Kantoren
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hallen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Woningen
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Hoogbouw
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS
Parkeergarages
Draagconstructies
Gevels
Wanden
Tools BmS

Actualiteiten

Kiezen voor sprinklers

28 november 2018

In de afdeling 'brandveiligheid' geeft het Bouwbesluit eisen voor vluchtroutes, de bijdrage aan brandvoortplanting door materialen, de rookproductie van materialen en de compartimentering. En de afdeling 'sterkte bij brand' beschrijft de (prestatie)eisen voor de brandwerendheid (tegen bezwijken) van draagconstructies. Maar hoe je voldoet aan de eisen, welke maatregelen je treft, dat is aan de opdrachtgever en zijn ontwerpers en adviseurs.

Dat brengt een hele verantwoordelijkheid met zich mee, maar ook een grote keuzevrijheid, zeker als het gaat om verdere schadebeperking, het borgen van de bedrijfscontinuïteit en het voorkomen of reduceren van imagoschade voor de onderneming. Een sprinklerinstallatie kan dan de (gelijkwaardige) oplossing zijn om het vereiste en gewenste brandveiligheidsniveau haalbaar én betaalbaar te maken. De sectie Sprinklertechniek van VEBON-NOVB vindt dat (als vanzelfsprekend) ook en onderstreept dat via het seminar ‘Gelijkwaardigheid en Waardering Sprinklers’ op woensdag 23 januari 2019.

Het dagvullend programma – van 09:00–17:00 uur bij Van der Valk in Utrecht – is nog niet helemaal rond, maar het concept is veelbelovend. Zo komt Wico Ankersmit (Vereniging Bouw en Woningtoezicht) het perspectief van gemeenten op gelijkwaardigheid belichten, Ruud van Liempd (Brandweeracademie/IFV) spreekt zich uit over de toegevoegde waarde van sprinklers voor de brandweer en Ronald Oldengram (DGMR Bouw) gaat in op ‘Sprinklerinstallaties en brandwerendheid op bezwijken van staalconstructies’. Deze richtlijn van VEBON-NOVB sectie Sprinklertechniek en Bouwen met Staal (waarvoor Oldengram auteurswerk heeft verzet) geeft ontwerpers en adviseurs praktische houvast bij het bepalen van de brandwerendheidseis voor de (hoofd)draagconstructie van het gebouw bij toepassing van een sprinklerinstallatie. De richtlijn geeft tevens aan wanneer reductie van de brandwerendheidseis bij aanwezigheid van sprinklers verantwoord is.

Het seminar appelleert aan een pluriforme doelgroep. Zowel projectontwikkelaars, gebouweigenaren, facility managers en (brandveiligheids)adviseurs als functionarissen bij overheden en brandweer behoren tot de genode gasten. De deelnamekosten bedragen € 100 per persoon, maar bijvoorbeeld de architect of brandweerman/-vrouw is voor de helft van dat bedrag al binnen.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Meesterlijke thesis

19 november 2018

‘Een interessant en wetenschappelijk goed onderbouwd onderzoek. Zeer actueel voor de fire safety engineering met interessante resultaten. De uitkomsten zijn nog niet direct praktisch toepasbaar, maar de combinatie van modellering en experimenteel onderzoek is een stap in de goede richting.’ Onder deze lovende jurywoorden heeft Nick Tenbült, afstudeerder aan de TU Eindhoven, tijdens een uitverkocht Fire Safety & Science-congres op donderdag 15 november jl. in Arnhem
de IFV-VVBA-scriptieprijs 2018 in ontvangst genomen. Hij is dit jaar afgestudeerd aan de masteropleiding Building Physics and Services van de TU Eindhoven met de scriptie ‘Cooling of a hot smoke layer by a sprinkler spray – Validation of a CFD-model’.

Nick Tenbült onderzocht de afname van de temperatuur van een rooklaag bij activatie van een sprinkler. Hij deed dat via numerieke simulaties met een CFD-model (Computational Fluid Dynamics) met behulp van Fire Dynamics Simulator (FDS). Deze simulaties werden vervolgens gespiegeld aan praktische experimenten. Hierbij is in een proefkamer de temperatuurdaling van een stabiele rooklaag gemeten bij een toenemende waterstroom uit een sprinklerkop die zich op 2,9 m hoogte boven de rooklaag bevindt. De toegepaste sprinkler – een gangbare sprinkler met een K-factor van 80,6 – werd handmatig in werking gesteld zodra zich een stabiele rooklaag in de proefkamer had gevormd. Tijdens de experimenten nam de gemiddelde temperatuur van de rooklaag – zo’n 200 ºC – af met 50, 70 en 90 ºC bij een waterafgite van respectievelijk 56, 71 en 93 liter per minuut. Uit de simulaties bleek de temperatuurdaling zo’n 30–50% kleiner.

‘De temperatuurdaling van de rooklaag in CFD wordt onderschat ten opzichte van de resultaten van de praktijkexperimenten’, concludeert Tenbült. ‘Een relevante en spraakmakende conclusie’, reageert de jury. Tenbült werd bij zijn onderzoek begeleid door prof.ir. Wim Zeiler (Building Physics and Services, TU Eindhoven), ir. Jur Oerle (adviseur bij Peutz en lid van de Technische Commissie Brand van Bouwen met Staal) en fellow FSE ir. Ruud van Herpen (technisch directeur / adviseur bij Nieman en fellow FSE TU Eindhoven).

De scriptieprijs is een jaarlijkse prijs van IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) en VVBA (Vereniging van Brandveiligheidsadviseurs) voor afstudeerwerk, gewijd aan brandveiligheid en afkomstig van studenten aan een Nederlandstalige master- of bacheloropleiding. Voor deze zevende editie van de prijs waren, naast Nick Tenbült, nog twee studenten genomineerd: Kevin Smeyers van Universiteit van Gent met ‘Analysis of the CEN/TR 12101-5 calculation methodology by means of CFD modelling with FDS 6’ en Melchior Schepers, Lund University met ‘Multi-scale modelling of fire in accelerator tunnels: a CERN case study’. In totaal werden 8 scripties ingezonden.

Winnaar Nick Tenbült toucheert een prijzenbedrag van € 1.200, dat hij dient uit te geven aan een cursus, studiereis, studieboek of ander FSE-gerelateerd item. De jury, ofwel ‘VVBA-scriptiecommissie, is dit jaar geformeerd uit David den Boer (Peutz), Danny Ruytenbeek (Nieman Raadgevende Ingenieurs), Erik Janse (BVEJ) en als voorzitter dr.ir. Paul Verlaan (Commandant Brandweer Brabant-Noord)

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Up-to-date in FSE

9 november 2018

Het seminar ‘Fire safety engineering met staal in Nederland’ van vorige week donderdag heeft niet alleen een volle zaal bij Van der Valk in Utrecht opgeleverd, maar ook een schat aan nieuwe praktische informatie voor de inzet van FSE in de ontwerppraktijk.

Het seminar vormde het momentum voor de (nadere) publieke introductie van recente resultaten van LOCAFI+. In dit Europees project bundelen universiteiten, onderzoek- en kennisorganisaties uit verschillende EG-landen hun expertise om de toepassing van FSE bij lokale branden (LOCAl FIre) hand en voeten te geven.

Een van die uitkomsten heet ‘Ontwerp van kolommen blootgesteld aan lokale branden’. Deze publicatie biedt constructief ontwerpers en brandveiligheidsadviseurs een praktische methode voor het bepalen van de thermische belasting van stalen kolommen bij een lokale brand, conform de Eurocodes 1 en 2. De methode gaat uit van het werkelijk gedrag van brand (natuurlijke brand) en houdt rekening met project- en compartimentspecifieke karakteristieken zoals de geometrie, de aanwezigheid, dichtheid en verdeling van brandbare materialen en de luchtstroming en ventilatie.

Voor het modelleren van de temperatuurontwikkeling in het constructiedeel bij een lokale brand beschrijft de publicatie de verschillende tools: van relatief eenvoudige en globale contourplots tot en met de meer complexe en gedetailleerde eindige elementen programma’s zoals SAFIR en ANSYS. En natuurlijk OZone. De nieuwe versie (3.0.4) van deze tool van ArcelorMittal biedt nu naast een natuurlijk-brandmodel voor (volledig ontwikkelde) compartimentsbranden ook een natuurlijk-brandmodel voor lokale branden. Dit nieuwe model is gebaseerd op LOCAFI+.

Bij de ontwerphandleiding hoort het rapport ‘LOCAFI+ - Juridische Context’. Hierin zet Ralph Hamerlinck van Bouwen met Staal uiteen wat Fire Safety Engineering met lokale brandscenario’s behelst en hoe je de ontwerpmethodiek behoort toe te passen volgens de Eurocodes en de Nederlandse Nationale Bijlagen.

Alle nieuwe of vernieuwde publicaties en tools voor structural FSE, belicht tijdens het seminar, zijn terug te vinden op of via deze website www.brandveiligmetstaal.nl. De ‘quick links’:

Ook de presentaties van de seminarsprekers staan op deze website. U kunt ze hier in PDF-formaat helemaal voor niets ophalen.

  • Foto’s: Het Platform MicroCity, op dit moment in aanbouw bij Utrecht Centraal naar ontwerp van architectenbureau VenhoevenCS. Constructeur IMd Raadgevende Ingenieurs verzorgde de Fire Safety Engineering van de draagconstructie, een staalskelet met staalplaat-betonvloeren. IMd’s Rob Stark sprak erover tijdens het seminar.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Verzekeraars: ‘Brandveiligheid huishoudens met kinderen vraagt om aandacht’

2 november 2018

Het aantal brandclaims van verzekerden op de particuliere inboedel- en opstalverzekering is in 2017 met zeven procent gedaald. Dat staat in de Risicomonitor Woningbranden van het Verbond van Verzekeraars en Brandweer Nederland. Mogelijke hoofdoorzaak van de daling is dat de grote pieken in schademeldingen als gevolg van bijvoorbeeld storm en onweer het afgelopen jaar uitgebleven. Verzekerden tussen de 38 en 56 jaar, vaak met een gezin, blijken gemiddeld twee keer zo veel een brandclaim bij hun verzekeraar in te dienen. Aandacht voor brandveiligheid bij gezinnen met (jonge) kinderen blijft daarom geboden, aldus de verzekeraars.

In 2017 noteerde het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) van het Verbond 95.964 claims op de inboedel- en opstalverzekering waarbij brand de oorzaak was. Dat is zeven procent minder dan in 2016. ‘Naast oud en nieuw waren er weinig uitschieters in 2017’, vertelt Richard Weurding, algemeen directeur van het Verbond van Verzekeraars. ‘De ervaring leert dat stormen met onweer vaak zorgen voor veel brandclaims, maar die zijn vorig jaar gelukkig uitgebleven.’

Voor de eerste keer is het aantal brandclaims per leeftijd in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat polishouders binnen de leeftijdsgroep 38 tot 56 jaar twee keer zoveel brandclaims indienen dan in andere leeftijdscategorieën. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat bij deze leeftijdsgroep vaak sprake is van een gezinssituatie met (jonge) kinderen. ‘Wij richten ons met voorlichting al jaren onder andere op gezinnen. Met het thema ‘Maak van je roze wolk geen rookwolk’ voeren we deze hele maand in het kader van de brandpreventieweken landelijk campagne om specifiek ouders van jonge kinderen bewust te maken hoe ze (thuis) brandveiligheid kunnen verbeteren. Mooi om te zien dat de cijfers uit de Risicomonitor onze keuze voor deze doelgroep ondersteunen’, reageert Stephan Wevers, voorzitter van Brandweer Nederland.

De daling van het aantal claims voltrok zich in nagenoeg alle provincies in ons land. Oost-Nederland is net als vorig jaar koploper in brandclaims. Tot dit gebied worden gerekend Overijssel (22,1 claims per 1.000 huishoudens) en Drenthe (17,7). De grootste daling is opgetekend in Limburg. Hier is 19,2 procent minder claims ingediend op de inboedel- en opstalverzekering met brand als oorzaak. In Zeeland is het minst geclaimd (8,1 claims per 1.000 huishoudens), gevolgd door Flevoland en Friesland (beide 8,7).

Aan de hand van brandclaims kunnen de verzekeraars in kaart brengen wanneer en waar er vaak branden in en om de woning plaatsvinden, zowel kleine branden (met schroeischades) als grote. De brandweer gebruikt de informatie uit claims en de Risicomonitor en de resultaten van eigen brandonderzoek om gericht publieksvoorlichting te geven. Concrete tips om thuis eenvoudig de brandveiligheid te verbeteren, staan op www.brandweer.nl/brandveiligheid.

  • Illustratie: Brandweer Nederland.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Prikkel voor FSE in de praktijk

23 oktober 2018

Fire safety engineering verheugt zich in toenemende belangstelling van ontwerpend en bouwend Nederland. Toch kan de inzet van FSE in de projectpraktijk nog wel een injectie gebruiken. Die stimulans biedt het seminar 'Fire safety engineering met staal in Nederland', donderdag 1 november a.s. georganiseerd door de Technische Commissie Brandveiligheid (TC 3) van Bouwen met Staal.

Het seminar is er vooral op uit om constructeurs aan te moedigen om FSE bij hun projecten vaker te overwegen en daadwerkelijk toe te passen. Het seminar legt ze daartoe geen strobreed in de weg: deelname is gratis, duurt slechts een halve dag (14:30–21:00 uur) in het vlot bereikbare Van der Valk Hotel in Utrecht, geeft twee educatiepunten voor het Constructeursregister en staat bol van de praktische oefeningen aan de hand van handige ontwerpsoftware en representatieve projectvoorbeelden en cases.

Uiteraard mag het theoretische en juridische kader niet ontbreken. Ralph Hamerlinck (brandveiligheidsadviseur bij Bouwen met Staal en Adviesbureau Hamerlinck) trapt het seminar daarom af met de theorie van het bepalen van de ontwikkeling van brand en van de thermische en mechanische respons van de (draag)constructie van het gebouw, het gebruik daarbij van de Eurocodes en de richtsnoeren voor aanvraag en toekenning van de omgevingsvergunning.

Na dit theoretische uurtje gaan alle pijlen op FSE in de praktijk. François Hanus van ArcelorMittal behandelt het berekenen van de temperatuurontwikkeling bij natuurlijke brand en de opwarming van de staalconstructie (volgens EN 1991-1-2) met behulp van de jongste versie van het rekenmodel OZONE. Met de berekende staaltemperaturen is de mechanische respons van de staalconstructie (volgens EN 1993-1-2) vast te stellen. Hanus doet dat voor zowel compartimentsbranden als lokale branden. De deelnemers kunnen meerekenen als ze hun laptop meenemen waarop OZONE 3.0.3 vooraf is geïnstalleerd. De software is hier gratis te downloaden.

MACS+ is een tweede tool die uitvoerig over de seminarbühne komt. Rob Stark (constructeur bij IMd Raadgevende Ingenieurs), Pascal Steenbakkers (brandveiligheidsadviseur, ARUP) en Ralph Hamerlinck presenteren en demonstreren hoe deze software snel en eenvoudig de brandwerendheid bepaalt van een staalplaat-betonvloer met stalen liggers. De rekenmethodiek stoelt op het gedrag van de gehéle vloerconstructie bij brand, inclusief koppelingen met de hoofddraagconstructie, en houdt rekening met eventuele membraanwerking.

  • Het volledige programma en het inschrijfformulier vindt u hier
  • Foto’s: De Anna van Buerentoren in Den Haag, een van de FSE-projectvoorbeelden die tijdens het seminar de revue passeren. Voor de hoofddraagconstructie van deze 70 m hoge hoogbouw (met voornamelijk een woonfunctie) gold een brandwerendheidseis van 120 minuten. Dankzij de toepassing van FSE en sprinklers kon worden volstaan met een brandwerende bekleding voor 30 minuten, in de vorm van gipsplaten en (voor de constructiedelen in het zicht) een brandwerende coating. (architectuur: Wiel Arets Architects, foto’s: Nicole Romijn).

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Zes projecten in de (staal)prijzen

9 oktober 2018

Tijdens de Nationale Staalbouwdag, 3 oktober jl., zijn de winnaars bekend gemaakt van de Nationale Staalprijs 2018 en de Nationale Duurzaamheidsprijs Staal 2018.

De jury – onder voorzitterschap van Janneke Bierman (Bierman Henket architecten) – heeft een Nationale Staalprijs 2018 toegekend aan in totaal vijf projecten, steeds één per categorie. De categorie-onafhankelijke Nationale Duurzaamheidsprijs Staal 2018 is toebedeeld aan één deelnemend project.

Winnaars Nationale Staalprijs 2018:

A. Utiliteitsbouw (33 inzendingen, 4 nominaties):

British Airways i360, Brighton (UK) (foto interieur: Hollandia Infra).

B. Industriebouw (11 inzendingen, 3 nominaties):

Tata Steel CIV100-3, Velsen-Noord (foto:IMd).

C. woningbouw (8 inzendingen, 3 nominaties):

Het Kaaspakhuis, Gouda (foto: Ossip van Duivenbode).

D. Infrastructuur (27 inzendingen, 4 nominaties):

Zandhazenbrug (v/h ‘Spoorbrug Muiderberg), Muiderberg, A1 (foto: Vliegveld Hilversum).

E. Karakteristieke stalen bouwdelen (29 inzendingen, 3 nominaties):

Dak Het Gelderhuis, Arnhem (foto: Jannes Linders).

Winnaar Nationale Duurzaamheidsprijs Staal 2018:

(29 aanmeldingen, 3 nominaties):

Tijdelijke Rechtbank Amsterdam, Amsterdam (foto: Leon van Woerkom).

Bouwen met Staal organiseert de Nationale Staalprijs elke twee jaar, als waardering voor inspirerende toepassingen van staal in de bouw. Aan de Nationale Staalprijs 2018 hebben in totaal 120 projecten deelgenomen. Ze zijn in 2017 of 2016 opgeleverd of in gebruik genomen, in Nederland of in het buitenland. Bij buitenlandse projecten zijn minimaal twee Nederlandse projectpartners betrokken. De Nationale Staalprijs 2018 is mede mogelijk gemaakt door ArcelorMittal, Kersten Europe, Tata Steel en Van Leeuwen.

  • Beschrijvingen en illustraties van de winnende projecten en overzichten van projectpartners vindt u op nationalestaalprijs.nl/winnende-projecten.
  • Het juryrapport van de winnende en genomineerde projecten kunt u hier lezen en desgewenst als PDF downloaden.
  • Informatie over alle ingezonden projecten, de genomineerden en de winnaars is te vinden op www.nationalestaalprijs.nl
  • Openingsfoto's: de architecten van Team V Architectuur zijn blij verrast met de Nationale Staalprijs 2018 voor het dak van het Gelders Huis in Arnhem, in de categorie Karakteristieke stalen bouwdelen (© Pieter Kers | Beeld.nu)

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Na Grenfell: Rotterdam maakt werk van brandveiligheid

20 september 2018

Rotterdam kijkt de kat niet uit de boom na de brand in de Grenfell Tower. De brand in het Londense woongebouw, 14 juni 2017, eiste 71 dodelijke slachtoffers. Bouw- & Woningtoezicht van de havenstad wacht de definitieve conclusies en aanbevelingen uit onderzoek naar oorzaken en toedrachten van de Grenfell-brand niet af. Inspectie van gemeentelijke gebouwen en particuliere panden, mede aan de hand van een nieuw ontwikkelde checklist, een brandpreventiecommissie die hoogbouwplannen aan de tand voelt. Rotterdam maakt werk van de brandveiligheid van de gebouwen op haar grondgebied. En kijkt daarbij niet alleen naar de gevel, maar ook wat daar achter zit.
Edo Beerda van Cobouw vroeg Dick Bezemer van gemeentelijk Bouw- en woningtoezicht en andere betrokkenen om toelichting en reactie op het Rotterdamse initiatief. Publicatie volgde 17 september jl. in een Cobouw-brandveiligheidsspecial:

“Nul risico bestaat niet, maar je moet er wel naar streven”, zeggen ze bij Bouw & Woningtoezicht Rotterdam. Dertig gemeentelijke panden doorstonden dit voorjaar de zelfontwikkelde test al; inspectie van particuliere gebouwen is nu in volle gang. Maar ook bouwers en ontwerpers van nieuwe gebouwen kunnen hun borst natmaken. “We bekijken per gebouw proactief het totale pakket aan maatregelen om de brandveiligheid te garanderen”, vertelt teammanager Dick Bezemer van Bouw- en woningtoezicht Rotterdam. “We wachten niet lijdzaam af tot alle bevindingen uit Londen binnen zijn.”

Wie in de Maasstad de hoogte in wil, moet aanschuiven bij een brandpreventiecommissie. De vertegenwoordigers van BWT en brandweer die daarin zitten, hebben dankzij de nieuwe checklist meer grip op het brandrisico. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en andere Nederlandse steden kijken belangstellend toe hoe het Rotterdamse initiatief verloopt.

Snelle inventarisatiemethode

Ontwikkeling van het eigen inventarisatiemiddel gebeurde op voorspraak van de bouwwethouder. Naar aanleiding van de brand in de Grenfell Tower wilde hij weten hoeveel risicopanden er waren in de Maasstad. Die vraag bleek lastiger te beantwoorden dan gedacht. De gemeente nam daarom brandveiligheidsspecialisten DGMR, Nieman en Adviesbureau Hamerlinck in de arm om alle risico’s op een rijtje te zetten.

Het resulteerde in een checklist. De snelle inventarisatiemethode toont aan de hand van een puntentelling of het goed zit met de brandveiligheid. “We gebruiken hem voor de eerstelijnsbeoordeling”, vertelt Victor Termijn, senior adviseur Brandpreventie bij Bouw- en woningtoezicht voor een gemeentelijk gebouw aan de Baan. “Panden die een te hoog aantal punten krijgen, komen in aanmerking voor nader onderzoek.”

Het kantoorpand uit de jaren vijftig waar hij vandaag met collega Bezemer een kijkje neemt, rolt gemakkelijk door de screening: een gevel van baksteen en beton, vluchtweg aan de voorkant en slechts drie verdiepingen. Een woongebouw hoger dan 70 meter, zo’n honderd meter verderop bij de Erasmusbrug, heeft al snel een verhoogd risicoprofiel. De kans op slachtoffers bij brand is immers veel hoger. Zit er een sprinkler in, dan daalt het profiel. De organisatie van vluchtwegen, de configuratie van de gevel en de aanwezigheid van firestops zijn andere zaken die puntenaftrek of -bijtelling kunnen opleveren. Evenals de kans dat een brand binnen zich via de gevel kan verspreiden, zoals destijds in Londen.

Na inventarisatie van het eigen bezit onderzoekt Rotterdam sinds twee maanden particuliere panden. Hoeveel er precies worden gecontroleerd wil BWT niet kwijt. “Maar het zijn er heel veel”, bevestigt Bezemer.

Rook in trappenhuizen

Dat uitgerekend de Maasstad een stapje extra doet naar aanleiding van de desastreuze Londense brand ligt voor de hand: Rotterdam is Nederlands hoogbouwstad bij uitstek. Sinds enkele jaren heeft de stad al een sprinklerverplichting voor alle nieuwbouw boven de 70 meter. Aanschuiven bij de brandpreventiecommissie is de volgende stap. Ook met dit ‘vier-ogen-principe’ is Rotterdam koploper in Nederland. “En dat ervaar ik helemaal niet als vervelend”, zegt Haakon Brouwer van Dam & Partners Architecten. “Het kost alleen onnodig veel tijd als een gemeente of controlerende instantie niet deskundig is. En daarvan is in Rotterdam geen sprake.”

Dam & Partners tekende voor het ontwerp van Nederlands hoogste gebouw, De Zalmhaven, een 215 m hoog woongebouw, waarvan de bouw najaar 2018 van start gaat. Het project van de buitencategorie lag de afgelopen maanden onder het vergrootglas bij de brandpreventiecommissie. Architect en brandveiligheidspecialist Peutz waren er maar liefst een halfjaar over in gesprek.

Niet dat de megatoren zo’n risicovolle opbouw heeft. Met zijn sprinklerinstallatie en gevel van beton en natuursteen is de Zalmhaventoren onvergelijkbaar met de met brandbare aluminiumcomposietpaneeltjes beklede Grenfell toren. Toch leidde het overleg met de brandpreventiecommissie volgens Brouwer tot “een zinvolle discussie”. “Die spitste zich vooral toe op het overdruksysteem dat rook in de trappenhuizen moet voorkomen. Als architect kijk je hoe mensen weg moeten komen; de brandweer wil vooral weten hoe ze de brand kan aanvallen. Leuk, dat levert nieuwe inzichten op.”

In samenwerking met Peutz werd een overdruksysteem ontwikkeld dat lucht bij de voorportalen van de woningen wegblaast. “Best complex, want de deuren moeten nog steeds kunnen openen. Daarvoor hebben we een soort drukventiel bedacht”, vertelt Marc Noordermeer van Peutz. “Heel goed dat hiervoor aandacht is, want dit is wel een 200 meter hoge schoorsteen.”

In hun rapport gaan brandveiligheidsspecialisten DGMR, Nieman en Hamerlinck ook gedetailleerd in op de gevelopbouw. Brandklasse B voor de buitenste millimeters alleen is onvoldoende om een brandveilige gevel te krijgen, onderstreept het rapport. De complete gevelopbouw is bepalend voor de brandvoortplanting. Is de isolatie brandwerend, hoe is de spouw opgebouwd, hoe zijn de aansluitingen bij de kozijnen uitgevoerd en is er kans op brandoverslag bij gevelroosters? “We zijn in Nederland te veel gefocust op het buitenste laagje”, zegt Termijn. “Daar moeten we vanaf. Als wij twijfels hebben over de achterliggende opbouw, kunnen wij van de eigenaar vragen dat de gevel wordt opengemaakt.”

DGMR wil nog verder gaan. In vervolg op de checklist die het met Nieman en Hamerlinck maakte voor Rotterdam, stelt DGMR in zijn publicatie ‘Brandveilige gevels’ voor om bij nieuwbouw standaard laboratorium brandproeven te doen met een mock-up van de buitenste 200 millimeter. Gebrek aan deskundigheid, streven naar de laagste prijs en missers bij de uitvoering maken een Grenfell-scenario in Nederland mogelijk, verklaarde Johan Koudijs (DGMR) onlangs in Cobouw. “Als je niet naar de complete gevelopbouw kijkt, kun je met het Bouwbesluit in de hand een onveilig gebouw ontwerpen.”

Kandidaat voor nader onderzoek

“Wij hoefden gelukkig onze gevel niet voor een oven te laten testen. Dat is toch een kostbare zaak”, reageert Frank Hitzert van Stebru Bouw. De aannemer uit Nieuwerkerk aan den IJssel bouwt momenteel op het Wijnhaveneiland woontoren Up:Town. Opmerkelijk genoeg krijgt dit gebouw ondanks zijn 107 meter hoogte geen sprinkler. Het ontspringt de dans omdat de bouwvergunning al in 2012 is afgegeven.

Met zijn gevel van aluminium beplating en achterliggende Sips elementen (isolerende platen van geperst hout) lijkt Up:Town een kandidaat voor nader onderzoek. Stebru heeft er tot op heden niets extra van gemerkt, buiten het reguliere toezicht vanuit de gemeente. Hitzert: “Wij nemen als ontwikkelende bouwer niet het risico dat we een gevel weer moeten vervangen. De brandveiligheid van alle elementen ligt vast in certificaten. En onze gevel is in de fabriek getest door middel van een mock-up en wordt in het werk ook getest op wind- en waterdichtheid.”

Uitbreiding regelgeving noodzakelijk

Stebru werkt bovendien nauw samen met een brandveiligheidsspecialist en minimaliseert de kans op uitvoeringsmissers door uitbesteding van het complete gevelpakket aan gevelbouwer De Groot & Visser. Haakon Brouwer is wel voorstander van het gebruik van mock-ups. “Daar kun je wind- en waterdichtheid op testen en je kunt de aannemer en onderaannemers precies laten zien hoe het in elkaar zit. Maar je hoeft hem vervolgens niet altijd in brand te steken.”

Met dat laatste is Noordermeer van Peutz het niet helemaal eens. Te vaak ziet zijn bureau dat een brandklasse B buitenschil wordt gecombineerd met dunne kunststofisolatie (PIR) erachter en onvoldoende onderbrekingen in de spouw. Kan dat zomaar? “Ja, volgens het huidige Bouwbesluit wel. Uitbreiding van de regelgeving is absoluut nodig op dat punt.”

Labtests kunnen ook inzicht geven in wat er met een gevel gebeurt als een gevelpaneel afbreekt en de achterliggende spouw bloot komt te liggen. Noordermeer: “Wij hebben meegemaakt dat we een proef moesten afbreken om schade aan onze oven te voorkomen.”

Aannemers hoofdelijk verantwoordelijk

Uitvoeringsfouten kunnen ook zorgen voor een brandgevaarlijke gevel – door moedwil of onverstand. Bouw- en woningtoezicht constateerde een paar jaar geleden bij een steekproef tijdens de uitvoering van een hoge Rotterdamse gevel dat deze niet de juiste brandklasse had. “De onderaannemer had hem al voor 25 procent aangebracht, maar wij hebben hem er weer af laten halen”, vertelt Termijn. “Aannemers moeten bestekken heel goed controleren. Het gaat niet vanzelf.”

De toekomstige Wet kwaliteitsborging – die voorziet in privaat toezicht – gaat het er niet beter op maken, verwachten de bouwtoezicht-functionarissen. Hoe moet het dan? Het Duitse model misschien, waarbij aannemers en toezichthouders hoofdelijk verantwoordelijk worden gesteld? “Ik denk dat dat een goed idee is”, zegt Bezemer. “Ons rechtssysteem voorziet hier niet in. Een aannemer die om wat voor reden dan ook in zwaar weer terechtkomt, gaat hier failliet en vervolgens gewoon verder onder een andere naam. Dat gebeurt in Duitsland niet.”

Architect Brouwer is faliekant tegen. “Een onzinnige gedachte, want het leidt tot risicomijdend gedrag. Je gaat direct een juridisch traject in, het vooroverleg wordt de nek omgedraaid. Terwijl juist in dat overleg – waar Rotterdam nu de nadruk op legt – de winst zit. Omdraaien van doel en middel maakt gebouwen niet veiliger.”

  • Impressies De Zalmhaven, Rotterdam (Dam & Partners Architecten • KAAN Architecten • Zalmhaven CV)
  • Inzet: impressie woontoren Up:Town, Rotterdam (architect Jeroen Hoorn • Stebru, HD Projectrealisatie • verwachte oplevering: mei 2019).
  • Bron: Cobouw, 17 september, auteur: Edo Beerda.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Lectoraat Brandpreventie opent discussie

10 september 2018

Stel, bij een afvalverwerkingsbedrijf woedt een grote brand. Buurtbewoners krijgen het advies uit de rook te blijven en ramen en deuren te sluiten. Ook een nabijgelegen openlucht zwembad moet dicht vanwege rook en stank. Het is slechts een van de voorbeelden van branden die niet alleen negatieve gevolgen hebben voor de gebruikers van een gebouw en hun naaste buren. Ook de burgers en bedrijven in de (wijde) omgeving ondervinden nadelige consequenties. Wat vinden wij als samenleving hiervan? Welke risico’s op brand vinden we acceptabel, welke niet? Met publicatie van het rapport ‘Maatschappelijke impact van branden’ zwengelt het Lectoraat Brandpreventie van Brandweeracademie / IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) de publieke discussie aan.

In het rapport beschrijft het lectoraat 61 branden uit de afgelopen 3 jaar met een duidelijke impact op de omgeving. ‘Het beeld dat hieruit naar voren komt, is heel divers’, stelt lector Brandpreventie René Hagen, ‘Het gaat niet alleen om ziekenhuizen en scholen die dicht moeten, winkels die hun deuren moeten sluiten of wegen die moeten worden afgesloten. Ook wanneer een monumentaal gebouw door brand verloren gaat of duizenden dieren omkomen bij een stalbrand, kun je spreken van maatschappelijke impact.’

De Nederlandse brandveiligheidsregelgeving is gericht op de bescherming van individuen bij brand. René Hagen vindt daar het zijne van: ‘Mensen moeten bij brand veilig uit een gebouw kunnen vluchten en een brand mag niet overslaan naar de buren. Als je als bedrijf hiervoor maatregelen treft, voldoe je aan de regels. Andere vormen van impact, zoals rook- en stankoverlast en het evacueren van burgers, worden echter niet voorkomen met de regelgeving. Ook de repressieve inzet van de brandweer kan vaak de negatieve effecten voor de samenleving niet voorkomen.’

De lector wil hierover graag een brede discussie: ‘Accepteren we dat bedrijven zich uit kostenoverwegingen slechts richten op het wettelijk minimum wat brandveiligheid betreft? In feite is brand de uitkomst van een risicoafweging en geen 'domme pech'. Vinden we het dan terecht dat de gevolgen van deze afweging (deels) worden afgewend op de samenleving? En, als het antwoord 'nee' is op deze vraag, wat zou hieraan gedaan kunnen worden?’, vraagt Hagen zich af.

Het rapport ‘Maatschappelijke impact van branden’ dient als eerste aanzet (en informatieve ruggensteun) tot de discussie. De ruim 40 pagina’s dikke publicatie belicht de verschillende benaderingen van brandrisico’s in relatie tot de brandregelgeving, voorbeelden van branden met maatschappelijke impact en de overwegingen die een rol spelen bij de keuzes om risico’s ten aanzien van maatschappelijke impact al dan niet te accepteren.

  • Het rapport ‘Maatschappelijke impact van branden’ (IFV, Arnhem, 28 juni 2018) is hier gratis te downloaden.
  • Het Lectoraat Brandpreventie is bijzonder benieuwd naar uw opvattingen over dit onderwerp. Mail uw mening naar onderwijscontent@ifv.nl

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Meet the Next Generation in FSE

26 augustus 2018

Voor de nieuwe ontwikkelingen, trends en visies in fire safety engineering moet u donderdagmiddag 13 september a.s. zijn op de vijfde verdieping van gebouw Vertigo van de TU Eindhoven. Daar vindt vanaf 14:00 uur de Expertclass FSE – Next Generation plaats. Tijdens de Expertclass zet Stichting Fellowship FSE WO2 uiteen hoe aan de TU Eindhoven de verbinding wordt gemaakt tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van brandpreventie en brandrepressie. Een koppeling ook, tussen de TU/e-studenten en de professionals bij publieke en private organisaties en bedrijven die zich al wat langer bezighouden met de brandveiligheid van de gebouwde omgeving.

In de expertclass komen de doelen van de Fellowship FSE en de onderzoekslijnen van de fellow FSE aan de TU/e – in de persoon van Ruud van Herpen – over de bühne. Daarnaast is er aandacht voor lopende studies aan bod die de Fellowship ondersteunt.

Hoogtepunt van de expertclass is de bekendmaking van de nominaties voor de VVBA IFV Scriptieprijs 2018. Deze prijs staat elk jaar open voor studenten aan een Nederlandstalige master- of bacheloropleiding die hun afstudeerwerk wijden aan een belangrijk brandveiligheidsitem. Deelnemen aan de editie 2018 kan door de afstudeerscriptie vóór 1 september a.s. te sturen naar n.kuilder@nieman.nl

  • Aanmelden voor deelname aan de Expertclass FSE – Next Generation is mogelijk tot 5 september via www.fellowfse.nl Deelname is gratis.
  • Foto: OV Terminal Utrecht, met toepassing van FSE door Movares en Efectis Nederland. © Rindert van der Toren.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Geopolymeer, duurzaam én brandwerend isolatiemateriaal van de toekomst?

19 juli 2018

Isoleren is ‘hot’ en dat is niet zonder noodzaak. Isoleren is energie besparen en daarmee de uitstoot van CO2 terugdringen. Keerzijde van deze duurzame trend is wél dat – zowel bij nieuwbouw, renovatie als (particuliere) woningverbetering – dikwijls isolatiematerialen worden toegepast die op zich prima isoleren maar tegelijkertijd gemakkelijk brandbaar zijn en fors kunnen bijdragen aan brandvoortplanting. Als duurzaamheid en brandveiligheid nu eens samen kunnen gaan… Dat toekomstperspectief vormt het vertrekpunt van een nieuw R&D-project van TU Eindhoven, Brandweeracademie, Brandweer Nederland, Nieman, Rockwool, Mineralz, Kijlstra Beton en M2I (Materials Innovation Institute). Projectdoelstelling: ontwikkel nieuwe isolatiematerialen die goede brandwerende prestaties leveren, duurzaam zijn én niet te duur.

De projectpartners steken hierbij in op zogeheten geopolymeren. Geopolymeren zijn anorganische polymeren die ontstaan door een aluminiumsilicaat zoals (poederkool)vliegas, (hoogoven)slakken of klei te laten reageren met alkaliën zoals metaalhydroxide. Deze reactie (polymerisatie) resulteert in een hard, steenachtig materiaal. Geopolymeren bezitten een moleculaire structuur die veel weg heeft van die van plastic. Plastic polymeren hebben echter een kern van organische oorsprong, terwijl de kern van geopolymeren van mineralogische komaf is.

Als halffabricaat lijken geopolymeren op cement, maar deze ene overeenkomst moet twee belangrijke verschillen naast zich dulden. Beton, gemaakt van normaal cement, wordt vanaf 500 ºC geleidelijk aan zwakker. Een geopolymeer behoudt zijn sterkte veel langer, onder meer omdat het materiaal bij opwarming veel minder versplintert. Daarnaast komt bij de productie van normaal cement veel meer CO2 vrij dan bij het maken van geopolymeren. Voor vergelijkbare toepassingen is de CO2-emissie bij geopolymeren zo’n 20 tot 70 procent lager dan bij cement.

Het projectteam wil nu een geopolymeer ontwikkelen dat nóg minder CO2 uitstoot, idealiter CO2 neutraal is. Daartoe wordt een nieuwe, minder energie-intensief procedé bedacht voor de productie van nanosilica, het hoofdbestanddeel van geopolymeren. Daarnaast wordt nagegaan in hoeverre industriële afvalstoffen zoals vliegas en hoogovenslak bruikbaar zijn als grondstof bij het nieuwe geopolymeer.

Voor het nieuwe geopolymeer liggen twee typen toepassingen in het verschiet: als dragend constructiemateriaal en als brandwerende coating. Om in die toepassingen te slagen en bestaande, gangbare materialen te evenaren of zelfs de loef af te steken, worden de eigenschappen van het nieuwe materiaal uitgebreid onderzocht. De brandweer gaat de brandwerendheid van het ‘isolatiemateriaal 2.0’ aan de tand voelen, want die moet minstens gelijkwaardig en liever nog hoger zijn.

De lector Brandweerkunde van de Brandweeracademie, Ricardo Weever, is ingenomen met het project: ‘Vanwege de klimaatproblematiek en het streven naar duurzaamheid wordt er steeds meer energieneutraal gebouwd en wordt er steeds beter geïsoleerd. Bij brand leveren de isolatiematerialen vaak problemen op. Met name kunststofmaterialen zijn heel brandbaar en produceren veel rook. Er worden regelmatig rookgasexplosies waargenomen. De ontwikkeling van een zeer brandwerend en duurzaam isolatiemateriaal zie ik als een heel belangrijke innovatie om deze effecten in de toekomst te verminderen.’

  • Foto’s: AB Helsinki.

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

17 Projecten in de 'finale' Nationale Staalprijs 2018

4 juli 2018

Voor de Nationale Staalprijs 2018 zijn 17 staalbouwprojecten genomineerd. De vakjury, onder aanvoering van Janneke Bierman (Bierman Henket architecten), heeft de genomineerden gekozen uit in totaal 108 inzendingen. De ingezonden projecten nemen deel in een van de vijf categorieën: utiliteitsbouw, industriebouw, woningbouw, infrastructuur en karakteristieke stalen bouwdelen.

De genomineerden voor een Nationale Staalprijs 2018 per categorie zijn:

Utiliteitsbouw:

• A’DAM Toren, Amsterdam (foto: Felix Claus Dick van Wageningen architecten)
• British Airways i360, Brighton (UK)
• Luifel Stationsplein, Utrecht
• Startstation E-lijn, Den Haag

Industriebouw:
• All Weather Terminal 4, Amsterdam

• Melis Logistics, Duiven (foto: JCRARCHITECTEN)
• Tata Steel CIV100-3, Velsen-Noord

Woningbouw:
• Aardbevingsbestendige woningen, Loppersum

• Het Kaaspakhuis, Gouda (foto: Ossip van Duivenbode)
• International Student House, Delft

Infrastructuur:
• Dafne Schippersbrug, Utrecht
• Fiets- en voetgangersbrug Sittard-Geleen, Sittard

• Spoorbrug Zuidhorn, Noordhorn (foto: John Verbruggen)
• Zandhazenbrug (v/h: ‘Spoorbrug Muiderberg’), Muiderberg, A1

Karakteristieke stalen bouwdelen:
• Binaire trap woonhuis, Utrecht

• Dak Het Gelders Huis, Arnhem (foto: Jannes Linders).
• Entree Sammy Ofer Centre, Londen

Alle ingezonden en genomineerde projecten zijn in 2017 of 2016 opgeleverd of in gebruik genomen. Bij projecten in het buitenland zijn minimaal twee Nederlandse projectpartners betrokken.

Nationale Duurzaamheidsprijs Staal 2018

De Nationale Duurzaamheidsprijs is een speciale, categorie-overstijgende prijs, bestemd voor het project dat volgens de vakjury het beste scoort op het gebied van duurzaamheid. Voor deze prijs zijn in totaal 29 projecten (voltooid in 2017 of 2016) ingestuurd. Hieruit heeft de jury drie ‘finalisten’ geselecteerd.

De genomineerden Nationale Duurzaamheidsprijs Staal 2018 zijn:

• Busstop, Utrecht, Leidsche Rijn (foto: AnnA / Annebregje Snijders Architects)
• renovatie Tacitusbrug, Ewijk
• Tijdelijke Rechtbank Amsterdam, Amsterdam

Bekendmaking winnaars
De winnaars van de Nationale Staalprijs en Nationale Duurzaamheidsprijs Staal 2018 worden bekend gemaakt tijdens de Nationale Staalbouwdag 2018, woensdag 3 oktober a.s. bij Tata Steel in IJmuiden.

De Nationale Staalprijs wordt dit jaar mede mogelijk gemaakt door:

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Herziening NEN 6093 in voorbereiding

25 juni 2018

NEN 6093 ‘Brandveiligheid van gebouwen – Beoordelingsmethode van rook- en warmteafvoerinstallaties’ staat op de rol voor een herziening. Het NEN gaat dit doen samen met BBN (Brandveilig Bouwen Nederland).

NEN 6093 geeft de eisen voor het beoordelen van voorzieningen voor de afvoer van rook en warmte via RWA-installaties in gebouwen. De norm is geschikt voor gebruik bij mechanische én natuurlijke rook- en warmteafvoer, waarbij de toevoer van buitenlucht niet mechanisch verloopt. De norm onderscheidt twee categorieën gebouwen: gebouwen waarin rook wordt afgevoerd vanuit de ruimte waarin brand en rook worden verondersteld en gebouwen waarin rookafvoer plaatsvindt vanuit een aangrenzende, brand- en rookvrije ruimte.

NEN 6093 dateert van 1995, is in 2004 voorzien van een wijzigingsblad en is nu aan herziening toe, meent Stan Veldpaus, penvoerder van de productwerkgroep Rook Warmte Afvoer van BBN: ‘De norm dient weer aan te sluiten op de huidige stand der techniek, de huidige bouwtechnieken en bouwvormen en de huidige kijk op brandveiligheid. Er is verder een sterke behoefte de norm uit te breiden met handvatten voor het bepalen van de brandomvang en het warmtevermogen in de meest voorkomende situaties. Uiteraard zijn de natuurkunde en thermodynamica niet gewijzigd, maar de ervaringen uit de praktijk tonen aan dat er behoefte is om afspraken duidelijker te omschrijven en zodoende beter te laten aansluiten op diezelfde praktijk.’

De normherziening wordt ondergebracht bij de werkgroep NEN 6093 die momenteel wordt samengesteld. De groep moet een afspiegeling worden van belanghebbenden bij de norm, zoals gebouweigenaren, brandweer, inspectie-instellingen, adviesbureaus en verzekeringsmaatschappijen. De werkgroep valt onder de NEN-normcommissie 351007 ‘Brandveiligheid van Bouwwerken’. De oprichtingsvergadering staat gepland voor september van dit jaar.

  • Aanmelden voor deelname aan de werkgroep en aanvragen van overige informatie kan bij NEN-consultant Marc Mergeay, bi@nen.nl of Leo Oosterveen van Brandveilig Bouwen Nederland, oosterveen@bbn.nu.
  • Foto: OV-terminal Den Haag Centraal Station met rook-/warmteafvoerluiken van Colt International (© Rob van Esch, ProRail).

______________________________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________________________

Brandweer mag vliegen met drones

10 juni 2018

Voor Brandweer Nederland kon het afgelopen weekend niet beter beginnen. Jongstleden vrijdag ontving de brandweerorganisatie de landelijke beschikking voor het vliegen met drones tijdens incidenten in geheel Nederland. In de landelijke beschikking, verleend door de Inspectie Leefomgeving en Transport, zijn meerdere ontheffingen opgenomen. Een daarvan maakt het mogelijk om drones ook in de nachtelijke uren in te zetten.

'We zijn ontzettend trots dat het ons is gelukt dit ingewikkelde traject voor elkaar te krijgen’, zegt Diemer Kransen namens Brandweer Nederland. ‘De complimenten gaan uit naar onze medewerkers die zich hier de afgelopen jaren intensief voor hebben ingezet. Luchtvaartwetgeving is zeer ingewikkeld. Het doet ons goed dat wij over het traject dat is doorlopen de complimenten van de Inspectie hebben gekregen. Belangrijker is dat we nog betere hulp kunnen verlenen en daar is het ons natuurlijk allemaal om te doen. Het zijn onze ogen in de lucht.’

De landelijke beschikking vormt ook een 'stepping stone' op weg naar een nationale brandweer-vliegdienst die eind dit jaar in bedrijf zou moeten zijn (lees ook het nieuwsbericht van 25 april 2018 op deze pagina).

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Oefenen van incidenten, vanachter het bureau

4 juni 2018

Je vakbekwaamheid op peil houden, voorbereid zijn op incidenten en daarbij nog beter weten welke beslissing of maatregel je op welk moment moet nemen: voor een hulpverleningsorganisatie als de brandweer zijn oefeningen in de praktijk essentieel. Maar het organiseren van zo’n oefening gaat niet altijd over rozen. En vooral leidinggevend personeel kan zich niet altijd vrijmaken van andere, evenzeer belangrijke taken. BA-ADMS biedt dan uitkomst.

BA-ADMS is een nieuwe tool van IFV en Brandweeracademie waarmee medewerkers van de brandweer, maar ook politie, GHOR, Defensie en BHV-organisaties op de computer de meeste uiteenlopende incidenten kunnen oefenen. Van een verkeersongeval of een incident met een trein in een tunnel tot een natuurbrand of een brand in een woning, bedrijfspand of ondergrondse parkeergarage.

Bij de virtuele oefening kunnen verschillende hulpverleningsdisciplines, voertuigen en materieel worden ingezet. Met de joystick in de hand betreden de deelnemers de nagebootste oefenomgeving en voeren de opdrachten uit van hun virtuele bevelvoerders. De acties van de deelnemers bepalen het verloop van het incident. Hoe beter de beeld-, oordeels- en besluitvorming, des te gunstiger is het verloop (en de afloop) van het incident.

BA-ADMS is te gebruiken voor zowel individuele als groepsoefeningen. Deelnemers kunnen in relatief korte tijd meerdere incidenten oefenen. Tijdens een oefening worden ze direct geconfronteerd met de gevolgen van hun acties bij een incident en kunnen ze de oefening op elk gewenst moment stoppen of bijsturen. De moeilijkheidsgraad is instelbaar. Van elke oefening worden opnamen gemaakt, die kunnen dienen als voer voor de evaluatie.

De geboden oefenomgevingen zijn nauwkeurige weergaves van de werkelijkheid. Door het instellen van geluidseffecten, weersomstandigheden en licht of duisternis zijn de verschillende incidenten in verschillende situaties realistisch na te bootsen. Ook kan de gebruiker zijn eigen infrastructuur in het systeem implementeren om zo oefeningen te creëren die op mogelijke incidenten in de eigen regio zijn toegesneden. De tool is in eigen beheer toe te passen, maar brandweerkorpsen kunnen er ook voor kiezen om de oefeningen te laten verzorgen door de Brandweeracademie. Virtueel examineren is eveneens een optie met BA-ADMS.

Tot de afnemers van het systeem behoren Stichting Brandweeropleidingen BOGO en de Veiligheidsregio’s Limburg-Noord, Brabant-Noord, Brabant-Zuidoost, Gooi en Vechtstreek en Amsterdam-Amstelland. Regio Midden- en West-Brabant heeft zelfs al drie exemplaren van BA-ADMS in bedrijf. De ervaringen van Midden- en West-Brabant zijn hier opgetekend.

  • Info en een animatievideo van de mogelijkheden en werking van het systeem vindt u hier.
  • Afbeeldingen: stills van oefenscenario’s in BA-ADMS (IFV/Brandweeracademie).

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Inschrijving Scriptieprijs 2018 geopend

18 mei 2018

Brandveiligheidstalenten opgelet! Ben je het afgelopen jaar afgestudeerd óf ga je dat dit jaar doen met een thesis op het gebied van brandveiligheid, dan kun je kans maken op de Scriptieprijs 2018 van IFV (Instituut Fysieke Veiligheid) en VVBA (Vereniging Van Brandveiligheidsadviseurs).

De prijs vormt elk jaar de waardering voor master- en bachelor- afstudeerscripties waarin belangwekkende brandveiligheidsonderwerpen op treffende en inspirerende wijze worden uitgediept. Win je de prijs, dan toucheer je het lieve bedrag van € 1.200, uit te geven aan verdere ontwikkeling van je kennis en ervaring op het vakgebied van brandveiligheid.

Om mee te doen, dient je scriptie het slotakkoord te vormen van een master- of bacheloropleiding aan een onderwijsinstelling in het Nederlandse taalgebied. Deze instelling moet de scriptie met tenminste een voldoende hebben beoordeeld. Aan je scriptie dien je minimaal 420 studiebelastingsuren te hebben besteed.

’t Spreekt voor zich dat je als deelnemer wordt verwacht bij de expertclass ‘Next Generation’, 13 september a.s. bij de TU Eindhoven, want dan worden de genomineerden voor de prijs bekend gemaakt. Ben je genomineerd, dan ben je ook te gast op het internationale FSS-congres op 15 november bij IFV in Arnhem. Daar wordt de winnaar van de Scriptieprijs 2018 wereldkundig gemaakt.

  • Je kunt je scriptie – tót 1 september 2018 – als PDF insturen naar Natinja Kuilder van Nieman Raadgevende Ingenieurs, via e-mail n.kuilder@nieman.nl.
  • De deelnamecriteria en verdere info vind je in deze PDF
  • Alle ingezonden scripties van voorgaande edities van de Scriptieprijs zijn te downloaden via www.fellowfse.nl
  • Foto: Monsterboard.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Brandgevaarlijke gevels gezocht

7 mei 2018

Gemeente Rotterdam en Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond gaan – als eersten in ons land – actief op zoek naar gebouwen in de havenstad, met een private eigenaar en een verhoogd risico op brandoverslag via de gevel. De actie is een reactie op de brand in de Grenfell Tower in Londen, 14 juni vorig jaar. Deze brand eiste 71 dodelijke slachtoffers.

Eerder al gingen gemeente en veiligheidsregio naar aanleiding van de Grenfell-brand te rade bij DGMR, Nieman Raadgevende Ingenieurs en Adviesbureau Hamerlinck voor de beoordeling van brandrisico’s van gevels van alle gemeentelijke gebouwen. Na een gebouweninventarisatie liet gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht dertig gebouwen nader inspecteren. Alle dertig kwamen als veilig uit de bus.

Controle van private gebouwen is nu de vervolgstap, wederom aan de hand van de richtsnoeren van de drie adviesbureaus. Hun aanbevelingen hebben niet alleen betrekking op de toegepaste gevelmaterialen en de opbouw van de spouw, ook is bijvoorbeeld meegewogen hoe hoog het gebouw is, of ’t een slaapfunctie vervult en hoe ’t staat met de voorzieningen en organisatie van ontvluchting bij brand. Bij het opstellen van een lijst van risicopanden valt de gemeente onder meer terug op gegevens in vergunningaanvragen en data van de gemeentelijke afdeling GIS+Advies. GIS staat daarbij voor Geografisch Informatie Systeem.

Een van de betrokken brandveiligheidsadviseurs, Ralph Hamerlinck, juicht de Rotterdamse aanpak toe: ‘Alle lof daarvoor, het is naïef om er vanuit te gaan dat we het in Nederland beter voor elkaar hebben dan in Engeland.’ Hij laakt het lijdzaam afwachten van de conclusies van het onderzoek naar de Grenfell-brand: ‘Er zijn in Nederland zeker gebouwen die niet aan onze beoordelingsnormen voldoen.’

Van één gebouw op Rotterdams grondgebied is al langer bekend dat de gevel niet voldoende brandveilig is: Gebouw C van de Hogeschool Rotterdam. Afgelopen donderdag (3 mei) werd bekend dat de problemen bij dit gebouw aan de Kralingse Zoom nog groter zijn dan wat bij de voorlopige inspectie in januari was vastgesteld. Nieuw, grondiger onderzoek wijst uit dat niet alleen de gevelplaten aan de buitenzijde, maar ook de binnenzijde bij entree en corridor niet voldoen.

Direct na de eerste controle in januari (in opdracht van de onderwijsinstelling zelf) heeft de Hogeschool het pand deels buiten gebruik gesteld. De betreffende onderwijsactiviteiten werden verhuisd naar een andere locatie in het centrum van Rotterdam. Naar aanleiding van het nieuwe onderzoek heeft de Hogeschool besloten de nog aanwezige 3.000 studenten van de Rotterdam Business School deze zomer onder te brengen in een gebouw op de Kop van Zuid. Pand C wordt daarna waarschijnlijk gesloopt.

Het is zeker niet ondenkbaar dat de Rotterdamse aanpak navolging krijgt. De gemeente heeft de ontwikkelde beoordelingsmethodiek al gedeeld met het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

  • Bronnen: ANP en Cobouw.

______________________________________________________________________________________________________

______________________________________________________________________________________________________

Reageren

Heeft u vragen, opmerkingen óf een wetenswaardig bericht voor deze pagina? Stuur uw mail naar: brand@bouwenmetstaal.nl

Louis Braillelaan 80      2719 EK  Zoetermeer      Tel: +31(0)88 353 12 12      Contact      Disclaimer      Sitemap
Bouwen met Staal  © 2018      Uitvoering: Bruikman Reclame  +  LinkmasterMonkey