Kantoren
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hallen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Woningen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hoogbouw
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Parkeergarages
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS

Actualiteiten

Brandweer mag vliegen met drones

10 juni 2018

Voor Brandweer Nederland kon het afgelopen weekend niet beter beginnen. Jongstleden vrijdag ontving de brandweerorganisatie de landelijke beschikking voor het vliegen met drones tijdens incidenten in geheel Nederland. In de landelijke beschikking, verleend door de Inspectie Leefomgeving en Transport, zijn meerdere ontheffingen opgenomen. Een daarvan maakt het mogelijk om drones ook in de nachtelijke uren in te zetten.

'We zijn ontzettend trots dat het ons is gelukt dit ingewikkelde traject voor elkaar te krijgen’, zegt Diemer Kransen namens Brandweer Nederland. ‘De complimenten gaan uit naar onze medewerkers die zich hier de afgelopen jaren intensief voor hebben ingezet. Luchtvaartwetgeving is zeer ingewikkeld. Het doet ons goed dat wij over het traject dat is doorlopen de complimenten van de Inspectie hebben gekregen. Belangrijker is dat we nog betere hulp kunnen verlenen en daar is het ons natuurlijk allemaal om te doen. Het zijn onze ogen in de lucht.’

De landelijke beschikking vormt ook een 'stepping stone' op weg naar een nationale brandweer-vliegdienst die eind dit jaar in bedrijf zou moeten zijn (lees ook het nieuwsbericht van 25 april 2018 op deze pagina).

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Oefenen van incidenten, vanachter het bureau

4 juni 2018

Je vakbekwaamheid op peil houden, voorbereid zijn op incidenten en daarbij nog beter weten welke beslissing of maatregel je op welk moment moet nemen: voor een hulpverleningsorganisatie als de brandweer zijn oefeningen in de praktijk essentieel. Maar het organiseren van zo’n oefening gaat niet altijd over rozen. En vooral leidinggevend personeel kan zich niet altijd vrijmaken van andere, evenzeer belangrijke taken. BA-ADMS biedt dan uitkomst.

BA-ADMS is een nieuwe tool van IFV en Brandweeracademie waarmee medewerkers van de brandweer, maar ook politie, GHOR, Defensie en BHV-organisaties op de computer de meeste uiteenlopende incidenten kunnen oefenen. Van een verkeersongeval of een incident met een trein in een tunnel tot een natuurbrand of een brand in een woning, bedrijfspand of ondergrondse parkeergarage.

Bij de virtuele oefening kunnen verschillende hulpverleningsdisciplines, voertuigen en materieel worden ingezet. Met de joystick in de hand betreden de deelnemers de nagebootste oefenomgeving en voeren de opdrachten uit van hun virtuele bevelvoerders. De acties van de deelnemers bepalen het verloop van het incident. Hoe beter de beeld-, oordeels- en besluitvorming, des te gunstiger is het verloop (en de afloop) van het incident.

BA-ADMS is te gebruiken voor zowel individuele als groepsoefeningen. Deelnemers kunnen in relatief korte tijd meerdere incidenten oefenen. Tijdens een oefening worden ze direct geconfronteerd met de gevolgen van hun acties bij een incident en kunnen ze de oefening op elk gewenst moment stoppen of bijsturen. De moeilijkheidsgraad is instelbaar. Van elke oefening worden opnamen gemaakt, die kunnen dienen als voer voor de evaluatie.

De geboden oefenomgevingen zijn nauwkeurige weergaves van de werkelijkheid. Door het instellen van geluidseffecten, weersomstandigheden en licht of duisternis zijn de verschillende incidenten in verschillende situaties realistisch na te bootsen. Ook kan de gebruiker zijn eigen infrastructuur in het systeem implementeren om zo oefeningen te creëren die op mogelijke incidenten in de eigen regio zijn toegesneden. De tool is in eigen beheer toe te passen, maar brandweerkorpsen kunnen er ook voor kiezen om de oefeningen te laten verzorgen door de Brandweeracademie. Virtueel examineren is eveneens een optie met BA-ADMS.

Tot de afnemers van het systeem behoren Stichting Brandweeropleidingen BOGO en de Veiligheidsregio’s Limburg-Noord, Brabant-Noord, Brabant-Zuidoost, Gooi en Vechtstreek en Amsterdam-Amstelland. Regio Midden- en West-Brabant heeft zelfs al drie exemplaren van BA-ADMS in bedrijf. De ervaringen van Midden- en West-Brabant zijn hier opgetekend.

  • Info en een animatievideo van de mogelijkheden en werking van het systeem vindt u hier.
  • Afbeeldingen: stills van oefenscenario’s in BA-ADMS (IFV/Brandweeracademie).

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Inschrijving Scriptieprijs 2018 geopend

18 mei 2018

Brandveiligheidstalenten opgelet! Ben je het afgelopen jaar afgestudeerd óf ga je dat dit jaar doen met een thesis op het gebied van brandveiligheid, dan kun je kans maken op de Scriptieprijs 2018 van IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) en VVBA (Vereniging Van Brandveiligheidsadviseurs).

De prijs vormt elk jaar de waardering voor master- en bachelor- afstudeerscripties waarin belangwekkende brandveiligheidsonderwerpen op treffende en inspirerende wijze worden uitgediept. Win je de prijs, dan toucheer je het lieve bedrag van € 1.200, uit te geven aan verdere ontwikkeling van je kennis en ervaring op het vakgebied van brandveiligheid.

Om mee te doen, dient je scriptie het slotakkoord te vormen van een master- of bacheloropleiding aan een onderwijsinstelling in het Nederlandse taalgebied. Deze instelling moet de scriptie met tenminste een voldoende hebben beoordeeld. Aan je scriptie dien je minimaal 420 studiebelastingsuren te hebben besteed.

’t Spreekt voor zich dat je als deelnemer wordt verwacht bij de expertclass ‘Next Generation’, 13 september a.s. bij de TU Eindhoven, want dan worden de genomineerden voor de prijs bekend gemaakt. Ben je genomineerd, dan ben je ook te gast op het internationale FSS-congres op 15 november bij IFV in Arnhem. Daar wordt de winnaar van de Scriptieprijs 2018 wereldkundig gemaakt.

  • Je kunt je scriptie – tót 1 september 2018 – als PDF insturen naar Natinja Kuilder van Nieman Raadgevende Ingenieurs, via e-mail n.kuilder@nieman.nl.
  • De deelnamecriteria en verdere info vind je in deze PDF
  • Alle ingezonden scripties van voorgaande edities van de Scriptieprijs zijn te downloaden via www.fellowfse.nl
  • Foto: Monsterboard.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Brandgevaarlijke gevels gezocht

7 mei 2018

Gemeente Rotterdam en Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond gaan – als eersten in ons land – actief op zoek naar gebouwen in de havenstad, met een private eigenaar en een verhoogd risico op brandoverslag via de gevel. De actie is een reactie op de brand in de Grenfell Tower in Londen, 14 juni vorig jaar. Deze brand eiste 71 dodelijke slachtoffers.

Eerder al gingen gemeente en veiligheidsregio naar aanleiding van de Grenfell-brand te rade bij DGMR, Nieman Raadgevende Ingenieurs en Adviesbureau Hamerlinck voor de beoordeling van brandrisico’s van gevels van alle gemeentelijke gebouwen. Na een gebouweninventarisatie liet gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht dertig gebouwen nader inspecteren. Alle dertig kwamen als veilig uit de bus.

Controle van private gebouwen is nu de vervolgstap, wederom aan de hand van de richtsnoeren van de drie adviesbureaus. Hun aanbevelingen hebben niet alleen betrekking op de toegepaste gevelmaterialen en de opbouw van de spouw, ook is bijvoorbeeld meegewogen hoe hoog het gebouw is, of ’t een slaapfunctie vervult en hoe ’t staat met de voorzieningen en organisatie van ontvluchting bij brand. Bij het opstellen van een lijst van risicopanden valt de gemeente onder meer terug op gegevens in vergunningaanvragen en data van de gemeentelijke afdeling GIS+Advies. GIS staat daarbij voor Geografisch Informatie Systeem.

Een van de betrokken brandveiligheidsadviseurs, Ralph Hamerlinck, juicht de Rotterdamse aanpak toe: ‘Alle lof daarvoor, het is naïef om er vanuit te gaan dat we het in Nederland beter voor elkaar hebben dan in Engeland.’ Hij laakt het lijdzaam afwachten van de conclusies van het onderzoek naar de Grenfell-brand: ‘Er zijn in Nederland zeker gebouwen die niet aan onze beoordelingsnormen voldoen.’

Van één gebouw op Rotterdams grondgebied is al langer bekend dat de gevel niet voldoende brandveilig is: Gebouw C van de Hogeschool Rotterdam. Afgelopen donderdag (3 mei) werd bekend dat de problemen bij dit gebouw aan de Kralingse Zoom nog groter zijn dan wat bij de voorlopige inspectie in januari was vastgesteld. Nieuw, grondiger onderzoek wijst uit dat niet alleen de gevelplaten aan de buitenzijde, maar ook de binnenzijde bij entree en corridor niet voldoen.

Direct na de eerste controle in januari (in opdracht van de onderwijsinstelling zelf) heeft de Hogeschool het pand deels buiten gebruik gesteld. De betreffende onderwijsactiviteiten werden verhuisd naar een andere locatie in het centrum van Rotterdam. Naar aanleiding van het nieuwe onderzoek heeft de Hogeschool besloten de nog aanwezige 3.000 studenten van de Rotterdam Business School deze zomer onder te brengen in een gebouw op de Kop van Zuid. Pand C wordt daarna waarschijnlijk gesloopt.

Het is zeker niet ondenkbaar dat de Rotterdamse aanpak navolging krijgt. De gemeente heeft de ontwikkelde beoordelingsmethodiek al gedeeld met het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • Bronnen: ANP en Cobouw.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Landelijke brandweervliegdienst zet landing in

25 april 2018

Het sneller en efficiënter opsporen en monitoren van branden, identificeren van gevaarlijke stoffen, vinden van mogelijke slachtoffers en het ondersteunen van onderzoek ná de brand. De onderscheidende opties van drones ter verbetering van de brandveiligheid in Nederland zijn talrijk en veelbelovend. Een brede toepassing van de onbemande vliegtuigjes door de brandweer laat echter nog op zich wachten.

Lang gaat dat niet meer duren, als je ‘t vraagt aan Martijn Zagwijn, operationeel manager van de vliegorganisatie van de brandweer Twente. ‘Het is de bedoeling dat Nederland voor het eind van dit jaar een landelijke vliegdienst operationeel heeft: een netwerk van drones die overal in ons land, 24 uur per dag, zeven dagen per week inzetbaar zijn. Dat is de opdracht die we van Brandweer Nederland hebben gekregen’, meldt Zagwijn in een recent interview met De Telegraaf.

Daartoe neemt Brandweer Twente samen met Brandweer Midden- en West Brabant als pilot-regio’s deel aan het drone-project van Brandweer Nederland, in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Dit project moet uitmonden in één nationale brandweer-vliegorganisatie met landelijk geldende bevoegdheden, verantwoordelijkheden en gebruiksprocedures die ook corresponderen met hoe politie en defensie met drones werken.

Bevoegdheden, verantwoordelijkheden en gebruiksscenario’s worden onder meer vastgelegd in een operationeel handboek voor de vergunningsverlening door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Voor het beroepsmatig vliegen met drones is een vergunning van ILT vereist. ‘ILT heeft ’t daar nu nog lastig mee, omdat er 25 autonome brandweerkorpsen zijn. Als er een landelijke vliegorganisatie is, krijgen we als brandweer in Nederland één vliegvergunning.’ zegt projectleider Wilbert Kleijer.

Kleijer is als officier werkzaam bij pilotregio Brandweer Midden- en West Brabant dat er al aardig wat drone-uren op heeft zitten. ‘Met drones kunnen we beter, sneller en goedkoper optreden’, weet Kleijer uit ervaring. ‘Je kunt bijvoorbeeld een drone met warmtebeeldcamera’s rond een pand laten vliegen om hittebronnen en vuurhaarden in de kaart te brengen. Van deze informatie kan de brandweer dankbaar gebruik maken bij het bepalen van de repressieve inzet en daarmee veel effectiever de uitbreiding of overslag van brand voorkomen’.

Brandweer Twente doet al sinds 2013 bij hulpverleningsacties een beroep op haar Argus-drone. Toegerust met een warmtebeeldcamera en een gewone camera levert Argus live-beelden van de branden aan de laptop van de bestuurder. Al tien keer vloog de Argus uit, bijvoorbeeld vorig jaar bij een brand bij een metaalverwerkingsbedrijf waar de brandhaarden zeer moeilijk toegankelijk waren.

‘Dankzij de drone konden we precies zien waar de heetste plekken zaten, zodat we die met bulldozers uit elkaar konden duwen’, memoreert Martijn Zagwijn. ‘Waar we nu op wachten is dat we ook in het donker mogen vliegen. De bedoeling is dat die toestemming er snel komt.’ Zagwijn verwacht dat de inzet van drones dan zeker toeneemt. ‘Juist als het donker is, geven drones een veel beter zicht op de situatie dan het blote oog’.

Binnen het drones-project van Brandweer Nederland wordt ook gewerkt aan een uniform opleidingsprogramma voor ‘brandweerpiloten’. Voor de praktijktrainingen lijkt vliegbasis Twente de aangewezen locatie. Hier is het vliegen met zware, professionele drones toegestaan.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Koolmonoxidemelder verplicht?

13 april 2018

Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken gaat onderzoek initiëren naar de opties tot het verplicht stellen van koolmonoxidemelders in nieuwbouwwoningen en woningen die gerenoveerd zijn. Hiermee reageert de minister, namens het kabinet, op het verzoek van de oppositiepartijen 50PLUS, GroenLinks en SP.

‘Koolmonoxide is een sluipend gif dat mensen ziek kan maken. Het melden bespaart dus niet alleen levens, maar ook ziektekosten’, stelt 50PLUS-roerganger Henk Krol onomwonden. De kosten van de melders zijn volgens hem verwaarloosbaar. Ollongren benadrukt dat ze het probleem bij de bron wil aanpakken, onder meer via een certificaat voor installateurs. Zij moeten ‘ontzettend goed’ omgaan met installaties om koolmonoxidevergiftiging te voorkomen, vindt de bewindsvrouw.

Koolmonoxide (CO) is geur- en kleurloos. Door afgifte van een duidelijk hoorbaar geluidssignaal (zo’n 80 dB) waarschuwt een koolmonoxidemelder de bewoner voor de aanwezigheid van (te) hoge concentraties CO in de ruimte. Het gas komt vrij bij onvolledige verbranding, bijvoorbeeld bij (minder goede werkende) gasfornuizen en -ovens, gashaarden, boilers en cv-ketels. Het risico op koolmonoxide in huis neemt de laatste jaren toe doordat woningen steeds beter worden geïsoleerd en het gas minder gemakkelijk kan ontsnappen.

In het algemeen is één CO-melder afdoende voor een ruimte tot 40 m2 vloeroppervlakte. Voor optimaal functioneren dient de melder tenminste 1,5 m boven de vloer te hangen. Daarnaast is voldoende afstand van verbrandingsapparaten geboden, minimaal zo’n 1,5 m. Logische locaties zijn de keuken en de CV-ruimte. Veel melders zijn toegerust met een display waarop de gegeven concentratie CO en de temperatuur zijn af te lezen. De melders zijn te koop vanaf ongeveer € 15.

  • Foto: Smartwares RM370 koolmonoxidemelder.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

NEN 6079 veestallen proof

3 april 2018

Na de NEN 6060 is nu ook de NEN 6079 geschikt voor toepassing bij veestallen. Aan NEN 6060 werd al eerder de bijlage J voor veestallen toegevoegd. NEN 6060 geeft de bepalingsmethode voor brandbeheersing en beperking van branduitbreiding van grote compartimenten op basis van de berekende vuurlast en de inzet van een maatregelpakket, zoals een rook- en warmteafvoersysteem of een sprinklerinstallatie.

Net als NEN 6060 biedt NEN 6079 een methode voor het bepalen van de brandbeheersing en beperking van branduitbreiding van grote compartimenten. Maar dan aan de hand van realistische brandscenario’s en fysische brandmodellen (risicobenadering en Fire Safety Engineering). Bij NEN 6079 gaan nu de bijlagen I en J. Bijlage I biedt de eigenlijke bepalingsmethode voor ‘lichte industriefuncties voor het bedrijfsmatig houden van dieren’. Bijlage J is informatief. Hierin vindt u onder meer het schademodel, de uitgangspunten van de referentiestallen en voorbeelden van de werking van de bepalingsmethode. De bijlagen zijn uitsluitend bestemd voor nieuwbouw van veestallen.

Bij samenstelling van de bijlagen zijn de uitkomsten meegewogen van het ‘Onderzoek naar brandveiligheid voor dieren in veestallen – Knelpunten en verbetermogelijkheden’. Hierbij zijn Wageningen UR Livestock Research en het IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) nagegaan hoe ’t staat met de naleving van de brandveiligheidseisen voor stallen. Het onderzoeksrapport met aanbevelingen voor verbetering van de regelgeving is in november 2012 verschenen en hier gratis als PDF te downloaden.

Ook zijn de brandweerstatistieken van Brandweer Nederland over de jaren 2012 tot 2016 geraadpleegd. Hierbij is rekening gehouden met de achtergronden van de publiekrechtelijke regelgeving, zoals vastgelegd in de Nota’s van Toelichting bij het Bouwbesluit 2012 en de Regeling Bouwbesluit 2012.

Het NEN heeft de bijlagen uitgebracht als aanvullingsblad op de bestaande NEN 6079 uit 2016. Daarmee luidt de normtitel: NEN 6079+C1:2016/A1:2018 nl ‘Brandveiligheid van grote brandcompartimenten – Risicobenadering’. De norm is verkrijgbaar in de NEN-Shop.

  • Voor inhoudelijke informatie over de norm: Marc Mergeay, Consultant Bouw & Installaties, tel. (015) 2 690 367 of e-mail bi@nen.nl
  • Het IFV heeft de afgelopen jaren een vijftal onderzoeken uitgevoerd naar de brandveiligheid van veestallen, waaronder de recente evaluatie van het Actieplan Stalbranden 2012-2016. Een toelichting op deze studies en downloadbare PDF-en van de onderzoeksrapporten zijn hier te vinden.
  • Foto: melkvee.nl

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

NEN 6060 nu óók voor veestallen

23 maart 2018

Speciaal voor de brandveiligheid van (grote) veestallen is de NEN 6060 uit 2015 nu toegerust met een nieuwe bijlage. Met NEN 6060 is te bepalen of een groot compartiment voldoet aan de functionele eisen in het Bouwbesluit 2012 voor het voorkomen van branduitbreiding. Dat gebeurt op grond van de berekende vuurlast en de toepassing van een maatregelpakket, zoals een sprinklerinstallatie of een rook- en warmteafvoersysteem. Bij de norm gaat nu een bijlage J met een methode voor de brandveiligheid van grote brandcompartimenten van een veestal ofwel: ‘een lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren’. De nieuwe bijlage is uitsluitend van toepassing op nieuwbouw. Net als de NEN 6060 maakt de bijlage gebruik van het gelijkwaardigheidsbeginsel in het Bouwbesluit (artikel 1.3).

Bij samenstelling van de bijlage zijn de resultaten meegewogen van het ‘Onderzoek naar brandveiligheid voor dieren in veestallen – Knelpunten en verbetermogelijkheden’. Hierbij zijn Wageningen UR Livestock Research en het Instituut Fysieke Veiligheid nagegaan hoe ’t staat met de naleving van de brandveiligheidseisen voor stallen. Het onderzoeksrapport met aanbevelingen voor verbetering van de regelgeving is in november 2012 verschenen. Naast deze studie zijn ook de brandweerstatistieken van Brandweer Nederland uit de jaren 2012–2016 geraadpleegd.

De bijlage is uitgebracht als wijzigingsblad op de bestaande norm. Behalve dit supplement zijn in de norm zelf enkele inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De officiële publicatietitel luidt nu: NEN 6060:2015/A1:2018 nl Brandveiligheid van grote brandcompartimenten en is te bestellen in de NEN-normshop.

  • Voor inhoudelijke informatie: Marc Mergeay, Consultant Bouw & Installaties, tel. (015) 2 690 367 of e-mail bi@nen.nl
  • Foto: Omgeving in de praktijk.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Rookbeheersingsinstallaties correct interpreteren

19 maart 2018

Het deskundigenpanel Rookbeheersingsinstallaties van het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid) heeft vorige maand een interpretatiebesluit gepubliceerd bij de NEN 6093 ‘Brandveiligheid van gebouwen – Beoordelingsmethode van rook- en warmteafvoerinstallaties’.

Een interpretatiebesluit dient bepaalde onduidelijkheden in een norm weg te nemen, bijvoorbeeld over hoe een tekst of een figuur moet wordt gelezen. In dit geval gaat ’t om onduidelijkheid over voorschriften voor rookluiken in sheddaken, vastgelegd in de NEN 6093 uit 1995. Hierin sluit figuur 1 niet aan op de tekst in de paragrafen 6.3.6, 6.3.7 en 6.3.8. Zo staat in paragraaf 6.3.7 dat een rookluik niet is toegestaan in een shed aan de rand van een dak, terwijl figuur 1 een rookluik in een shed aan de rand van het dak laat zien. Het besluit laat weten dat in de laatste shed of zadeldak uitsluitend rookluiken zijn toegestaan bij aanvullende voorziening en onderbouwing.

Al eerder, in mei 2017, kwam het deskundigenpanel met een interpretatiebesluit over openingen in tochtsluizen bij rookbeheersingsinstalaties. Ook dit besluit haakt aan op NEN 6093 en is van belang bij het ontwerpen van een nieuw rookbeheersingssysteem. Het systeemontwerp is onder meer afhankelijk van de ruimten en het aantal openingen. Als de openingen van het systeem niet direct uitkomen op de buitenlucht, maar via een andere ruimte lopen, worden luchtstromen beïnvloed. Het ontwerp van de installatie moet hierop worden aangepast. CFD-berekeningen kunnen hierbij uitkomst bieden.

In januari van dit jaar volgde een ‘harmonisatieafspraak’ met invulling van de eisen aan de noodstroomvoorziening van de besturingskast van een rookbeheersingsinstallatie. Deze uitgave geeft antwoord op vragen als ‘Moet de noodstroomvoorziening altijd aanwezig zijn?’ en ‘Hoe lang dient zo’n voorziening beschikbaar te zijn?’ De harmonisatieafspraak sluit aan op de NEN 6093 en op de NPR 6095-1:2012 dat de voorschriften voor aanleg bevat. Daarnaast is rekening gehouden met de effectiviteit van de rookbeheersingsinstallatie en de uitwerking van de geboden oplossingen op de kosten.

Gratis downloads:


______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Nederlandse aanvulling op Europese sprinklernorm herzien

12 maart 2018

Samen met het Deskundigenpanel VBB-systemen van het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid) heeft NEN de herziene Nederlandse aanvulling gepubliceerd op NEN-EN 12845 (revisie 1). Deze Europese norm voor ontwerp, installatie en onderhoud van automatische sprinklerinstallaties dateert van 2015 en is in het Nederlands beschikbaar.

In de herziene Nederlandse aanvulling is een groot aantal besluiten en interpretaties van het Deskundigenpanel verwerkt. Ook twee NTA’s (Nederlands Technische Afspraken) voor automatische sprinklerinstallaties zijn opgenomen, te weten NTA 8073-1 ‘Bepaling van middellijnen van armpijpen bij grote doorstroomhoeveelheden’ en NTA 8073-2: ‘Eisen voor toepassing van thermoplastische spanplafonds in gesprinklerde gebouwen.’ Deze beide NTA’s uit 2011 zijn in april 2017 al ingetrokken.

Daarnaast heeft de NEN 1073 – het Nederlandse equivalent van de NEN-EN 12845 – aanpassingen ondergaan naar aanleiding van revisie 1 van de Europese norm. Op het concept van de NEN 1073:2018 heeft de normcommissie Blusinstallaties ruim 200 commentaarregels ontvangen en verwerkt. NEN 1073:2018 vormt het eerste gepubliceerde resultaat van het convenant dat NEN en CCV op 31 maart 2016 hebben gesloten om de wildgroei in normen en andere voorschriften op het gebied van vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen (‘VBB-systemen’) een halt toe te roepen.

Het uitgave-duo NEN-EN 12845:2015 + NEN 1073:2018 vervangt de eerdere combinaties NEN-EN 12845:2015+Ontw.NEN 1073:2017 Ontw. nl en NEN-EN 12845:2004+A2:2009+NEN 1073:2010 nl

Een volgende update van de NEN 1073 staat voor 2019 op de rol.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Brandwerendheid gevelkolommen berekend

1 maart 2018

Een van de jongste telgen binnen de familie van (gratis) brandrekentools van Bouwen met Staal heet ‘Brandwerendheid gevelkolommen’. De doopnaam laat er geen misverstand over bestaan: deze tool bepaalt de brandwerendheid van stalen kolommen die zich in de gevelzone bevinden en gaat voor u na of de kolom aanvullende brandwerende bescherming, aan welke zijden en in welke laagdikten.

De tool berekent de brandwerendheid van de kolom volgens NEN-EN 1991-1-2 en NEN-EN 1993-1-2. Vooraf voert u in het profieltype (H-, I-, buis- of kokerprofiel), de kritieke staaltemperatuur van de gevelkolom (bijv. 550 ºC), de brandwerendheid van de gevel (bijv. 60 minuten) én de afstand en oriëntatie van de kolom ten opzichte van de gevel (bijv. 50 mm.) en – als u een H- of I-profiel verkiest – : ‘flens kolom evenwijdig aan de gevel’. Daarna vult u per zijde de gewenste brandwerende bescherming in (type, laagdikte en eventuele beschadiging) en de relevante productgegevens zoals de warmtegeleidingscoëfficiënt (W/(m·K)).

Voor de benodigde brandwerende bescherming kunt u kiezen uit een brandwerende coating, -plaat en -mortel. Het materiaaltype kán op alle te beschermen kolomzijden hetzelfde zijn, maar dat hoeft natuurlijk niet. U kunt bijvoorbeeld ook kiezen voor een brandwerende beplating van drie zijden van de kolom en een mortel op de vierde. Ook kunnen de laagdikten per zijde uiteenlopen.

Na het rekenwerk geeft de tool een overzicht van de brandwerendheid van de gekozen oplossing vanaf 5 t/m 120 minuten, steeds in stappen van 5 minuten. Hierdoor ziet u in één oogopslag na hoeveel minuten de kolom mét de verkozen brandwerende bescherming de kritieke staaltemperatuur bereikt.

‘Brandwerendheid gevelkolommen’ is samengesteld door Bouwen met Staal en getest en goedgekeurd door de Technische Commissie Brandveiligheid (TC 3) van Bouwen met Staal.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Dalende trend in brandmeldingen zet door

19 februari 2018

Ook in 2017 zijn bij de meldkamers van de brandweer minder meldingen van brand binnengekomen, zo blijkt uit de nieuwe statistieken van CBS. De daling, ingezet in 2014, zet daarmee door. Over 2017 noteert CBS 115.340 meldingen. Dat is een afname van ongeveer 9.000 meldingen ofwel 7 procent ten opzichte van 2016.

Van het totaal van 115.340 is bijna 71.000 meldingen afkomstig van automatische brandmeldinstallaties. Zo’n 44.000 meldingen komen telefonisch binnen. Beide typen meldingen zijn voor het derde achtereenvolgende jaar gedaald. Meer dan 50 procent van de automatische meldingen en ruim 80 procent van de telefonische worden door de meldkamers zelf afgehandeld.

In tegenstelling tot het aantal brandmeldingen, is het aantal verzoeken om hulpverlening door de brandweer het afgelopen jaar wél gestegen. Het CBS tekent bijna 104.000 aanvragen op: een toename van 5.700 (6 procent) in vergelijking met 2016. De meldkamers hebben zo’n 35 procent van deze meldingen zelf afgehandeld.

In totaal komt het aantal meldingen over 2017 uit op bijna 219.000, een reductie van 3.000 ten opzichte van het jaar ervoor. Van de 219.000 meldingen hebben 140.000 geresulteerd in het alarmeren van de brandweer, 2.000 minder dan in 2016. In bijna 130.000 gevallen is de brandweer daadwerkelijk uitgerukt. Bij 90 procent daarvan (ofwel 116.000) is de brandweer terecht ter plaatse gekomen. Een op de tien keer was dat toch niet nodig en werd de inzet afgebroken.

Brandweer Nederland is content met de verse cijfers. ‘Ze laten zien dat de brandweer zoveel meer doet dan alleen het blussen van branden’, zegt voorzitter Stephan Wevers. ‘Zo komen we steeds vaker voor hulpverlening, dat hebben we afgelopen maand kunnen zien met de storm. Met de regio’s hebben we bovendien mooie stappen kunnen zetten op de verdere ontwikkeling van de technische hulpverlening en de samenwerking op het gebied van grootschalig brandweeroptreden. We werken met elkaar nauw en succesvol samen.’

Ook in het terugdringen van loze meldingen is een positieve trend waarneembaar. Wevers: ‘Voorheen waren er veel meer nodeloze uitrukken van de brandweer door automatische brandmeldingen via een brandmeldinstallatie, met alle nadelen van dien, zowel voor de samenleving als voor de brandweer zelf. Hier heeft de brandweer de afgelopen jaren met succes stevig op ingezet met als resultaat een enorme reductie. Ook deze recente cijfers tonen aan dat er inmiddels sprake is van een trend, mede door toedoen van meer aandacht voor risicobeheersing en het project Structureel Terugdringen van Onechte en Ongewenste Meldingen’.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Voorschriften voor ontruimingsinstallaties aangepast

9 februari 2018

Voor twee delen van de vijfdelige NEN 2575 – de norm voor ontruimingsalarminstallaties van gebouwen – heeft het NEN wijzigingsbladen uitgebracht. Het betreft de wijzigingsbladen A1 voor NEN 2575-2 en A2 voor NEN 2575-3.

Deel 2 van de norm beschrijft de systeem- en kwaliteitseisen en de projecteringsrichtlijnen voor luidalarminstallaties van type A. Dit type dient voor toepassing in gebouwen waarin zich veel personen ophouden die de ontruimingsprocedure niet (goed) kennen. Voorbeelden van deze gebouwen (vaak groter zijn dan 10.000 m2) zijn sporthallen, musea, gemeentehuizen en hotels. De installatie maakt gebruik van gesproken woord en beschikt over een commandomicrofoon.

Naast type A bestaan de type B installaties. Deze alarmsystemen dienen voor gebouwen waarvan de gebruikers bekend zijn met de ontruimingswijze, temeer omdat geregeld ontruimingsoefeningen worden gehouden. Installaties van het type B produceren het welbekende slow-whoop-geluid, desgewenst te onderbreken met het gesproken woord. De commandomicrofoon ontbreekt. De voorschriften voor type B zijn verwerkt in deel 3 van NEN 2575. De delen 4 en 5 zijn bestemd voor stilalarminstallaties. Deel 1 dient als algemeen deel.

Met de wijzigingsbladen zijn de beide delen van de norm uit 2012 weer afgepast op de huidige technologieën en inzichten. In de wijzigingsbladen zijn de veranderde eisen vastgelegd voor functiebehoud binnen een (sub)brandcompartiment en voor kortsluitisolatoren.

Al eerder kregen de twee normdelen een nieuwe bijlage G. Hierin staan enkele voorbeeldfiguren van transmissiewegen. Het toepassen van functiebehoud van transmissiewegen is via NEN 2575:2 en :3 geregeld. De mogelijkheden van uitvoering liggen vast in de NPR 2576 ‘Functiebehoud bij brand – Richtlijn voor transmissiewegen’.

  • In de NEN Normshop kunt u de wijzigingsbladen NEN 2575-2/A1 en NEN 2575-3/A2 bestellen.
  • Voor inhoudelijke informatie kunt u terecht bij: Marc Mergeay, Consultant Bouw & Installaties, tel. (015) 269 03 67, e-mail bi@nen.nl.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Vernieuwd: Excel-tool kritieke temperatuur kolommen

30 januari 2018

Bouwen met Staal heeft de gratis rekentool ‘Bepaling kritieke staaltemperatuur kolommen bij normaalkracht en (dubbele) buiging (uitgebreid)’ vernieuwd. Nieuw in versie 3.3 (2018) is de geavanceerde manier waarmee de tool de doorsnedeklasse bij brand bepaalt. Hierdoor vallen staalprofielen minder vaak in klasse 4.

Het Excel-programma levert een iteratieve berekening van de kritieke temperatuur van stalen kolommen bij druk en (dubbele) buiging. De berekening verloopt volgens NEN-EN 1993-1-2 + artikel 4.2.3.5 van de Nationale Bijlage. Voorafgaand dient de gebruiker gegevens in te voeren over de belastingen (normaalkracht en buiging om sterke- en zwakke as waaronder eindmomenten, vorm momentenlijn en veldmoment), knik- en kiplengten, staalsoort en profiel. Dat kan zijn een walsprofiel (H-, I-) of een koud- of warmgewalste buis of koker. De beschikbare staalsoorten zijn S235, 275, 355, 420 en 460.

Eenvoudige versie

Van de tool is eveneens en vereenvoudigde versie voorhanden. Deze variant gaat standaard uit van een parabolisch momentenverloop (buiging in het vlak) zonder eindmomenten.

Liggers

Ook voor liggers heeft Bouwen met Staal een XLS-tool voor het berekenen van kritieke staaltemperatuur, wederom gratis en voor Windows en Apple. Dit programma bepaalt de kritieke temperatuur van de ligger als functie van de benuttingsgraad.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Lessons learned op Gevel 2018

19 januari 2018

Wat kunnen we in Nederland leren van de desastreuze brand in de Grenfell Tower, als het gaat om de brandveiligheid van gevels? Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) geeft er antwoord op tijdens een speciaal seminar op de vakbeurs Gevel 2018, woensdag 24 januari a.s. van 11:30-12:00 uur.

Tijdens het seminar geeft Ralph zijn visie op toedracht, verloop en gevolgen van de ramp die zich op 14 juni jl. in Londen voltrok en 71 dodelijke slachtoffers eiste. Daarbij gaat hij nader in op de rol van de gevel, als onderdeel van de algehele brandveiligheid van de Londense toren. Om te vervolgen met een projectie op Nederland: hoe groot is het gevaar op een ‘Grenfell-brand’ in ons land, wat zijn de belangrijke risico’s en wat moeten we (verder) doen om die risico’s tot het minimum te beperken? Bij dit veelomvattende item legt Ralph de focus op het brandveilig toepassen van staal in de gebouwgevel. Die brandveilige toepassing begint uiteraard in de ontwerpfase. Dat verklaart de seminartitel: ‘Brandveilige stalen gevels ontwerpen’.

  • Het seminar vindt plaats tijdens Gevel 2018 in Ahoy’ Rotterdam, op woensdag 24 januari a.s., aanvang: 11:30 uur. Deelname is gratis. Info en inschrijven
  • Foto's: Tasnim news (boven) en Metro Co.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Constructieve brandveiligheidskennis in drie delen

8 januari 2018

Kennis heb je in verschillende vormen: declaratieve kennis (het vermogen om de feiten en begrippen op zich te onthouden), procedurele kennis (de capaciteit om deze feiten en begrippen te vergaren, op te slaan en weer op te roepen) en strategische kennis (de bekwaamheid om de verworven informatie doeltreffend en doelmatig in te zetten). Als het gaat om de brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies wordt u in al deze drie kennismodaliteiten ‘bijgespijkerd’ tijdens de driedelige cursus ‘Brand en brandveiligheid van staal- en staal-betonconstructies’, vanaf donderdag 8 maart a.s. in De Meern.

Tijdens de eerste middag-/avondbijeenkomst – donderdag 8 maart a.s. – wordt vooral uw voorraad declaratieve en procedurele kennis ververst en aangevuld. Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) gaat dan in op de verschillende concepten voor brandveilige gebouwen, de brandveiligheidseisen voor hallen en verdiepinggebouwen en de eisen voor de brandwerendheid van de draagconstructies en gevels volgens Bouwbesluit 2012.

Aan de hand van deze eisen zet hij de diverse, praktische en economische oplossingen voor de constructieve brandwerendheid uiteen: mét brandwerende bescherming van de constructie (via bijvoorbeeld brandwerende plaat, mortel of coating) maar ook zónder (onbeschermd staal). Daarna worden de belastingen bij brand volgens EN 1991-1-2 en de mogelijkheden van Fire Safety Engineering (FSE) uit de doeken gedaan.

De introductiedag vormt de opmaat tot meer strategische kennis voor het doeltreffend en overtuigend ontwerpen en detailleren van staal- en staal-betonconstructies op brandveiligheid tijdens de beide vervolgdagen.

Donderdag 15 maart staat geheel in het teken van het berekenen van de brandwerendheid van staalconstructies volgens EN 1993-1-2 en het toepassen van Fire Safety Engineering (FSE), gevolgd door demonstraties van handige rekentools als Ozone (voor het bepalen van de temperatuurontwikkeling bij natuurlijke brand en de thermische respons van de staalconstructie, op basis van EN 1991-1-2) en CaPaFi (berekening van de opwarming van staalconstructiedelen bij branden in parkeergarages, volgens EN 1991-1-2).

Op de afsluitende cursusdag, donderdag 22 maart, krijgt Ralph Hamerlinck gezelschap van Rob Stark (directeur/constructief ontwerper bij IMd Raadgevende Ingenieurs) voor een gezamenlijk exposé van het rekenen aan staal-betonconstructies bij brand volgens EN 1994-1-2. Hierbij worden de opties getoond van de rekentools Potfire (betongevulde buiskolommen), Gligger (geïntegreerde stalen liggers) en MACS+ (staalplaat-betonvloeren met stalen liggers). De demonstratie van MACS+ wordt ingeleid met een verklaring van het fenomeen ‘membraanwerking’ bij staalplaat-betonvloeren op stalen liggers en hoe u daardoor kunt besparen op brandwerende bescherming van de vloerconstructie.

Deelnemen aan de cursus kost € 1.335 (voor bedrijfsleden Bouwen met Staal) of € 1.565 (voor overige deelnemers), p.p., excl. btw. Bij de prijs inbegrepen: een uitgebreide syllabus met de presentatiesheets en de Bouwen met Staal-boeken ‘Brand – Eurocode 3’ en ‘Staal-beton – Eurocode 4’. Deelnemende constructeurs ontvangen bovendien 8 KE/PE-punten (permanente-educatiepunten) voor het Constructeursregister.

  • Het cursusprogramma en het aanmeldingsformulier vindt u hier.
  • Foto’s: Dutch Engineering (boven) en JG Cladding.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Brandweer: een sterk merk

21 december 2017

Nederlanders hebben zeer veel bewondering voor de brandweer. De brandweer is de best gewaardeerde overheidsorganisatie van ons land en de band van het publiek met de hulpverleningsdienst is sterk.

Dat blijkt uit het Overheid Merkenonderzoek dat Hendrik Beerda Brand Consultancy onlangs heeft afgerond. Ruim 5.400 landgenoten werden bevraagd over de bekendheid van alle overheidsinstellingen in Nederland. De bekendste 100 werden nader onderzocht op 38 imagobepalende factoren, verdeeld in de categorieën merkkracht (bekendheid, waardering, binding), merkpersoonlijkheid, merkprestatie, groeiverwachting en organisatie.

In de top 10 van sterkste overheidsmerken gaat de brandweer fier aan kop. De politie neemt de tweede plaats in. De derde plek is voor Staatsbosbeheer. De brandweer dankt de nummer 1 positie vooral aan de kwaliteit van de medewerkers en het vertrouwen in goede besteding van gelden. ‘Daarmee scoort de brandweer als merk zelfs beter dan grote bedrijven in andere sectoren, zoals een Unilever of een Albert Heijn’, aldus merkadviseur Hendrik Beerda.

Niet alleen de brandweer, overheidsinstellingen in het algemeen bezitten een betrouwbaar en deskundig imago. ‘Dankzij hun solide uitstraling lukt het deze instellingen dagelijks om breeduit in het nieuws te komen. In het genereren van onbetaalde publiciteit in de media is de overheid onovertroffen. Of het nu gaat om een weerwaarschuwing door het KNMI of een onderbouwing van een strafeis door het Openbaar Ministerie.’

Opvallend laag zijn de imagoscores van alle overheidsorganisaties op de factor vernieuwing. De beste op dit criterium is nog het Nationaal Cyber Security Centrum, op afstand gevolgd door de NPO en de Kinderombudsman.

De ministeries nemen, als het gaat om bekendheid en waardering, een middenpositie in. De onderlinge verschillen in populariteit zijn gering. Het ministerie van VWS is nipt de beste. ‘Dit beleidsterrein spreekt kennelijk het meest tot de verbeelding bij de burger’, constateert Beerda. ‘Maar wat er op de ministeries precies gebeurt is een groot raadsel voor de meeste van ons. Het ministerie van Algemene Zaken heeft het meest onduidelijke profiel.’

De Belastingdienst en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) zijn bij vrijwel elke Nederlander bekend. De waardering voor deze twee organisaties is echter bijzonder laag. ‘Het CJIB wordt vanwege zijn ondankbare taak om boetes te innen als het minst sympathieke overheidsonderdeel gezien. Bij de Belastingdienst speelt de continue stroom van negatieve berichten over de organisatieproblemen een grote rol bij de weinig prettige sfeer rond de organisatie.’, constateert Beerda.

In de top 10 van overheidsmerken met de hoogste groeiverwachting in populariteit staat de brandweer op de tweede plaats. In deze rangschikking moet de brandweer de Kinderombudsman boven zich dulden. De Nationaal Coördinator Terrorisme Bestrijding en Veiligheid is derde.

Beerda voert het merkenonderzoek sinds 2011 elk jaar uit. Het model waarmee de overheidsorganisaties aan de tand worden gevoeld, is indertijd ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam.

  • Foto: Egelbescherming Nederland.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Nieuwe productwerkgroep RWA bij BBN

11 december 2017

BBN (Brandveilig Bouwen Nederland) heeft er een productwerkgroep bij: Rook- en Warmteafvoer (RWA). Bij brand zorgt een rook- en warmteafvoerinstallatie voor afvoer van rook en hitte uit het gebouw. Hierdoor hebben personen in het gebouw meer tijd om te vluchten. De brandweer krijgt meer zicht op de brandhaard. Door een RWA wordt ook het moment van flashover uitgesteld of zelfs afgesteld. Mede hierdoor kan de brandweerinzet efficiënter en effectiever verlopen en wordt schade aan inventaris, interieurafwerking en constructies beperkt. Kortom, RWA draagt bij aan de brandveiligheid van gebouwen en dat sluit naadloos aan bij de missie van BBN.

In de nieuwe productwerkgroep zijn vertegenwoordigd: Brakel Atmos, Colt, Kingspan, Promat, Rockwool en Sapa. Stan Veldpaus van Colt fungeert als penvoerder: ‘De productwerkgroep RWA wil graag haar kennis delen met een ieder die betrokken is bij het brandveilig maken van gebouwen. Er wordt intensief samengewerkt met de andere BBN-productwerkgroepen, zodat zoveel mogelijk in gezamenlijke afstemming wordt bijdragen aan de brandveilige gebouwen.’ Deze andere BBN-groepen betreffen: industriële branddeuren, brandvertragers voor hout en plaatmaterialen, brandwerende doorvoeringen, en brandwerende constructies/platen, blokken en isolatiemateriaal.

De nieuwe groep heeft al meegewerkt aan de trainingen ‘Essentiële Bouwkundige Controlepunten’, die BBN organiseert voor onder meer veiligheidsregio’s, gemeentelijk bouwtoezicht, adviseurs en installateurs. Aan de gelijknamige publicatie van BBN – 'Essentiële Bouwkundige Controlepunten’ – is in de nieuwe editie een hoofdstuk over rook- en warmteafvoersystemen toegevoegd. De editie 2017/2018 is afgelopen woensdag 22 november gepresenteerd tijdens de studiedag ‘Brandveilig transformeren’. De publicatie biedt de diverse betrokkenen – van de eigenaar tot de inspecteur van bouwtoezicht en de verzekeraar – praktische ondersteuning bij de controle op bouwkundige brandveiligheid. Behalve voor RWA levert de handreiking richtsnoeren voor toezicht en inspectie van brandwerende constructies, brandvertraging van hout- en plaatmateriaal, platen, blokken en isolatiemateriaal, brandwerend glas, voetgangersdeuren glas- en vliesgevels, doorvoeringen, industriële branddeuren en brandschermen.

  • Essentiële bouwkundige controlepunten 2017/2018 is hier gratis te downloaden.
  • www.bbn.nu
  • Foto’s: Den Haag Nieuw Centraal (Benthem Crouwel Architects, © Jannes Linders en Colt).

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

‘Travelling fire’: scenario van de toekomst voor de brandveiligheid van parkeergarages?

1 december 2017

‘Parkeren op eigen risico’. Alleen al het motto beloofde dat het middagsymposium van Nieman Raadgevende Ingenieurs, afgelopen woensdag 22 november in Ede, zou draaien om brandveiligheid van parkeergarages op basis van risicoanalyses en -scenario’s. De ruim 100 symposiumbezoekers kwamen allerminst bedrogen uit.

Trendwatcher Richard van Hooijdonk opende het middagprogramma met zijn visie op de toekomst van mobiliteit en de parkeergarage als onderdeel daarvan. ‘Gezien de razendsnelle ontwikkelingen die de mobiliteit doormaakt, ligt de tijdshorizon van een parkeergarage niet verder dan zo’n 15 jaar’, poneerde de trendwatcher. De stelling vormde een mooie opmaat voor Ruud van Herpen (technisch directeur bij Nieman en Fellow FSE aan de TU Eindhoven) om in zijn plenaire lezing aandacht en aanhang te winnen voor het natuurlijk-brandconcept in het algemeen en het travelling fire scenario in het bijzonder.

Travelling fire geldt als een van de vier scenario’s van natuurlijke brand in een parkeergarage. Naast compartimentsbrand, lokale brand met repressie via een rook/brandventilatiesysteem en lokale brand met repressie via automatisch blussysteem/sprinklers, is travelling fire waarschijnlijk de minste bekende van het kwartet.

Net als de twee lokale brandscenario’s is travelling fire van toepassing op een natuurlijke brand zónder flashover (de brand heeft zich nog niet ontwikkeld tot compartimentsbrand). Daarbij wordt uitgegaan van een korte zichtlengte (als gevolg van de rookontwikkeling) en een lokaal hoge thermische belasting (bijvoorbeeld in de nabijheid van een brandende auto), maar de globale gastemperatuur in de garage ligt relatief laag. Hoe laag deze temperatuur uitvalt, is afhankelijk van het brandvermogen, de ventilatie en de thermische massa.

Verschil met de lokale brandscenario’s is dat travelling fire uitgaat van basisventilatie van de parkeergarage en afwezigheid van repressiemaatregelen in de vorm van mechanische ventilatie of sprinklers. Het scenario leent zich vooral voor parkeergarages met (nagenoeg) open structuren en gevels. De natuurlijke ventilatie van de garage minimaliseert het risico op volledige brandontwikkeling. De thermische belasting op de draagconstructie blijft beperkt, waardoor (aanvullende) brandwerende bescherming van de constructie achterwege kan blijven. Die bescherming is wel te overwegen voor plaatsen waar een hogere thermische belasting valt te verwachten; ook al is die lokale thermische belasting nog altijd lager dan die van een compartimentsbrand.

Bij travelling fire blijft ook het repressief optreden van de brandweer buiten beschouwing (‘uitbrandscenario’). Ingrijpen van de brandweer is uiteraard niet verboden, omwille van schadebeperking. Een travelling fire kán van lange duur zijn en kan flinke schade veroorzaken. ‘Travelling fire is niet echt een duurzaam scenario’ erkent van Herpen, ‘Maar is dat wel nodig, in het licht van de relatief ‘beperkte houdbaarheid’ van een parkeervoorziening binnen de hedendaagse, snel veranderende mobiliteit?’ Behalve voor open garages dient het scenario zich aan als robuust en kostenefficiënt voor bestaande of semipermanente garages, waar hoge investeringen in brandveiligheid niet opwegen tegen de (nog) te verwachten levensduur.

Natuurlijk was Van Herpen niet de enige inleider die van zich deed spreken op het symposium. Nieman doet er verslag van op de eigen website.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Praktijkbranden in de zorgsector gedocumenteerd

24 november 2017

Brandonderzoek Joost Ebus heeft de ervaringen met 24 branden in gebouwen voor de (langdurige) zorg vastgelegd in het boek ‘Casuïstiek voor de zorg’. Het boek werd afgelopen 7 november jl. gepresenteerd.

Van elke brand beschrijft het boek het type brand, de oorzaken en gevolgen en de wijze van melden en reageren. Ook de inzichten en aanbevelingen van brandveiligheidsdeskundigen uit de zorg ontbreken niet, zodat de uitgave er zeker ook één is om van te leren. Hierbij ligt de nadruk op praktische manieren om dergelijke branden in de toekomst te voorkomen of, als ze toch ontstaan, er goed mee om gaan.

Het boek is kosteloos te downloaden via de kennisbank van De Zorg Brandveilig. Ook zijn alle foto’s uit het boek beschikbaar om zelf te gebruiken in bijvoorbeeld presentaties over brandveiligheid en –preventie.

De publicatie is tot stand gekomen in samenwerking met De Zorg Brandveilig. Onder deze noemer werken de zorgsector en Brandweer Nederland sinds 2013 aan een integrale, risicogestuurde aanpak van de brandveiligheid in de zorg. De zorg is vertegenwoordigd door de brancheverenigingen ActiZ, GGZ Nederland, de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport draagt financieel bij.

De doelen en activiteiten van het collectieve programma ‘Naar een betere brandveiligheid in de zorg’ worden belicht in een artikel van 23 november 2017 op brandveilig.com.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Cindy Veerman (Saxion Hogeschool) wint IFV-VVBA-scriptieprijs

14 november 2017

‘Een interessant onderzoek naar de invloed van specifieke materialen in dakconstructies op de ontwikkeling van rookgasexplosies. Zeer actueel en van belang voor de inzetstrategie van de brandweer.’ Vergezeld van deze lovende kwalificatie van de jury heeft Cindy Veerman, studente aan de Saxion Hogeschool Enschede, de IFV-VVBA-scriptieprijs 2017 in de wacht gesleept voor haar scriptie over rookgasexplosies.

Aan de hogeschool volgde de winnares de studieroute Chemie, Crime Science Academie Life Science, Engineering & Design. Haar afsluitende studie behelst de invloed van thermische ontleding bij brand van bitumen dakbedekking en dakisolatiematerialen op het ontstaan van rookgasexplosies.

Doel van het onderzoek is het inschatten van de kans op overschrijding van de onderste explosiegrens van brandbare componenten in rookgassen. Bij een volledig ontwikkelde brand stromen deze bestanddelen vanuit de brandruimte naar naastgelegen ruimten. Bij overschrijding van de onderste explosiegrens kunnen de uitstromende rookgassen worden ontstoken en bij een goede mengverhouding (verbranding) zelf leiden tot een explosie.

In het onderzoek is vooral aandacht besteed aan bitumen en aan drie gangbare dakisolatiematerialen: EPS, PIR en PUR. De uitkomsten leveren bevestigende maar ook nieuwe inzichten op. Het onderzoek toont aan dat pyrolyse gassen van EPS een spontane rookgasexplosie kunnen veroorzaken en pyrolyse gassen kunnen worden ontstoken. Ook kunnen bitumen ná een rookgasexplosie resulteren in gladde vloeren.
De jury meent verder dat ‘het onderzoek vooral een hoog chemisch en experimenteel karakter heeft. Het rapport is goed geformuleerd en het bevat heldere conclusies.’

De Scriptieprijs is afgelopen donderdag 9 november tijdens het Nationaal Congres Fire Safety & Science uitgereikt. IFV en VVBA (Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs) hebben de prijs dit jaar voor de zesde achtereenvolgende jaar uitgeschreven. De prijs is bestemd voor de meest spraakmakende, relevante of fundamentele master- of bachelorthesis over brandveiligheid, ter afronding van een master- of bacheloropleiding aan een onderwijsinstelling binnen het Nederlandse taalgebied.

De editie 2016-2017 van de prijs heeft in totaal 16 inzendingen opgeleverd. Hiervan heeft de jury 3 scripties genomineerd. De jury, ofwel VVBA-scriptiecommissie, bestond ditmaal uit David den Boer (Peutz), Danny Ruytenbeek (Nieman Raadgevende Ingenieurs) en Erik Janse (BVEJ).
Ook dit jaar toucheert de winnaar een geldbedrag van € 1.200, te besteden aan een cursus, studiereis, studieboek of een ander item dat gerelateerd is Fire Safety Engineering.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

AmvB brandveilig gebruik van overige plaatsen gepubliceerd

3 november 2017

De Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) ‘Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ is onlangs gepubliceerd in het Staatsblad. Het besluit treedt naar verwachting op 1 januari 2018 in werking.

De AMvB geeft de voorschriften voor de brandveiligheid van andere (verblijf)plaatsen dan gebouwen, zoals evenemententerreinen. Ook tijdelijke bouwwerken op deze terreinen, bijvoorbeeld tenten, podia en kiosken, vallen onder het regime van de nieuwe AMvB.

De AMvB bevat de regels voor de melding van brandveilig gebruik (artikel 2), de bouwtechnische voorschriften in verband met brand, waaronder de sterkte van constructies bij brand, compartimentering en vluchtroutes (art. 3) en de eisen aan installaties en organisatie zoals blusmiddelen, ontruimingsplan en bereikbaarheid en opstelplaatsen voor de brandweer (art. 4). De vereisten voor het brandveilig gebruik staan in artikel 5.

Zodra de AMvB van kracht is, dan vervallen de bestaande bepalingen voor overige plaatsen in gemeentelijke brandbeveiligingsverordeningen. Ten opzichte van lokale en regionale richtlijnen De AMvB kent diverse wijzigingen ten opzichte van eerdere lokale en regionale richtlijnen. Nieuw is de verplichting tot het organiseren van basishulpverlening tijdens evenementen en andere ‘overige plaatsen’.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________


Brandveilig parkeren

24 oktober 2017

Brandveiligheid van parkeergarages. De opvattingen over worst case brandscenario’s, uitbrand-scenario’s en de inzet van brand- en rookbeheersingsinstallaties bij parkeergarages lopen in de praktijk sterk uiteen. Vaak zijn dergelijke installaties wel aanwezig, maar over hun effectiviteit en het rendement verschillen de meningen evenzeer. Alle aanleiding voor het Middagsymposium 'Parkeren op eigen risico', woensdag 22 november a.s. in CineMec, Ede.

Tijdens de parallelsessies van deze ‘praktijkdag’ van Nieman Raadgevende Ingenieurs worden brandveiligheidsadviseurs, brandweerfunctionarissen, ontwikkelaars, bouwers en beheerders van parkeervoorzieningen nader ingelicht over een viertal ‘hot items’ in brandveiligheid van parkeergarages. De sprinklerbeveiliging van parkeergarages wordt belicht door John van Lierop (European Fire Sprinkler Network). Jeroen Drenth (Continental Car Parks) en Sigrin Drost (Nieman) gaan gezamenlijk in op de brandveiligheid van natuurlijk geventileerde parkeergarages. Stan Veldpaus (Colt) behandelt de certificering van rookbeheersingsinstallaties en Pieter Vliex (Q-park) neemt het woord over het beheren van parkeergarages.

Na de parallelsessies betreedt Lieuwe de Witte (Brandweeracademie) het plenaire podium met zijn uitzetting van mogelijk repressief optreden bij parkeergaragebranden, gevolgd door Ruud van Herpen (Nieman) over brandscenario’s en risicoprofiel van parkeergarages.
Trendwatcher Richard van Hooijdonk leidt het programma in met zijn toekomstvisie op mobiliteit en parkeren.

Aan deelname kleven geen risico's. U meldt zich hier aan en betaalt een deelnamevergoeding van € 195,-- (per persoon). Brandveilig parkeren is mogelijk op de buitenterreinen vóór en naast het CineMec-gebouw.

  • Programma en info
  • Afbeeldingen: Begin dit jaar is Aan de Stegge Twello gestart met de bouw van parkeergarage P+R Driebergen-Zeist met 600 parkeerplaatsen, naar ontwerp van Groosman architecten. Nieman Raadgevende Ingenieurs berekende de natuurlijk geventileerde garage op een doorgaand autobrandscenario (‘local traveling fire’). Hierbij is aangetoond dat nadere brandcompartimentering en brandwerende bescherming van de stalen draagconstructie niet nodig zijn. Meer info

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________


Drie kanshebbers IFV-VVBA-scriptieprijs 2017

24 september 2017

Tijdens de expertclass FSE-Next Generation, afgelopen donderdag 14 september bij de TU Eindhoven zijn de nominaties voor de IFV-VVBA-scriptieprijs 2017 bekendgemaakt. De scriptieprijs is een initiatief van het IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) en de VVBA (Vereniging van Brandveiligheid Adviseurs). De winnaar wordt 9 november aanstaande bekendgemaakt op het congres Fire Safety & Science in Arnhem.

De IFV-VVBA-scriptieprijs wordt jaarlijks toegekend aan de meest innovatieve, spraakmakende of relevante bachelor- of masterscriptie op het gebied van brandveiligheid, uitgevoerd aan een onderwijsinstelling in het Nederlands-Vlaamse taalgebied. Dit jaar zijn zestien scripties ingestuurd. Uit de inzendingen heeft de VVBA-scriptiecommissie – David den Boer (Peutz), Danny Ruytenbeek (Nieman Raadgevende Ingenieurs) en Erik Janse (BVEJ) – drie scripties genomineerd:

  • Sami Takieddin – Universiteit Gent: A Numerical Investigation of Spray-Plume Interactions
  • Paul Hoondert – Technische Universiteit Delft: State of the art fire safety concept for evacuation of different types of vulnerable patients in Dutch hospitals
  • Cindy Veerman – Saxion Hogeschool: Rookgasexplosies

Bekendmaking van de nominaties vond plaats tijdens de expertclass FSE-Next Generation. Bij de opening van deze expertclass maakte Patries Robijn-Meijers (DGMR/VVBA) de veertig deelnemers enthousiast voor Fire Safety Engineering. Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde bij het IFV, benadrukte de verbinding tussen praktijk, bedrijfsleven en opleiding in zijn presentatie Research in Fire Safety: FSE to understand Fire. Ruud van Herpen, Fellow FSE aan de TU Eindhoven, ging dieper in op faalkansen van brandwerende scheidingen bij Fire Safety Engineering.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________


Reageren

Heeft u vragen, opmerkingen óf een wetenswaardig bericht voor deze pagina? Stuur uw mail naar: brand@bouwenmetstaal.nl

Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2018      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey