages heeft Brandweer Nederland haar adviezen gebundeld voor het plaatsen van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in parkeergarages. De nieuwe publicatie beoogt de garage-eigenaar of -beheerder (extra) bewust te maken van de risico’s van het parkeren en laden van elektrische auto’s en andere elektrisch aangedreven vervoermiddelen in de parkeergarage en hen de verschillende maatregelen te presenteren waarmee de risico’s in de hand te houden.

‘We maken ons zorgen over het toenemende aantal elektrische voertuigen in parkeergarages en de oplaadplekken die hiervoor worden aangelegd. We zien nieuwe risico’s waarbij je van de brandweer mag verwachten dat we nadenken wat dit betekent voor de veiligheid’, aldus Jolanda Trijselaar. Volgens de portefeuillehouder Risicobeheersing en veilige energietransitie van Brandweer Nederland wordt een parkeergarage meer en meer een oplaadplek en staan er steeds meer andere type auto’s binnen. ‘Wij omarmen de energietransitie en we willen deze ontwikkelingen ook niet afremmen, maar het moet wel op een veilige manier gebeuren.’

Haar naaste collega Esther Lieben, portefeuillehouder Incidentbestrijding sluit zich hierbij aan. ‘De brandrisico’s bij elektrische voertuigen zijn anders dan bij traditionele voertuigen op fossiele brandstoffen. Branden wijken af in brandverloop, intensiteit en mogelijkheid voor een veilige bestrijding door de brandweer. Dit betekent dus ook iets voor de voorzieningen die je moet treffen. We vinden het verstandig om, nu wetgeving nog achter loopt, van tevoren na te denken over eventuele risico’s en hoe we die op voorhand al kunnen verkleinen. Dat is ook iets wat onze collega’s van incidentbestrijding van ons mogen verwachten.’

Het ‘Advies realiseren laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen in parkeergarages’ bevestigt de stellingen van de brandweervrouwen. Parkeergarages zijn veelal nog geënt op traditionele voertuigen die rijden op fossiele brandstoffen als benzine en diesel en voornamelijk zijn uitgevoerd in staal en aluminium. Meer moderne exemplaren bevatten meer kunststoffen en geven mede daardoor een grotere vuurlast, zo laat de publicatie weten. Bij brand in een parkeergarage – doorgaans een lage en grote ruimte – kan dat leiden tot zeer hoge temperaturen en dichte zwarte rook. Het verlies van zicht, de lange afstanden en de slechte oriëntatie maakt ’t voor de brandweer lastig en riskant om de brand te verkennen en bestrijden.

In de uitgave wijst Brandweer Nederland tevens op het risico van een niet-beheersbare brand, met veel schade of zelfs een volledig uitbrandde garage tot gevolg. Om dit risico te minimaliseren, wordt aangeraden elektrische voertuigen níet te stallen en evenmin op te laden in de parkeergarage en hiervoor te zoeken naar een alternatieve plek buiten het gebouw. Als de parkeer- en laadplekken toch ín de garage noodzakelijk zijn, dan vindt de eigenaar/beheerder in de nieuwe publicatie de praktische, risicoverminderende wenken, onder meer voor een snelle bereikbaarheid van de plekken, snelle detectie en alarmering en het beperken van branduitbreiding.

Europese norm voor woningsprinklers nu ook in het Nederlands

29 april 2020

Begin deze maand heeft het NEN de Nederlandse vertaling uitgebracht van NEN-EN 16925 ‘Vaste brandblusinstallaties – Automatische sprinklerinstallaties voor de woonomgeving – Ontwerp, installatie en onderhoud’. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende behoefte om woningen en woongebouwen in ons land toe te rusten met een sprinklerinstallatie voor een snellere detectie en bestrijding van brand en grotere kans om de woning veilig te ontvluchten.

In Nederland is NEN-EN 16925 te gebruiken voor woningen en woongebouwen tot 70 m hoogte. Daartoe is de Europese norm nu aangevuld met een Nederlandse Nationale Bijlage (NB) waarin de specifieke voorschriften voor toepassingen in Nederland zijn vastgelegd.

Compleet met de Nationale Bijlage geeft de norm de eisen en aanbevelingen voor het ontwerp en de aanleg van een (vast opgestelde) installatie, inclusief watervoorzieningen en terugstroombeveiliging. Daarnaast zijn richtsnoeren verwerkt voor oplevering, onderhoud en testen van de installatie.

De Europese norm zelf dateert van 2018 en dient als vervanger van de Nederlandse norm NEN 2077 'Vaste brandblusinstallaties – Sprinklerinstallaties voor de woonomgeving - Ontwerp, installatie en onderhoud' uit 2014.

Voor toepassing van sprinklerinstallaties in ándere gebouwen dan woongebouwen is een andere norm beschikbaar: de combinatie van NEN-EN 12845:2015+NEN 1073:2018 nl ‘Vaste brandblusinstallaties - Automatische sprinklerinstallaties - Ontwerp, installatie en onderhoud’.

Nieuwe versie BRAWESTAMAT

20 april 2020

Bouwen met Staal introduceert de nieuwe versie 3.0. van BRAWESTAMAT. Deze gratis Excel-tool berekent de laagdikte van een brandwerende bescherming op (onderdelen van) een stalen draag- of scheidingsconstructie.

Van zowel een brandwerende coating als een brandwerende plaat of -mortel rekent de tool de laagdikte uit na invoer van de brandwerendheidseis (30, 60, 90 of 120 minuten), het type staalprofiel (H-, I-, koker of buis), de kritieke staaltemperatuur, de profielfactor, het gewenste beschermingstype (coating, plaat of mortel) en het te beschermen onderdeel (kolom of ligger).

Ook kunt u direct een specifiek product kiezen (op productnaam). In eerdere edities van de tool waren al opgenomen: brandwerende coatings van DMS (Dutch Marine Systems), Hempel en Sika Nederland, brandwerende platen van Etex (voorheen: Promat) en Saint Gobain Gyproc en brandwerende spuitmortel van Reppel en Etex. In de nieuwe versie van de tool is deze collectie aangevuld met de brandwerende coatings van International Paint en PPG.

De tool bepaalt de laagdikte van een product met behulp van de getoetste laagdiktegegevens bij dat product, zoals die door de leverancier zijn aangereikt. Alle opgenomen producten zijn door een geaccrediteerd instituut (zoals Efectis Nederland of Warrington Certification) getoetst aan EN 13381-4 (voor brandwerende plaat en mortel) en EN 13381-8 (voor brandwerende verf).

Met BRAWESTAMAT wil Bouwen met Staal de ontwerper en brandadviseur een praktisch hulpmiddel aanreiken bij het ontwerpen van het gebouw op brandveiligheid. Daarom biedt de tool ook varianten of alternatieven voor een bepaalde oplossing. Zo is het mogelijk te kiezen voor een ander type profiel, een zwaardere uitvoering van het verkozen profiel of een grotere wanddikte van buis of koker.

  • U kunt de tool in versie 3.0 hier gratis downloaden
  • Bent u leverancier van brandwerende coatings, -plaat of -mortel en wilt u uw product(en) ook laten opnemen in BRAWESTAMAT? Stuur een mailtje naar Ralph Hamerlinck van Bouwen met Staal, ralph@bouwenmetstaal.nl. De (eenmalige) kosten van verwerking en publicatie bedragen per product € 250 (exclusief btw).
  • Foto: horecapaviljoen The Traveller, Amsterdam (© Powerhouse Company).

Even voorstellen: Landelijk Operationeel Team Corona

9 april 2020

Voor wie ‘t nog niet weet of er meer over wil weten: sinds ruim twee weken is het Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C) actief. Met de brandweerkazerne in Zeist als uitvalsbasis levert dit team tijdens de coronacrisis de benodigde ondersteuning aan de verschillende veiligheidsregio’s in het land. Die ondersteuning kan bestaan uit antwoord op praktische vragen of advisering bij vraagstukken in de hulpverlening tijdens de crisis aan de betrokken disciplines.

Het team is multidisciplinair, want geformeerd uit (enkele tientallen) representanten van defensie, politie, brandweer, geneeskundige diensten, de provinciën en kennisorganisaties. De leiding berust bij de directeur van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), IJle Stelstra: ‘Je kunt ons team zien als het ondersteunende dienstencentrum voor de veiligheidsregio’s tijdens de coronacrisis. Het LOT-C is toegevoegd aan de nationale crisisstructuur. Er is sprake van een unieke samenwerking. En samen met onze partners zetten wij alles op alles om de veiligheidsregio’s maximale ondersteuning te bieden. De coronacrisis is ernstig en is er één van de lange adem. Wij zijn dan ook voor een langere periode – zolang het nodig is – in de lucht.’

Het team onderhoudt de connecties met alle veiligheidsregio’s, de hulpdiensten en de Rijksoverheid en geeft antwoord op hun vragen over alle denkbare aspecten van hulpverlening in de coronacrisis. Daarvoor staan deskundigen ter beschikking op gebieden als gezondheid en zorg, plannen en handelingsprotocol, (bestuurlijke) samenwerking en informatie en communicatie. In de tool Landelijk Crisismanagement Systeem (LCMS) is te zien welke vragen het LOT-C al heeft ontvangen en beantwoord. Deze FAQ’s worden ook geregeld verstrekt aan de veiligheidsregio’s en andere partners van het LOT-C tijdens de coronacrisis.

Het LOT-C houdt zich momenteel onder meer bezig met de behandelcapaciteit in ziekenhuizen (IC-bedden, materieel, personeel, patiëntentransport). De verzoeken om ondersteuning door het LOT-C komen binnen bij het LOCC, het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum in Driebergen

  • Dinsdag 24 maart jl. bracht de NOS-nieuwsredactie verslag uit van de taken en werkzaamheden van het Landelijk Operationeel Team Corona. Deze reportage kunt u hier teruglezen.
  • Foto: het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum in Driebergen (© NOS).

Extra alert op brand in de natuur

1 april 2020

De afgelopen weken is nagenoeg droog gebleven in Nederland. Hierdoor neemt de kans op het ontstaan en een (snellere) uitbreiding van brand in natuurgebieden aanzienlijk toe. Gezien het huidige weerbeeld en de weersverwachting voor de komende dagen (hoge temperaturen, geringe neerslag) heeft de brandweer voor veel natuurgebieden fase 2 ‘extra alert’ afgekondigd. Het gaat dan vooral om gebieden met bos, heide en gras(duinen) in het oosten en zuiden van ons land (zie kaart).

‘Een natuurbrand kan zich in deze droge periode zeer snel en onvoorspelbaar ontwikkelen en uitbreiden, zeker bij harde wind’, aldus Adriaan ter Huurne, natuurbrandspecialist bij Brandweer Twente. ‘Daarom vragen wij mensen om extra alert te zijn en een brand snel te melden.’ Ook terreineigenaren en natuurbeheerders wordt verzocht extra goed op te letten en in geval van brand óf de verdenking daarvan te bellen met 112.

In aansluiting op het overheidsbeleid om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, roept de brandweer op om zoveel thuis te blijven. Een frisse neus halen in de natuur is wel toegestaan, maar ook dan dient een ieder zich te houden aan de bekende voorschriften van de overheid en het RIVM, waaronder het aanhouden van 1,5 m onderlinge afstand en het vermijden van groepsvorming.

Tijdens fase 2 ‘extra alert’ zijn de ontheffingen op stookverboden veelal niet meer van kracht. De ontheffinghouder dient de ontheffing hierop na te zien. Ook besluiten vergunningsverleners – provincies, gemeenten – vaak om bij fase 2 tijdelijk geen vergunningen te verlenen en toegekende vergunningen in te trekken.

Fase 2 houdt ook in dat de brandweer bij een natuurbrand met extra personeel en materieel uitrukt. Normaliter surveilleert de brandweer dan ook vanuit de lucht. Dat blijft voorlopig achterwege vanwege de risico’s op verspreiding van het coronavirus.

Of fase 2 of de minder strenge fase 1 moet gelden, wordt niet alleen bepaald op grond van meteogegevens van bijvoorbeeld het KNMI. Ook informatie van natuurbeheerders en brandweerdeskundigen weegt mee. Bovendien beschikken de veiligheidsregio’s over meetstations in de natuurgebieden die relevante aspecten en factoren zoals temperatuur, droogte, luchtvochtigheid en windsnelheid registreren. Uit deze metingen volgt een indexwaarde die het actuele risico op ontwikkeling en voortplanting van natuurbrand weergeeft. Indien gewenst, kan de brandweer elke dag, rond middernacht een wijziging van fase doorvoeren.

  • Meer info over het risico op natuurbranden, inclusief toelichting op de fases, vindt u op www.natuurbrandrisico.nl
  • Foto: RTV Drenthe, grafiek: natuurbrandrisico.nl

Journalistiek platform slaat alarm over branden in megastallen

26 maart 2020

Megastallen gaan aanmerkelijk vaker in vlammen op dan reguliere stallen. Dat concludeert Investico, het platform voor onderzoeksjournalistiek, na bestudering van het overzicht van alle stalbranden vanaf 2012 tot nu.

De afgelopen acht jaar is het aantal branden in veestallen sowieso fors toegenomen, laat Investico weten. Bij deze branden zijn in totaal meer dan een miljoen dieren (kippen, varkens, runderen) omgekomen. Opvallend is dat in de afgelopen drie jaar maar liefst één op de 32 megastallen aan brand ten prooi is gevallen. Bij de ‘gewone’ stallen is de verhouding ‘slechts’ één op 323.

Brand met dodelijke slachtoffers onder de dierenpopulatie kwam bij megavarkensstallen ruim zeven keer vaker voor dan bij gewone stallen; bij megakippenstallen zelfs twaalf keer vaker. Megakippenstallen zijn volgens Investico stallen waarin ten minste 220.000 kippen dan wel vleeskuikens worden gehouden. Megavarkensstallen tellen meer dan 7.500 vleesvarkens. De megastalbranden blijken ook steeds meer slachtoffers te eisen. In de afgelopen vier jaren zijn ruim drie maal zoveel kippen, varkens en runderen omgekomen dan in de vier jaren daarvoor.

Volgens Investico lijken de brandveiligheidseisen voor megastallen geen gelijke tred te houden met de toenemende intensivering van de veehouderij. In 2012 stelde de overheid de commissie Brandveilige Veestallen in, met als doel het aantal stalbranden flink terug te dringen. In de commissie hebben, naast de overheid, de agrarische belangenorganisatie LTO, Dierenbescherming, Brandweer Nederland en het Verbond van Verzekeraars zitting. De commissie registreerde over het afgelopen jaar 41 stalbranden. Dat is weliswaar een daling ten opzichte van 2018, maar nog altijd bijna het dubbele van het aantal branden in 2012.

Boerenorganisaties stellen dat stalbranden vaak door knaagdieren worden veroorzaakt. Ze knagen kabels door, waardoor kortsluiting ontstaat. Volgens verzekeraar Achmea (Interpolis) is dit echter nooit aangetoond.

  • Foto: hetkanWEL.

Consumentenbond: ‘Veel onveilige producten bij webwinkels van buiten EU’

16 maart 2020

De aankoop van producten bij webwinkels van buiten de Europese Unie kan onverantwoorde risico’s met zich meebrengen. Dat blijkt uit een recente steekproef van de Consumentenbond en vijf van haar Europese zusterorganisaties.

De onderzoekers bestelden 250 producten uit verschillende categorieën (onder meer speelgoedartikelen, elektronica, cosmetica en sieraden) bij veelbezochte webwinkels buiten de EU (waaronder AliExpress, Wish, Amazon, Light in the Box en eBay). Bij alle producten werd nagegaan of ze voldoen aan de veiligheidseisen die binnen de EU gelden. Van de 250 producten vielen 165 door de mand, omdat ze (soms ernstige) mankementen vertoonden.

Bijna driekwart van de aangekochte usb-laders, reisadapters en powerbanks kwam ongunstig uit de veiligheidstest. Ze kunnen een elektrische schok geven, oververhit raken, smelten en zelfs ontbranden. Ook de werking van de binnengekomen CO- en rookmelders liet op zijn minst te wensen over. Enkele rookmelders ging niet af bij brand, terwijl alle CO-melders dienst weigerden bij een te hoge concentratie koolmonoxide. Van de kerstverlichtingsproducten bleek 90% ondeugdelijk. Zes ervan gaven risico op brand of elektrocutie. Van twee verlichtingsets smolt de schakelkast. Ook bleken veel producten schadelijke stoffen te bevatten. Zo zaten in 5 van de 7 sieraden meer zware metalen (zoals cadmium, lood of nikkel) dan wettelijk toegestaan.

Sandra Molenaar, directeur Consumentenbond, reageert verbijsterd op de bevindingen: ‘Ik schrik echt van de resultaten. Consumenten realiseren zich onvoldoende dat ze spullen kopen van aanbieders die zich niet aan de Europese regels houden. Daardoor lopen ze enorme risico’s. Er moet iets gebeuren op het gebied van bewustwording. Maar er zijn ook andere maatregelen nodig, bijvoorbeeld omdat toezicht moeilijk is. Daarom is het goed dat staatssecretaris Mona Keijzer een speciale commissie van de Sociaal Economische Raad, waar de Consumentenbond ook in zit, om advies heeft gevraagd om dit probleem aan te pakken.’

Op zich zijn de onderzoeksuitkomsten niet volstrekt verrassend. Online winkels als Amazon en AliExpress bieden geen eigen producten aan, maar fungeren als schakel tussen de consument binnen de EU en de productaanbieder van buiten de EU. Via deze webwinkels komen veel producten die veelal niet voor de Europese markt zijn gemaakt en (dan ook) niet aan de Europese regelgeving voldoen, rechtstreeks van buiten de EU (vooral vanuit China) ons land en andere EU-landen binnen. De webwinkels controleren de artikelen niet op EU-regels.

Naar aanleiding van het onderzoek adviseert de Consumentenbond om geen kleding, sieraden, cosmetica, speelgoed of apparaten die op stroom werken, te kopen via een webplatform van buiten de EU.

Rookmelders óók in bestaande woningbouw verplicht

9 maart 2020

Voor nieuwbouwwoningen geldt ’t al: op elke woon-verdieping moet een rookmelder hangen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Raymond Knops wil nu dat deze verplichting ook opgaat voor bestaande woningen. Daartoe wil hij het Besluit bouwwerken leefomgeving aanpassen. Het wijzigingsvoorstel is al ter internetconsultatie gegaan.

Met het voorstel volgt de minister de adviezen van brandweer, gemeenten, vastgoedeigenaren en bouwers om rookmelders te vereisen voor álle woningen in Nederland.

Minister Knops: ‘De meeste slachtoffers van brand vallen door het inademen van rook. Rookmelders redden dus mensenlevens. Uit TNO-onderzoek van afgelopen jaar blijkt dat rookmelders in alle woningen het risico op dodelijke slachtoffers vermindert. Daarom wil ik het Bouwbesluit op dit punt aanpassen en rookmelders niet alleen verplicht stellen voor nieuwbouw maar ook voor bestaande bouw.’

Om gebouweigenaren voldoende tijd te geven deze maatregelen in alle bestaande woningen door te voeren, gaat de verplichting voor de bestaande bouw pas per 1 juli 2022 in. Deze relatief late invoeringsdatum dient bovendien problemen met de beschikbaarheid en levering van rookmelders te voorkomen.

  • Op het voorstel van wijziging Besluit bouwwerken leefomgeving kunt u tot 21 maart a.s. reageren via www.internetconsultatie.nl. Bedoeling van de minister is om het voorstel volgende maand aan te bieden aan de Tweede Kamer.

Bagage voor brandveilig staal en staal-beton

2 maart 2020

Bouwen met Staal heeft weer een verse aflevering op stapel staan van de cursus ‘Brand en brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies’. De cursus biedt de benodigde theoretische en praktische bagage om de brandwerendheid van een draagconstructie in staal of staal-beton te berekenen, te beoordelen en projectpartners te voorzien van betrouwbare en onderbouwde brandveiligheidsadviezen.

De kennisoverdracht beslaat drie middag-avonden op de donderdagen 12,19 en 26 maart a.s. Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) opent de cursus op 12 maart met tekst en uitleg over de verschillende concepten voor brandveilige gebouwen, de brandveiligheidseisen voor gebouwen en de brandwerendheidseisen voor de draagconstructies. Aansluitend belicht hij de diverse oplossingen voor het vergroten van de brandwerendheid van de staalconstructie: mét brandwerende bescherming, via bijvoorbeeld brandwerende plaat, mortel of coating, maar ook zónder (onbeschermd staal). De toelichting op de belastingen bij brand volgens EN 1991-1-2 en de mogelijkheden van Fire Safety Engineering (FSE) zijn de logische opmaat naar de beide vervolg-dagen.

Tijdens deze tweede cursusdag (15 maart) gaat Ralph in op het berekenen van de brandwerendheid van staalconstructies volgens EN 1993-1-2 en het toepassen van Fire Safety Engineering (FSE). Daarbij horen demonstraties van praktische rekentools als Ozone en CaPaFi.

Op de slotdag (22 maart) gaat Ralph een duet aan met Rob Stark (directeur/constructief ontwerper bij IMd Raadgevende Ingenieurs). Gezamenlijk behandelen ze het rekenen aan staal-betonconstructies bij brand volgens EN 1994-1-2. Hierbij tonen ze de opties van Potfire, Gligger (geïntegreerde stalen liggers) en MACS+. De demonstratie van MACS+ wordt ingeleid met een verklaring van het fenomeen ‘membraanwerking’ bij staalplaat-betonvloeren op stalen liggers en hoe u daardoor kunt besparen op brandwerende bescherming van de vloerconstructie.

De cursus is (vooral) bestemd voor constructeurs, medewerkers van bouwtoezicht en brandweer, bouw- en staalconstructiebedrijven en docenten. Deelnemende constructeurs mogen na afloop 9 KE/PE-punten bijschrijven voor het Constructeursregister.

Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid vernieuwd

20 februari 2020

Brandweer Nederland heeft een vernieuwde versie uitgebracht van de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid. Herziening van de bestaande publicatie uit 2012 was onder meer nodig om aan te sluiten bij de nieuwe Omgevingswet, klimaatverandering, energietransitie, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en op de nieuwe ‘basisprincipes van brandbestrijding’.

Basisprincipes van brandbestrijding

De Basisprincipes van brandbestrijding zijn in mei 2018 door Brandweer Nederland vastgelegd in publicatie De hernieuwde kijk op brandbestrijding. Sinds juni vorig jaar gaat de brandweer volgens deze principes te werk.

Het gaat om vijf praktisch toepasbare beginselen en vuistregels, kort samengevat:

  1. Neem meer tijd (stop en denk na).
  2. Doe een buitenverkenning, met als doel de brand van buitenaf te ontdekken en eveneens van buitenaf te blussen.
  3. Beantwoord de drie kernvragen tijdens de buitenverkenning: waar zit de brand?; is de brand (van buitenaf) bereikbaar?; is voldoende koelend vermogen voorhanden?
  4. Bij een klein gebouw of kleine ruimten en voldoende koelend vermogen: kies voor een offensieve binneninzet, mits de veiligheid voldoende is gewaarborgd.
  5. Schat het potentiële brandvermogen in en neem voldoende koelend vermogen mee.

Een korte persoonlijke toelichting op ‘De hernieuwde kijk’ komt van lector Brandweerkunde, Ricardo Weever, in deze video:

Daarnaast deelt een speciale website van IFV diverse initiatieven ter implementatie van de principes, via infographics, mini-documentaires en een poster met een schematische weergave van De hernieuwde kijk.


Voor de veiligheidsregio’s dient de vernieuwde handreiking als leidraad om samen met andere actoren het regionale beleid omtrent de bluswatervoorziening en bereikbaarheid handen en voeten te geven. De handreiking biedt het raamwerk dat verder kan worden ingevuld, afhankelijk van regio-specifieke omgevingskenmerken en interventiekarakteristieken.

Om de bluswaterbehoefte binnen de regio nader te omschrijven, draagt de handreiking een zevental ordeningsthema’s aan: natuurlijke omgeving, gebouwde omgeving, technologische omgeving, vitale infrastructuur en voorzieningen, verkeer en vervoer, gezondheid en tenslotte sociaal-maatschappelijke omgeving. Aan de hand van de beschrijvingen van deze thema’s is de bluswaterbehoefte vast te stellen voor alle mogelijke incidenten in de regio, óók van scenario’s die misschien minder waarschijnlijk zijn. De thema’s zijn zo ook voer voor het regionaal risicoprofiel. Veiligheidregio’s zijn bij wet verplicht om zo’n profiel op te stellen.

Brandweer in Noord-Holland koploper in uitrukken

7 februari 2020

Van alle provincies zijn de brandweerlieden in Noord-Holland het meest buiten de kazerne, op weg naar een brand. In de periode 2016 tot en met 2019 zijn de korpsen in deze provincie elk jaar op gemiddeld 57,5 branden per 10.000 inwoners afgegaan.

Dat blijkt uit onderzoek van beslist.nl op grond van data van Brandweer Nederland, het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) en het CBS. Noord-Holland wordt op de voet gevolgd door Zuid-Holland (54,7) en Limburg (48,9). De provincie Friesland laat het laagste aantal uitrukken noteren: 23 per 10.000 Friezen.

Het zal geen verbazing wekken dat het laatste kwartaal voor de brandweer het drukste kwartaal is. In dat kwartaal wordt de brandweer in Nederland maandelijks zo’n 10.500 maal opgeroepen voor brand. Voornaamste oorzaken van brand in de donkere maanden zijn schoorsteenbranden (omdat de open haard weer aan gaat), vuurwerk en brandstichting in de aanloop naar Oud en Nieuw.


Gemiddeld aantal branden per 10.000 huishoudens per jaar (over de jaren 2016 tot en met 2019) waarvoor de brandweer uitrukt.

Niet de laatste maanden van het jaar, maar februari kent de meeste fatale branden (branden waarbij minimaal één dodelijk slachtoffer valt). In de jaren 2014 tot en met 2018 telt februari gemiddeld 4,4 fatale branden per jaar. Januari komt op 3,4, december op 3,2. De maand juni komt er het beste van af met ‘slechts’ 1 brand met dodelijke afloop. Roken, toch al geen gezonde bezigheid, is de meest voorkomende oorzaak van fatale branden in Nederland: 28%. Ook kortsluiting (18%) en koken (15%) zijn geregeld de boosdoener.

beslist.nl is een groot online platform waarop consumenten kunnen zien wat er zoal op internet te koop is. De site ontsluit meer dan 25 miljoen producten van ruim 10.000 webshops. Dagelijks brengen zo’n 500.000 particulieren een bezoekje, om artikelen te vinden, te vergelijken of te bestellen. Hierdoor weet de site ook welke brandpreventie-artikelen bij consumenten in zwang zijn. Veruit het meest gezocht is de rookmelder. Ook in de top drie staan de brandblusser en de koolmonoxidemelder. Voor blusdekens, vluchtladders of gas- of hittemelder is de interesse relatief gering.

Bouwkundige Controlepunten 2020

28 januari 2020

Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) presenteert de 2020-editie van De Essentiële Bouwkundige Controlepunten. In deze publicatie vinden de verschillende betrokkenen bij de brandveiligheid van gebouwen – van de eigenaar/beheerder en de architect tot ambtenaar bouwtoezicht en verzekeraar – alle belangrijke aandachtspunten en tips voor het verantwoord toepassen van onder meer brandwerende constructies, isolatiematerialen, glas, deuren, doorvoeringen en rook- en warmteafvoersystemen.

Sinds de eerste uitgave in 2005 zijn de controlepunten jaarlijks aangepast aan nieuwe of herziene normen en richtlijnen en voorzien van verse kennis en inzichten in concepten, producten en toepassingen. Zo is het eerste hoofdstuk over brandwerendheid, brandgedrag en rookwerendheid uitgebreid. Aan hoofdstuk 7 ‘voetgangsdeuren’ is het GND-zekerheidslabel toegevoegd. Dit label dient als controlemiddel voor brand- en rookwerende deuren. GND staat voor de overkoepelende organisatie van fabrikanten van binnen- en buitendeuren in ons land.

In hoofdstuk 2 ‘Brandwerendheid constructies’ is een uitgebreide paragraaf ingeruimd voor staalconstructies met aandachtspunten bij de keuze en toepassing van (aanvullende) brandwerende bescherming via een brandwerende beplating, -spuitpleister of -coating (opschuimende verf). Per producttype worden de praktische punten opgevoerd voor het beoordelen van de geschiktheid van het product (blootstellingscondities), laagdikte, applicatie en beheer en onderhoud.Als bij eerdere afleveringen, is de editie 2020 van Bouwkundige Controlepunten tot stand gekomen in samenwerking met Brandweer Nederland en de Vereniging Bouw & Woningtoezicht Nederland

Rijksdienst stimuleert brandveiligheidsbewustzijn kerken

20 januari 2020

Wie nog de rotsvaste overtuiging heeft dat branden in kerkgebouwen zich in Nederland slechts sporadisch voordoen, valt pardoes van zijn (on)geloof bij aanblik van het ‘Overzicht van branden in Nederlandse kerken en kloosters’ op de nieuwe Poster Brandveiligheid van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

De afgelopen tien jaar zijn maar liefst 38 kerken en kloosters in ons land getroffen door een zeer grote brand met grote financiële schade. Bij 27 van deze branden ligt het schadebedrag tussen € 50.000 tot € 1.000.000. In de andere 11 gevallen komt de schade zelfs boven 1 miljoen euro uit. In totaal zijn in de periode 2009–2019 zeker 430 religieuze gebouwen ten prooi gevallen aan een brand.

Reden genoeg voor de Rijksdienst om – samen met verzekeraar Donatus, de Vereniging van beheerders van monumentale kerkgebouwen, en het Museum Catharijneconvent – om de Poster Brandveiligheid uit te brengen. Hierop vinden beheerders van kerken aanbevelingen voor het inventariseren en beheersen van de brandrisico’s in hun gebouwen.

De poster werd ten doop gehouden tijdens een symposium van de Rijksdienst rond brandveiligheid van (historische) kerken, 19 november vorig jaar. Daarbij werd duidelijk dat de brandveiligheid van kerken niet een zaak is van de beheerder alleen, het vraagt om een hechte samenwerking tussen beheerders en brandweer.

Het belang daarvan werd onderstreept door ‘special guest’ Thierry Burger, brandpreventieadviseur bij het Directoraat-Generaal Erfgoed van het Franse ministerie van Cultuur en Communicatie. Hij was genodigd om de aanpak van brand in de Notre Dam in Parijs van 15 april jl. en de lessen hieruit over de bühne te brengen.

  • Een verslag van het symposium, inclusief evaluatie Notre Dame, is te vinden op brandveiligcom
  • De Poster Brandveiligheid kunt u gratis downloaden van deze webpagina van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Op een andere webpagina van de Rijksdienst treft andere wetenswaardige informatie over brandveiligheid van kerken en andere historische gebouwen.

(Brand)haard

10 januari 2020

De wintermaanden zijn aangebroken, tijd om de kachel of open haard aan te steken. Altijd gezellig, maar gebeurt ’t ook altijd veilig? Op dat laatste deel van de vraag geeft recent onderzoek van Univé (helaas) een ontkennend antwoord.

Veel gebruikers van open haard of kachel in ons land nemen ’t niet zo nauw met de brandpreventie, zo blijkt uit de studie van de verzekeraar. Bij 35 procent van de onderzochte huishoudens ontbreekt een rookmelder. De koolmonoxidemelder mankeert zelfs bij 64 procent. Slechts één op de drie huishoudens heeft een brandblusser voor handen om een eventuele brand in de kiem te smoren. Zo’n 15 procent heeft, voor als ’t misgaat, een emmer zand klaar staan. Tien procent vertrouwt op een emmer water. Dat vertrouwen is misplaatst, aldus Univé, want blussen met water veroorzaakt een opeenhoping van stoom in het rookkanaal, waardoor de wanden van het kanaal kunnen scheuren of in het kanaal zich een ontploffing kan voordoen.

Bij veilig stoken hoort dat de schoorsteen minimaal eenmaal per jaar grondig wordt geveegd. Geregeld vegen voorkomt dat onverbrande roetdeeltjes zich blijvend in het rookkanaal nestelen waardoor schoorsteenbrand kan ontstaan. Ruim een kwart van de Nederlandse woningen met kachel of haard blijft verstoken van deze onderhoudsbeurt. Vier procent van de huishoudens laat de schoorsteen zelfs nooit vegen en neemt daarmee het volle risico op een schoorsteenbrand. Dat dat risico aanzienlijk is, blijkt uit de cijfers van Brandweer Nederland. Stoken staat in de top 3 van meest voorkomende oorzaken van brand in de privésfeer. Elk jaar rukt de brandweer ruim 2.000 keer uit vanwege een schoorsteenbrand.

Voor het schoon en veilig stoken, voorkomen van schoorsteenbrand en hoe te handelen als er toch zo’n brand ontstaat, zijn nuttige tips verzameld op www.schoonsteenveger.nl. Dat is de website van de ASPB (Algemene Schoorsteenvegers Patroons Bond), waarbij 150 vakbekwame schoorsteenveegbedrijven zijn aangesloten.Handige folders met praktische tips voor de brandveiligheid in en om de woning zijn te vinden op www.brandweer.nl. Elke folder behandelt een specifiek onderwerp, bijvoorbeeld de gevaren van CO, elektrische apparatuur en klussen

  • Foto: haardhout.nu

Landelijke vliegorganisatie gelanceerd

24 december 2019

De brandweer in Nederland beschikt nu officieel over een eigen nationale organisatie voor het vliegen met drones. Afgelopen vrijdag 21 november is het document ter oprichting van de landelijke vliegorganisatie ondertekend door Stephan Wevers (voorzitter Brandweer Nederland), IJle Stelstra (Algemeen Directeur IFV) en Diemer Kransen (Regionaal Commandant Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland en portefeuillehouder informatiemanagement bij de Raad voor Brandweer Commandanten).

De vliegorganisatie is het recente wapenfeit van het drone-project dat Brandweer Nederland al enige jaren samen met enkele brandweerregio’s uitvoert in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. In de landelijke vliegorganisatie komen alle landelijk geldende bevoegdheden, verantwoordelijkheden en procedures vast te liggen voor de inzet van onbemande vliegtuigjes door de brandweer.

Al eerder werd een landelijk operationeel handboek samengesteld, goed bevonden door de civiele luchtvaartautoriteiten. Op grond van dit handboek verleende de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een vergunning voor het vliegen met drones aan de twee veiligheidsregio’s Twente en Midden- en West Brabant. Vorig jaar mei werd deze vergunning omgezet naar één landelijke vergunning voor de gehele brandweerorganisatie.

Sindsdien mag de brandweer in heel Nederland 24 uur per dag en 7 dagen per week met drones aan het werk. De landelijke vergunning gaat vergezeld van ontheffingen voor het dichter vliegen boven mensenmenigten, aaneengesloten bebouwing, industriële objecten en infrastructuur en dat óók tijdens de nachtelijke uren. Een brandweerdrone mag de lucht in tot een hoogte van 120 m en mag een afstand van maximaal 500 m afleggen. De piloot op de grond moet het toestel altijd in het zicht hebben. Bij helder weer zou een drone die zich op 120 m hoogte bevindt, zo’n 30 km van zijn bestuurder weg mogen vliegen.

Binnen de landelijke vliegorganisatie zijn nu vier droneteams actief, van de regio’s Twente, Midden- en West Brabant, Haaglanden en Rotterdam Rijnmond. Volgend jaar komen er nog drie teams bij, om te voorzien in een landelijke dekking en overal binnen een uur met een drone ter plaatse te zijn. Elk droneteam bestaat uit een piloot (gezagvoerder), sensorbediener en waarnemer. Het opleidingsprogramma voor de verschillende drone-teamleden loopt sinds september 2018 en heeft al 25 piloten en een 60-tal sensorbedieners en waarnemers afgeleverd. Naast personeel beschikt de vliegorganisatie ook over prima materieel: tien drones met een multi rotor systeem, geregistreerd met kenteken bij de ILT.

Eind volgend jaar moet de landelijke vliegorganisatie volledig zijn ingericht. De nieuwe organisatie blijft (uiteraard) nauw samenwerken met de betrokken ministeries, de ILT én met de Nationale Politie en Defensie als representanten hulpverleningsdiensten die eveneens met drones werken.

Ondertussen wordt ook al gekeken naar mogelijkheden om drones te gebruiken voor andere doeleinden dan brand. Brandweer Nederland-voorzitter Stephan Wevers: ‘Drones zijn onze ogen en neus in de lucht. Het aantal inzetten met drones zal alleen maar toenemen. We gaan daarom ook op zoek naar andere toepassingen van drones, meer dan alleen de inzet bij branden. De mogelijkheden zijn namelijk heel groot, bijna oneindig zelfs.’

  • www.brandweer.nl
  • Foto: Argus-drone van Brandweer Twente tijdens nachtelijke vlucht.

Voor commentaar: praktijkrichtlijn gevelkozijnen

18 december 2019

NEN Bouw heeft (voorlopig) de laatste hand gelegd aan een nieuwe NPR 6112 ‘Brandveiligheid van gebouwen – Praktijkvoorbeelden voor gevelkozijnen met beweegbare delen (ramen en deuren) met brandwerende kenmerken’. Nu kunnen belanghebbenden en andere geïnteresseerden het concept van de toekomstige Nederlandse Praktijk Richtlijn doornemen en desgewenst van commentaar voorzien via normontwerpen.nen.nl Wacht daar niet te lang mee, de consultatieperiode beslaat ditmaal niet drie maar twee maanden (tot 1 maart 2020).

Aanleiding voor de NPR is de heersende onduidelijkheid in de praktijk over de brandwerendheidseisen en beoordelingscriteria voor gevelkozijnen met beweegbare delen. De nieuwe richtlijn moet gaan werken als kompas bij het correct interpreteren van eisen en toepassen van de criteria. Die leidraad wordt geboden in de vorm van een helder vijfstappenplan.

De NPR is er niet alleen voor de voorschrijvers en toepassers van gevelkozijnen (ontwerpers, adviseurs, aannemers, onderaannemers). Ook de aanbieders (producenten, importeurs, distributeurs) zijn ermee geholpen. De praktijkrichtlijn slaat namelijk bruggen tussen de Bouwbesluit-eisen voor brandwerende gevelkozijnen en de inhoud van de prestatieverklaring en het CE-label bij het product. Bij gebruikelijke nieuwbouwtoepassingen met gevelkozijnen in de praktijk biedt de NPR de uitwerking van brandwerendheidseisen en koppelt deze uitwerking aan de bijbehorende prestatieverklaring (DOP) en het CE-label.

Voor brandwerende gevelkozijnen zijn CE-markering en het opstellen van een DOP sinds 1 november van dit jaar verplicht, in het kader van de Europese Bouwproductenverordening (CPR). Ze dienen gebaseerd te zijn op de voorschriften in twee Europese productnormen: NEN-EN 14351-1 en NEN-EN 16034.

NEN-EN 14351-1 geeft de materiaalonafhankelijke prestatie-eisen voor (brandwerende) ramen en buitendeuren, maar dan exclusief de brand- en rookwerendheid. De eisen op deze beide aspecten zijn vastgelegd in NEN-EN 16034, een nog betrekkelijke jonge uitgave uit 2014. Metgezel NEN-EN 14351-1 dateert van 2006, is aangevuld in 2016, maar ruimt binnenkort voorgoed het veld voor de herziene versie 2019. Het ontwerp van deze herziene editie is al verkrijgbaar in de NEN Shop.

Eerste fase praktijkonderzoek rookverspreiding woon(zorg)gebouwen afgerond

10 december 2019

Het praktijkonderzoek rookverspreiding woon(zorg)gebouwen van Brandweer Nederland, Brandweeracademie en Veiligheidsregio Utrecht heeft zijn eerste fase succesvol afgerond. De tussentijdse resultaten van het project, dat nog doorloopt tot de zomer van 2020, zijn tijdens het Fire Safety & Science-congres op 13 en 14 november jl. in Eindhoven wereldkundig gemaakt.

Het onderzoek vond plaats van 24 juni tot 6 juli jl. in een voormalig, meerlaags woonzorgcentrum in Oudewater in de provincie Utrecht. Bij de praktijkexperimenten, uitgevoerd door of onder toezicht van de brandweer, is het ontstaan en de distributie van echte rook uit een echte meubelbrand onder de loupe genomen. Elke dag is de effectiviteit van een specifieke maatregel of combinatie van maatregelen tegen rookontwikkeling en -verspreiding bij brand aan de tand gevoeld. Onderzocht zijn onder meer het effect van rookwerende deuren, rookwerende deuren in combinatie met een watermistsprinkler, en van alleen een watermistsprinkler met de deur naar de vluchtweg in gesloten of juist open toestand.

De experimenten hebben een schat aan data opgeleverd die nu aan verdere analyse worden onderworpen. Dat moet helder zicht bieden op de meest doeltreffende aanpak van rookverspreiding in woon(zorg)gebouwen, via zowel repressieve inzet als preventieve, risicobeheersende maatregelen. Het eindrapport van onderzoek met alle conclusies en aanbevelingen komt volgend jaar zomer uit. Brandveilig.com heeft onderzoeksleider Hans Hazebroek bereid gevonden om enkele kernvragen over de praktijkexperimenten te beantwoorden. Het interviewverslag van 27 november jl. leest u hier.


Aandachtspunten voor (brand)veilige toepassing zonnepanelen gebundeld

3 december 2019

Het gaat de toepassing van zonnepanelen in ons land voor de wind. Zo telt Nederland inmiddels 65 zonneparken en ligt voor 2.300 megawatt vermogen aan zonnepanelen op daken van Nederlandse woningen, blijkt uit cijfers van het CBS. Vorige week gaf het kabinet het opwekken van zonne-energie nog eens een impuls door honderd miljoen subsidie op zonnepanelen beschikbaar te stellen aan kleine ondernemers. Eerder dit jaar werd de subsidieregeling voor particulieren met drie jaar verlengd. Alle aanleiding voor het Verbond van Verzekeraars om de Preventiebrochure Zonnepanelen uit te geven.

De publicatie, samengesteld door de werkgroep Zonnepanelen van het Verbond, geeft zicht op de technische aspecten en risico’s van zonnepanelen. De informatie is hoofdzakelijk ontleend aan de praktijkervaringen van technische verzekeringsexperts. ‘De diverse praktijkvoorbeelden, in combinatie met koppelingen met de geldende normen en voorschriften, moeten voldoende (beoordelings)handvatten bieden voor verzekeraars en andere geïnteresseerden’, verwacht projectleider Bert Veurink.

De brochure staat vooral in het teken van het verkleinen van risico’s en het voorkomen van incidenten met zonnepanelen. De publicatie benadrukt dat eerst de bouwkundige aspecten van het pand in kaart moeten worden gebracht voordat de panelen worden geïnstalleerd. Daarom wordt eerst uitgebreid stilgestaan bij de bouwkundige voorschriften en aandachtspunten als de conditie van het dak, dakbelasting en ventilatie. Daarna komen de aanleg van het systeem, de verzekeringsopties en aandachtspunten bij oplevering aan bod. Voor oplevering is volgens de brochure een inspectie nodig waarbij onder meer de bekabeling en verbindingen worden gecontroleerd, bij voorkeur door een onafhankelijk inspectiebedrijf.

Ook reserveert de brochure ruimte voor zonnepanelen zelf. Zo wordt in hoofdstuk 2 toelichting gegeven op de werking, levensduur en kosten van zonnepanelen. De CBS-cijfers bevestigen dat zonnepanelen bezig zijn aan een opmars in Nederland. Kwam in 2017 nog negen procent van het opgestelde vermogen bij bedrijven uit zonneparken, in 2018 was dat gestegen naar twintig procent. Het aantal zonneparken nam vorig jaar toe tot 65, in 2017 waren dat er nog 22. Op de daken van Nederlandse huizen groeide het geïnstalleerd vermogen met 37 procent: van 1.680 megawatt in 2017 naar 2.300 in 2018. De stad met het grootste vermogen aan zonnepanelen is Almere: 28 megawatt.

Nederlander nog weinig CO-melder minded

26 november 2019

De koolmonoxidemelder behoort nog niet de standaarduitrusting van Nederlandse woningen, zo blijkt uit actueel onderzoek van de Nederlandse Brandwonden Stichting. Slechts 25% van alle ondervraagde Nederlanders heeft een CO-melder in huis.

Dat de CO-melder nog niet tot de vaste inventaris behoort, is onder meer terug te voeren aan het geringe besef van de risico’s onder bewoners. Het onderzoek toont aan dat maar liefst de helft niet gelooft in gevaar op CO-vergiftiging. Dat ongeloof wordt niet gerechtvaardigd door de ongevallenrealiteit. Alleen al dit jaar deden zich 13 incidenten met koolmonoxide voor. Hierbij moesten 28 personen worden onderzocht dan wel behandeld tegen koolmonoxidevergiftiging en viel zelfs 1 dodelijk slachtoffer. Jaarlijks overlijden in ons land vijf tot tien mensen door koolmonoxidevergiftiging, worden 200 mensen met vergiftigingsverschijnselen in het ziekenhuis opgenomen en honderden mensen door de spoedeisende hulp gezien.

Vaak wordt nog gedacht dat oude cv-ketels, geisers en gaskachels de boosdoeners zijn. Maar ‘we zien ook veel incidenten met nieuwe ketels die zijn aangesloten op bestaande afvoerkanalen’, stelt Jet Vroege, dossierhouder koolmonoxide bij Brandweer Nederland. ‘Hier kan dan koolmonoxide vrijkomen doordat de aansluiting niet deugt. Een verkeerde installatie of het niet laten onderhouden van een gloednieuwe ketel kan dus ook de oorzaak zijn van koolmonoxidevergiftiging. Echt iedereen kan getroffen worden door CO-vergiftiging’, benadrukt Vroege. ‘Want koolmonoxide ruik, zie en proef je niet. Dat maakt het levensgevaarlijk.’

Koolmonoxide ontstaat bij de onvolledige verbranding van stoffen waarin koolstofverbindingen zitten, zoals olie, gas en hout. Het kan in de woning vrijkomen door onder meer een slecht functionerend gastoestel of CV-ketel of een slecht werkend rookkanaal Maar bijvoorbeeld ook bij opslag van houten pellets in slecht geventileerde ruimten. Dan treedt zogeheten auto-oxidatie op waarbij hoge concentraties CO vrijkomen en zich in de ruimte ophopen.

Ook geeft een kwart van de geïnterviewden aan niet te weten hoe te handelen bij koolmonoxidevergiftiging. Daarom is de Nederlandse Brandwonden Stichting samen met Brandweer Nederland begin deze maand gestart met de publiekscampagne ‘Stop CO-vergiftiging’. Onder het motto ‘ventileer, controleer en alarmeer’ besteedt de campagne aandacht aan wat consumenten kunnen doen om CO-vergiftiging te voorkomen. Belangrijk campagne-onderdeel is de online test: Herken jij CO-vergiftiging? ‘Door bewustwording en kennisoverdracht willen we met deze campagne nieuwe incidenten voorkomen.’, aldus Jet Vroege.

En de winnares is….

18 november 2019

‘Een échte Fire Safety Engineering scriptie waarbij een actueel probleem bij de horens wordt gevat.’ Onder deze positieve eindkwalificatie van de jury heeft Farah Faudzi de IFV-VVBA-scriptieprijs 2019 in de wacht gesleept. Ze ontving de prijs tijdens het congres Fire Safety & Science in Arnhem, afgelopen donderdag (14 november), voor haar afstudeeronderzoek aan de Universiteit Gent (hosting Universiteit Edinburgh) over de brandontwikkeling tussen (brandbare) dakbedekking en PV-panelen boven het (onbrandbare) platte dak.

Tijdens haar onderzoek ontdekte Farah een zogeheten kritieke spouwhoogte van 17 á 20 cm tussen het platte dak en het PV-paneel. Als de hoogte van de spouw tussen dak en paneel kleiner is dan 17 tot 20 cm, werkt de spouw als een ‘versneller’: een trage uitbreiding van brand of een branduitbreiding op normale snelheid wordt dan omgezet in een snelle tot zeer snelle branduitbreiding. Bóven de kritieke spouwhoogte treedt dit verschijnsel niet op en is het risico op grote brandschade beperkt.

‘De scriptie is goed leesbaar en de uitleg van het doel en de aanpak zijn helder’ luidt verder het oordeel van de jury, ditmaal geformeerd uit Lieuwe de Witte (IFV), Ruud van Herpen (Fellow FSE), Ricardo Weewer (IFV) en David den Boer (VVBA). Met haar winnende scriptie ontvangt Farah een bedrag van € 1.200. Dat mag ze besteden aan bijvoorbeeld studieboeken, een cursus of een studiereis in het kader van FSE.

De scriptieprijs wordt jaarlijks georganiseerd door het IFV en de VVBA (Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs) en dient als waardering voor relevant afstudeerwerk op het gebied van brandveiligheid. Aan de editie van dit jaar, inmiddels de achtste in successie, hebben 11 studenten meegedaan die in 2018 of 2019 hun master- of bacheloropleiding hebben afgerond aan een onderwijsinstelling in het Nederlands taalgebied.

Herziene norm brandveiligheid daken gepubliceerd

14 november 2019

Bij het NEN is de herziene editie verschenen van NEN 6063 ‘Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken’. De 2019-versie van de norm vervangt de uitgave van 2008. NEN 6063 beschrijft de experimentele bepaling en klassering van de brandveiligheid van daken bij blootstelling aan vliegvuur en beperkte warmtestralingsintensiteit. Onder ‘dak’ wordt binnen deze norm ook de dakdoorbreking of lichtstraat verstaan. Voor het bepalen van het brandgedrag van begroeide daken en PV-modules (zonnepanelen) is de norm niet geschikt.

De normherziening is ingegeven door de recente (herziene) publicatie van de Europese norm NEN-EN 13501-5:2016 (Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen - Deel 5: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgevaarlijk zijn van daken) en de praktijkrichtlijn NPR-CEN/TS 1187:2012 (Beproevingsmethoden voor het brandgevaarlijk zijn van daken).

De Europese norm en praktijkrichtlijn zijn ontwikkeld in het kader van de Verordening bouwproducten voor CE-markering en bedoeld om de karakteristieke eigenschappen van dakbedekkingsproducten voor CE-markering vast te stellen. Zo specificeert de NPR vier verschillende methoden om het gedrag van een dak bij brand te beproeven. Testen volgens deze methoden kunnen onder meer inzicht geven in de uitbreiding van brand via het (uitwendige) dakvlak, branduitbreiding in de dakconstructie en het ontstaan van brandende druppels vanaf de onderzijde van het dak.

Het beoordelen van de brandveiligheid van daken van gebouwen in het kader van het Bouwbesluit 2012 kan met behulp van de NEN 6063:2019. In de nieuwe NEN 6063 zijn, vergeleken met de oude publicatie van 2008, de NVN-ENV 1187 vervangen door NPR-CEN/TS 1187 en het Bouwbesluit 2003 door het Bouwbesluit 2012. Ook zijn het onderwerp en toepassingsgebied aangepast. Bij de extrapolatieregels is een tekst opgenomen over gekleefde systemen.

NEN 6063:2019 is een product van de normcommissie ‘Brandveiligheidsaspecten bouwproducten en bouwdelen’. Deze commissie houdt zich bezig met de Nederlandse normen voor brandproeven voor bouwproducten en de Nederlandse inbreng bij Europese en mondiale normen voor brandproeven.

Wie hierin geïnteresseerd is en erover mee wil (en kan) praten, kan desgewenst toetreden tot de normcommissie. Informatie over deelname is in te winnen via e-mail bi@nen.nl. Meer informatie over NEN 6063:2019 en het normalisatieproces is verkrijgbaar bij Rob Kotte, secretaris normcommissie ‘Brandveiligheidsaspecten bouwproducten en bouwdelen’, via tel. (015) 2 690 324 of e-mail bi@nen.nl

NEN 6063:2019 is sinds 1 september jl. te bestellen in de NEN-Shop.

  • Foto: Elfstedenhal, Leeuwarden (TWA Architecten, © René de Wit).

Tools brandwerendheidsbepaling verzinkt staal

6 november 2019

Op verzoek van brancheorganisatie Zinkinfo Benelux heeft Bouwen met Staal vier tools ontwikkeld waarmee de ontwerper snel (en gratis) de brandwerendheid van verzinkte staalprofielen kan vaststellen.

De vierdelige ‘gereedschapskist’ bestaat uit twee tabellen, de zogeheten Euronogrammen en een XLS-rekentool. De rekentool bepaalt de brandwerendheid van verzinkt en niet-verzinkt staal, als functie van de profielfactor en de kritische temperatuur. De tool doet opgaaf van de brandwerendheid (in minuten, bij standaardbrand) van het verzinkte staalprofiel en geeft daarbij voor het vergelijk ook de brandwerendheid van hetzelfde profiel in ónverzinkt staal. De tool kan ook de staaltemperatuur van verzinkt en onverzinkt staal berekenen, bij een opgegeven profielfactor en brandduur.

De vier tools zijn kosteloos te downloaden van de webpagina Brandwerendheid van verzinkt staal. De achtergronden van de tools en tips en voorbeelden voor de praktische inzet zijn vastgelegd in het artikel ‘Verzinkt staal warmt trager op’ in de oktober 2019-editie van het vakblad Bouwen met Staal.

Voor een beknopte toelichting op de nieuwe ontwerphulpmiddelen kunt u terecht in het oktobernummer van de nieuwsbrief Brandveilig+Staal.

  • Foto: proefboerderij/kenniscentrum Dairy Campus, Leeuwarden (Arcadis, © Chiel de Nooyer).

Verzekeraars: ‘Miljoenen branden fors toegenomen’

29 oktober 2019

In de eerste helft van dit jaar is Nederland getroffen door 47 miljoenenbranden. Dat zijn er tien ofwel ruim een kwart meer dan in het eerste halfjaar van 2018. Dit blijkt uit cijfers van Stichting Salvage.

Voor de stijging van het aantal branden waarbij de schade meer dan een miljoen euro’s bedraagt, heeft de stichting geen directe verklaring: ‘Het aantal meldingen aan Salvage lag in de eerste zes maanden van dit jaar zelfs 0,7% lager dan in de eerste helft van 2018. Wel was juni een drukke maand met extreme warmte en veel onweersbuien’. De stichting denkt dat bij een enkele miljoenenbrand extreme weersomstandigheden de oorzaak kunnen zijn geweest. Ook kortsluiting, accu’s of menselijk handelen kunnen volgens de stichting ook aan deze branden ten grondslag liggen.

Van alle miljoenenbranden in het halfjaar van 2019 zijn 26 branden gekwalificeerd als zeer grote brand. In de eerste helft van 2018 vielen 17 branden in deze categorie. Net als vorig jaar zijn vooral bedrijfsgebouwen aan een miljoenenbrand ten prooi gevallen: 46,8 % tegen 51,4% in 2018. Opmerkelijk is de toename bij woningen. Scoorden woningen vorig jaar nog slechts 2,7%, dit jaar heeft dit type panden een aandeel van 12,7% op het totaal. Volgens Salvage gaat ’t hierbij vooral om woonboerderijen, villa’s en monumentale woonhuizen.

Behalve in juni zijn ook in maart de meeste miljoenenbranden gemeld, 10 per maand. De meldingen zijn redelijk gelijkmatig verdeeld over de veiligheidsregio’s. Regio Rotterdam springt er uit met 7 miljoenenbranden.

Stichting Salvage verzorgt namens de Nederlandse verzekeraars de persoonlijke opvang en begeleiding van gedupeerden, brengt de schade in kaart en gaat na hoe de schade kan worden beperkt en opgeruimd. Een Salvagecoördinator is doorgaans binnen een uur na melding bij de brand. Desgewenst kan de bevelvoerder van de brandweer de coördinator laten oproepen via de Regionale Alarmcentrale. Bij de meeste branden van enige omvang en ernst is wel een salvage-medewerker ter plaatse. Daarmee geven de cijfers van de stichting een representatief beeld van de miljoenenbranden in ons land.

Onderzoekrapport brand Grenfell Tower nog vóór de Brexit openbaar

20 oktober 2019

Met de Brexit komt ook de publicatie van het onderzoek naar brand in de Grenfell Tower in Londen dichterbij. Premier Boris Johnson heeft officieel verklaard dat het onderzoeksrapport uiterlijk een dag vóór het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU zal verschijnen. Daarmee staat de publicatiedatum op (uiterlijk) 30 oktober 2019.

De conclusies uit het onderzoek naar de ramp op 14 juni 2017, met 72 dodelijke slachtoffers, worden 30 oktober a.s. voorgelegd aan het Britse parlement. Vrees bestaat dat op dat moment de aandacht voor de Brexit de lessen uit het onderzoek gaat overschaduwen.

Overlevenden en familie en nabestaanden van slachtoffers, verenigd in Grenfell United, roepen op tot eerdere publicatie en parlementaire behandeling om te voorkomen dat het rapport ondersneeuwt bij de belangstelling voor de Brexit. ‘This is the most significant constitutional moment for our country in living memory. Laying the report in parliament on 30 October will guarantee that the report will not receive the attention it deserves. We expect that your report will contain substantial findings, and make recommendations of the utmost importance. Recommendations that will bring in changes that could save lives’, aldus Grenfell United in een brief aan onderzoeksleider Sir Martin Moore-Bick.

Het onderzoeksteam had de publicatie aanvankelijk gepland voor afgelopen voorjaar. Uitstel was echter onvermijdelijk omdat de onderzoeksopgaaf veel ingewikkelder en tijdrovender bleek dan bij aanvang aangenomen. Bewoners en nabestaanden kunnen het rapport wel als eersten inzien. Ze ontvangen het document 36 uur vóór de officiële publicatie, onder strikt embargo.

Het onderzoek startte in december vorig jaar met de eerste verhoren. Tot nu toe heeft het onderzoek zich vooral geconcentreerd op het optreden van de brandweer, de beslissing om bewoners in het appartementengebouw te laten blijven terwijl de brand zich verder ontwikkelde en op de communicatie tussen bewoners en personeel van alarmcentrales van hulpverleningsdiensten. Verwachting is dat het onderzoeksrapport conclusies levert over het management van de Londense brandweer en haar capaciteiten om een dergelijke (gevel)brand aan te kunnen. Ook is tijdens het onderzoek tot in de detail uitgezocht hoe de brand is ontstaan en hoe het vuur in nog geen 30 minuten vanaf vierde verdiepingvloer de top van het toren heeft kunnen bereiken.

Sommige bewoners en nabestaanden die aan het onderzoek hebben meegewerkt, hopen dat Martin Moore-Bick en zijn team ook kenbaar maken of het gebouw heeft voldaan aan de bouw- en brandveiligheidsvoorschriften. Tot op heden is dit nog onduidelijk.

In januari volgend jaar gaat het onderzoek een tweede fase in. Hierbij worden toedracht en oorzaken van de brand op 24 juni 2017 nader bekeken, inclusief de relevante beslissingen van de eigenaar van het 24-laagse gebouw (Royal Borough of Kensington and Chelsea), de gebouwbeheerder (Kensington and Chelsea Tenants Management Organisation), architectenbureau Studio E, hoofdaannemer Rydon en enkele toeleveranciers waaronder Celotex en Arconic. De uitkomsten van dit vervolgonderzoek worden op z’n vroegst in 2021 voorzien. Pas daarna is de weg vrij voor eventuele vervolging van verantwoordelijken door de Crown Prosecution Service.

  • Bron: The Guardian, foto: PA Images.

Studiedag Brandveiligheid gevels wegens succes geprolongeerd

14 oktober

Woensdag 23 oktober aanstaande beleeft de NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ haar vierde editie. Net bij als de voorgaande drie uitverkochte afleveringen, eerder dit jaar, fungeert de Koninklijke Metaalunie in Nieuwegein als host van een dagvullende kennissessie die informatieve hulp biedt bij het inventariseren en beoordelen van de risico’s op brand in gevels van zowel publieke als private gebouwen. De verantwoordelijkheid voor deze risico-inventarisatie en -weging berust bij de Nederlandse gemeenten. Eind vorig jaar ontvingen ze een oproep van minister Ollogren van Binnenlandse Zaken om niet alleen de eigen gebouwen aan inspectie te onderwerpen, maar ook de eigenaren van andere gebouwen binnen hun gemeentegrenzen hiertoe aan te moedigen.

Praktisch hulpmiddel bij het opsporen en beoordelen van gebouwen op (gevel)brandrisico is de ‘BZK risicotool Brandveiligheid gevels’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Tijdens de studiedag geeft de samensteller van de tool, Rudolf van Mierlo van DGMR, uitleg over opzet, werking en gebruik in de praktijk. De tool leent zich onder meer voor een eerste quickscan van de risico’s bij relatief hoge gebouwen met bijvoorbeeld een woon-, zorg- en/of logiesfunctie. De uitkomsten kunnen het vertrekpunt zijn van verder onderzoek.

Sinds de eerste NEN-studiedag in maart van dit jaar hebben al diverse gemeenten in ons land met de tool gewerkt. Ze delen hun, soms opmerkelijke, in alle gevallen leerzame ervaringen. De gebruikers van het eerste uur zijn de gemeente Rotterdam en Veiligheidregio Rotterdam. Beide organisaties hanteren de tool al sinds mei 2018. Victor Termijn van de gemeente en Alewin van Duin van de regio maken hun bevindingen openbaar en leveren aanbevelingen en tips voor een doeltreffende inzet.

Het complete studiedag-programma en het inschrijfformulier vindt u hier.
De kosten van deelname bedragen € 195 (per persoon). Wilt u alleen het ochtend- of middagdeel bijwonen, dan rekent u € 125 af.

De BZK Risicotool is hier gratis te downloaden. Behalve het rekenblad zijn daar kosteloos als PDF op te halen: de toelichting op de tool, de Handreiking Beoordeling brandveiligheid gevels, het Protocol inventarisatie en onderzoek brandveiligheid gevels en de brief van minister Ollogren aan de gemeenten.

  • Foto: Sammy Ofer Centre, Londen (Sheppard Robson Architects LLP, Octatube, © Hufton + Crow)

Ladies first

17 september 2019

De IFV-VVBA-scriptieprijs brandveiligheid 2019: wie ‘m wint blijft tot 14 november a.s. een best bewaard geheim van de jury, maar dat een vrouw ‘m wint staat vast. Afgelopen donderdag 12 september, tijdens de expertclass FSE–Next Generation, zijn de drie genomineerden voor de prijs bekend gemaakt en dat zijn alle drie dames. Even voorstellen:

  • Tineke School – Universiteit Twente, 'A Log Gaussian Cox process for predicting chimney fires at Fire Department Twente';
  • Soheila Bigdeli – Universiteit Gent, 'CFD simulation of medium / large scale fire plumes';
  • Farah Faudzi – Universiteit Gent (hosting Universiteit Edinburgh), 'Flame Propagation Between Flat Roofing and Photovoltaic Installations'.

De VVBA-scriptiecommissie, geformeerd uit David den Boer (Peutz), Danny Ruytenbeek Floriaan) en Erik Janse (BVEJ), koos de drie nominaties uit in totaal elf inzendingen, elk van een hoge kwaliteit. ‘De studenten hebben hun onderzoeken met grote diepgang aangepakt’, meent de jury. Dit jaar zijn vooral wetenschappelijke studies ingestuurd.

De genomineerde en overige ingezonden scripties zijn te lezen op fellowfse.nl

De winnares van IFV-VVBA-scriptieprijs brandveiligheid 2019 wordt 14 november a.s. bekend gemaakt op het Fire Safety & Science-congres in Arnhem. Zij toucheert een geldbedrag van € 1.200, te besteden aan de persoonlijke ontwikkeling in het vakgebied van brandveiligheid.

IFV en VVBA schrijven de scriptieprijs jaarlijks uit onder studenten die afstuderen aan master- of bacheloropleidingen van onderwijsinstellingen in het Nederlandse taalgebied. Ze kunnen meedoen met afstudeerscripties waarin relevante items op het gebied van bijvoorbeeld brandpreventie, brandbestrijding of nazorg op een treffende en inspirerende manier worden behandeld.

  • Afbeelding: zazzle.nl

Advertentie

Ontwerp herziene NEN 6068 voor commentaar

8 september 2019

Tot 1 december a.s. kunt u bij het NEN uw op- en aanmerkingen kwijt op het ontwerp van de gedeeltelijke herziening van NEN 6068. Deze norm dient voor het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) tussen ruimten.

De gedeeltelijke herziening betreft de normeditie van juni 2016 met bijbehorend correctieblad, eveneens van drie jaar geleden. De belangrijke wijzigingen ten opzichte van deze huidige versie op een rij:

  • de verwijzingen voor brandwerendheid van gesloten geveldelen en openingen zijn aangepast aan de meest recente versie van NEN 6069 (februari 2019). Deze norm is bestemd voor het beproeven en klasseren van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwdelen;
  • de vlamvormen voor hellende en niet-hellende gevels zijn beter op elkaar afgestemd;
  • de vlamvorm voor gevelopeningen met een balkon is nu uniform voor balkons en overstekken met een diepte vanaf 20 cm;
  • de formule voor de afkoeling aan de wanden van de brandruimte is aangepast aan de mogelijkheid om sterk hellende gevels te modelleren;
  • de voorwaarde dat een balkon aan weerszijden van een gevelopening uit moet steken om brandoverslag te voorkomen, is vervallen;
  • de formule voor de berekening van een brandruimte over meerdere verdiepingen is vereenvoudigd en verbeterd en
  • de formulering voor de vlam uit een dakopening bij industriefuncties is voor naast elkaar gelegen brandruimten of compartimenten aangepast aan de huidige werkwijze in de praktijk.

Ook is de NEN 6068 in lijn gebracht met het toekomstige Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Die afstemming resulteert in de eis dat bij een nieuw gebouw ten minste de helft van de eventueel benodigde brandwerendheid van de gevels moet worden bereikt ‘op eigen terrein’ ofwel van binnen naar buiten. Nu is het nog mogelijk om de volledige brandwerendheid, in het kader van brandoverslag en volgens het principe van spiegelsymmetrie, te laten verzorgen door de bebouwing op het buurperceel. Zodra de BBL van kracht is, is dit niet langer mogelijk. Via artikelen in het vakblad Bouwen met Staal en de nieuwsbrief Brandveilig+Staal gaat Bouwen met Staal u binnenkort uitgebreid informeren over de consequenties van de nieuwe voorschriften en de oplossingsrichtingen, in het bijzonder voor brandoverslag bij hallen.

  • Commentaar op het normontwerp kunt u indienen via normontwerpen.nen.nl Het commentaar mag uitsluitend worden gegeven op de delen van de tekst die in kaders staan. Deze delen bevatten de wijzigingen op de bestaande norm. Voor informatie over de norm en over het normalisatieproces kunt u terecht bij Marc Mergeay, Consultant Bouw & Installaties, tel. (015) 269 03 67 of e-mail bi@nen.nl.
  • Foto: bedrijfsgebouw Melis Logistics, Duiven (© JCRARCHITECTEN).

Advertentie

Firesafety & Security voor de installateur

30 augustus 2019

Congrescentrum 1931 van de Brabanthallen in Den Bosch is dinsdag 1 oktober a.s. the place to be voor de installateur. Dan is daar het Firesafety & Security Congres waarop ‘het businessmodel van de installateur in de nabije toekomst (2025) centraal staat.

De gezamenlijke congresorganisatoren Federatie Veiligheid Nederland (het vroegere VEBON-NOVB), VEB en Techniek Nederland trakteren de bezoekers op workshops, parallelsessies en plenaire lezingen over brandveiligheid, beveiliging en bedrijfsvoering. Michael Bertels (projectmanager bij Brandweer Nederland) en Patrick de Brouwer (ethisch hacker in dienst van Northwave) behoren tot de keynote speakers. De infomarkt van het event is de plek voor de contacten met collega’s en leveranciers.

Advertentie

Brandwerende details woningbouw gerevitaliseerd

22 juli 2019

Wellicht kent u zich nog van de SBR-publicatie uit 2009: brandwerende details voor de woningbouw. Ze zijn nu door ISSO verwerkt in het ‘ISSO-kleintje Brandwerende details woningbouw’ maar dan wel na een grondige update én een uitbreiding van de principedetails die in de woningbouw vaak voorkomen. Zoals de titel al prijs geeft, de details voor de utiliteitsbouw in de oude SBR-uitgave zijn niet overgenomen.

Voor elf details die vaak voorkomen in de woningbouw geeft de nieuwe ISSO-publicatie geeft vuistregels voor een adequaat ontwerp en uitvoering uit het oogpunt van brandveiligheid. ‘Brandwerende scheidingen zijn getest en gecertificeerd, maar de aansluitingen in een constructie zijn dat dikwijls niet’, stelt Aldo de Jong, adviseur Bouw bij ISSO, ‘Terwijl het Bouwbesluit eist dat de aansluitingen óók voldoende brandwerend zijn.’

In voorbeeld-bouwtekeningen van de details zijn de kritische branduitbreidingstrajecten aangeven met een rode pijl. Rood gearceerd zijn de onderdelen die essentieel zijn voor de brandwerendheid. Voor nagenoeg alle standaarddetails zijn ‘prestatielayers’ beschikbaar. De presentatielayer laat zien welke materialen in een aansluiting essentieel zijn om te voldoen aan de eisen in het Bouwbesluit. Zo’n prestatielayer is ook voor handen bij nog eens 300 details die de publicatie niet hebben gehaald maar wel zijn opgenomen in de ISSO-Kennisbank

Om de brandwerendheid van scheidingsconstructies te beoordelen, is kennis van het gedrag van materialen bij brand bijzonder welkom. Daarom is in het ISSO-kleintje aan dit onderwerp een compleet hoofdstuk gewijd. Ook rekenregels worden aangereikt waarmee voor uiteenlopende materialen een indicatie van de brandwerendheid is te krijgen.

Aan het ISSO-kleintje is meegewerkt door onder meer Brandweer Nederland, BNA, Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland en de NEN-normcommissie 'Brandveiligheidsaspecten bouwproducten en bouwdelen'. De uitgave is verkrijgbaar via de ISSO-KennisBank.

Advertentie

Fire Safety & Science-congres introduceert resultaten praktijkonderzoek rookverspreiding

12 juli 2019

Woensdag 13 en donderdag 14 november a.s. beleeft het International Congress Fire Safety & Science alweer haar 12e editie. De organisatie van de nieuwe aflevering berust zoals voorheen bij IFV en de stichting Fellow FSE van de TU Eindhoven. En wederom is het tweedaagse programma gevuld met nieuwe wetenswaardigheden op het gebied van Fire Safety Engineering en brandbestrijding, waarbij geregeld bruggen worden geslagen tussen preventie en repressie. Op de rol staat onder meer de uitreiking van de IFV-VVBA Scriptieprijs, bestemd voor het meest innovatieve, relevante en fundamentale afstudeerwerk in brandveiligheid aan een Nederlandstalige master- of bacheloropleiding.

Een andere congres-highlight is tevens een primeur: de presentatie van de eerste uitkomsten van het praktijkonderzoek dat Brandweer Nederland, Brandweeracademie en Veiligheidsregio Utrecht hebben uitgevoerd naar de verspreiding van rook in woon(zorg)gebouwen. Het onderzoek vond van 24 juni tot 6 juli jl. plaats in een leegstaand woonzorgcentrum in Oudewater in de provincie Utrecht. Daarbij is onder meer nagegaan of senioren en andere minder zelfredzame personen een gebouw in geval van brand gemakkelijk kunnen ontvluchten of dat ze juist in hun appartement moeten blijven en onder welke omstandigheden en met welke voorzieningen zo’n ‘stay in place’-strategie verantwoord is.

Elke dag is de effectiviteit van een specifieke maatregel of combinatie van maatregelen tegen rookontwikkeling en -verspreiding bij brand aan de tand gevoeld. Onderzocht zijn onder meer het effect van rookwerende deuren, rookwerende deuren in combinatie met een watermistsprinkler, en van alleen een watermistsprinkler met de deur naar de vluchtweg in gesloten of juist open toestand.

Bij de experimenten, uitgevoerd door of met de brandweer, was echte rook in het spel, afkomstig van een echte brand. ‘Deze experimenten zijn uniek en hebben grote wetenschappelijke en praktische waarde’, meent René Hagen, lector Brandpreventie aan de Brandweeracademie. ‘Niet alleen de brandweer, maar ook gemeenten, woningcorporaties, zorginstelling en overheidsorganisaties hebben baat bij de kennis die de experimenten hebben opgeleverd.’

Advertentie

NEN 6075 in herziening

28 juni 2019

Nog tót 1 juli a.s. is commentaar welkom op het ontwerp van de herziene NEN 6075 ‘Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten’. Deze norm geeft de eisen en methoden voor het bepalen van de rookwerendheid van scheidingsconstructies in gebouwen.

De NEN 6075:2019 is bedoeld als opvolger van de huidige editie uit 2011. Net als de voorganger biedt de 2019-versie twee methoden voor het vaststellen van de weerstand tegen rookdoorgang (WRD). De eerste, momenteel gangbare methode is gebaseerd op het criterium E (vlamdichtheid betrokken op de afdichting) en drukt de WRD uit in minuten. Bij de tweede optie gaat ’t om de WRD in de klassen Ra of R200, op basis van lekkage. Het is de bedoeling dat deze methode vanuit de wet- en regelgeving wordt aangewezen voor nieuwbouw.

Op de lekkagemethode zijn, vergeleken met de uitgave van 2011, enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd. De prestaties van de afzonderlijke constructiedelen zijn niet langer bepalend, dat zijn nu de scheidingen waarin de constructiedelen zijn opgenomen. De prestatie van de scheiding wordt afgeleid uit de prestaties van de constructieonderdelen.

De lekkagemethode is gesplitst in twee opties: een eenvoudige en meer uitgebreide. De eenvoudige optie komt in hoofdlijnen overeen met de lekkagebepalingsmethode in de 2011-versie van de norm. Hierbij heeft een constructieonderdeel een rookdoorlatendheid van Sa (koude rook) of S200 (warme rook). Bij de meer uitgebreide optie kan een constructieonderdeel een rookdoorlatendheid hebben die gelijk is aan een veelvoud of deel van Sa of S200. De uitgebreide optie biedt tevens de mogelijkheid om rookverspreiding door een ventilatiesysteem te voorkomen, via een 20 minuten gewaarborgde mechanische afvoer. Voor de berekening van lekkage is een eenvoudige vuistregel toegevoegd.

Net als in de 2011-versie wordt de rookdoorlatendheid van constructieonderdelen uitgedrukt in Sa en S200. De rookwerendheid van scheidingen en de weerstand tegen rookdoorgang gaan voortaan echter in Ra en R200.

Advertentie

‘Sprinklers: óók voor vluchtveiligheid’

20 juni 2019

In de dagelijkse projectpraktijk worden sprinklers vooralsnog vooral toegepast om grotere brandcompartimenten mogelijk (en verantwoord) te maken. Maar sprinklers lenen zich ook voor het borgen van de vluchtveiligheid en andere (afgeleide) doelen van het Bouwbesluit. Dat blijkt het onderzoek dat Ruud van Herpen (technisch directeur bij Nieman en Fellow FSE aan de TU Eindhoven) heeft uitgevoerd in opdracht van VEBON-NOVB en EFSN.

Ruud van Herpen kreeg van zijn opdrachtgevers als opgave mee om de meerwaarde van sprinklers voor de brandveiligheid van gebouwen nader in kaart te brengen. ‘Sprinklers passen we al jaren toe. En niet alleen voor grotere brandcompartimenten’, meent de onderzoeker. ‘Ook is er aandacht voor het feit dat met sprinklerbeveiliging de brandwerendheid van de draagconstructie kan worden gereduceerd. En dat er nauwelijks een brandoverslagrisico is naar andere compartimenten of buurpercelen. Maar voor persoonlijke veiligheid en het verlengen van de vluchttijd middels sprinklers is nauwelijks aandacht. Daarom hebben bij dit onderzoek vooral gekeken naar het nut van sprinklerinstallaties voor vluchtveiligheid’.

Het onderzoek van Van Herpen wijst uit dat een sprinklerinstallatie de verspreiding van rook weliswaar niet direct tegengaat, maar in elk geval wél de productie van rook reduceert. Een vermindering van de rookproductie resulteert in een verruiming van beschikbare vluchttijd. En daarmee levert sprinklerbeveiliging een positieve bijdrage aan de vluchtveiligheid, zo luidt de algemene conclusie van het onderzoek.


Cumulatieve kansverdeling van de beschikbare tijd om te overleven in een corridor, grenzend aan een kleine ruimte waar brand woedt; links zonder sprinklers, rechts met sprinklers.

Tijdens de studie zijn simulaties uitgevoerd van de impact van brand en rook in drie veelvoorkomende situaties: een grote hoge ruimte, een grote lage ruimte en een kleine ruimte aan een corridor. Per situatie is de brand- en rookontwikkeling mét en zonder sprinklers nagebootst. De voornaamste conclusies hieruit en de verdere gevolgtrekkingen van Ruud van Herpen en John van Lierop van VEBON-NOVB, zijn opgetekend door brandveilig.com in dit artikel van 19 juni jl.

  • Foto: parkeer24.nl

Advertentie

Proefschrift en Praktijk

4 juni 2019

Aanstaande vrijdag (7 juni) opent het IFV haar deuren voor ‘Proefschrift en Praktijk’. Tijdens deze middagsessie geven Ron de Wit en Wout Broekema tekst en uitleg over de onderzoeken waarop zij onlangs zijn gepromoveerd. De kersverse promovendi gaan dan uitvoerig in op de voornaamste bevindingen van hun studies.

Ron de Wit, plaatsvervangend commandant Brandweer Twente, komt als eerste aan het woord over zijn proefschrift over de brandweerzorg. Met de afronding van zijn tien jaar durend onderzoek heeft hij een eerste stap gezet in het ‘meten’ van de waarde van brandweerzorg en wat dit betekent voor het maken van bestuurlijke keuzes. In zijn boek ‘Burgers, bestuur en brandweer’ beschrijft De Wit de resultaten van een vijftal waarderingsstudies, waaronder de betalingsbereidheid voor snellere opkomsttijden, de waarde van een statistisch mensenleven bij brandveiligheid en een keuze-experiment over brandweerbeleid onder burgemeesters. Na zijn uiteenzetting werpt Ricardo Weever (lector Brandweerkunde IFV) vanuit de praktijk en het brandweeronderwijs zijn licht op het onderzoek van de Wit en duidt de betekenis en waarde ervan voor de praktische brandweerzorg.

Erie Braakhekke (decaan Crisismanagement Academie IFV/Politieacademie) gaat een vergelijkbare toetsing uitvoeren op het proefschrift van Wout Broekema, docent aan de Universiteit Leiden. Broekema stelde zich de onderzoeksvraag: ‘Hoe leren publieke organisaties van crisis en welke factoren en mechanismen verklaren dit proces van crisis-geïnduceerd leren?’ Door te leren van een crisis stellen publieke organisaties zichzelf in staat om (vergelijkbare) crises in de toekomst te voorkomen óf in elk geval effectiever te reageren als zo’n crisis zich (toch weer) voordoet. We zien echter dat deze organisaties doorgaans veel moeite hebben om van een crisis te leren, meent Broekema. Aan de hand van vier deelstudies is de Leidse universitair docent tot zijn constateringen en conclusies gekomen, die hij op 7 juni publiekelijk belicht.

‘Proefschrift en Praktijk’ wordt een wetenswaardige aangelegenheid voor professionals die beroepsmatig betrokken zijn bij brandweerzorg, brandweerkunde en crisismanagement óf daarvoor een warme interesse aan de dag leggen.

Advertentie

Branden met zonnepanelen geïnventariseerd

27 mei 2019

TNO heeft een verkennende studie afgerond naar brand-incidenten bij zonnepanelen. De onderzoeksinstelling hield 27 bekende incidenten, voornamelijk uit 2018, tegen het licht. Van de 27 hebben 23 plaatsgevonden bij woningen. Dit is 0,014% van het totaal aantal van ongeveer 170.000 systemen dat in 2018 is geïnstalleerd. In enkele gevallen heeft TNO de oorzaak van de brand niet direct weten te herleiden. Alle onderzochte branden hebben slechts economische schade gegeven, slachtoffers zijn niet gevallen.

Ervaringen en studies uit het buitenland wijzen al uit dat onvakkundige installatie een veelvoorkomende oorzaak is. De meest risicovolle factoren hierbij zijn het onvakkundig verbinden van stekkers aan kabels en het combineren van verschillende merken stekkers van hetzelfde type (‘cross-mating’). Cross-mating kan leiden tot overgangsweerstanden, interne vlambogen, warmteontwikkeling en uiteindelijk brand.

Een belangrijke observatie uit het rapport is dat relatief veel branden optreden bij zogeheten in-daksystemen, vergeleken met op-daksystemen. Bij een op-daksysteem liggen de zonnepanelen boven de dakpannen. De dakpannen zorgen voor brandwerendheid. Bij het in-daksysteem zijn de dakpannen vervangen door de zonnepanelen. De panelen liggen op kleinere afstand van materialen zoals dakfolies en isolatiemateriaal. Hierdoor ontstaat een groter risico op brand.

Op de grond van de bevindingen doet TNO onder meer de aanbeveling om per direct installateurs voor te lichten over de noodzaak van deugdelijke verbindingen. Daarnaast adviseert het onderzoeksinstituut om normen dan wel richtlijnen op te stellen om bijvoorbeeld cross-mating de wereld uit te helpen. Het Bouwbesluit (2012) stelt wel eisen aan de brandwerendheid van de totale dakopbouw, maar niet aan de brandwerendheid van materialen die zich onder de buitenste daklaag bevinden.

Ook pleit TNO voor een landelijke testfaciliteit waar samen met marktpartijen en brandweer stress-tests worden uitgevoerd op zonne-stroomsystemen op testdaken en de risico’s in kaart worden gebracht. Zo’n faciliteit is van groot belang om de veiligheid van (geïntegreerde) PV-systemen te bevorderen, aldus TNO.

De studie is uitgevoerd in opdracht van RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Het initiatief kwam van brancheorganisatie Holland Solar. Voor de inventarisatie heeft TNO gesproken met PV-installateurs en -leveranciers, verzekeraars, schade-experts, zonne-energieonderzoekers, deskundigen op het gebied van daken en normeringen, DBA-KIWA, IFV, de brandweer en met bewoners.

Advertentie

20 mei 2019

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. De wet is met een vrij ruime meerderheid aangenomen.

De wet treedt per 1 januari 2021 in werking. Vanaf die datum berust de technische toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning aan het Bouwbesluit niet langer bij de gemeente. In plaats van daarvan vindt private kwaliteitsborging plaats. Private partijen moeten daarbij aantonen dat een bouwplan voldoet aan de Bouwbesluit-eisen. Een onafhankelijke kwaliteitsborger verzorgt de kwaliteitsbewaking, aan de hand van een kwaliteitsinstrument.

Het terugdringen van bouwfouten, een betere bouwdiscipline, versterking van de positie van de opdrachtgever en meer evenwichtige relatie tussen opdrachtgever en bouwende partijen binnen projecten zijn de belangrijke uitgangspunten van de nieuwe wet. In het nieuwe stelsel dient de hoofdaannemer, al of niet samen met onderaannemers en leveranciers, bij oplevering aan te tonen dat het bouwwerk voldoet aan de regelgeving. Daartoe moet een opleverdossier beschikbaar zijn. De aannemer dient de opdrachtgever bovendien kenbaar te maken hoe risico’s op gebreken en schade zijn afgedekt. Mochten zich na oplevering gebreken voordoen, dan is de bouwer hiervoor aansprakelijk te stellen.

De wet geldt vanaf 1 januari 2021 vooralsnog alleen voor eenvoudige bouwwerken, zoals woningen. De regels voor meer complexe opgaven volgen nog. In aanloop naar de implementatie van het nieuwe regime per 2021 is er nog veel werk aan de winkel. Naast de verdere uitwerking van de wet, moet een nieuwe toelatingsorganisatie worden opgezet en honderden kwaliteitsborgers opgeleid. Via onder meer proefprojecten worden de betrokken bouwdisciplines vertrouwd gemaakt met kwaliteitsborging in de praktijk.

De datum van 1 januari 2021 is overigens niet geheel onwrikbaar. Als uit nieuwe experimenten blijkt dat de sector nog niet voldoende klaar is voor het nieuwe stelsel, is uitstel van invoering mogelijk. In die ‘ontsnappingsclausule’ voorziet een Bestuursakkoord dat minister Ollongren vorig jaar sloot met de gemeenten.

Advertentie

Geen Nood Bij Brand vernieuwd

11 mei 2019

De methode Geen Nood Bij Brand is weer helemaal bij de tijd. De Vakgroep Veilig Gebruik en Toezicht van Brandweer Nederland heeft de methode geheel geactualiseerd. De update volgt op de aanbevelingen van het landelijk onderzoek ‘Terugblik op Geen Nood Bij Brand’.

Geen Nood Bij Brand beschrijft in klare taal hoe een risicogerichte aanpak kan resulteren in een betere brandveiligheid van gebouwen. De methode is bruikbaar voor alle typen gebouwen (en nu ook landelijk beschikbaar), maar spitst zich toe op gebouwen met kwetsbare gebruikers en dat zijn vooral de gebouwen voor de gezondheidszorg. De methode is dan ook in 2008 ontwikkeld in nauwe samenwerking met zorgorganisatie SiZa in Arnhem.

De methode telt vier hoofdbestanddelen, elk met een eigen pakket aan ‘tools’ zoals een ontruimingsplan, een e-learningmodule, communicatiemiddelen en een masterplan brandveiligheid. Brandweer en de medewerkers die binnen de zorginstelling betrokken zijn bij de brandveiligheid bepalen samen welke tools geschikt zijn voor hun specifieke situatie. De opeenvolgende fasen van de risicogerichte aanpak en eventuele inzet van tools zijn vervat in een overzichtelijk schema, aangevuld met een korte tekstuele toelichting per fase: vanaf de ‘nulmeting’ tot en met de evaluatie. Uiteraard laat de methode toe dat in de praktijk een bepaalde fase worden overslagen of een andere volgorde wordt aangehouden. Dat is afhankelijk van wat brandweer en instelling samen overeenkomen.

Een gezamenlijke voorbereiding is wel de onontbeerlijke basis voor een geslaagde toepassing. Zo behoort de zorginstelling een bhv-organisatie te hebben en de brandweer kennis te bezitten van de specifieke brandrisico’s binnen de instelling. En als het Geen Nood Bij Brand-traject gezamenlijk doorlopen is, is ’t natuurlijk niet klaar met de aandacht voor brandveiligheid. De continue zorg voor de brandveiligheid hoort dan deel uit te maken van een operationeel veiligheidvolgsysteem van de zorgorganisatie.

  • Een folder over Geen Nood Bij Brand, uitleg over de methode, een beschrijving van de tools en de poster met het stroomschema uit de methode zijn kosteloos op te halen uit de kennisbank van www.dezorgbrandveilig.nl
  • Meer informatie over de vernieuwde methode is in te winnen bij Nienke van Jole, nienke.van.jole@brandweermwb.nl van de Vakgroep Veilig Gebruik & Toezicht, Brandweer Nederland.

Advertentie

Wakker Dier bezorgt over groeiend aantal megastallen

1 mei 2019

Tussen 2010 en 2017 is het aantal megastallen in Nederland met 76 procent toegenomen, van 456 in 2010 tot 801 in 2017. Dat stelt Wakker Dier op grond van recente onderzoekscijfers van Wageningen University & Research. De dierenrechtenorganisatie is ernstig bezorgd over de groei: ‘Megastallen verhogen de risico’s op ziekten én op brand, temeer omdat veel stallen niet zijn uitgerust met bijvoorbeeld een sprinklerinstallatie. Dat treft ontzettend veel dieren’, stelt Anne Hilhorst van Wakker Dier.

De toename zit ‘m volgens Wakker Dier vooral in de melkkoe-megastallen. Dit type stal is tussen 2010 en 2017 in aantal meer dan verdubbeld: van 197 tot 439 in 2017. Een stal is een megastal als er meer dan 7.500 vleesvarkens, 1.200 fokvarkens,120.000 leghennen, 220.000 vleeskuikens, 250 melkkoeien, 2.500 vleeskalveren of 1.500 geiten in leven. Per jaar zitten in totaal zo’n 75 miljoen dieren in megastallen. Volgens Wakker Dier maken geiten, moedervarkens en legkippen de grootste kans om in een megastal terecht te komen.

De afgelopen tien jaar stierven in totaal 1,5 miljoen dieren bij een stalbrand, waarvan bijna 122.000 vorig jaar. Kortsluiting en (onderhouds)werkzaamheden in de stal zijn volgens Brandweer Nederland de meest voorkomende oorzaken van stalbrand, beide zo’n 15 procent. Tien procent ontstaat door blikseminslag en 10 procent door broei. Vaak blijft de oorzaak onbekend. Bij stalbranden kan het vuur zo vernietigend zijn, dat de oorzaak niet meer te achterhalen is.

Wakker Dier wil dat de overheid de megastal verbiedt, vanwege de risico’s maar ook ‘door de focus op steeds lagere kosten, waardoor het dierenwelzijn steeds meer in gedrang komt. In megastallen is nauwelijks ruimte voor bijvoorbeeld stro of natuurlijk gedrag’, vindt Hilhorst van Wakker Dier.

Sinds 2014 moeten megastallen voldoen aan strengere milieu- en veiligheidseisen. Zo dienen luchtwassers te zijn geïnstalleerd die schadelijke stoffen zoals ammoniak uit de lucht in de stallen halen. Elektrische apparaten moeten in aparte ruimten zijn ondergebracht. Ook is dikwijls brandcompartimentering verplicht om de uitbreiding van brand te voorkomen of zoveel mogelijk te verhinderen.

Met NEN 6060 en 6079 is vast te stellen of een groot compartiment van een ‘lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’ voldoet aan de functionele eisen in het Bouwbesluit 2012 als het gaat om het voorkomen van branduitbreiding. Hiertoe is vorig jaar aan beide norm een aparte bijlage voor veestallen toegevoegd.

De normen zijn van toepassing op compartimenten die groter zijn dan het Bouwbesluit 2012 strikt genomen toestaat: 1.000 m2 of meer óf, in geval van industriefuncties, 2.500 m2 of meer. Daarbij wordt een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel in het Bouwbesluit (artikel 1.3). NEN 6060 is bestemd voor zowel nieuwe als bestaande stallen. NEN 6079 is uitsluitend toepasbaar bij nieuwbouw.

Advertentie

Inschrijving Scriptieprijs geopend

23 april 2019

Twaalfhonderd euro. Dat bedrag ligt in het verschiet voor de winnaar van de Fire Engineering Scriptieprijs 2019. Om kans te maken op de prijs en het prijzengeld stuur je vóór 1 september a.s. je afstudeerscriptie over een belangwekkend brandveiligheidsonderwerp in.

IFV en VVBA stellen de Fire Engineering Scriptieprijs 2019 beschikbaar aan studenten die hun master- of bacheloropleiding aan een onderwijsinstelling in het Nederlandse taalgebied in 2019 of 2018 afronden. Ze kunnen meedoen met een afstudeerscriptie waarin een relevant item op het gebied van bijvoorbeeld brandpreventie, brandbestrijding of nazorg op een treffende en inspirerende manier wordt uitgediept. De thesis dient in het Nederlands of Engels te zijn opgesteld. Er zijn 420 studiebelastingsuren aan besteed en (uiteraard) heeft de onderwijsinstelling de scriptie al met minimaal een voldoende gewaardeerd. De jury van de Scriptieprijs gaat de inzending aan de tand voelen op actualiteit en maatschappelijke relevantie van het onderwerp, de mate van innovatie, de toepasbaarheid en de diepgang en het wetenschappelijk niveau van de thesis.

De genomineerden voor de prijs worden bekend gemaakt tijdens de Expertclass Fire Safety Engineering van de TU Eindhoven, donderdag 12 september a.s. Donderdag 14 november mogen de genomineerden hun scriptie presenteren tijdens het IFV FSS-congres. Aansluitend wordt hier de winnaar bekend gemaakt. Het prijzengeld (€ 1.200) is voor de verdere ontwikkeling van de eigen kennis en ervaring in brandveiligheid.

  • Scripties indienen kan vóór 1 september 2019 bij Chantal Bouwhuis via c.bouwhuis@nieman.nl, als PDF met de samenvatting op een A3-poster.
  • Download de deelnamecriteria
  • Foto: de winnaar van vorig jaar, Nick Tenbült (rechts op de foto met juryvoorzitter Paul Verlaan). Nick Tenbült won de prijs met de scriptie ‘Cooling of a hot smoke layer by a sprinkler spray – Validation of a CFD-model’ waarmee hij afstudeerde aan de masteropleiding Building Physics and Services van de TU Eindhoven.

Advertentie

NEN 6069 gecorrigeerd

15 april 2019

Het NEN heeft begin deze maand een correctieblad gepubliceerd bij de NEN 6069+A1. Deze Nederlandse norm geeft de methoden voor het beproeven en klasseren van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten in Nederland. De norm uit 2011 kreeg in 2018 al een aanvulling (A1:2018). Het verse correctieblad (C1:2019) dient enkele onduidelijkheden bij toepassing van de norm in de praktijk weg te nemen. De mutaties betreffen deuren en zijlichten, vliesgevels en horizontale brandoverslag.

Deurconstructies die breder zijn dan 6 m en beweegbare delen bevatten, moeten voldoen aan het criterium EI2 van de norm. Bij toepassing van zijlichten in deze constructies kán een beweegbaar deel minder dan 6 m breed uitvallen. In dat geval leidt de oude normtekst tot een onbedoelde eis met een criterium EI2 aan het beweegbare deel. Hierop zijn nu correcties doorgevoerd.

Over de beoordeling en beproeving van vliesgevels is de bestaande tekst verduidelijkt. Hierdoor wordt de relatie verhelderd tussen NEN 6069+A1 en NEN-EN 1364-4, de Engelstalige norm uit 2014 voor het bepalen van de brandwerendheid van niet-dragende bouwdelen – deel 4: Vliesgevels – Gedeeltelijke opstelling.

  • Inclusief correctieblad en aanvulling is de NEN 6069 á € 65 (excl. btw) te bestellen in de NEN-Shop  De NEN 6069+A1+C1:2019 nl vervangt de NEN 6069+A1:2016 nl

Advertentie

Studiedag Brandveiligheid gevels: BZK-tool vergemakkelijkt inschatten brandrisico

5 april 2019

De NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ heeft haar eerste twee edities beleefd: afgelopen donderdag 7 maart en woensdag 20 maart, beide malen in een uitverkocht kantoor Metaalunie, Nieuwegein. Aanleiding voor de kennisbijeenkomst is de landelijk gewenste inventarisatie en beoordeling van private en overheidsgebouwen op (verhoogd) brandrisico in de gevel. Tot dit ‘veldonderzoek’ riep Minister Ollogren van Binnenlandse Zaken eind vorig jaar op. De uitvoering is nu aan de gemeenten.

Als handige hulp bij het traceren en wegen van gebouwen op (gevel)brandrisico is er nu de ‘BZK risicotool Brandveiligheid gevels’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De tool werd tijdens de studiedag uit de doeken gedaan door Rudolf van Mierlo van DGMR, samensteller van de tool. De risicotool omvat spreadsheets met een viertal kenmerken van de gevel (zoals de materialisering van het buitenblad en de aanwezigheid van een geventileerde spouw) en vijf kenmerken van het gebouw en het gebruik van het gebouw (waaronder de gebruiksfunctie, gebouwhoogte en ligging van vluchtroutes). Voor elk kenmerk moet een waarde worden ingegeven, afkomstig uit een korte lijst van opties. Na invoer op alle negen kenmerken volgt de indeling van het gebouw in een van de klassen: rood, oranje, geel, groen. De kleurcodering staat (uiteraard) symbool voor de grootte van het (potentieel) risico.

Bij relatief hoge gebouwen met een zorg-, woon- of logiesfunctie kan de tool eenvoudig een eerste quickscan verzorgen. ‘Het kan met weinig brandtechnische kennis worden uitgevoerd’, aldus Van Mierlo, ‘Stap op de fiets, inspecteer de gebouwen en voer de bevindingen in de tool. Er rolt vanzelf een beoordeling uit.’ Die beoordeling dient wel als opmaat van nadere studie en analyse. Van Mierlo: ‘Het is een ruwe indicatie, een startpunt van waaruit je verder onderzoek moet doen’.

De BZK Risicotool is hier gratis te downloaden. Behalve het rekenblad zijn daar kosteloos als PDF op te halen: de toelichting op de tool, de Handreiking Beoordeling brandveiligheid gevels, het Protocol inventarisatie en onderzoek brandveiligheid gevels en de brief van minister Ollogren aan de gemeenten.

  • De NEN-studiedag van 7 of 20 maart gemist? Dinsdag 23 april a.s. is de derde aflevering, wederom bij de Metaalunie in Nieuwegeing. Inschrijven kan hier. De deelnamekosten bedragen (slechts) € 195 (p.p.).
  • Een uitgebreid verslag van de eerste twee episodes kunt u lezen op brandveilig.com
  • Foto: Bibliotheek Deventer (Bierman Henket architecten, © Joep Jacobs)

Advertentie

Brandweer druk bezet in 2018

25 maart 2019

Het CBS heeft afgelopen woensdag de nieuwe, definitieve cijfers gepubliceerd over meldingen van branden en andere incidenten in 2018. Daaruit blijkt dat de Nederlandse brandweerkorpsen in het voorbije jaar bepaald niet hebben stilgezeten. Bij de meldkamers van de veiligheidsregio’s kwamen bijna 244.600 meldingen binnen, waarvan 117.980 brandmeldingen en 126.620 verzoeken om hulpverlening. Dat is 12 procent meer dan in 2017. Over dat jaar noteert het CBS in totaal 218.920 meldingen: ruim 115.340 voor brand en 103.580 voor hulpverlening.

De vele natuurbranden in de maanden juni en juli van het vorig jaar deden een behoorlijke duit in het zakje. ‘We zijn twee keer zo vaak uitgerukt dan in de jaren daarvoor’, bevestigt Stephan Wevers, voorzitter van Brandweer Nederland. ‘Bij branden in de natuur rukt de brandweer standaard met meerdere eenheden uit, om zo een snelle uitbreiding te voorkomen. Ondanks de vakantieperiode, waren er steeds voldoende collega’s – zowel vrijwilligers als beroepskrachten – snel beschikbaar. Ook al waren deze branden niet om de hoek van de kazerne, maar vaak in afgelegen gebied. We deden er gemiddeld 12 seconden langer over om bij onze bestemming te komen, maar dat is te verklaren door het feit dat de rijtijd naar een afgelegen natuurgebied langer is dan in stedelijk gebied. Vanuit 960 kazernes zijn we gemiddeld in minder dan acht minuten ter plaatse.’ Wevers vindt het goed dat dit nog steeds binnen de normtijden is. ‘Sneller gaat niet. Ondanks toegenomen verkeersdrukte zijn deze cijfers al jaren stabiel en behoren hiermee tot een van de snelste brandweerorganisatie van Europa.’

Mede door de stijging van natuurbranden, op grotere afstand van de kazerne, viel de gemiddelde responstijd van de brandweer in 2018 iets hoger uit dan in 2017, zo wijzen de CBS-cijfers inderdaad uit. Gemiddeld kost ’t de brandweer 7,9 minuten om ter plaatse te zijn. Dat is 0,2 minuten ofwel 12 seconden langzamer dan een jaar eerder. De gemiddelde alarmeringstijd en rijtijd nemen beide met 6 seconden toe. De gemiddelde rijtijd was vooral hoger in regio’s met meer natuur- en bermbranden dan in 2017.

Ook het aantal verzoeken om hulpverlening steeg fors in 2018: met 23.000 ten opzichte van het jaar ervoor. Wevers: ‘We zien een voorzichtige trend dat de brandweer vaker wordt ingezet voor hulp. We hebben – naast de natuurbranden – ook vaker te maken met de toename van hulpverlening, waaronder ongevallen en stormen. We gaan kijken of dit incidenten zijn of dat er sprake is van een patroon waar we de komende jaren mee te maken krijgen en welke impact dit heeft op onze brandweerorganisatie.’

Advertentie

PPS bij industriële incidentbestrijding nader verkend

17 maart 2019

Branden en andere incidenten bij grote industriële bedrijven zijn vaak sneller en effectiever te bestrijden als de bedrijfsbrandweren en de overheidskorpsen goed samenwerken. Maar hoe dat je dat? Het IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) heeft ’t onderzocht.

Diverse grotere industriële ondernemingen in ons land beschikken over een eigen bedrijfsbrandweer met veel specifieke kennis, kunde en materieel voor het bestrijden van industriële branden en verwante incidenten. Ze bezitten een eigen gaspakkenteam, een eigen schuimvoorraad. Ook hebben ze vaak samenwerkingsafspraken met hun brandweerregio.

Voor een bovenregionale inzet bestaan dergelijke afspraken echter nog niet en dat moet veranderen, vindt de stuurgroep Verkenning samenwerking overheids- en bedrijfsbrandweren, waarin de overheids- en bedrijfsbrandweren zijn vertegenwoordigd. Immers, een industriële brand of bijvoorbeeld een transportongeval met gevaarlijke stoffen kan overal plaatsvinden en bovenregionale consequenties hebben.

Daarom heeft de stuurgroep aan het IFV opdracht gegeven om nut, noodzaak en mogelijkheden voor publiekprivate samenwerking (PPS) bij bovenregionale inzet nader te verkennen. Het IFV heeft de theorie over PPS (modellen, succesfactoren en structuren) tegen het licht gehouden en de bestaande praktische samenwerkingsverbanden in Nederland en buitenland op dit gebied in kaart gebracht.

Via interviews zijn ook de wensen ten aanzien van PPS van beleidsbepalende functionarissen bij zowel bedrijfs- als overheidsbrandweer geïnventariseerd. Ze zijn onder meer bevraagd over de gewenste PPS-scenario’s bij bovenregionale inzet, aankomsttijden, aansprakelijkheid tijdens een inzet en hoe de bovenregionale PPS zou moeten worden doorgevoerd.

Het IFV heeft alle bevindingen, inclusief conclusies en literatuurlijst, vastgelegd in het rapport ‘Bovenregionale publiekprivate samenwerking tussen de overheidsbrandweer en bedrijfsbrandweren ten behoeve van industriële incidentbestrijding’. De 80 pagina’s tellende uitgave (februari 2019) is hier gratis als PDF te downloaden.

  • Foto: IFV.

Advertentie

Aanklachten Grenfell in de wacht

7 maart 2019

Pas eind 2021 wordt bekend gemaakt wie wordt (of worden) aangeklaagd voor de desastreuze brand in de Grenfell Tower in Londen op 14 juni 2017. Bij de brand in het 24-laagse woongebouw met sociale-huurappartementen vielen 71 dodelijke slachtoffers en 77 gewonden.

De betrokken onderzoekers en aanklagers laten weten dat het onderzoek en de verhoren nog ruim 2,5 jaar in beslag gaan nemen. ‘We hebben altijd gezegd dat het tijd gaat kosten. Willen we het onderzoek grondig en volledig doen, dan moeten we alle relevante informatie overwegen’, stelt onderzoeksleider Matt Bonner. ‘Al het bewijsmateriaal dat in het onderzoek naar boven komt, moet in het eindrapport komen te staan.’ De nabestaanden, overlevenden en de verdere lokale gemeenschap is volgens Donner van het tijdspad op de hoogte gesteld. Het Grenfell-dossier omvat inmiddels 476.000 documenten.

Veel gedupeerden zijn boos of verontwaardigd. ‘Extreem frustrerend en ontmoedigend dat het onderzoek zo lang moet duren’, aldus een woordvoerder van de overlevenden en nabestaanden in een reactie in The Guardian.

  • Foto: Tasnim news.

Advertentie

Artsen starten onderzoek naar brand en andere incidenten in Nederlandse ziekenhuizen

26 februari 2019

Dennis Barten en Nathalie Peters, beide als arts verbonden aan de afdeling SEH (Spoedeisende Hulp) van het VieCuri Medisch Centrum Venlo gaan onderzoeken hoe ziekenhuizen in ons land omgaan met crisissituaties zoals brand.

Ziekenhuizen geven vrijwel nooit ruchtbaarheid aan incidenten, bijvoorbeeld in de vorm van een publicatie, stellen de arts-onderzoekers vast. Dat kan anders, want juist door te publiceren kunnen ziekenhuizen van elkaar leren, meent het tweetal. Op hun SEH in Venlo kwam op 18 mei 2017 het plafond naar beneden. Niemand raakte gewond en het ziekenhuis wist snel vervangende opvang van patiënten te regelen. Barten en Peters wijdden een wetenschappelijke publicatie aan het incident dat wereldwijd werd gedistribueerd onder vakgenoten en andere betrokkenen binnen de ziekenzorg. Daarbij ontdekten ze dat het aantal internationale uitgaven over omgaan met incidenten binnen ziekenhuizen op de vingers van een hand te tellen zijn.

‘We willen in kaart brengen wat de afgelopen tien jaar in Nederlandse ziekenhuizen is voorgevallen’, zegt Barten ‘Dan kunnen ziekenhuizen zich beter voorbereiden.’ In rampenplannen van ziekenhuizen is weliswaar in het algemeen beschreven hoe om te gaan met brand, maar voor acute voorvallen op specifieke afdelingen bestaat volgens de Venlose artsen geen ‘plan B’. Het kan dan gaan om het uitvallen van de ICT, zoals onlangs in een Nijmeegs ziekenhuis, of het weigeren van de noodstroomvoorziening in een instelling in Roermond.

In Venlo is gelukkig veel goed gegaan, maar zijn ook fouten gemaakt waaruit de artsen leringen hebben getrokken, aldus Peters en Barten. ‘Zo is de pers te laat geïnformeerd, waardoor een geruchtenstroom is ontstaan. De volgende keer gaan we eerder communiceren’, belooft Barten. De beide artsen verwachten dik drie jaar voor hun onderzoek uit te trekken.

  • Foto: VieCuri Medisch Centrum, Venlo (aan de amstel architecten, Sweegers en de Bruyn Ingenieurs).

Advertentie

Drie dagen brandkennis

14 februari 2019

Brandveiligheid. Het blijft een veelomvatttend aandachtsveld van het ontwerpen en dimensioneren van staal- en staal-betonconstructies van gebouwen. Wat zijn de eisen en randvoorwaarden en welke concepten en oplossingen zijn voor handen om de (draag)constructie van uw gebouw op een economische manier brandveilig te maken? Die vragen kunt u zelf (nog beter) beantwoorden na deelname aan de driedaagse cursus ‘Brand en brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies’ van Bouwen met Staal.

De cursus start donderdag 14 maart a.s. in De Meern met een middag-/avond over de verschillende brandveiligheidsconcepten voor gebouwen, de brandveiligheidseisen voor hallen en verdiepinggebouwen en de brandwerendheidseisen voor draagconstructies en gevels. Daarna volgt tekst en uitleg over de verschillende oplossingen voor het (verhogen van) de constructieve brandwerendheid. Over de keuze en inzet van brandwerende plaat, -mortel of -coating, maar ook over de mogelijkheden om het staal zónder aanvullende bescherming toe te passen.

Cursusdag twee, op donderdag 21 maart, staat in het teken van het berekenen van de brandwerendheid van staalconstructies volgens EN 1993-2 en de inzet van Fire Safety Engineering (FSE) in de projectpraktijk. Dat gaat vergezeld van demonstraties van rekentools als Ozone (voor het bepalen van de temperatuurontwikkeling bij natuurlijke brand en de thermische respons van de staalconstructie, op basis van EN 1991-1-2) en CaPaFi (berekening van de opwarming van staalconstructiedelen bij branden in parkeergarages, volgens EN 1991-1-2).

Op de slotdag, donderdag 28 maart 2019, krijgt docent Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) gezelschap van Rob Stark (mede-directeur en constructief ontwerper bij IMd Raadgevende Ingenieurs). Het duo zet het rekenen aan staal-betonconstructies bij brand volgens EN 1994-1-2 uiteen. Hierbij worden de gebruiksmogelijkheden getoond van de rekentools Potfire (betongevulde buiskolommen), Gligger (geïntegreerde stalen liggers) en MACS+ (staalplaat-betonvloeren met stalen liggers).

Deelnemen aan de cursus kost u € 1.335, als uw bedrijf lid is van Bouwen met Staal óf € 1.565 als dat (nog) niet zo is. voor overige deelnemers). Bij de prijs zijn inbegrepen de avondmaaltijden, de syllabus met powerpointsheets van de inleiders én een uitgebreide collectie relevante literatuur, waaronder de Bouwen met Staal-boeken ‘Brand – Eurocode 3’ en ‘Staal-beton – Eurocode 4 en de ontwerphandleiding en het achtergronddocument bij de tool MACS+. Deelnemende constructeurs ontvangen bovendien 9 KE/PE-punten (permanente-educatiepunten) voor het Constructeursregister.

  • Programma en aanmeldingsformulier
  • Foto: Trainingsaccommodatie 1908 Feijenoord, Rotterdam (architectuur: Moederscheim Moonen Architects, constructief ontwerp: IMd Raadgevende Ingenieurs, © Bart van Hoek Architectuurfotografie). De draagconstructie van het gebouw bestaat een staalskelet (met schuin geplaatste kolommen in de gevelzones), gecombineerd met verdiepingvloeren van kanaalplaten met geïntegreerde stalen liggers. Het gebouw is vorig jaar opgeleverd.

Advertentie

Handreiking voor incidentbestrijding wegtunnels

4 februari 2019

Branden of andere calamiteiten in verkeerstunnels zijn – gelukkig – geen dagelijkse kost. Maar hierdoor is ‘t lastig ervaring op te bouwen in het bestrijden ervan. Leerrijke praktijkervaringen die wél zijn opgedaan alsook de bruikbare praktische kennis voor doeltreffende repressieve acties zijn nu vastgelegd in de ‘Handreiking voor multidisciplinaire afstemming bij incidentbestrijding in wegtunnels’.

Zoals de titel al suggereert, wil de IFV-publicatie handvatten bieden voor een eenduidige en efficiënte samenwerking tussen de verschillende disciplines die doorgaans bij het bestrijden van een tunnelincident betrokken zijn. Het gaat dan om medewerkers van de hulpverleningsdiensten, maar ook van ondersteunende diensten zoals berging- en salvagebedrijven en uiteraard de tunnelbeheerders bij bijvoorbeeld Rijkswaterstaat of provincie. Zij kunnen de Handreiking ter hand nemen voor het opstellen van incident- en calamiteitenbestrijdingsplannen, conform de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw) en de bijbehorende Regeling (Rarvw). In de plannen wordt de afstemming tussen de betrokkenen disciplines geformaliseerd. Wie wat zou moeten doen, staat in de Handreiking beschreven.

Daarbij belicht de publicatie een viertal veelkomende typen incidenten en calamiteiten, waarbij multidisciplinaire afstemming een grote rol speelt: brand, ongeval met gevaarlijke stoffen, ernstige aanrijding en aanrijding met (vermoeden van) letsel. De aspecten van afstemming worden behandeld per fase van de incidentbestrijding: melding en contact, alarmering, aanrijden, opstellen, verkennen, bestrijding en herstel en afschaling.

Het IFV heeft de uitgave samengesteld samen met Rijkswaterstaat, meldkamers, veiligheidsregio’s en politie. Dat gebeurde in opdracht van het Stakeholdersoverleg Tunnelveiligheid waaraan Rijkswaterstaat, de hulpverleningsdiensten en het platform niet-rijkstunnels deelnemen.

Behalve voor plannen en afspraken is de publicatie ook te gebruiken voor het vorm en inhoud geven aan multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. Bij het kennisdocument gaat eveneens een factsheet. Hierin is de handreiking op kernpunten samengevat. Beide documenten zijn hieronder kosteloos te downloaden.

Programma studiedag Brandveiligheid gevels is rond

21 januari 2019

De NEN-studiedag ‘Brandveiligheid gevels’ heeft een definitief programma. De dag staat geheel in het teken van het brandveilig ontwerpen, bouwen en onderhouden van gevels, uiteraard óók in relatie tot wat zich achter de gevels bevindt. De kennissessie vindt tweemaal plaats: donderdag 7 maart en woensdag 20 maart a.s., beide keren bij de Koninklijke Metaalunie in Nieuwegein.

Actuele aanleiding voor de studiedag is de lopende inventarisatie door de Nederlandse gemeenten van mogelijk risicovolle gevels en gebouwen, zowel in privaat als gemeentelijk eigendom. De inventarisatie is aangewakkerd door minister Ollongren van Binnenlandse Zaken per brief van 30 november 2018 en vormt een van de gecoördineerde landelijke reactie op de fatale brand in de Grenfell Tower in Londen op 14 juni 2017.

Wico Ankersmit, het gezicht van de Vereniging Bouw & Woningtoezicht Nederland, is gestrikt als dagvoorzitter. Hij belicht het doel van de dagvullende bijeenkomst en staat stil bij de verantwoordelijkheden en verantwoordelijken voor de brandveiligheid van het gebouw, de gevel in het bijzonder. Nico Scholten (ERB) is aangetrokken voor het inzicht in theorie en relevante bouwregelgeving: wat is een gevel en wat zijn de eisen aan brandgedrag en de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag?

De werking van de nieuwe BZK-risicotool Brandveiligheid Gevels wordt van uitleg voorzien door Rudolf van Mierlo (DGMR). Victor Termijn (Gemeente Rotterdam) deelt ervaringen en tips voor het gebruik van de Rotterdamse risicotool. Deze tool wordt al sinds mei vorig jaar binnen de gemeente Rotterdam ingezet bij de inventarisatie en analyse van de brandveiligheid van gebouwgevels en heeft gediend als basis voor de BZK-tool.

De andere sprekers van de studiedag: Ruud van Herpen (Nieman), David den Boer (Peutz), Emiel Wassenaar (LBP Sight), Henk Zoontjens (VMRG), Leo Oosterveen (BBN) en Esther Hebly (DGMR). Het volledig programma vindt u op de NEN-webpagina, klik op tab 'programma'

De studiedag is vooral een ‘must visit’ voor bouwtoezichtmedewerkers, gebouweigenaren en –beheerders, architecten, (brandveiligheids)adviseurs, aannemers en leveranciers. Deelnemen kost € 195 (per persoon). Inschrijven kan via de website van het NEN.

Het initiatief tot de studiedag komt van de werkgroep ‘Brandveiligheid gevels’. In deze groep hebben 21 organisaties en bedrijven zitting. Vanuit dit collectief opereren BBN (Brandveilig Bouwen Nederland), DGMR, ERB (Expertisecentrum Regelgeving Bouw), VMRG, NEN en Bouwen met Staal als medeorganisator en -promotor van het event.

  • Foto: Technova College, Ede (architectenbureau cepezed, © Lucas van der Wee).

Advertentie

Informatieve hulp voor bedrijfshulpverlening

8 januari 2019

Richtsnoeren voor het doelmatig inrichten van de bedrijfshulpverleningsorganisatie op brandrisico’s en –scenario’s en handvatten voor doeltreffend optreden bij brand. Dat is – kort gesteld – wat het nieuwe kennisdocument ‘Bewust omgaan met (brand)risico’s van het Nederlandse Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) te bieden heeft aan de ‘voorpost van de brandweer’.

Het NIBHV heeft het handboek gemaakt samen met de Brandweeracademie van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). De auteurs zijn René Hagen en Louis Witloks. De publicatie presenteert het kader voor het optreden van de bhv en levert vervolgens een specifieke brandveiligheidsanalyse voor de bhv (SBA-bhv). Met deze methode zijn – in vijf stappen – de optimale keuzes te maken voor het inrichten van de bhv-organisatie. De methode op de criteria kwaliteit, kwantiteit en kosteneffectiviteit en is toepasbaar bij zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

Het kennisdocument is gebaseerd op recent onderzoek en studie uit binnen- en buitenland en de veranderde inzichten in brandveiligheid die daaruit volgen. Zo benadrukt de brandweer, veel meer dan vroeger, de risico’s en gevaren van rook. Ook zijn in de publicatie gegevens verwerkt over waar branden ontstaan, hoe branden zich ontwikkelen en hoe de bhv erop kan acteren.

De uitgave is vooral als handboek en naslagwerk voor leidinggevenden van bhv-organisaties en brandveiligheidsadviseurs. Ook is ’t in te zetten bij voorlichting en educatie. Het boek is dan ook het vertrekpunt voor nieuwe lesstof en opleidingen voor instructeurs en bedrijfshulpverleners die het NIBHV in september van dit jaar introduceert.

Reageren

Heeft u vragen, opmerkingen óf een wetenswaardig bericht voor deze pagina? Stuur uw mail naar: brand@bouwenmetstaal.nl